'Argwaan burgers schaadt Europa niet'

Luuk van Middelaar..

BRUSSEL ‘Ga jij maar eens bij die Conventie kijken. Dat wordt toch niet belangrijk’, kreeg politiek filosoof Luuk van Middelaar (1973) te horen toen hij in 2002 als stagiair aan de slag ging bij eurocommissaris Frits Bolkestein. Hij viel met zijn neus in de boter. Uiteindelijk bleek de Conventie – waar een groep politici, ambtenaren en parlementariërs aan een Europese grondwet timmerde – veel belangrijker dan iedereen dacht.

Het werd voor Van Middelaar een stoomcursus waar hij de ‘taal van Brussel’ leerde, en waar hij nog eens merkte hoe verschillend er over Europa werd gedacht. Die ervaringen heeft hij verwerkt in zijn dissertatie De Passage naar Europa over de ontstaansgeschiedenis van de Europese Unie, die aanstaande maandag in boekvorm verschijnt.

‘Je hoorde heel verschillende en elkaar uitsluitende verhalen over Europa. Mensen van de Europese Commissie die zichzelf als de Europese voorhoede zien, als het begin van het echte Europa. Maar ook nationale politici voor wie Europa niet meer dan een instrument is voor de lidstaten, die uiteindelijk de baas zijn. Wat ik wil laten zien, is hoe je die twee werelden, de Brusselse binnenwereld en die van de natiestaten met elkaar kunt verbinden.’

Volgens Van Middelaar wordt de beeldvorming van de Europese Unie vooral bepaald door ‘hoe het allemaal is begonnen, met de na-oorlogse verzoening tussen Frankrijk en Duitsland, het maken van een verdrag voor kolen en staal en later komt daar de interne markt bij.’

‘Dat is het Europa waar alles geregeld wordt op basis van verdragen, het heilige boek van Brussel. Maar met verdragen kun je alleen maar bureaucratische politiek bedrijven, zoals het vaststellen van de visquota. Maar daarnaast is er een andere lijn, waarin Brussel niet de hoofdpersoon is, maar waar de lidstaten samen proberen te reageren op wat er in de wereld gebeurt.

‘Dat is begonnen in de jaren zeventig bij de oliecrisis. Toen begonnen ze zich af te vragen hoe ze daar samen op konden reageren. De Commissie kon dat niet, want die kan niet spreken namens alle landen. Daarvoor riepen ze in 1974 de Europese Raad van regeringsleiders in het leven. Die staat eigenlijk buiten de verdragen, maar is sindsdien uitgegroeid tot het toonaangevende orgaan van de Unie.’

Dat moet een teleurstelling zijn geweest voor de Brusselse bureaucraten.

‘Ja, maar zo zit de werkelijkheid nu eenmaal in elkaar. Toen Commissievoorzitter Barroso bij (toen nog president) Poetin was en allerlei eisen over de opsplitsing van de energiegigant Gazprom stelde, belde Poetin met Chirac en Schröder, zo van: wat heb ik nu voor een joker over de vloer?

‘Inderdaad staan de lidstaten nog steeds in het centrum van de besluitvorming, maar wel sámen, met z’n allen. Eurosceptici die doen alsof de lidstaten maar kunnen doen wat ze willen, hebben ongelijk. Dat is ook niet waar. De macht van Europa zit hem in de lidstaten samen tegen de lidstaten apart.’

Maar er is geen federatie gekomen, zoals Commissievoorzitter Delors nog vóór 2000 wilde.

‘Nee, dat ging veel te ver. Dat zou de opheffing van de nationale staten betekend hebben. Daarmee zouden de bezwaren tegen de ontwikkeling van Europa worden miskend. Europa wordt wel steeds sterker, maar niet door de nationale staten uit te schakelen of buitenspel te zetten, maar juist door ze steeds beter in het spel te betrekken en allemaal te omarmen.

‘Na de val van de Muur had je in Brussel “gelovigen” die een doorbraak wilden forceren, maar je had ook mensen als de Britse premier Thatcher die helemaal geen verandering wilden. Uiteindelijk is er geen Europese federatie gekomen, maar er was ook geen stilstand. Er is wel een Europese Unie opgericht. Voor het eerst hebben de lidstaten toen ook afgesproken dat ze moesten nadenken over een gezamenlijk buitenlands beleid.

‘Het is onvermijdelijk dat het initiatief vaak nog steeds bij de lidstaten ligt, zoals nu ook weer bij de kredietcrisis. Daarop hebben de verdragen geen antwoord. Het is dus ook niet vreemd dat de Commissie in zo’n geval niet veel te zeggen heeft. Het antwoord moet van de lidstaten komen, maar wel sámen.’

Zijn al die problemen om de grondwet en nu het Verdrag van Lissabon erdoor te krijgen een teken dat de slinger weer in de richting van de lidstaten beweegt?

‘Nee, het is gewoon het oude probleem van de relatie tussen de politiek en de bevolking. Men dacht in de Europese Unie heel lang dat de bevolkingen niet nodig waren. Maar nu ze daar anders over beginnen te denken, voel je de argwaan van de burgers. Maar die nee-stemmen zijn niet iets om van in paniek te raken. Het is juist een teken van betrokkenheid. De politici willen betrokkenheid, maar dat is niet alleen maar ja en amen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden