Aristide von Bienefeldt bestaat echt. Toch?

rnon Grunberg was de eerste niet die zich een tweede gezicht aanmat - dat van de Weense drogist Marek van der Jagt - en heel lang hield hij het spel niet vol....

Misschien verveelt het op den duur, een pseudoniem. Als dekmantel voor activiteiten waarmee de schrijver de eeuwigheid niet wil ingaan, is het wel handig. Charles Edgar du Perron - op zich al een prachtig pseudoniem, als hij er niet mee geboren was - deed vies onder de lollige naam W.C. Kloot van Neukema. W.F. Hermans kon zich uitleven in de karakters van Fjodor Klondyke, Pater Anastase Prudhomme, Pater Frater

B.I.M. Boefjes en Age Bijkaart.

In onze nieuwe eeuw is de keuze voor een pseudoniem misschien een wanhoopsdaad. Hoe genereer je nog aandacht voor jouw ene, unieke meesterwerk dat tussen die stapels mededingers ligt opgeborgen? Met een rare naam, een koddige biografie achterop en mysterieuze verblijfplaats ('woont afwisselend in Londen en Parijs') wek je het vermoeden dat je misschien wel helemaal geen debutant bent. In ieder geval wek je nieuwsgierigheid.

Wat anders kan een debutant bewegen om zich te presenteren onder de naam Aristide von Bienefeldt? Dat het een pseudoniem is waaronder de schrijver van de roman Bekentenissen van een stamhouder, onlangs uitgekomen bij Meulenhoff, zich aandient, is wel zeker. Als je al zo zou heten, dan zou je ijlings een pseudoniem verzinnen.

Alle Haïtiaanse en Duitse Hochadel-associaties ten spijt, blijkt zich hier vermoedelijk een gewone Hollandse jongen achter te verschuilen. Misschien dezelfde als de jongeman die zich aan Meulenhoff-directeur Annette Portegies voorstelde onder die naam. Hij bracht haar een pakje dat vanuit Frankrijk was verstuurd naar een Nederlands adres. Het manuscript in dat pakje verraste haar. 'Het komt zelden voor', zegt zij, 'dat we een manuscript binnenkrijgen dat zo gedrukt kan worden. We waren meteen onder de indruk, het is heel goed geschreven.' Meteen werd 'Aristide' meegetroond naar het Boekenbal. Zijn debuut werd op de persen gelegd.

Op het roze bandje dat om het zilverkleurige boekje gevouwen zit, staan wat wapenfeiten vermeld. De schrijver is geboren in 1964. In de jaren tachtig organiseerde hij 'thema-avonden in Parijse discotheken', met thema's als 'Sadomasochisme' en 'Travestie'. Tegenwoordig 'houdt hij zich bezig met straatinterviews, hij tolkt in rechtbanken en correspondeert met bejaarde filmactrices en gevangenen die onterecht veroordeeld zijn'.

Iedereen kan, veroordeeld of niet, met Aristide corresponderen. Hij zit bereidwillig klaar achter zijn e-mailadres aristidevonb@ifrance.com - naar beproefd recept van Grunberg/Van der Jagt. 'Ik ben een beginnend schrijver die van een naam gebruik maakt die niet zo heel veel van mijn eigen naam afwijkt', mailt hij vriendelijk. 'Ik wil graag anoniem blijven en zonder herkend te worden over straat gaan om met voorbijgangers van gedachten te wisselen.' De straat is voor hem 'een onuitputtelijke bron van inspiratie'.

De Aristide in het boek is ook een en al bereidwilligheid. Hij 'ontvangt', in de opening die bij Reve nog 'Geheim' was, maar die in dit boek vele pagina's lang wijd openstaat, iedere avond talloze jongens, mannen en heren. Het is keiharde seks, die op een merkwaardige manier toch iets gemoedelijks heeft. De heren blijven uiterst beleefd tegen elkaar. Overal is wel een kandidaat. Op een begrafenis is er een bleke doodgraver, op een balkon een potige Marokkaan. En in de darkroom zijn er een heleboel, 'op zijn minst twee dozijn anoniemen'.

Maar helpen doet het allemaal niet. Aristide verkeert - maar welk hedendaags personage doet dat niet - in een diepe crisis. Af en toe bezoekt hij zijn moeder in het gehate Werkmansgat, waar de dorpelingen met homo's wel raad weten. Zijn grote liefde Raphaël ontglipt hem steeds, dat is de ellende. Daarom moet hij, elke avond maar weer, naar jachtterreinen als de Arène. In zijn hoofd ruist en dreint het, en het lukt niet die herrie tot bedaren te brengen met Lithium en Eropax. Bekentenissen van een stamhouder is een soms geestige schelmenroman waarin zo nu en dan echte wanhoop schemert. Dat het slecht afloopt met deze manlijke Eline Vere, spreekt vanzelf.

De jongen die zich bij Annette Portegies uitgaf voor Aristide von Bienefeldt, bezwoer haar dat het hele boek autobiografisch is, 'inclusief het einde'. De schrijver mailt anders: 'Het gaat uitstekend met me. Het doodsverlangen van mijn hoofdpersoon deel ik niet.' Inmiddels heeft de uitgeefster aanwijzingen dat de jongen die zij regelmatig ontmoet en de schrijver met wie zij mailt, niet een en dezelfde zijn. 'Als ik in een gesprek refereer aan iets wat ik heb gemaild, weet hij niet altijd waarover ik het heb.' Misschien, zegt ze, 'worden we gigantisch in de maling genomen. Het zij zo. Het is een goed boek. Bovendien zijn het beiden buitengewoon aardige jongens.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden