Aretha Franklin, de Queen of Soul, overleden (1942-2018):You’ll stay in our hearts

Hoe Aretha Franklin haar muzikale ziel vond door van gospel naar soul over te stappen – om daar vervolgens weer een flinke dosis gospel aan toe te voegen.

Op 5 april 1969 in The Andy Williams Show. Beeld Foto Getty

Zelden was een bijnaam zo gepast als die voor zangeres Aretha Franklin. De Queen of Soul overleed donderdag thuis in Detroit, in het bijzijn van haar naasten, aan de gevolgen van kanker. Ze werd 76 jaar.

Zij was de Queen. Zij was Soul. Zij was de grootste zangeres van haar tijd; haar hoogtijdagen beleefde ze tussen 1967 en 1970. Grote hits uit de jaren zestig zoals Respect en (You Make Me Feel Like) A Natural Woman (beide uit 1967), Think en I Say a Little Prayer (beide uit 1968) vallen nog altijd op door een even krachtig als flexibel stemgeluid dat een paar octaven omvat waartussen ze razendsnel kan ­wisselen.

Aretha Franklin werd in 1942 geboren en groeide op in een muzikale ­familie waarin ook haar zussen Erma en Carolyn graag zongen. Haar vader was Reverend C.L. Franklin, die in de VS bekendheid genoot als dominee en grote gospelzangeressen als Clara Ward en Mahalia Jackson tot zijn kennissen kon rekenen. Aretha’s zangcarrière begon zoals bij zo veel soulsterren in haar tienerjaren met het zingen van gospelliedjes in de kerk.

Concertgebouw eert Franklin met ingelast concert

Als ode aan de overleden zangeres is er vrijdagavond 17 augustus om 21.00 uur een ingelast concert in het Concertgebouw in Amsterdam, met onder meer optredens van zangeressen Michelle David en Shirma Rouse. In april 1968 gaf Aretha Franklin in het Concertgebouw een legen­darisch nachtconcert. De jazz­recensent van Het Parool beschreef ‘een maximum geladen elektrische sfeer’ voortgebracht door ‘diepzwarte, opwindende muziek’. Ze bracht in drie kwartier twaalf nummers, waarbij ze zichzelf begeleidde op de vleugel. Het concert werd in 2010 op dvd uitgebracht als Aretha Franklin: The legendary Concertgebouw Concert 1968.

Ze was er in alle opzichten vroeg bij. Op haar 12de kreeg ze haar eerste zoon, op haar 14de haar tweede. Beide zoons zouden vooral door haar oma en zuster Erma worden opgevoed. Want Aretha was toen al te druk met haar zangcarrière. Toen ze 14 was nam ze haar eerste gospel­album op (Songs of Faith, 1956).

Koerswijziging

Aangespoord door de successen van Sam Cooke, die eind jaren vijftig de overstap maakte van religieuze naar seculiere liedjes, koos Franklin in 1960 voor eenzelfde koerswijziging.

Ze kwam onder contract bij John Hammond die voor het Columbia-­label al grote successen had geboekt met Bessie Smith en Billie Holiday. Hoewel Franklin niet helemaal onopgemerkt bleef, kwam de pop­carrière van de toen nog geen 20-jarige zangeres moeizaam van de grond.

Columbia wilde van haar een ­crooner-zangeres maken en dat lag Franklin niet zo goed. Daar was haar stem ook te rauw en te expressief voor. De tien platen die ze voor ­Columbia tussen 1960 en 1966 uitbracht, worden allang op waarde geschat, maar destijds droegen ze amper iets bij aan haar naamsbekendheid.

December 2015 bij de jaarlijkse uitreiking van de Kennedy Center Honors-onderscheidingen in de Amerikaanse hoofdstad Washington. Ze zong er voor onder meer een geëmotioneerde president Obama een onvergetelijke versie van (You Make Me Feel Like) A Natural Woman. Beeld AFP

Andere plannen

Jerry Wexler, de alerte platenbaas en producer van het Atlantic-­label, had heel andere plannen met haar. Hij vermoedde in 1966 dat ze ­ongelukkig was bij Columbia en wist haar ervan te overtuigen de overstap naar zijn label te maken. Franklin wilde vooral hits scoren en dat kon bij Wexler, die ook betrokken was bij de doorbraak van grote soulsterren als Otis Redding, Wilson Picket en Percy Sledge. In Franklin hoorde hij een zangeres die niet alleen de zwarte rhythm & bluesmarkt kon leiden, maar ook de door zwarte artiesten maar moeilijk te nemen stap naar de pophitparade kon zetten.

Boegbeeld

Aretha Franklin zal de enige artiest zijn die zowel was uitgenodigd om de begrafenis van dominee Martin Luther King luister bij te zetten in 1969, als de inauguratie van president Barack Obama, veertig jaar later in 2009.

Ze was een dan ook een goede bekende van Martin Luther King, die tijdens de grote marsen voor rassen­gelijkheid nogal eens met haar vader C.L. Franklin optrok. De strijd om rassen­gelijkheid was voor Aretha Franklin een belangrijk issue, die ze nooit zou opgeven. Een song als Respect betekende in 1967 oneindig veel voor de rassenstrijd. Franklin liep ook een jaar vooruit op bijvoorbeeld James Brown, met zijn Say It Loud, I’m Black And I’m Proud. Voor de hele zwarte gemeenschap die opgroeide in de ­jaren zestig was de stem van Aretha Franklin een essen­tieel geluid van de soundtrack bij hun strijd voor gelijkheid. Eigenlijk was zij de personificatie van de verandering die Sam Cooke in 1964 had voorspeld met zijn A Change Is Gonna Come. Een liedje dat Franklin zelf ook prachtig vertolkte op haar onvolprezen album I Never Loved a Man The Way I Love You (1967).

Wexler had gelijk, al verliepen de opnamen voor Franklins eerste en ­beste album voor Atlantic, I Never Loved A Man The Way That I Love You, moeizaam. Het titelnummer stond snel op de band. Maar in Muscle ­Shoals, waar de plaat op aandringen van Wexler werd opgenomen, ontstond grote ruzie tussen Franklins echtgenoot en studio-­eigenaar Rick Hall. Met nog maar één afgerond nummer keerden Franklin en haar man ­terug naar New York. Wexler had daarna de grootste moeite Franklin zover te krijgen het album in New York af te maken.

Vooral Franklins versie van Otis Reddings Respect op het debuut­album groeide snel uit tot een wereldhit. ‘Zij heeft het nummer van me afgenomen’, waren de bewonderende woorden van Redding, een paar maanden voor hij verongelukte.

April 2016 bij de International Jazz Day Concert op de South Lawn van het Witte Huis, toen nog bewoond door de familie Obama. Beeld EPA

Vol werkschema

Aretha had haar felbegeerde hits en Wexler wilde het liefst zo veel mogelijk opnemen met zijn nieuwste protegee. Franklins echtgenoot en manager wilde niets liever dan de zangeres zoveel mogelijk te laten optreden.

Niemand voor of na Aretha kon zo gemakkelijk en vanzelfsprekend van toon en zelfs octaaf wisselen. Haar soulstem was doordrenkt van de gospel. Popliedjes als Bridge over Troubled Water kregen een bijna religieuze ­lading, terwijl ze het wat stijve gospelrepertoire juist lucht en jolijt inblies. En dat altijd weer op een andere manier. Want Franklin zong geen liedje hetzelfde, zoals is te horen in de box Don’t Fight the Feeling, met alle concerten die ze in 1971 gaf in San Francisco’s Fillmore West.

Het volle werkschema leidde eind jaren zestig tot een paar prachtige platen (Aretha Arrives, Lady Soul en ­Aretha Now) die tot de canon van de soulmuziek kunnen worden gerekend. Maar ook tot de fysieke uitputting van Franklin, die er nog een drankprobleem bij ontwikkelde.

Door persoonlijke problemen en een veranderende popmarkt, waarin soulmuziek terrein verloor op rock, verdween Aretha Franklin in de jaren zeventig langzaam uit beeld. Een enkele uitschieter daargelaten, zoals het live opgenomen gospel-album Amazing Grace (1972), hadden haar platen uit die tijd niet dezelfde urgentie als haar jarenzestigwerk.

Serveerster

Het verzoek in 1979 een bijrol te vervullen in de film The Blues Brothers (John Landis, 1980) was haar redding. Tussen andere soulgrootheden als Ray Charles en James Brown had ze slechts een klein rolletje als serveerster. Maar met de opnieuw opgenomen, snellere en krachtigere versie van haar twaalf jaar oude, zelfgeschreven hit Think introduceerde ze haar machtige stem aan een nieuwe generatie popliefhebbers.

De jaren tachtig waren haar gunstig gezind, dankzij hits als Freeway of Love (1985) en samenwerkingen met de Eurythmics (Sisters Are Doing It For Themselves, 1985) en George Michael (I Knew You Were Waiting (for me), 1986).

Op 7 november 2017 tijdens een gala-optreden van de Elton John AIDS Foundation in New York. Beeld WireImage

Vliegangst

Ondanks de hernieuwde successen ging Franklin niet op tournee. Door haar vliegangst trad ze alleen op in eigen land. Platen opnemen deed ze de laatste drie decennia ook nauwelijks meer. Hoewel ze zich in de jaren zestig ook als componiste had bewezen getuige liedjes als Dr. Feelgood (1967) en Think (1968) werd ze in toenemende mate afhankelijk van wat haar door derden werd aangeleverd. Gezien de slappe platen die er sinds 1990 mondjesmaat van haar verschenen, was dat materiaal te flets voor zo’n groot zangeres.

Tijdens het New Orleans Jazz Festival in 1994. Beeld Getty Images

Waarom ze de laatste decennia zo weinig van zich liet horen, is even betreurenswaardig als raadselachtig. Maar zingen kon ze nog tot zeker drie jaar geleden. Toen zong ze tijdens de jaarlijkse Kennedy Center Honors in Washington een onvergetelijke versie van (You Make Me Feel Like) A Natural Woman, in aanwezigheid van een emotionele ­Carole King, die de song had geschreven, en de al evenzeer in vervoering gebrachte president Obama en zijn echtgenote.

In forse bontjas gestoken, gezeten achter de piano, nam Franklin revanche op haar slechte voordracht tijdens Obama’s inauguratie in 2009. Maar ze nam ook revanche op iedereen die de laatste jaren aan haar zangkwaliteiten had getwijfeld. Het was een magistraal laatste openbaar optreden van de zangeres die voor altijd herinnerd zal worden als de Koningin van de Soulmuziek.

Op 3 maart 1990 in de Radio City Music Hall in New York. Beeld Getty Images
Portret uit de jeugd van Aretha Franklin. Beeld Bettmann Archive

Franklin in vijf liedjes

Respect (1967)

De originele versie van Otis Redding uit 1965 liet zich beluisteren als een verzoek om respect. De snellere, nog vurigere versie die Aretha Franklin er begin 1967 van maakte, was een eis. Het is een van de beste krachtigste popsongs ooit en een nummer dat voorgoed verbonden bleef aan de strijd tegen racisme en achterstelling van de (zwarte) vrouw. 

Try A Little Tenderness (1962)

Met deze versie van Try A Little Tenderness zou ze die van Otis Redding dan weer niet verbeteren. Maar je hoort hier wel hoe machtig haar stemgeluid was. Ze wil de snaren van die stroperige strijkers werkelijk laten springen met haar stem, lijkt het. Platenmaatschappij Columbia had duidelijk niet goed door dat ze iemand hadden binnengehaald die al die zoete opsmuk niet nodig had. Aretha was geen crooner maar een echte ‘screaming soul sister’.

I Never Loved A Man The Way I Love You (1967)

Titelnummer van Franklins eerste album voor Atlantic (waar ook Respect op stond). Spooner ­Oldham speelt het orgel, Franklin de piano. Alle kwaliteiten die haar tussen 1967 en 1970 tot die ongenaakbare soulvedette zouden maken, komen erin samen: gevoel voor swing, blues, en soul.

Think (1980)

In 1979 was de carrière van Franklin in het slop geraakt. Tot ze gevraagd werd voor een rol in John Landis’ film The Blues Brothers. De soundtrack van die film met onder meer James Brown en Ray Charles zou een hele nieuwe generatie popliefhebbers tot de oude klassieke soul introduceren. Het best was echter de snellere en fellere nieuwe versie die Aretha Franklin van haar eigen liedje Think maakte. Ineens deed de toen pas 37-jarige zangeres er weer toe.

Never Grow Old (1972)

Aretha Franklin begon op haar 14de als gospelzangeres en nooit zou ze in die rol beter schitteren dan op de live opgenomen dubbel-lp Amazing Grace. Onvergetelijk is haar versie van You Never Walk Alone, maar de finale bezorgt nog altijd kippevel. De ­climax die moet komen in Never Grow Old blijft heel knap uit. De betovering niet. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.