ARCHEOLOGIE VAN DE ONTREDDERING

HET zou niet in mijn hoofd opkomen de memoires van een Spaanse oud-minister te lezen, als deze oud-minister niet Jorge Semprun heette en ooit de Autobiografie van Federico Sanchez had geschreven....

Nog als jongen was hij balling, na de overwinning van Franco in de Spaanse burgeroorlog. In Frankrijk in het verzet, daarna gevangene in het concentratiekamp Buchenwald. In de jaren vijftig leider van de communistische ondergrondse in Spanje, maar in 1964 als revisionist uit de leiding van de Spaanse communistische partij gestoten.

Schrijver van schitterende filmscenario's en romans. Van 1988 tot 1991 minister van Cultuur in de sociaal-democratische regering van Felipe Gonzalez. Ontslagen omdat hij - zelf partijloos - de corruptie van de Spaanse socialistische partij niet met de mantel der liefde wilde bedekken. Wat een leven.

Semprun is als politicus noch als schrijver bang om alleen te staan, maar probeert wel te achterhalen welke collectieve ervaringen beslissend zijn voor de tijd waarin hij leeft. Federico Sanchez was Sempruns schuilnaam in de illegaliteit van de Franco-periode. In een 'autobiografie' van dit, als het ware van hem afgesplitste personage ging de schrijver in 1978, ziek van verdriet en woedend op zichzelf, een genadeloze confrontatie aan met zijn communistische geschiedenis.

Het werk werd nooit in het Nederlands gepubliceerd, wat jammer is, want het is vele malen aangrijpender dan de onlangs wel in vertaling verschenen memoires Federico Sanchez groet U. Daarin maakt hij soms een zelfgenoegzame indruk, maar dat geldt zeker niet voor zijn poging opnieuw 'het geheim van het communisme' te doorgronden.

Dragers van dat geheim zijn Sempruns vroegere communistische metgezellen en gezellinnen: toegewijd, ruimhartig, beminnelijk, ontwikkeld. 'Wie niet begrijpt', schrijft hij, 'hoe zoveel toewijding en persoonlijke grootmoedigheid de afschuwelijkste, moorddadigste waanzin van deze eeuw hebben kunnen voortbrengen, zal nooit het geheim van het communisme doorgronden.'

Het geheim schuilt in de onbaatzuchtigheid en onkreukbaarheid van de illegale strijders - eigenschappen waarnaar het vergeefs zoeken is in de regerende politieke formaties. 'En dit is waarschijnlijk prehistorie', schrijft Semprun, 'waarschijnlijk heb ik het over de archeologie van de huidige ontreddering.'

Volgens hem heeft de democratie geen toekomst 'indien men niet het roodgloeiende ijzer van een uit onverbiddelijke tederheid gesmede herinnering drukt op deze cruciale ervaring van onze eeuw.' Wat Semprun blijkbaar mist, is de politieke saamhorigheid die hem ooit verwarmde. Dat is verleden tijd.

De actualiteit is dat de bureaucraten in de Spaanse socialistische partij niets anders begeren dan de 'troebele of schitterende realiteit van de macht': erebaantjes, privileges, sleutelposten in het bestuurlijke apparaat. De Spaanse sociaal-democratie wordt door de oud-minister beschreven als 'het gecompliceerde netwerk van corruptie, vriendjespolitiek en arrogantie'.

Het is waarachtig of je Bart Tromp hoort over de ongecontroleerde oligarchie en de vriendjespolitiek die volgens hem de Partij van de Arbeid doen verloederen. Tromp mist dan misschien niet zozeer saamhorigheid als wel afdoende democratische procedures, maar zijn kritiek lijkt te zijn ingegeven door hunkering naar een partij die haar historische rol op het politieke toneel blijft spelen, zelfs als vast staat dat een modern publiek zich daar inmiddels verveeld, onverschillig of gedesillusioneerd van afwendt.

Ook wat Tromp zegt behoort tot de archeologie van de ontreddering. De partij waar hij naar terugverlangt moet worden gesitueerd in het verleden en evenals Semprun rest hem weinig anders dan daar het roodgloeiende ijzer van zijn herinnering op te drukken.

Zonder al te veel overdrijving zou je kunnen zeggen dat Felix Rottenberg, op wie Tromps kritiek zich richt, geen voorzitter meer is van een politieke partij, maar hoogstens hoofdredacteur van een faxblaadje. En tweede voorzitter Ruud Vreeman verzucht, als hij op een muur van achterdocht stuit: 'Men snakt naar herkenning en emotie. Hadden we Koos Vorrink nog maar...'

Pre-historie. Misschien heeft Semprun met zijn herinnering aan politieke toewijding en onderlinge genegenheid helemaal niet speciaal het geheim van het communisme ontraadseld, maar is zijn observatie algemener van toepassing. De saamhorigheid, het idealisme, het wij-gevoel, waren geen exclusief communistisch verschijnsel. In hun traditionele, historische verschijningsvorm hebben ook veel andere partijen zich overleefd.

Zij zijn, om C. Klop van het wetenschappelijk bureau van het CDA te citeren, 'verworden tot de afdeling personeelszaken van de overheid'. En geen warm bad meer, geen veilig huis, geen maatschappelijke, emancipatoire en vormende organisaties van gelijkgezinden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden