Archeologen en hun ongelukkige graafreflex

Historisch bodemerfgoed blijft het beste bewaard op de plaats waar het wordt gevonden: in de bodem. Archeologen zouden minder snel moeten toegeven aan hun neiging alles op te graven. Bouw er desnoods gewoon overheen.

Het was een opmerkelijke vondst, vorig jaar in het hart van Nijmegen: onder Plein 1944 lagen de fundamenten van een laat-middeleeuwse stadstoren en resten van een dubbele stadsmuur. In Nederland had, voor zover bekend, alleen Deventer ook zo'n dubbele bescherming. De restanten waren een aanwijzing dat Nijmegen in de late Middeleeuwen een belangrijke stad was geweest.


Zo'n zeldzame vondst zou bewaard moeten blijven, vond ook wethouder Hannie Kunst van cultuurhistorie. Op de plaats van de toren stond de ingang van een nieuwe parkeergarage gepland, maar daar kon vast iets op verzonnen worden.


Het liep anders. Aanpassing van de bestaande plannen was duur en daarom zijn toren en muren verwijderd van het plein om plaats te maken voor de parkeergarage. Mogelijk keert een deel van de vondsten terug, maar niet op de oorspronkelijke locatie.


Het besluit leidde tot boze reacties: uitgerekend Nijmegen, dat zich trots presenteert als de oudste stad van Nederland, offerde zoiets bijzonders op.


In het verleden waren er vaker zeldzame vondsten gesloopt, maar nu was er het Europese Verdrag van Malta, waarin is vastgelegd dat bij bouwprojecten rekening moet worden gehouden met archeologisch materiaal in de bodem. Het verdrag werd al in 1992 gesloten maar pas sinds 2007 is de Nederlandse uitwerking ervan officieel van kracht: de Wet op de archeologische monumentenzorg. De eerste vier jaren van die wet worden momenteel geëvalueerd. Staatssecretaris Zijlstra laat de Tweede Kamer een dezer dagen weten hoe hij over de resultaten denkt.


Een van de doelen van 'Malta' is om zoveel mogelijk materiaal in de grond te laten zitten. Opgraven is vernietigen, want er gaat altijd informatie verloren als overblijfselen uit hun context worden gehaald. Als het even kan, moeten archeologen de bodem met rust laten.


Toch zijn de Nijmeegse stadsmuren en toren verwijderd. En in Venlo moest een andere middeleeuwse muur wijken. Deze was 250 meter lang en hier en daar maar liefst 6 meter hoog. De sloop gebeurde in 2005 (op basis van oudere afspraken met de Rijksdienst voor Archeologie), dus voor de invoering van de nieuwe wet, maar ook toen hoorde de gemeente al te handelen in de geest van Malta.


Zichtbaar

'We hebben ervan geleerd', zegt Maarten Dolmans, gemeente-archeoloog van Venlo. 'We maken nu plannen voor een nieuw stadion op een plaats waar resten liggen van Fort Sint-Michiel, dat in de zeventiende eeuw door de Spanjaarden is gebouwd. Die resten willen we behouden en opnemen in de bouwplannen. Ze moeten hier en daar zichtbaar worden voor het publiek.'


Het Venlose fort lijkt dus veilig maar een deel van de Nederlandse archeologen waarschuwt dat er nog steeds materiaal onnodig uit de bodem wordt gehaald. En misschien komt dat - paradoxaal genoeg - juist dóór Malta.


Deskundigen zijn het erover eens dat het verdrag veel goeds heeft gebracht. Vernietiging van archeologisch erfgoed is niet meer aan de orde van de dag, gevallen als in Nijmegen en Venlo daargelaten. Er worden veel meer opgravingen gedaan dan ooit tevoren en de kans dat belangrijke sporen ongezien verdwijnen is stukken kleiner geworden. Bovendien zijn er de afgelopen jaren bijzondere vondsten gedaan, variërend van sporen van 9.000 jaar oude bewoning op de Tweede Maasvlakte tot een Romeins castellum in de Utrechtse wijk Leidsche Rijn en een massagraf vol paarden uit de 16de of 17de eeuw.


Maar de meeste vondsten zijn alledaagser en dat roept de vraag op of alle opgravingen die nu plaatsvinden echt nodig zijn. Hoeveel overblijfselen van middeleeuwse bewoning moeten in kaart worden gebracht, hoeveel Romeinse crematieresten en hoeveel sporen van steentijdkampementen?


René Isarin, zelfstandig archeologisch adviseur, is een van de kenners die vinden dat het minder kan. Volgens hem geeft een deel van de archeologen te vaak toe aan hun graafreflex, die ze overhouden aan hun opleiding: 'We zouden meer moeten bewaren voor ons nageslacht, want anders moet dat leven in een wereld zonder erfgoed in de omgeving.' In de grond blijft materiaal meestal prima behouden, stelt hij, ook als er overheen wordt gebouwd. 'Zelfs een heipaal door een vindplaats hoeft geen groot probleem te zijn.'


Bovendien vallen er in de toekomst betere technieken te verwachten, zegt Isarin: technieken die meer van een vindplaats overlaten bijvoorbeeld, en betere dateringsmethoden. Hoe meer materiaal we nu in de grond laten zitten, hoe meer kennis archeologen er dan uit kunnen halen.


Plank

Archeologen kunnen het daarom wat rustiger aan doen en meer tijd nemen om syntheses te schrijven, vindt Isarin. 'Er is veel kennis beschikbaar in rapporten waar niemand naar kijkt. Waarschijnlijk wordt er gegraven naar informatie die al lang op de plank ligt.'


Tom Hazenberg, ook adviseur, valt hem daarin bij. 'Ik doe onder andere onderzoek voor particulieren en overheden die al die opgravingen moeten betalen. Volgens de wet is dat degene die de bodem verstoort. Die krijg ik vaak niet uitgelegd dat al die opgravingen echt nodig zijn. Er is al zoveel, denken zij, en ik begrijp dat. Er gebeuren enorm veel onderzoeken waarvan je nooit meer iets hoort.' Hazenbergs bureau adviseert gericht te graven naar resten die lacunes in kennis opvullen: 'Zo krijgen burgers en wetenschappers zinnige en aantrekkelijke archeologie.'


Het lastige aan de discussie is dat niemand precies weet hoeveel er wordt gegraven en hoeveel er in de grond blijft. Bureau Rigo, dat in het kader van de evaluatie onderzocht hoe de archeologiewet in de praktijk werkt, schat dat 20 procent van de waardevolle vindplaatsen met rust wordt gelaten. Archeologisch Adviesbureau Raap turfde de eigen onderzoeken van de afgelopen vier jaar en trok een optimistischer conclusie: vier van de tien waardevolle vindplaatsen die het behandelt worden in de grond behouden. Mogelijk zijn die resultaten wel gekleurd doordat Raap zich sterk maakt voor behoud ter plekke.


Slimme gemeenten baten de resten die in hun bodem achterblijven uit. Erfgoed in het straatbeeld lokt toeristen die geld uitgeven. 'Archeologische vondsten trekken zelfs bewoners aan', zegt de Venlose archeoloog Dolmans: 'Mensen zijn trotser op hun buurt als ze weten dat er interessant materiaal in de grond zit. Als een opdrachtgever het handig aanpakt, kan hij investeringen om vondsten op hun plaats te behouden en zichtbaar te maken in veelvoud terugverdienen.'


BIJNA VERDWENEN

Onder een onopvallend veldje met sloten in het gehucht Waarder (gemeente Bodegraven-Reeuwijk) deed archeoloog Peter de Boer vorig jaar bij toeval een opmerkelijke ontdekking. In de bodem lagen resten van een 'waterburcht', een kasteel met een complex stelsel van sloten er omheen die aanstormende vijanden moesten afremmen. Rond 1150 is het kasteel verlaten, waardoor het niet verder is ontwikkeld zoals de meeste vergelijkbare burchten. Het is bevroren in de tijd en dat maakt het voor Nederland een uniek voorbeeld uit deze periode van grote landontginningen.

Als kastelenliefhebber De Boer niet bij familie in de buurt op bezoek was geweest, waar hem op plannen voor nieuwbouw op een deel van het veld werd gewezen, was dit deel van de burcht misschien nooit opgemerkt en waren er huizen op het landje gekomen. Een door de gemeente ingeschakelde adviseur dacht op basis van bureauonderzoek namelijk dat onder de grond een algemener type burcht lag, een 'mottekasteel'.

'Vanwege deze verkeerde vooronderstelling gebruikte het adviesbureau voor een vooronderzoek ter plekke een boormethode die te grof was om bijvoorbeeld de smalle sloten rond de burcht te vinden', zegt De Boer. 'Voor een gemeente is zo'n onderzoeksrapport niet inhoudelijk te beoordelen als er geen archeoloog in dienst is. Het is heel goed mogelijk dat zo bijzondere dingen verdwijnen.'

De gemeente Bodegraven-Reeuwijk zoekt nog uit wat ze met de waterburcht gaat doen. Voor de toekomst is afgesproken dat de gemeente gebruik kan maken van een regio-archeoloog die de milieudienst Midden-Holland begin 2012 heeft aangesteld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden