‘Architecten moeten oplossingen aandragen’

Hoe om te gaan met de verstedelijking is het hoofdonderwerp van de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam. ‘De politiek heeft nog geen begin van een antwoord geformuleerd.’..

Een van de onderdelen van Open City, de centrale tentoonstelling van de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam, is gewijd aan de woningbouw in de voormalige Sovjet-Unie. Vijftig miljoen standaardappartementen verrezen er vanaf het midden van de jaren vijftig tot aan de val van de Muur. Als grauwe woningblokken zijn ze vaak getoond, als het toppunt van de uniformering van de mens onder het communisme. Maar volgens Open City is een herwaardering nodig van de massaproductie van woningen. Rehabiliteert de Biënnale het socialistische regime? Back to the USSR?

Collective, zoals de minitentoonstelling op de derde verdieping van het Nederlands Architectuur Instituut (NAI) heet, is een van de onorthodoxe denkwijzen waarmee de Biënnale het probleem van de steeds maar toenemende verstedelijking in de wereld te lijf wil gaan. De curator Kees Christiaanse en zijn subcuratoren zoeken de oplossingen niet in het rijke Westen, maar juist daar waar de problemen het grootst zijn. Christiaanse: ‘Massaproductie zoals die in Sovjet-Rusland bestond, hoeft niet per se een slechte zaak te zijn, als je het combineert met verschillende groottes van bouwterreinen, zoals we dat in het Westen voorstaan. We zullen er niet aan ontkomen.’

Ook Paraisópolis wordt in Open City belicht, met zijn 60 duizend inwoners een van de grootste favela’s, krottenwijken, van São Paulo. Hoewel, krottenwijk? In nauwe samenwerking met de bewoners legt de overheid er alsnog een degelijke infrastructuur aan. Het kan een voorbeeld zijn voor Jakarta, zo’n andere volgens de Biënnale ‘informele stad’ die aan de orde komt in het NAI, het hart van de Biënnale.

Hoe worden steden (weer) divers, levendig en sociaal duurzaam en hoe blijven ze dat, en welke rol kunnen architecten en stedenbouwers daarbij spelen. Dat is volgens directeur George Brugmans van de Biënnale de kernvraag van de vierde editie. ‘Als driekwart van de mensheid over veertig jaar in steden woont, zoals het er nu naar uitziet, betekent dat een enorme verandering. De verhouding tussen stad en staat zal veranderen, steden worden in sommige opzichten belangrijker dan landen. Maar de politiek heeft nog geen begin van een antwoord geformuleerd.’

Brugmans pakt er een blaadje bij en tekent een grafiek die de bevolkingsontwikkeling van Istanbul aangeeft. De lijn blijft min of meer horizontaal tot in de jaren vijftig. Dan schiet hij bijna verticaal omhoog. ‘De stad had in 1955 ruim een miljoen inwoners. Nu zijn dat er 16 miljoen. Daar kan noch de politiek, noch de markt tegenop bouwen, dat plan je niet. En zo gaat het in grote delen van de wereld.’ Tijd dus voor nieuwe visies en het slechten van taboes en vooroordelen.

In het dagelijks leven is curator Kees Christiaanse een van de vier partners van het architecten- en stedenbouwkundig bureau KCAP, met kantoren in Rotterdam en Zürich. Hij is net terug uit de Russische stad Perm, tot 1989 een uitermate gesloten stad vanwege de vele strategische industrieën en de gevangenenkampen, de goelags, die er waren gevestigd. Nu adviseert KCAP de gouverneur en de burgemeester over het aantrekkelijker en ‘opener’ maken van de stad. Het bureau van Christiaanse is ook nauw betrokken bij de stedenbouwkundige opzet van de Olympische wijk in Londen, die na de Spelen een goed werk- en woongebied moet worden.

Architecten pakken steeds vaker stedenbouwkundige projecten aan. Vroeger was de discipline vooral het domein van stedenbouwkundigen die zich richtten op functionele opgaven – waar komen de winkels, waar de woningen, waar de fabrieken. In de jaren zeventig waren de verkeerskundigen invloedrijk.

Nu kijken architecten naar een goede verdeling van de ruimte, met een architectonisch oog. ‘Alle goede stedenbouwkundige ontwerpen komen van architecten’, zegt Christiaanse. ‘Denk maar aan Berlage met zijn Plan Zuid voor Amsterdam.’

Omdat hij zich ook sterk richt op stedenbouw, en bovendien professor is aan de Technische Hogeschool in Zürich, werd Christiaanse gevraagd als curator van de Biënnale. Volgens de architect is het ideaal van de stad als melting pot achterhaald. ‘Vroeger wilden we in een straat het liefst een Nederlander, een Surinamer en Turk als buren. Dat was het sociale optimum. Ik zie nu veel meer straten en gebieden ontstaan met bijvoorbeeld alleen maar Turken. Er ontstaan verschillende communities, en dat is helemaal niet erg. Als Nederlander ga je daar je boodschappen doen. Het is aan ons, architecten en stedenbouwers, om ervoor te zorgen dat die verschillende gemeenschappen elkaar in goede openbare ruimtes kunnen ontmoeten.’

Christiaanse heeft voor de centrale hal van het NAI de Meerpaal in Dronten (1966-1967) als voorbeeld gekozen, van de in 1999 overleden architect Frank van Klingeren. De Meerpaal was een multifunctioneel centrum waarin de activiteiten nauwelijks van elkaar gescheiden waren. Theater, sport, televisieopnamen, alles moest er liefst tegelijkertijd plaatshebben, vond Van Klingeren. Zo zouden de gebruikers elkaar ontmoeten, en zou er ‘wrijving’ ontstaan, en communicatie.

Naar de centrale hal van het NAI is een nieuwe brug aangelegd, die de bezoeker rechtstreeks in de Open City brengt, waar boekhandel, horeca, presentaties, lezingen en debat de ruimte delen. ‘Het ideaal van Van Klingeren bleek in de praktijk niet te werken’, zegt Christiaanse. ‘Natuurlijk waren er klachten over geluidshinder, natuurlijk volgden er verbouwingen. Maar zijn model voor een open stad blijft inspirerend.’

De verdeeldheid van de stedelijke samenleving is een steeds terugkerende zorg in de stedenbouw, zegt Brugmans. ‘Wij willen onderzoeken wat daar aan te doen valt. We zijn een echte researchbiënnale, we maken onderzoek mogelijk in binnen- en buitenland, en van dat onderzoek zie je hier de weerslag.’ Het betekent dat veel van de bijdragen afkomstig zijn van stedenbouwkundigen, sociologen en kunstenaars. En hoewel in naam een architectuurmanifestatie, blijft de Biënnale zich de komende jaren vooral op stedenbouw richten, zegt Brugmans. ‘Er zijn al zoveel aan architectuur in de striktere zin van het woord gewijde biënnales, hiermee onderscheidt Rotterdam zich.’

De Biënnale lijkt een paradox in zich te bergen: de groei van de steden gaat zo hard, dat niemand er greep op lijkt te hebben, ook architecten niet. Tegelijkertijd heeft de Biënnale zich verbonden aan concrete bouwprojecten in een aantal steden, zoals São Paulo, maar ook in Rotterdam. ‘De kernvraag is wat je wél kunt doen’, zegt Brugmans. ‘Vaak zijn dat kleine, acupunctuurachtige ingrepen. Architecten zouden zich veel meer multidisciplinair moeten opstellen, en zich beter met de politiek moeten verstaan. Politici worden nu eenmaal makkelijker gekozen als ze problemen aankaarten in plaats van oplossingen. Je scoort op dit moment goed als je inspeelt op de angst voor de ander of voor prachtwijken. Ondertussen is de stad de laatste decennia veel te veel overgelaten aan de markt. Overheid en architecten moeten de regie weer in handen zien te krijgen. Architecten moeten oplossingen aandragen. Daar wordt tijdens de Biënnale over nagedacht.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden