Architectonische harmonieleer ging vóór babymelk

De theorieën van monnik en architect Dom van der Laan mogen inmiddels wereldwijd op belangstelling rekenen, de kerken van zijn volgeling Jan de Jong (1917-2001) zijn een heel ander lot beschoren....

In het Brabantse dorp Odiliapeel is de kerk nog belangrijk. 'Hebt u onze website al bezocht?', reageert pastor Pieter Bougie op de vraag naar de overlevingskansen van het gebouw: 'www.odiliapeel.com? Daar zijn foto's te zien en je kunt er zelfs een rondleiding maken. De secularisatie dringt hier in het dorp wel door maar de mensen willen hun kerk niet kwijt.'

Sinds een jaar staat de kerk van de Heilige Kruisvinding (1959), een ontwerp van architect Jan de Jong uit Schaijk, op de gemeentelijke monumentenlijst van Uden. Hoewel er van de 2000 parochianen, de voltallige bevolking van Odiliapeel, per week slechts zo'n 250 mensen naar de mis gaan, is de kerk nog altijd het hart van het dorp. Uitvaarten, huwelijken, jubilea worden hier gehouden. Een enkele keer een orgelconcert.

Daarnaast is het gebouw ontdekt als trekpleister voor architectuurliefhebbers. Want Jan de Jong (1917-2001) was een nauwe geestverwant van Dom Hans van der Laan, de Benedictijner monnik die zijn lange kloosterleven wijdde aan een zoektocht naar de grondbeginselen van de architectuur. Terwijl de boeken van Van der Laan de laatste jaren wereldwijd bekendheid krijgen en ook zijn weinige bouwwerken sinds kort internationaal als meesterwerken worden herkend, dreigt een deel van de nalatenschap van Jan de Jong onder de slopershamer te verdwijnen. Op dit moment geldt dat voor zowel de Willibrordkerk in Almelo (1967) als voor de Benedictuskerk in Rijswijk (ZH, 1958).

Dat past uiteraard binnen de recent door bisdommen gepropageerde filosofie dat het beter is kerken af te breken dan ze een wereldse bestemming te geven. Maar hiermee worden nu wel een paar gebouwen bedreigd die getuigen van een uniek gedachtegoed.

De theorie van Van der Laan (1904-1991) is niet in enkele woorden uit te leggen. Simpel gezegd komt het er op neer dat hij zocht naar universele wetmatigheden voor architectuur die op de menselijke beleving is afgestemd. Ofwel: hij zocht naar een architectonische harmonieleer, gebaseerd op driedimensionale maten. Juist kerken vormden zijn liefste oefenmateriaal omdat deze, volgens hem, geen andere functie hebben dan 'ruimte bieden'.

Jan de Jong leerde Van der Laan eind jaren veertig kennen toen de monnik, op verzoek van de bisschop, een aantal lezingen hield over kerkenbouw. Deze lezingen inspireerden zoveel Brabantse architecten dat voor hun gezamenlijke oeuvre de benaming 'Bossche School' in zwang kwam. Ook op Jan de Jong maakte de Benedictijner kloosterling een overdonderende invloed. Hij was in die tijd al een praktiserend architect maar besloot, door de invloed van Van der Laan, in 1953 met zijn bureau te stoppen. Volgden vier jaar van bezinning, tot zijn gezin, met drie kleine kinderen, zelfs geen geld meer had voor babymelk. In 1957 begon hij daarom opnieuw een bureau maar nu uitsluitend om vanuit de inzichten van Van der Laan te ontwerpen.

Van der Laan en De Jong waren zoekers. De Jong had ook grote invloed op de pater. Hij bouwde letterlijk aan de theorie die de pater in de jaren vijftig en zestig nog bezig was te formuleren.

Bouwwerken van De Jong zijn vooral te vinden in het zuiden van het land. Veel raadhuizen en scholen, ook woningbouw en kloosters. Steeds duidelijker bleek dat De Jong ook een uitgesproken talent had voor stedenbouw. De kerk in Odiliapeel bijvoorbeeld dankt daaraan haar unieke indeling, met een subtiele verdraaiing van het interieur, waardoor hij alle kanten bij de omgeving past.

Van de circa tien kerken die De Jong realiseerde, dreigen nu twee unieke te worden gesloopt. Zo is de Rijswijkse Benedictuskerk volstrekt verschillend van Van der Laans kloosterkerk in Vaals. Weliswaar heeft ook De Jong zijn kerk uitsluitend ingericht met basale elementen maar niet met lange, regelmatige kolommenrijen. Integendeel: hij richtte de kerk in als een plein, met altaar, biechtstoelen en doopvont als zelfstandige elementen. En stedenbouwkundig geeft de kerk dankzij zijn hoge, vrije toren, maat aan de hele Rijswijkse buurt.

De Willibrordkerk in Almelo is een rijp voorbeeld van de harmonie die De Jong eind jaren zestig bereikte. Uniek is hier dat zich op de wanden een 72 meter lange schildering bevindt van Théodore Strawinsky (1907-1989), zoon van de componist, die het ritme van de architectuur versterkt.

Zowel in Almelo als Rijswijk zijn de argumenten voor sloop uitsluitend gebaseerd op economische motieven. Brabantse kerken van De Jong die behouden blijven, tonen aan dat het ook anders kan. Zo is de Majellakerk in Gemert inmiddels gedeeltelijk in gebruik als bibliotheek, terwijl kerken in Eindhoven en Breda worden gebruikt als kantoor en gymnastiekzaal. Functies die kunnen worden verwijderd, zodra de wereld weer oog krijgt voor de universele waarden van deze architectuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden