Architect tussen modder en mythe

De kapotte staat van Amsterdam na de oorlog en de enorme gelaagdheid van Jakarta liggen aan de basis van zijn fascinatie voor de stad....

DIE OCHTEND is Rem Koolhaas teruggekeerd uit New York. Tien dagen weggeweest van kantoor. De opening van zijn expositie in het prestigieuze Museum of Modern Art (MoMa) 'bleek op zichzelf een ontroerende ervaring'. Hij schuwt het persoonlijke.

In 1978 publiceerde hij Delirious New York, zijn ode aan Manhattan en aan de Cultuur van de Congestie; nu is er 'het wel aangename gevoel' dat zijn verhaal ook in New York zelf wordt begrepen en gewaardeerd.

Een flauwe glimlach. De blik gericht op het raam, op het water van de Maas met het Noordereiland daarachter. Hij oogt bleek, maar toont geen vermoeidheid.

Zijn carrière neemt een hoge vlucht. Lange tijd gold Koolhaas, vooral in Nederland, als een papieren architect. Veel plannen, weinig stenen. Zijn radicale architectuur kreeg hier weinig kans. Koolhaas was vooral goed voor de discussie over de vernieuwing in de architectuur. Opdrachten waren schaars tot in het begin van de jaren tachtig. Hij is bezeten van zijn vak en geniaal, maar wat koop je daarvoor - dat is eigenlijk altijd de stemming geweest rond Rem Koolhaas.

Een zekere doorbraak bereikte hij in 1987 met de bouw van het Danstheater aan het Spui in Den Haag. Eind jaren tachtig won Koolhaas twee belangrijke internationale prijsvragen op rij. Hij bouwde de Kunsthal in Rotterdam, een wooncomplex in het Japanse Fukuoka, en zojuist voltooide hij zijn grootste theaterstuk tot nu toe, Euralille, het nieuwe Lille, Europees knooppunt van TGV-verbindingen.

De laatste Nederlandse architect die vóór Koolhaas tot het MoMa wist door te dringen was Oud. In 1932. The New York Times, Harpers Bazar, Vogue en der Spiegel schreven de laatste weken over Koolhaas en zijn werk.

Hij zucht. 'De toegenomen belangstelling voor de architectuur is voor de architect op zichzelf een ramp, want hij heeft daardoor minder tijd voor de architectuur. Dit is met mij heel duidelijk het geval.'

Koolhaas geeft zelden interviews. Een interview is een vorm van oponthoud. Maar hij ontvangt met geduld en voorkomendheid. 'Is je al iets te drinken aangeboden?'

Hij is 50, geboren in 1944 in Rotterdam, zoon van de schrijver Anton Koolhaas. Hij spreekt met een fluwelen stem. Wat niet betekent dat hij de situatie niet beheerst. Op de zevende verdieping van het kantoorgebouw in Rotterdam bevindt zich het Office for Metropolitan Architecture (OMA). Koolhaas heeft het bureau in 1975 opgericht. Zijn kamer is sober. Het is een ruimte die met een schuifdeur is afgescheiden van de grote tekenkamers. Er staat een tafel, een telefoon, twee stoelen. Uitzicht op de Willemsbrug.

Van de oorspronkelijke uitgave van Delirious New York zijn alleen antiquarisch nog exemplaren te koop. Ze doen duizend gulden en meer. Juist deze week is bij uitgeverij 010 een nieuwe versie verschenen.

Het wordt in het voorjaar gevolgd door een nieuw boek van Koolhaas dat al lang geleden is aangekondigd en nu eindelijk gereed is: S,M,L,XL. Essays en projecten van de laatste twintig jaar op schaal geordend, van een villa in Parijs tot de urbanisatie van Lille. Het is een jongensboek: de avonturen van Rem Koolhaas in de grote wereld van de architectuur. Van waarnemingen over de Japanse bedrijfscultuur tot zijn eerste ervaringen, in 1971, met de Berlijnse Muur ('The Wall was heartbreakingly beautiful'). S,M,L,XL is zijn persoonlijke geschiedenis, op tal van manieren verteld: in strips, in dagboekvorm, in essays, in sprookjes, in 1376 bladzijden, met 1250 illustraties, OMA's eigen oude testament.

In de marge van de linkerpagina's is door Koolhaas een woordenlijst samengesteld. De lijst gaat van A tot Z en loopt door het hele boek.

Busy staat er dan, met als verklarende tekst: I have no time.

Weer die flauwe glimlach. 'Architectuur is een bijzonder tijdverslindende activiteit. Dat ik geen tijd heb komt onder meer doordat ik veel tijd investeer in architectuur. Voor architectuur heb ik wel tijd. Ik ben bijvoorbeeld de afgelopen vijf jaar elke week één dag in Lille geweest. Ik heb geen week overgeslagen. Ik heb een boek geschreven. Voor het boek ben ik bij elkaar drie maanden in Toronto geweest. Ik heb weinig tijd omdat ik tijd neem voor de dingen die ik belangrijk vind.'

Work: I like work. It fascinates me. I can sit and look at it for hours.

'Ik ben door een weloverwogen beslissing in de architectuur gegaan. Voor die tijd heb ik andere beroepen gedaan. Ik denk dat ik mede daardoor tegenover de architectuur een fundamentele scepsis heb behouden. Eerlijk gezegd ben ik nogal agressief in het verdedigen van andere aspecten van mijn leven. Ik loop hard, ik loop iedere dag vijf kilometer hard. Ik lees. Of ik doe niets.

'Ik kan heel goed niets doen. Ik kan ontzettend veel plezier ontlenen aan het niets doen. Ik kan moeiteloos drie weken lang helemaal niets doen.

'Misschien ben ik wel zó bezeten van mijn vak dat ik er ook berekenend in ben. Wanneer ik mijzelf niet toesta om er van tijd tot tijd even uit te stappen, weet ik dat de animo en de mentale inzet voor het vak achteruitgaan.'

Anonymous: I would like to be anonymous the way the twelfth century architects and designers of Romanesque churches were anonymous.

'Het is geen citaat van mij, maar ik kan me er wel iets bij voorstellen. Als wij met OMA dezelfde rol zouden kunnen spelen met minder nadruk op mijn persoon zou ik dat onvoorstelbaar veel aantrekkelijker vinden. De energie die de vertegenwoordiging naar buiten kost, de letterlijk professionele plicht waartoe die is uitgegroeid, is natuurlijk verontrustend.

'Ik heb een aantal interviews moeten geven vanwege de tentoonstelling in MoMa. Het kost waanzinnig veel tijd en je moet heel zorgvuldig waarheid en onwaarheid doseren en zorgen dat je niet te veel van je echte aura afstaat. Je moet een soort fictief wezen bedenken dat aan de ene kant de behoefte aan interesse in de persoon bevredigt en aan de andere kant je werkelijke persoonlijkheid veilig stelt.'

Absence: the most beautiful is not to be present.

'Ik heb inderdaad een grote weerzin tegen het al te persoonlijk en het al te nadrukkelijk aanwezig zijn. Ik heb een grote voorliefde voor een soort abstractie, voor neutraliteit. Nog verder doorgezet uit het zich in scepsis over wat architectuur kan doen. Vaak heb ik het idee dat onder bepaalde omstandigheden afwezigheid van architectuur een overtuigender optie is dan aanwezigheid.'

Maar hij is toch veel te beroemd voor anonimiteit en afwezigheid? Beseft hij dat hij op weg is een mythe te worden?

Koolhaas: 'Ik ben verweven met duizenden tegenstrijdige krachten, ik leef in tal van werelden tegelijk. De helft van de week heb ik modder aan mijn schoenen, sta ik op de bouwplaats. Kan jij niet zeggen. Het betekent bijna per definitie een idiote relativering van alles.

'Ik probeer zo min mogelijk medewerking te verlenen aan

mythevorming. Ik probeer een zekere complexiteit te blijven uitstralen, waarvan ik hoop dat die voorbarige kristallisatie vermijdt. Ik ben tegenstrijdig. Het boek dat in het voorjaar uitkomt, moet je ook zien als een poging om

mythevorming te doen ontploffen. Er staan veel dingen in die moeilijk met de mythe zijn te verenigen. Omdat ze te alledaags zijn, te banaal.'

ER STAAN statistieken en grafieken in het boek, steil oplopende grafieken van het aantal door R. Koolhaas over de wereld afgelegde kilometers, van het aantal nachten door R. Koolhaas in hotels ergens ter wereld doorgebracht. Herkennen we daar niet de waarachtige kosmopoliet die kantoor houdt in Rotterdam, woont in Londen en de wereld tot zijn werkterrein rekent?

Koolhaas: 'Dat is absoluut niet de bedoeling en het is heel naïef om jaloers te zijn op iemand die ettelijke nachten in hotels doorbrengt. Het is niet romantisch. Het is volkomen onromantisch. Ons werk groeit in het buitenland sneller dan in Nederland. Die kilometers staan daar eerder als een gebergte van weerzin dan als een trotse uiting van kosmopolitisch gedrag. De bedoeling van die grafieken is de dwaze escalatie te laten zien in de mobiliteit waartoe wij verplicht zijn.

'Ik denk dat in ieder geval een gedeelte van mijn leven begrepen moet worden als een zich onttrekken aan beperkingen. Mythe is beperking. Mythe legt je vast. Het leidt uiteindelijk tot stilstand in de ideeënvorming. Daarom zeg ik dat ik hoop dat het boek de mythe zal doen exploderen. In het boek staan mijn tegenstrijdigheden.

'Ik geloof dat mijn generatie van architecten niet bezig is met dat schaakspel van ego's. We zijn veel meer gericht op samenwerking, we hebben onderlinge affiniteit. Daardoor kunnen we vermijden dat we door de buitenwereld uit elkaar worden gerukt als eenlingen.'

Maar is het wel een gunstige tijd voor saamhorigheid? Is het niet veel meer een glorietijd van egocentrische helden?

Koolhaas: 'Ik denk dat we allemaal gezien hebben wat terecht is gekomen van de meeste helden uit de recente tijd en dat we daar onze conclusies uit hebben getrokken. Namen zijn niet interessant. Er is een aantal Amerikaanse architecten domweg afgebrand, er is een aantal Italiaanse architecten afgebrand en op de vuilnishoop terechtgekomen. Ik ken architecten die weigeren op de televisie te verschijnen. Dat is verstandig. Ik ben er zelf ook heel zuinig mee.'

Rem Koolhaas is de architect van de Groszstadt. Waar is zijn fascinatie voor de stad begonnen?

'Ik ben over het algemeen slecht in het verklaren van mijn eigen karakter, maar ik denk dat mijn belangstelling paradoxaal genoeg teruggaat op de situatie in Amsterdam direct na de oorlog. Ik woonde in de buurt van de Gerrit van der Veenstraat, de sporen van de oorlog waren daar volop zichtbaar. Het gaf een interessant beeld van de stad. Het gaf de stad een soort geïntensiveerde aanwezigheid, alleen al doordat je hem ook zag in zijn kapotte staat, in zijn ingewanden. Je zag hem heel en kapot in één kader. Achteraf denk ik dat die beelden van Rotterdam voor mij heel belangrijk zijn geweest.

'En verder was er Jakarta. Ons gezin woonde van '52 tot '56 in Jakarta, kort nadat Indonesië onafhankelijk was geworden. Ik geloof dat Jakarta in die tijd al drie miljoen inwoners telde. De stad kende ongelooflijk veel lagen en snelheden, er bestond een fantastische confrontatie tussen planning en chaos. Ik denk dat ook die indrukken mij sterk beïnvloed hebben.'

Zijn generatie heeft de stad herontdekt. De generatie die in de jaren zestig studeerde, ontwikkelde een gedocumenteerde weerzin tegen het nieuwe en een al evenzeer gedocumenteerde bewondering voor de bestaande stad. Wat er volgens hem mis ging, was dat men zichzelf de pas afsneed. Vanuit weerzin viel aan de nieuwe stad geen bijdrage van betekenis te leveren.

Hij zegt: 'Vanaf 1969 heb ik de Bijlmer verdedigd. Ik heb er altijd op gewezen dat het onverstandig is om hele stukken van de stad te veroordelen tot een soort foutheid. Wie grote stukken van de stad fout verklaart, schept een groot probleem. Het leidt tot een keten van misgrepen.

