Architect Aldo van Eyck laat belangrijk oeuvre na

Aldo van Eyck, van de naoorlogse Nederlandse architecten internationaal de meest gerenommeerde, is dood. In de nacht van woensdag op donderdag overleed hij op 80-jarige leeftijd aan een hartstilstand....

Van onze verslaggever

Jaap Huisman

AMSTERDAM

Het laatste gebouw van Aldo en zijn vrouw Hannie van Eyck, met wie hij jaren samen een bureau dreef, is de nieuwbouw van de Algemene Rekenkamer in Den Haag, zijn enige overheidsopdracht. Toen hij zijn maquette voorlegde aan een commissie van deskundigen en als kritiek kreeg dat het vier miljoen te duur zou uitvallen, antwoordde hij: 'Dan haal je er toch gewoon een verdieping van af.'

Hij stond bekend als een humaan architect, met oog voor de gebruiker. Pleitte ervoor dat een sneeuwbui van kinderspeelplaatsen zou neerdalen over het dichtbebouwde hart van Amsterdam, want architectuur stond wat hem betreft niet gelijk met bouwen, maar ook met ruimte scheppen. Hij ijverde voor een mentaliteit, een persoonlijke sfeer. Een lastige, eigenzinnige man soms. Maakte zich druk over kleur en details. Over de Xenos-rijstpapieren lampen in zijn futuristische Estec-complex te Noordwijk: 'Die blijmoedigheid wil ik, los van de gemoedstoestand van wie of wat dan ook, als kenmerk van een gebouw zien en dus als nieuwe doelstelling van de architectuur aanbevelen.'

Op een symposium over de bestemming van Zonnestraal in Hilversum in het stadhuis aldaar, vijf jaar geleden, stond hij op uit het publiek en barstte los in een emotionele rede over het belang van het sanatorium, monument van de arbeidersbeweging en exemplarisch voor studenten. Dat mocht niet verloren gaan, dat moest een voorbeeld voor het nageslacht blijven. Hij kon het probleem invoelen.

Zijn eigen Burgerweeshuis, in 1960 opgeleverd, was in 1987 door een actie van collega Herman Hertzberger ternauwernood van de sloop gered. En toen het sloopgevaar was afgewend, pakte hij het potlood weer op en transformeerde het platte kashba-landschap dat eens onderdak had geboden aan kinderen en op hun maat was gebouwd, tot een academie met kantoren.

Als zoon van de dichter P. van Eyck werd hem een poëtische manier van bouwen toegeschreven. In interviews bevestigde hij dat beeld. Uit 1995: 'Als ik Lucebert, Claus of Judith Herzberg lees, dan weet ik weer wat ruimte is; een muur, een deur, een raam, een dak.'

Zie ook pagina 8

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden