Arbeidswet blijft velen te star

De tijd, de energie, de ellende die de strijd over de duur van de pauze de afgelopen zes jaar heeft gekost....

Van onze verslaggever

Weert Schenk

AMSTERDAM

Vijftien jaar nadat TDV - met instemming van personeel en vakbonden en met overheidsvergunning - een dagelijkse pauze van twintig minuten had ingevoerd, eiste de Arbeidsinspectie in 1988 dat het bedrijf zich weer zou houden aan de Arbeidswet 1919. Dat betekende minimaal een half uur pauze, of tweemaal per dag een kwartier.

Volgens Hisken was tot die pauze van twintig minuten besloten om het werken op zaterdag te kunnen beëindigen. Het terugdraaien van die regeling betekent in het allerslechtste geval een omzetverlies van zestig tot honderd miljoen gulden. Vandaar dat TDV zich met hand en tand heeft verzet. Geen enkel overleg heeft geholpen. De zaak is nu voorgelegd aan de civiele rechter.

Het metaalbedrijf hoeft de hoop niet te vestigen op de nieuwe Arbeidstijdenwet, die de Tweede Kamer woensdag behandelt. Het wetsontwerp gunt de werkgevers de mogelijkheid hun personeel op flexibeler voorwaarden in te zetten. Maar de wet tornt niet aan de regeling van een half uur of twee maal vijftien minuten pauze.

De nieuwe Arbeidstijdenwet, ingediend door het vorige kabinet, versoepelt wèl andere regelingen. Zo zijn bedrijven voortaan vrij de werktijden te verlengen naar tien uur per dag. Ook mag een werkgever bepalen dat zonder vergunning vooraf, 's nachts, op zaterdag of incidenteel op zondag wordt gewerkt.

De huidige wet hanteert een uitgebreid vergunningenstelsel voor bedrijven die van de strikt genormeerde arbeidstijden willen afwijken. Er worden per jaar ongeveer vijftienduizend vergunningen afgegeven. De nieuwe wet is zo opgesteld dat de huidige vergunninghouders binnen de nieuwe wettelijke normen opereren en maakt zo een einde aan de rompslomp van de jaarlijkse afgifte van vergunningen.

Het wetsvoorstel komt tegemoet aan de roep om verder gaande flexibilisering van de arbeidsmarkt. Voor werkgevers is flexibel werken de toverformule om de concurrentie aan te kunnen. Dat heeft de afgelopen tijd echter tot botsingen met de werknemers geleid: winkelpersoneel protesteerde tegen verruiming van de openingstijden, werknemers in de metaalnijverheid voerden acties tegen werken op zaterdag en chauffeurs in het streekvervoer staakten tegen gebroken diensten.

Niettemin kan meer flexibilisering niet langer worden tegengehouden. Minister A. Melkert van Sociale Zaken vindt dat van werknemers in het algemeen mag worden geëist dat ze meewerken aan de flexibilisering van de werktijden. Daarover gaat het bij de behandeling van de Arbeidstijdenwet in de Kamer dan ook nauwelijks nog.

De discussie spitst zich onder meer toe op de definitie van nachtarbeid. In veel bedrijven beginnen diensten al voor zes uur 's morgens. Onder de huidige wet levert dat geen problemen op. De Arbeidstijdenwet noemt werk dat voor zessen aanvangt 'nachtarbeid' en stelt beperkingen aan het aantal diensten.

Namens bloemenveilingen, bewakingsdiensten en veel bedrijven in de industrie zegt de werkgeversorganisatie VNO-NCW dit te beschouwen als een achteruitgang. VNO-NCW vindt het ook te ver gaan dat in de nieuwe wet zondagsarbeid alleen mogelijk is als de werknemer daarmee akkoord gaat.

Van de PvdA was er verzet tegen de arbeidstijden van werknemers die zijn belast met de zorg voor kinderen of ouders. In het oorspronkelijke wetsvoorstel werd individuele werknemers geen mogelijkheid geboden een werkdag van langer dan negen uur of werken in het weekeinde te weigeren.

Melkert heeft daarna een nieuwe bepaling in het ontwerp opgenomen: werkgevers moeten bij het vaststellen van werktijden rekening houden met eventuele - onbetaalde - zorgtaken van werknemers. PvdA en CDA steunen deze wijzigingen. In de fracties van VVD en D66 heerst verdeeldheid.

Vanuit werkgeverskring is al furieus gereageerd op de 'zorgbepaling'. VNO-NCW vindt dat zorgtaken van werknemers niet behoren te worden geregeld in een arbeidstijdenwet. Voor de werkgevers is het onaanvaardbaar dat zij ook nog eens rekening moeten houden met 'andere verantwoordelijkheden' van werknemers, zoals studie, hobby, vrijwilligerswerk.

Het Werkgeversoverleg Podiumkunsten meent dat werknemers in de theater- en muzieksector niet zomaar thuis kunnen blijven voor een ziek kind. 'Als je King Lear speelt of eerste viool, kan dat niet', zegt secretaris R. Wolfensberger.

Wolfensberger meent dat de rusttijdenregeling in de wet in zijn branche niet kan worden uitgevoerd. Langdurige vergaderingen met ambtenaren van het ministerie van Sociale Zaken hebben echter niets opgeleverd. 'Sociale Zaken kent het leven van mensen in het theater en de technici niet. Die willen zelf doorgaan. Ze werken liever continu aan één produktie, dan dat ze om de andere dag verplicht plaats maken voor een tweede ploeg.'

Dat lijkt op wat het hoofd personeelszaken van metaalbedrijf TDV zegt: 'Iedereen hier is gelukkig met onze regeling van de pauzes. TNO heeft deze wetenschappelijk gefundeerd. Maar bij de Arbeidsinspectie en Sociale Zaken lopen we met de kop tegen de muur. We mogen de zaken zelf regelen, maar dan moeten ze ons ook de ruimte geven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.