Arend Jan Dunning

Die Republiek van u, u weet wel, wordt dat nog wat? Cardioloog in ruste en rupublikein Arend Jan Dunning: 'Ik heb de overtuiging dat alle monarchieën in Europa een natuurlijke dood zullen sterven.'..

Hebt u eigenlijk een lintje?

'Ik heb een Nederlandse Leeuw.'

Kan dat wel?

'Het is een misverstand te menen dat je zo'n lintje van de majesteit krijgt. Ik heb het gekregen van minister Ritzen...'

Nadat het majesteit had behaagd.

'Dat zal wel, maar het is de waardering die de overheid, in dit geval het kabinet voor mijn verdiensten tot uitdrukking brengt.'

Ik zie dat u er blij mee bent, met zo'n koninklijke onderscheiding.

'Wat wilt u nu dat ik zeg? Het heeft me niet erg opgewonden dat ik het kreeg en het zou me niet erg hebben verdriet als ik het niet had gekregen. Maar het is omgekeerd snobisme om te zeggen dat ik er niks aan vind. Mag ik het zo zeggen: ik draag het niet op mijn pyjama. Nee, mijn voorkeur voor de republiek komt niet voort uit afkeer van het koninklijk huis. Ik heb grote bewondering voor de koningin en dat geldt al helemaal voor prins Claus. Maar ik wil mijn staatshoofd liever kiezen dan erven.'

Op bezoek bij de cardioloog in ruste prof. dr. Arend Jan Dunning (71), een grote naam in de Nederlandse geneeskunde. Toen hij in 1993 stopte met werken, had hij 37 jaar 'gedokterd'. Hij is de man die keer op keer overspannen verwachtingen over de medische voor uitgang relativeerde: 'De mens is geen olifant die op een dag omvalt en blijft liggen. De mens sterft door ziekte.'

Hij was hartspecialist in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam en hoogleraar aan de universiteit. Hij was een aantal jaren hoofdredacteur van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, het gezaghebbendste blad op medisch gebied. Ook buiten de dokterskamer zat hij niet stil. Hij schreef enkele boeken op het snijvlak van cultuur en gezondheidszorg. Voor de pvda was hij voorzitter van de commissie die in 1998 de kandidatenlijst voor de Kamer verkiezingen opstelde.

En verder is hij prominent lid en mede oprichter van het betrekkelijk schimmige Republikeins Genootschap. Begin 1997 werd bekend dat een aantal Hollandse notabelen, van wie menigeen houder is van een hoge koninklijke onderscheiding, zich had verenigd in een republikeinse club. Er zijn inmiddels ongeveer honderd leden, er is een website ('het genootschap heeft geen statuten of plannen', lezen we in de beginselverklaring), er zijn heel af en toe wat publicaties en verder is er de stilte.

Een lange studeerkamer, grenzend aan de tuin. Hij wordt bezocht door reumatische pijnen die het lopen bemoeilijken, maar hij wil niet zeuren. Hij praat graag en veel.

'In Noorwegen kun je als troonpretendent trouwen met een vrouw die een kind heeft van een drugshandelaar. Jawel, dat is spectaculair. Maar het koningshuis daar is ook verder gevorderd in zijn oplossing in de gewone burgermaatschappij. Spanje is minder ver. Daar wilde de kroonprins trouwen met een lingeriemodel. Toen is hem gezegd: dat moet je afzeggen. Als de koning dingen doet die wij allemaal doen, dingen die op zichzelf door de beugel kunnen, maar die niet bijdragen aan zijn waardigheid, is het terecht dat gezegd wordt: nu even niks met lingerie, we hebben nog genoeg adel hier in Spanje en anders wel in de rest van Europa.

'Ook ons koninklijk huis gaat naar mijn mening onder zichzelf gebukt. Toen Wilhel mina aan trouwen toe was, moest voor haar een kandidaat worden gezocht die ebenbürtig was. Dus van hoge geboorte en protestant. Bij Juliana werd het al minder. Ook Bern hard was prins, maar wel van een straatarm vorstendommetje. Maar goed, hij was eben bürtig en hij was protestant. Toen Beatrix trouwde was van ebenbürtig geen sprake meer. Claus was denk ik netaan van heel simpele adel en of Claus protestant is, is altijd in het midden gebleven. Nu zien we de volgende stap in de afbouw van het koninklijk huis: Willem-Alexander trouwt met een burgermeisje dat bovendien van katholieke huize is. De klassieke eisen die horen bij het koninklijk niveau zijn vervallen en daarmee lost de monarchie gaandeweg zichzelf op.'

Heeft juist koningin Beatrix dat gevaar niet scherp in de gaten?

'Jawel, maar ze kan het niet tegenhouden.'

U hebt in interviews vaak over uw vader gesproken en altijd in dezelfde termen: een steile calvinist. Ik neem aan dat u opgroeide in een godvruchtig of zelfs godvrezend milieu en in het verlengde daarvan in een gezin van toegewijde aanhangers van Oranje.

'Zeker. In de oorlogsjaren hing bij ons in de gang ingelijst het Wilhelmus. Prachtig afgedrukt. En een portret van de konin gin. Wil hel mina was het symbool van het verzet, wat wil je. De slag om Arnhem heb ik in zijn volle omvang meegemaakt. Ik heb een positief oorlogstrauma. Het was zeer enerverend voor een jongen van 14.'

Hoe is de zoon zo ver kunnen afdrijven?

'In mijn studententijd heb ik het allemaal losgelaten, zonder hang-ups. Ik ben orthodox-protestants opgevoed. Wat me bezighield in mijn medische studie, was de misère die je zag, een boze wereld van lijden. Dan verdwijnt dat godsvertrouwen als sneeuw voor de zon. Dat gold al helemaal voor de monarchie. Het heeft me eigenlijk altijd onverschillig gelaten.'

Maar hoe kwam u in het andere kamp terecht, in dat van de republikeinen?

'Heel eenvoudig. Een van mijn beste en oudste vrienden is Pierre Vinken, de neuro chirurg die later naar het bedrijfsleven ging en topman werd van Elsevier. We zijn al veertig jaar vrienden, door dik en dun. Hij vroeg eens: wat is eigenlijk het laatste taboe in Nederland? Ik zei: dat is de hoogte van je inkomen. Een Amerikaan is trots op wat hij verdient en zal het je zelf vertellen, een Ne der lander bewaart het stilzwijgen. Pierre zei: je vergist je, de republiek is het laatste taboe van dit land. We moeten het op de een of andere manier gaan doorbreken.

'Het hield hem bezig. Mij minder. Ik wilde best toegeven dat het vermoedelijk het laatste taboe was, maar mijn neiging om de tanden in de kwestie te zetten was niet zo groot als de zijne. Dat nam niet weg dat we aan de slag gingen. Als medestrijder vond hij onder anderen Roelof Nelissen (onder meer oud-kvp-minister van Financiën), Hennie de Rui ter (topman van Shell), Sjeng Kremers (kvp-politicus, commissaris van de koningin in Limburg) en Martin van Ame rongen.

'Pierre Vinken heeft in het najaar van 1996 een maaltijd belegd in de Prinsenhof in Delft. Er was een serieuze kant aan tafel van mensen die discussieerden over de wenselijkheid van een republiek. Je had een vrolijke kant waar gesproken werd over het opwerpen van barricades, het aanleggen van wapenvoorraden om de republikeinse revolutie voor te bereiden. Het was een gezellige avond, er is nog een foto gemaakt, er is een lied gezongen en daarna is er eigenlijk niks meer gebeurd. '

U wekt inderdaad de indruk een club te zijn van oudere heren die geduldig achterover leunen en wachten op andere tijden.

'Wij w ren een genootschap van oudere heren. Thans is het uitgegroeid tot een club van honderd leden, onder wie aantrekkelijke jonge vrouwen, en allochtonen. Het is een gemengd gezelschap van Kamerlid tot journalist dat wel degelijk de discussie over onze staatsvorm probeert aan te wakkeren. Op zichzelf is dat gelukt. Maar het is een moeilijke discussie, er is amper een politicus die het aandurft erover te beginnen.

'Die avond in de Prinsenhof was als serieuze bijeenkomst bedoeld, dat wisten alle deelnemers. Er zaten misschien mensen bij die slechte ervaringen hadden met majesteit, dat weet ik niet, maar de opzet was serieus. Het was geen jongensclub.'

Het is geen chic standpunt om voor de republiek te pleiten.

'Dat kan me niet schelen, echt niet. Het is een respectabel standpunt, dat is genoeg. Ik weet ook wel dat we mensen kwaad maakten. Wil je dan Luns als president, riepen ze tegen me. Het irrationele van de reactie, daarmee heb ik me wel vermaakt. De Tele graaf schreef over ons als landverraders, er waren allerlei mensen die tegen mij zeiden: gut, dat hadden we toch niet gedacht van jou. Enfin, ik vond het prachtig.'

Maar waar is de strijdlust?

'Niemand van ons wil met geweld de monarchie omverwerpen.'

Vooruit, maar om nu te zeggen dat u met uw idealen aan de weg timmert...

'Nou ja, dat ben ik wel met u eens. Dat ligt misschien toch aan het feit dat wij overwegend oudere heren zijn. Maar er zijn meer republikeinen, vooral onder jongeren.'

Hij ziet ook wel dat de politiek het niet durft op te nemen tegen de monarchie. 'Ie de re politicus dat hij door de kiezer wordt afgestraft als hij het onderwerp aankaart.

'Maar toch, dat brede draagvlak voor het koningshuis is voor een belangrijk deel een fictie. Regenten hebben het nooit met de familie Oranje kunnen vinden. Het huis van Oranje beknotte alleen maar hun macht. Er bestond tussen adel en Oranje weinig liefde. Onze allochtone inwoners hebben als vanzelfsprekend weinig affiniteit met het koningshuis. Een groot deel van de blanke jeugd laat het koud. Katholieken hebben lange tijd nogal scheef tegen dat koningshuis aangekeken dat zich zo pontificaal protestants uitte. Willem ii was een echte papenhater. De sociaal-democratie heeft Oranje pas na 1945 geaccepteerd, en vaak maar half. En tenslotte wordt het koningshuis steeds meer ingelijfd door de vermaaksindustrie.'

Het huwelijk van 2 februari heeft de allure van een mythe. Is die zaterdag toch niet een zwarte dag voor het genootschap?

'Jazeker, dat is waar. Je zou kunnen zeggen: Máxima helpt ons twintig jaar achterop. Dat vind ik jammer. Maar ik weet ook: zij die geloven haasten niet.

'Er kan van alles gebeuren, ik noem maar iets: nu is Máxima populairder dan ooit. Wat betekent dat voor de interne stabiliteit van het koningshuis? Wat heeft Diana niet aangericht in Engeland? Je sluit iemand die getoond heeft vol levenslust te zijn op in een vreemd land en je gebiedt haar zich te richten naar allerlei regels, haar privé-leven op te geven en het goed te vinden dat ze elke dag door Oranje-liefhebbers zal worden achtervolgd. Houdt zo iemand dat vol?

'Willem-Alexander moet misschien nog tien, vijftien jaar wachten voordat zijn moeder overdraagt. Die jongen heeft niets omhanden. Hij kan eens naar de Olympische Spelen, hij kan eens naar het water kijken, maar in wezen heeft die man geen serieuze betrekking. Dat is natuurlijk vreselijk. Hij is goed opgeleid, hij heeft interesses, maar kan er niets mee. Houdt hij dat vol? Je creëert een moderne monarchie met zoveel beperkingen dat mensen als Willem-Alexander en Máxima zich in hun vrijheidsrechten echt beknot gaan voelen, dat lijkt mij lang niet onmogelijk. Dan springen ze uit de band. Dat is in Noorwegen gebeurd, en in Spanje...'

En op zo'n dag zit u te wachten?

'Te wachten is me te gretig. Kijk, ik heb gewoon de overtuiging dat alle monarchieën in Europa een natuurlijke dood zullen sterven. We hebben ze in 1815, na de definitieve nederlaag van Napoleon, bij het congres van Wenen allemaal opgericht, iedereen moest van een koning worden voorzien, wij ook. Die koninkrijken zijn in 1918 goeddeels weer verdwenen, er zijn er een paar overgebleven, maar een keer houdt dat op. Dat vermengt zich met de gewone burgerbevolking en dan is het gebeurd. Kijk naar de broers van Willem-Alexander. Die willen niet in Neder land wonen, worden ze voortdurend bekeken, die wijken uit naar Londen en Brussel, verdienen ze hun eigen geld en kunnen ze in vrijheid hun gang gaan.'

Het kan dat u gelijk hebt. Toch klinkt het ook als een vorm van wensdenken. Wat hebben we al niet de deur uitgedaan: god, Van Gaal, de gulden. Zou het niet kunnen dat het koningshuis hard nodig blijkt om een vermoeden van nationale identiteit te redden?

'Treurig het land dat zijn eenheid moet ontlenen aan zoiets als een koningshuis. Het wordt namelijk helemaal niet beleefd als element van nationale identiteit.'

Het tegendeel zult u op 2 februari beleven.

'Een dag duurt het, niet langer. Ik geef toe: Máxima zal zorgen voor een aanzienlijk grotere populariteit van het vorstenhuis, het volk is dankbaar, omdat ze voor hun soap even niet afhankelijk zijn van de buis, maar zich een echte soap voltrekt op straat. Maar dat duurt maar even.

'Het is waar, er bindt ons weinig. Maar of het koninklijk huis in de leemte voorziet? Ik betwijfel het, u moet die sentimenten niet overschatten. Ik heb mijn kinderen jaren geleden eens een hele rijksdaalder beloofd als ze een couplet van het Wilhelmus foutloos konden opzeggen. Dat konden ze niet. Dat kan nog vrijwel niemand.

'De historicus Herman Beliën heeft een aantal boekjes geschreven onder de titel De geschiedenis in een notendop. In een van die boekjes stelt hij ook die vraag: wat bindt ons nog als Nederlanders? Hij heeft een overtuigend antwoord: Johan Cruijff.'

Het leven moet nog gedragen kunnen worden. De mythe van de monarchie beschermt ons tegen de kille berekeningen van het alledaagse bestaan.

'Goed, laten we even eerlijk zijn tegen elkaar: hebben wij dat koningshuis allebei nodig om in deze technocratische wereld overeind te blijven?'

Wij niet, maar wij hoeven de behoeften van anderen toch niet te veroordelen?

'U praat een beetje als meneer Bagehot, de negentiende-eeuwse Engelse econoom die een standaardwerk heeft geschreven over de constitutionele monarchie. Bagehot zei: in onze staatsinrichting is het politieke bedrijf laag-bij-de-gronds, maar de monarchie verhult dat en geeft er glans aan.

'Tegen elkaar zeggen wij: wat een kinderlijk sprookje. Want wij zijn oud, wijs en cynisch. Maar veel mensen hebben in onze hoogmoedige visie die staat nog niet bereikt, die hebben nog een sprookje nodig. Ik wil aannemen dat het zal gelden voor een aantal mensen. Maar laten we dan ook eerlijk zijn en erkennen dat we het niet over de inrichting van onze democratie hebben, maar over een bijdrage aan de soapindustrie. Zo kijken we tenslotte ook naar Goede tijden slechte tijden: mensen hebben behoefte aan dat soort vertroosting.'

Toch blijft de vraag: wat hou je over aan nationale identiteit?

'Nou ja, dat is inderdaad nog maar heel bescheiden. Maar we zouden ons gevoel van eigenwaarde ook moeten kunnen ontlenen aan andere dingen dan aan voetbal of het koningshuis.'

We leven in een koud heelal.

'Dat is zo.'

Het zijn uw eigen woorden.

'Ik weet het.'

En dan ineens is er Máxima, het bewijs dat God bestaat en het goed met ons voorheeft.

'Oké, dat begrijp ik. Maar als we het zo willen zien, moeten we ons met z'n allen om de buis scharen, het Wilhelmus over ons heen laten komen, het sprookje volledig consumeren. En erkennen dat de monarchie opium is voor het volk.'

Als dat zelfverkozen is, bij ons volle verstand, zie ik de bezwaren niet.

'Als u dokter was, zou u veel placebo's voorschrijven, geloof ik. Het is maar beter dat u geen dokter bent.'

Tot uw dienst, maar toch: is het geen verarming als gebeurt wat u bepleit?

'Het ligt eraan wat in de plaats komt van het sprookje, van de soap. Als daarvoor in de plaats komt het besef dat er veel mis is in de wereld en dat je vanuit een rijke samenleving daar wat aan kunt doen - we dóen er ook veel aan, boven in Ke nia: Nederlandse dokters, diep in Zuid-Afri ka: Neder landse dokters, op Java: Neder landse dok ters - als dat daarvoor in de plaats komt, als we uit overtuiging, uit idealisme bijdragen aan een betere wereld, zullen we die nationale sentimenten heus niet missen.'

Wat gaat u doen op 2 februari?

'Ik zal vast wel tv gaan kijken. En eens nadenken over de vraag wie onze president zou moeten zijn als het zover is. En als Max van der Stoel het dan onverwacht en onverhoopt niet goed zou doen, dan nemen we na vier jaar gewoon Hans van Mierlo. Toch?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.