'Een wijk wordt fout en erg gemaakt als de initiële beslissing om die wijk te bouwen niet wordt ondersteund in de loop van het proces, maar integendeel de centrale overheid zelf die beslissing systematisch gaat ondermijnen. Ik ben erbij geweest toen wethouder Van der Vlis in het openbaar opmerkte: mensen die in de Bijlmer wonen, zijn gek. Hoe fnuikend is het voor een wijk als de eigen wethouder een deel van de bevolking voor gek verklaart?'

Jakarta greep hem aan vanwege de planning te midden van de chaos. En omgekeerd. Maar over Tokyo schrijft hij: the vastness and shamelessness of its ugliness.

Koolhaas: 'Met ugliness wil ik helemaal niet zeggen dat het niet mooi is. Wij komen allemaal uit culturen waar kwaliteit eigenlijk alleen maar te pruimen is als die min of meer gelijkmatig verdeeld is. Misschien komt het voort uit onze democratische instelling. We willen van zo veel mogelijk zo goed mogelijk en zo mooi mogelijk.

'In Aziatische culturen wordt wat dit betreft radicaal anders gedacht. Ik geloof dat men daar uitstekend kan leven met schoonheid als een geïsoleerd en zelden voorkomend fenomeen. Ik geloof ook dat men tegelijk een enorm incasseringsvermogen heeft voor ugliness of voor omstandigheden die niet speciaal lelijk zijn, maar die niets zijn. Gewoon niets. Ik bedoel, er zijn in Tokyo een heleboel gebouwen die geen enkele articulatie hebben, geen enkele bedoeling, geen enkele pretentie. Ze hebben geen enkele wil, ze zijn alleen maar. Ze zijn enkel en alleen container.

'Dat heeft ook iets bevrijdends. Je wordt even niet lastig gevallen door al die oordelen. Je hoeft even niets te vinden. Ik denk dat het een heel subtiele, economische wijze van beschouwen is die je gedachten vrij maakt voor andere dingen.'

Tokyo is in meer opzichten leerzaam. Er is amper samenhangende infrastructuur en de afwezigheid hiervan biedt in de visie van Koolhaas grote mogelijkheden. Het vermogen tot improviseren is daardoor in wezen onbeperkt.

HIJ ZEGT: 'Alles is op iedere plek mogelijk. Het leidt ertoe dat je een stad krijgt die op sommige plekken nog achttiende- en negentiende-eeuws is, die daar uit houten huisjes bestaat, met pal daarnaast een snelweg of een modern kantoorcomplex.

'Het hele idee van compositie, van samenhang is daar opgeheven, en niettemin functioneert de stad. Het grote voordeel is dat anders dan in westerse steden in een metropool als Tokyo nog gigantische vrijheden voor het oprapen liggen. In mijn hevige interesse voor vrijheden is dat een zeer aantrekkelijk fenomeen.

'Een stad als Parijs is naar mijn gevoel de laatste vijf jaar veranderd in een soort Disneyland, opgepoetst tot een artificiële creatie, nog steeds ongelooflijk mooi, maar tegelijk opgemaakt en opgebaard. Van Londen is de identiteit veel minder vastgelegd. Je ziet die stad steeds robuuster en steviger worden, hij biedt steeds meer weerstand.

'Hoe sterker de identiteit, hoe minder gemakkelijk het is om de stad levend te houden. Ik denk dat je in Europa zult zien dat bepaalde steden gereserveerd worden voor toeristische lawines. Ze zullen slijtage ondervinden, om die slijtage tegen te gaan zullen ze gerestaureerd worden. En omdat ze steeds meer gerestaureerd worden zullen ze steeds meer vervalst worden.'

Het lijkt wel alsof Koolhaas zich bij de Nederlandse architectuur nooit erg betrokken heeft gevoeld. Het hoeft geen dédain te zijn, een andere oriëntatie kan ook. Carel Weeber, de voorzitter van de architectenbond BNA, constateerde onlangs angst onder de Nederlandse architecten. Hij zei: de architectuur in Nederland zit in het defensief.

Koolhaas: 'Ik denk dat Nederland nogal een genadeloos land is voor architecten. Het is heel moeilijk een zekere mate van autonomie te ontwikkelen ten opzichte van de opdrachtgever. Het is moeilijk een eigen mening, een eigen positie, laat staan een kritische houding overeind te houden. Ik denk dat het een van de redenen is waarom de architectuur in Nederland zich bedreigd voelt.

'Daar komt een groot financieel probleem bij. Structureel zijn de budgetten te laag. De architectuur moet opdraaien voor de gierigheid van anderen. Ik denk dat in Nederland onuitgesproken de opvatting bestaat dat de architect de lakei is van degene die over de financiële macht beschikt.

'Ik moet er meteen bij zeggen dat ik zelf in Nederland een aantal enorme kansen heb gehad. Ik denk dat de Kunsthal echt een heel radicaal gebouw is. Het heeft een radicaliteit die volgens mij in het buitenland niet zo gemakkelijk te realiseren is.'

Juist in het binnenland is de kritiek op de radicaliteit van zijn bouwwerken nooit van de lucht geweest. Met name het gebrek aan detaillering is een terugkerende klacht. En steeds is het verhaal: Koolhaas volstaat met een conceptie, de rest interesseert hem niet.

Hij zegt: 'Oké, er was een tijd, in het begin van de jaren tachtig, dat ik al wel bekend was, maar geen ervaring had. We hebben toen dingen gedaan die amateuristisch waren. Ik denk dat in die tijd kritiek terecht was, hoewel je misschien de vraag erbij moet stellen of het wel zo creatief was om zo hard in te hakken op wat wij toen deden.'

De architectuurcritici Ids Haagsma en Hilde de Haan schreven in de Volkskrant over zijn woningbouwcomplex aan het IJ-plein in Amsterdam: 'Een groots gebaar, zelfverzekerd.' Maar over de afwerking meldden zij: 'Hautaine minachting voor de gebruikers.'

Koolhaas: 'Ik hoef toch niet de kritiek van een criticus te gaan verklaren? Laat ik dit zeggen: het hele idee van minachting is lachwekkend. Als je veertig avonden in het buurthuis hebt doorgebracht met de inspraakgroepen, dan heb je alleen al vanwege die activiteit je achting bewezen.

'We zijn de laatste vijf, zes jaar in een veel bewustere fase beland. Veel meer dan vroeger kunnen we nu wat we willen. Ik geloof dat we daardoor een aantal van onze critici overtuigd hebben. We pretenderen niet dat we gemiddelde architecten zijn. Dus pretenderen we ook niet dat iedereen van ons moet genieten. Ik vind met name de Kunsthal bijzonder goed geslaagd in zijn detaillering, juist omdat daar nadrukkelijke slimmigheden zijn weggelaten.'

Het publiek kan de ingang nauwelijks vinden.

Koolhaas: 'Ik kan me niet voorstellen dat iemand met een IQ van honderd de ingang niet kan vinden. Het is bovendien een gebouw met meerdere ingangen.'

Hij heeft in Nederland drie keer naast grote opdrachten gegrepen: de nieuwbouw van de Tweede Kamer, het Haagse stadhuis en het Architectuurinstituut in Rotterdam. Hij voelt zich niet tekortgedaan. 'Ik zie er geen dramatische complotten achter.'

Voor het Haagse stadhuis werd uiteindelijk gekozen voor het ontwerp van de Amerikaan Richard Meier. 'Een volkomen legitieme afweging', noemt hij het.

Over het ontwerp van OMA voor de nieuwe Tweede Kamer zegt hij: 'Het was duidelijk, dat ons ontwerp als schokkend werd ervaren. Eerlijk gezegd was het op dat moment ook een behoorlijk radicaal ontwerp. Ik kan me dus voorstellen dat er hard op werd gereageerd, omdat het ontwerp ook een zekere hardheid had.'

Wat zijn we mild en genuanceerd.

Koolhaas: 'Iedereen wil dat je een driftkikker bent of iemand die geen tijd heeft. Het is ontzettend lastig op het ogenblik om genuanceerd te zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden