ARAG-directeur Paul Heuperman gekant tegen opheffing procesmonopolie Krachtige lobby advocatuur houdt concurrentie beperkt

De advocaat moet meer concurrentie krijgen zonder dat de kwaliteit van de rechtshulp daar onder lijdt, zo was het voornemen van de ministers Wijers (Economische Zaken) en Sorgdrager (Justitie)....

Van onze verslaggever

Fokke Obbema

LEUSDEN

Een botsing in het verkeer, een huurder die zich verzet tegen een huuraanpassing, een groenteboer die af wil van zijn hulpje in de zaak, of een uit de hand gelopen conflict over de boeking van een vakantiereis: jaarlijks komen er 40 duizend meldingen van klein maatschappelijk leed bij rechtsbijstandverzekeraar ARAG binnen. In iets minder dan de helft van de gevallen is afhandeling door een jurist noodzakelijk en dient de vraag zich aan: kunnen de ARAG-juristen de zaak afhandelen of moet er een advocatenkantoor aan te pas komen?

In de wereld van rechtsbijstandverzekering maakt het antwoord op die vraag veelal het verschil uit tussen winst of verlies. De rekeningen die advocaten plegen te sturen, worden op verzekeringskantoren doorgaans met afgrijzen ontvangen. Onvoorspelbaar, maar altijd te hoog, luidt de doorsnee-opvatting.

Vandaar dat de verzekeringsbranche zich flink heeft bemoeid met het debat over de vraag hoe de advocatuur meer concurrentie kon worden aangedaan. Afschaffing van het procesmonopolie van de advocatuur, luidde de radicale kreet van het Verbond van Verzekeraars. In dat geval zouden de eigen juristen de advocatuur geheel kunnen passeren en zelf, zo nodig, in de rechtszaal kunnen pleiten. Zo zou er aanzienlijk kunnen worden bespaard en consumenten konden er zelfs wellicht iets van terugzien in de vorm van lagere premies. Met dat standpunt bevond de verzekeringsbranche zich, bien étonné de se trouver ensemble, in één kamp met de FNV en de Consumentenbond.

Maar een gesloten front vormden de verzekeraars niet. ARAG, met een premie-omzet van 70 miljoen gulden goed voor een kwart van de markt, lag dwars. Paul Heuperman, de 39-jarige algemeen directeur, trad zelfs uit het bestuur van de rechtsbijstandtak van het Verbond van Verzekeraars, omdat hij het oneens was met zijn branchegenoten en koos de kant van de advocatuur, die uiteraard voor handhaving van de verplichte procesvertegenwoordiging was. Het rapport-Cohen onderschrijft dat: juristen van rechtsbijstandverzekeraars moeten eerst advocaat worden, voordat zij mogen optreden in een proces.

Dat ARAG er een afwijkende visie op nahield, verbaast niet. Sinds het bedrijf zich begin jaren zestig in Nederland vestigde, geldt het als een vreemde eend in de bijt. De Allgemeine Rechtsschutz AG werd opgezet door de Duitse broers Fassbender. Die beide advocaten, tevens eigenaren van een tractorenfabriek, hadden ontdekt dat de Duitse verzekeringsbranche niet inspeelde op de behoefte van particulieren om hun juridische kosten af te dekken. Zij begonnen in Düsseldorf en openden in 1962 een kantoortje in Nederland. Inmiddels is de ARAG Groep met een premie-inkomen van 2,5 miljard gulden de grootste rechtsbijstandverzekeraar van Europa. De aandelen zijn nog altijd in handen van de familie Fassbender.

Het Duitse familiebedrijf concurreert op de Nederlandse markt vooral met bedrijven die tot de grote verzekeringsconcerns kunnen worden gerekend. Marktleider is het Amsterdamse DAS, dat in handen is van onder meer Stad Rotterdam en De Amersfoortsche. Op de derde plaats, na ARAG, komt het Zoetermeerse SRK; een samenwerkingsverband van een vijftiental grote verzekeraars, onder wie Nationale-Nederlanden en Aegon.

Dat SRK maar een bescheiden marktaandeel van circa 15 procent heeft, geeft aan dat de grote verzekeraars traditioneel maar weinig op hebben met rechtsbijstandverzekering. Riskant en onvoorspelbaar, is de gangbare mening in de verzekeringswereld; de twee elementen bij uitstek die verzekeraars uit hun bedrijfsvoering trachten te weren. De juridische kosten van een bedrijf zijn te moeilijk te voorspellen, luidt de gangbare visie.

Dat er in die opvatting een kern van waarheid zit, heeft ook ARAG tot zijn schade ondervonden. Vanaf 1962 tot 1986 was het bedrijf gestaag doorgegroeid tot een premie-inkomen van 30 miljoen gulden, die hoofdzakelijk te danken was aan de consumentenmarkt en kleine bedrijven. Halverwege de jaren tachtig brachten de tussenpersonen van ARAG steeds grotere klanten aan. Ook bedrijven met een miljardenomzet bleken zich graag te willen verzekeren tegen hun juridische kosten. Zij bleken bereid vet ogende premies van wel anderhalve ton te betalen.

In de euforie van de jaren tachtig ging de toenmalige ARAG-directie daar op in, zij het wat minder dan de branchegenoten. 'Dat is dramatisch mis gegaan. Wij hebben minder harde klappen gekregen dan DAS, maar het heeft ook bij ons geleid tot een enorme schadelastontwikkeling. Met een paar flinke claims schiet je resultaat sterk naar beneden, vooral omdat je alleen maar rechtsbijstand doet. Als het fout gaat, dan gaat het goed fout.'

Zelf kwam hij in 1991 bij ARAG. Eerder was hij, na zijn rechtenstudie in Utrecht, als advocaat werkzaam geweest in Sneek en was hij in dienst van verzekeraar Delta Lloyd, laatstelijk als adjunct-directeur bij het schadebedrijf. Pikant is dat hij bij dat grote concern verantwoordelijk was voor het afstoten van de rechtsbijstand-portefeuille. 'Die had daar jarenlang tot irritatie geleid, ook vanwege de hoge advocatenkosten.'

Met die hoge declaraties van zijn vroegere beroepsgenoten werd Heuperman ook bij ARAG geconfronteerd. De crisis die door het te riskante beleid van de jaren tachtig was veroorzaakt, ziekte lang door. Het bedrijfsresultaat liep gestaag terug. In 1993 werd besloten schoon schip te maken: er werd een verlies van bijna zes miljoen gulden voor belasting genomen. Een belangrijke bijdrage aan dat negatieve resultaat leverde de stijging van de advocatenkosten.

'Wij betaalden in dat jaar ruim 16 miljoen gulden aan advocatenkantoren, aanzienlijk meer dan in voorgaande jaren. Dat moest ingrijpend veranderen.' Het klassieke antwoord in zo'n geval was het terugdringen van het aantal uit te besteden zaken. Heuperman gooide het over een andere boeg en zocht zijn heil in de kwantumkorting: 'Wij zijn met advocatenkantoren vaste contracten gaan sluiten, waarbij we hen een bepaald aantal zaken per jaar garanderen. Dat biedt hen het voordeel van een vaste inkomstenstroom, terwijl wij van tevoren weten hoeveel de advocatuur ons gaat kosten.'

ARAG heeft in de afgelopen twee jaar een landelijk netwerk van middelgrote advocatenkantoren opgebouwd, waarmee dergelijke volumecontracten zijn afgesloten. Om de kosten per zaak in de hand te houden, treedt ARAG 'sturend' op: 'Voor het gros van onze zaken geldt dat een advocaat met drie tot vijf jaar ervaring het werk kan doen. Dan vragen we het advocatenkantoor ook om zo iemand op de zaak te zetten.'

De methode blijkt te werken: betaalde ARAG in 1993 nog ruim 11 duizend gulden per dossier, dit jaar zal dat bedrag zijn teruggebracht tot 3500 gulden. Het bedrijfsresultaat weerspiegelt die verbetering. In plaats van het verlies van bijna zes miljoen over 1993, zal de winst voor belasting dit jaar circa 1,5 miljoen gulden bedragen, zo verwacht Heuperman.

Na de opbouw van zijn advocatenkantoren-netwerk voelde hij er uiteraard niets voor zich in het debat voorafgaand aan het rapport-Cohen aan de kant van zijn branchegenoten te scharen, die de frontale confrontatie met de advocatuur zochten met hun pleidooi voor opheffing van het procesmonopolie van advocaten.

Heuperman is daar ook om een principiële reden tegenstander van. 'Ik heb er geen probleem mee dat bijvoorbeeld medewerkers van een Bureau voor Rechtshulp het werk van een advocaat kunnen overnemen. Zij werken voor een non-profit-instelling, die het algemeen belang dient. En dat geldt in zekere zin ook voor de juristen van consumentenorganisaties. Maar bij commerciële organisaties moet je oppassen.'

De jurist die in loondienst is bij een rechtsbijstandverzekeraar, is per definitie niet onafhankelijk. Dat levert problemen op bij een dagelijks voorkomende belangentegenstelling: de verzekeraar wil een schikking treffen om de kosten in de hand te houden, maar de verzekerde wil zijn gelijk halen en doorprocederen.

In het rapport-Cohen wordt gesproken over een 'professioneel statuut' dat voor een dergelijk belangenconflict moet gaan gelden. Uitgangspunt daarbij is dat de verzekerde vrij moet zijn en ook voor een andere jurist dan die van de verzekeraar moet kunnen kiezen. Of dat statuut in de praktijk ook zal werken, betwijfelt Heuperman. 'Het professionele statuut is een wat gekunstelde constructie die in de praktijk wel eens gemakkelijk een loze kreet kan blijken te zijn.'

Advocaten zullen na het rapport-Cohen niet wakker liggen vanwege hun nieuwe concurrenten. Het rapport, waarvan de strekking door het kabinet is onderschreven, stelt strenge eisen aan bedrijfsjuristen die de strijd met de advocatuur willen aanbinden. Onder meer moeten zij de opleiding tot advocaat volgen.'De advocatuur heeft fantastisch gelobbied', concludeert Heuperman.

In de praktijk verwacht hij niet de dramatische verandering in de hoogte van de advocatenkosten, waar zijn collega-verzekeraars op hopen. Hun voorspelling dat zij dank zij dit rapport 25 miljoen zouden kunnen besparen, wekt zijn hoon op. 'Dan gaan ze ervan uit dat ze voortaan alles zelf doen en niets meer aan advocatenkantoren uitbesteden. Dat is niet reëel.'

Zelf voelt hij zich tussen beide beroepsgroepen in staan. 'Ik ken beide werelden van binnenuit.' Dat de verzekeraars via een frontale aanval op de procesvertegenwoordiging geprobeerd hebben om de advocaten beentje te lichten, verbaast hem niet. 'De beroepsgroepen hebben ook wel eens getracht overleg met elkaar te voeren: een delegatie van de Orde van Advocaten in gesprek met het Verbond van Verzekeraars. Dat leidde tot niets, de discussie werd alleen maar emotioneel gevoerd.'

Hij brengt dat in verband met het minderwaardigheidsgevoel dat de verzekeraar ten opzichte van de advocaat voelt. 'Wanneer je aan kinderen vraagt, wat ze willen worden, zullen ze wel het beroep van advocaat noemen, maar nooit dat van verzekeraar. Ook uit onderzoek onder volwassenen blijkt dat de advocaat in hoger aanzien staat. In debat met een advocaat reageert een verzekeraar vanuit die underdog-positie.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden