PostuumDaniel Arap Moi

Arap Moi (95) was een baken van stabiliteit, maar eindigde als een wreed despoot

In de Koude Oorlog koos Arap Moi ondubbelzinnig voor het Westen. Dat kneep in ruil daarvoor een oogje toe toen deze Afrikaanse bondgenoot zich gaandeweg als een despoot begon te gedragen. Ondanks toenemende kritiek bleef Moi tot 2002 president van Kenia. Daarna slaagde hij, ondanks zware verdenkingen van miljardenfraude, erin uit handen van de justitie te blijven. Arap Moi werd 95.

Arap Moi steekt in 1989 het vuur aan onder een berg van in beslag genomen ivoor.Beeld Getty Images

De dood van de Keniaanse oud-president Daniel arap Moi (95) dinsdag heeft wereldwijd tot gemengde reacties geleid. Voor het westen was Moi, die regeerde van 1978 tot 2002, een baken van stabiliteit in het woelige Afrika, vooral tijdens de Koude Oorlog. Volgens zijn critici was Moi een wrede dictator die tegenstanders oppakte en martelde en Kenia met economisch wanbeleid, corruptie en zelfverrijking de afgrond in stortte.

In Kenia gingen de vlaggen dinsdag echter halfstok en de Keniaanse president Uhuru Kenyatta die zijn dood bekendmaakte, prees Moi voor zijn ‘toewijding en diensten’ en stelde dat het land daarmee ‘gezegend’ is geweest. Kenyatta had dan ook een speciale band met Moi die als vice-president diende onder zijn vader Yomo Kenyatta: de eerste president van Kenia na de onafhankelijkheid van de Britten in 1963.

Moi nam het stokje over van Yomo Kenyatta toen deze in 1978 overleed, en regeerde Kenia 24 jaar lang met steeds hardere hand. Aanvankelijk wist hij het volk voor zich te winnen door veel het land in te gaan, gratis melkprogramma’s op te zetten voor schoolkinderen, en met de beloftes eenheid in het land te creëren en een einde te maken aan corruptie. Hij won sympathie met zijn verzorgde uiterlijk – er stak altijd een roos uit het knoopsgat van zijn colbert – en zijn bescheiden afkomst als boerenzoon uit de Rift Valley, geboren in de etnische minderheidsgroep Kalenjin.

Moi studeerde aan de kweekschool, werd schoolhoofd en ging de lokale politiek in waar hij mede-oprichter werd van de Kenia Afrikaanse Democratische Unie (KADU). Zijn partij die de vele etnische volkeren van Kenia wilde verenigen, verloor het in 1960 echter van de KANU ( Kenia Afrikaanse Nationale Unie), de partij van Kenyatta die juist alleen de twee belangrijkste etnische groepen in Kenia, de Kikuyu en de Luo, vertegenwoordigde.

Toen het Sovjet-communisme steeds meer voet aan de grond kreeg in Afrika, koos Moi welbewust voor het Westen. Hij verwelkomde talloze westerse leiders, waaronder Margaret Thatcher, George Bush jr. en Paus Johannes Paulus II en wist miljoenen aan ontwikkelingshulp binnen te halen. Ook ontwikkelde hij Kenia met zijn wildparken tot toeristische bestemming. In eigen land wist het volk echter nauwelijks te profiteren van de positieve ontwikkelingen.

Zijn bewind verhardde na een mislukte militaire coup in 1982. Hij voerde een eenpartijstaat in en tegenstanders werd de mond gesnoerd. Hij controleerde de media en de rechterlijke macht, en hij sloot scholen en universiteiten die hem niet bevielen. De onderdrukking werd met de jaren erger; duizenden tegenstanders werden opgesloten, gemarteld en gedood. Vanuit het buitenland kwam steeds meer kritiek op de grove mensenschendingen. Toen de Sovjet-dreiging wegviel en er een einde kwam aan de Koude Oorlog, lieten de Verenigde Staten hem vallen als ‘despoot’, en stopten met ontwikkelingshulp.

Onder druk van de internationale gemeenschap voerde Moi in 1992 weer een meerpartijenstelsel in, maar hij won ook de daaropvolgende twee verkiezingen, in 1992 en 1997. Vermoed werd dat de uitslagen waren gemanipuleerd en de oppositie geïntimideerd. Pas in 2002 trad hij af, omdat zijn limiet er volgens de grondwet op zat.

Na zijn aftreden kwam pas de volle omvang van de mensenrechtenschendingen, het economisch wanbeleid, de vriendjespolitiek en de zelfverrijking aan het licht. Uit onderzoek bleek later dat hij zeker 4 miljard dollar in eigen en bevriende zakken had gestoken. De zogeheten Goldenberg-affaire, waarbij de centrale bank een miljard dollar aan subsidies bleek te hebben betaald aan een niet-bestaand bedrijf voor de export van goud en diamanten, ging de geschiedenis in als het grootste corruptieschandaal in Kenia ooit. Na 14 jaar onderzoek zijn de meeste betrokkenen zoals de bankdirecteur en de minister aangeklaagd voor fraude, maar oud-president Moi werd nooit vervolgd, ondanks het feit dat in 2003 nog een miljard aan verdwenen dollars op overzeese bankrekeningen werd aangetroffen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden