Arie Groenevelt: old soldiers never die

Achteraf wil iedereen delen in het succes van het poldermodel. Wat verrassend dient zich nu ook Arie Groenevelt aan, de ex-vakbondsleider die zich twintig jaar geleden het predikaat polarisator verwierf....

VAKBEWEGING en werkgevers kunnen het P-woord zo langzamerhand niet meer horen. Tot vervelens toe hebben zij het afgelopen jaar aan binnen- en buitenland het 'Poldermodel' mogen uitleggen. Het model waarbij werkgevers, kabinet en vakbeweging de hoofdlijnen van het beleid onderling afstemmen. Dat levert bijvoorbeeld de hoogste banengroei in Europa op.

Dit succes heeft wel vele vaders. Soms kondigt zich een volslagen onverwachte ouder aan. Zoals Arie Groenevelt, de roemruchte oud-voorzitter van de Industriebond FNV. Hij zegt de ware vader van het poldermodel te zijn. Terwijl hij in de herinnering toch voortleeft als de polarisator bij uitstek.

Het Akkoord van Wassenaar uit 1982 tussen vakbeweging en werkgevers geldt als geboorteakte van het poldermodel. Wim Kok was toen nog voorzitter van de FNV, Groenevelt voorzitter van de grootste FNV- bond. In het akkoord werd een verworvenheid van de arbeidersbeweging, de automatische prijscompensatie, geruild tegen twee uur korter werken. Massa-ontslagen in vooral de industrie dwongen de vakbeweging tot het akkoord. Tegen heug en meug.

Nu betoogt Groenvelt dat het akkoord overbodig had moeten zijn. Donderdag sprak hij in Rotterdam op een bijeenkomst ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Industriebond FNV.

De vier opeenvolgende bondsvoorzitters - Groenevelt en zijn vice-voorzitter Piet Spijkers, Dick Visser, Bé van der Weg en de huidige voorzitter Henk Krul - legden daar nog eens verantwoording af aan de sociaal-economische pers. Het werd een botsing tussen generaties met een bittere ondertoon.

Groenevelt had het liefst zélf over Wassenaar onderhandeld. 'We hadden in eigen beheer met de werkgevers afspraken kunnen maken.' Daarvoor had de industriebond een draai moeten maken, dat wel. Een draai van polariseren met onhaalbare leuzen als Geen man gedwongen de poort uit naar pragmatisme met Redden wat er te redden valt.

Die draai had Groenevelt ook wel willen maken. 'Die stond in de nota Durven of doormodderen. Als de kaderleden en de bestuurders manmoedig waren geweest dan was het gelukt. Maar ze durfden de discussie niet aan vanwege procedurefouten. Vooral Rotterdam ageerde.'

De nota lekte voortijdig uit en daardoor was de procedure, de verheffing tot beleid, in het water gevallen. De latere FNV-voorzitter Johan Stekelenburg, toen nog bestuurder in Rotterdam, hamerde op die procedurefout. Eigenlijk verwijt Groenevelt Stekelenburg nu nog dat de overgang van polarisatie naar pragmatisme laat is gemaakt.

'Wassenaar' was niet alleen te laat en bevoogdend voor de industriebond, het was volgens Groenevelt ook te weinig. 'Er stonden geen garanties in. Wij zouden geen akkoord hebben gesloten zonder spijkerharde garanties over werkgelegenheid. Nu pas, de afgelopen drie jaar, zie je echte werkgelegenheid. Dat is wel wat laat. '

En passant verwijt Groenevelt zijn opvolgers een overmaat aan pragmatisme. Hij hekelt de explosie aan flexwerk. 'Niet de uitzendkrachten worden daar beter van maar de bazen. Zo'n Goldschmeding, de baas van Randstad, heeft nu 600 miljoen op de bank. Dan zijn de verhoudingen toch zoek?! Zeker als tegelijkertijd 250 duizend kinderen in Nederland onder de armoedegrens opgroeien. Dan zijn de verhoudingen toch volkomen scheef gegroeid?'

Het zijn indirecte verwijten aan zijn opvolgers die daar te weinig oog voor zouden hebben. 'Zij maken het beleid. Ze zullen er wel een filosofie bij hebben. Ik laat me graag overtuigen', zegt Groenevelt onder hilariteit van zijn tijdgenoten. Groenevelt had immers de naam dat hij zich nauwelijks tot andere inzichten liet brengen.

De beheerders van het erfgoed zijn terdege geprikkeld door Arie. Vooral Krul en Van der Weg bijten in eigen monologen van zich af. Visser voelt zich niet direct aangesproken. Hij was jarenlang de kroonprins van Groenevelt en uiteindelijk, van 1983 tot 1988, voorzitter. Aan de start kreeg hij eerst Stekelenburg als tegenkandidaat tegenover zich. Die werd weggepromoveerd na een uiterst pijnlijke moddercampagne. Vissers vertrek was het gevolg van al even onverwikkelijke interne ruzies.

Visser denkt met weinig vreugde terug aan zijn laatste baan bij de bond. 'Het lange verblijf in de wachtkamer was niet leuk. En het vertrek was pijnlijk. Ik heb ook een dubbel gevoel bij dit eerste optreden bij de bond in tien jaar.'

Wel eist Visser krediet voor de wederopstanding van de bond. In de nadagen van Groenevelt schrompelde het ledental ineen, onder Visser werd dat omgebogen in groei. Onder Van der Weg zette de groei echt door.

Vooral de stijl veranderde onder Van der Weg. Visser was nog van de oude stempel. 'Het bestuur moest leiding geven, zeggen hoe het moest', zegt Visser. Nu heeft het bestuur ook nog de leiding, maar de leden hebben een stem gekregen bij de vaststelling van het beleid.

Krul en Van der Weg laten zich terdege prikkelen door de zuigende verwijten van Groenevelt. 'Jij was tegen uitzendwerk en tegen een heleboel', zegt Krul fel. 'Maar daarmee zijn ontwikkelingen niet tegengehouden. Wij zijn niet voor uitzendwerk maar willen dat, als het dan toch gebeurt, met afspraken goed regelen. Dat doen we nu. En het is niet zo dat we de armoede niet zien. '

Waarmee Krul maar gezegd wil hebben dat de passie, de bewogenheid dezelfde is. Alleen de vormen zijn veranderd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.