Arafat toont zich een kleine leider

Critici van de Israëlische premier Barak hebben ongelijk wanneer ze hem verwijten in het vredesproces te snel te hebben gehandeld....

Yoel Marcus

SINDS de zenuwslopende periode die voorafging aan de Zesdaagse Oorlog van 1967, is de Israëlische bevolking niet meer in zo'n geestestoestand geweest als nu - een mengeling van depressiviteit, angst en wanhoop. De Wet van Murphy (Alles wat fout kan gaan, gaat fout) is hier in alle opzichten van toepassing.

Hetzelfde leger dat in 1976 zeventig gijzelaars bevrijdde in Entebbe, zo'n 2000 kilometer van Israël verwijderd, moest nu toezien hoe slechts één meter van de grens drie van haar soldaten werden ontvoerd. Hetzelfde leger dat in de Zesdaagse Oorlog de Sinaï-woestijn, de Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook en de Golan Hoogvlakte veroverde, zet nu tanks en helikopters in om een enkele legerpost in Gush Katif te beschermen. En dan hebben we het nog niet gehad over de verstoorde Arabisch-Israëlische betrekkingen in Israël zelf.

Wat de huidige situatie extra zorgwekkend maakt, is dat dezelfde leider die onze harten met zo veel hoop vervulde, nu op een uiterst dun koord balanceert. Zoals hij van deadline naar deadline snelt, het ene ultimatum op het andere laat volgen, doet hij me denken aan de grap over Hershele, een mythologische figuur in de Oost-Europese joodse folklore.

Op een dag komt Hershele een herberg binnen en laat de herbergier met bulderende stem weten dat als hij niet onmiddellijk gratis te eten krijgt, hij zal doen wat zijn vader altijd deed. De herbergier kruipt ineen van angst en brengt Hershele het heerlijkste eten dat denkbaar is. Als Hershele zijn maal heeft verorberd, vraagt de herbergier met angstige stem: 'Zou u mij alstublieft willen vertellen wat uw vader deed als hij om een maaltijd vroeg en niets kreeg?' Waarop Hershele antwoordt: 'Hij ging met honger naar bed.'

Ultimatums van het soort dat Barak een paar dagen geleden uitvaardigde, kunnen maar één keer worden gebruikt. Gebeurt het vaker dan zullen zij alleen in grappen voortleven.

Er is op Barak veel aan te merken, op zijn persoonlijkheid, op zijn vervreemding van het politieke systeem, op zijn neiging alles op eigen houtje te doen en op nog veel meer tekortkomingen. Maar waar het nu om gaat is dat Barak heeft gehandeld zoals iedere verantwoordelijke leider in vergelijkbare omstandigheden zou doen. Zijn vastbeslotenheid een vredesregeling te bereiken, kwam voor een staat die er naar snakt de vruchten te plukken van de mondialisering en de florerende wereldeconomie, op het juiste moment.

De tijd begon tegen Israël te werken omdat in de nieuwe wereldorde er steeds meer verzet komt tegen de bezetting van vreemd grondgebied, genocide en de onderdrukking van naties die strijden voor hun vrijheid. In deze nieuwe wereldorde stellen supermogendheden alles in het werk om oplaaiende branden als gevolg van religieuze conflicten zo snel mogelijk te blussen, omdat, wanneer dit wordt nagelaten, het conflict zich over landsgrenzen en zelfs continenten kan gaan verspreiden.

Hier komt nog bij dat de Israëli's zelf een vreesaanjagende mix vormen met aan de ene kant mensen die schoon genoeg hebben van oorlog en niet veel meer kunnen hebben, en aan de andere kant ultranationalisten die, wanneer zij aan de macht zouden komen, ervoor zouden zorgen dat Israël in een permanente staat van oorlog verkeert.

Als het gaat om het tonen van leiderschap in het Midden-Oosten symboliseerde Barak gedurende enige tijd het licht aan het einde van de tunnel. Maar in de ultieme test - zijn krachtmeting met de voorzitter van de Palestijnse Autoriteit, Yasser Arafat - stelde de laatste vreselijk teleur. Er zijn mensen die vinden dat Barak te snel is geweest en te veel tegelijk wilde. Niettemin is het gelijk aan zijn kant en niet aan die van zijn critici. De interim-akkoorden waren het maximaal haalbare, maar toch kan Arafat nog steeds niet de moed opbrengen die nodig is om een einde te maken aan het Palestijns-Israëlische conflict.

Arafat heeft in het verleden al meerdere malen laten zien er een gewelddadige puinhoop van te kunnen maken, maar niet het flauwste idee te hebben hoe hij daar weer een eind aan moet maken. Voor deze karaktertrek heeft hij een hoge prijs moeten betalen. Jordanië slachtte zijn troepen af en dwong hem in ballingschap te gaan; en vervolgens werd hij Libanon uitgegooid. Later leek zijn cynische steun aan Irak en de bezetting van Koeweit in de aanloop naar de Golfoorlog, hem voorgoed van het historische toneel doen verdwijnen. Hij werd uiteindelijk gered door de Oslo-akkoorden.

Nu hij opnieuw zijn toevlucht zoekt tot geweld in plaats van in te gaan op de voorstellen van president Clinton, zet Arafat de hele regio in brand en doet dat zo goed dat er straks niet een Israëli meer over is die nog vrede met hem wil sluiten of zelfs maar wil geloven dat hij in vrede is geïnteresseerd.

Aan het eind van deze maand komt de Knesset opnieuw bijeen. Als op dat moment het geweld de plaats heeft ingenomen van het gesprek, zijn er twee mogelijkheden. Of er komt een regering van nationale eenheid of Barak wordt gewipt. Arafat, de grote orchestrator van de dood van Palestijnse kinderen, gedraagt zich als een kleine leider voor wie vrede een te grote kwestie is.

Helaas is dit de partner waarmee we het moeten doen, en voor Arafat is Barak de eerste en laatste mogelijkheid om een onafhankelijke, internationaal erkende Palestijnse staat op bijna het hele grondgebied van de Westelijke Jordaanoever te verwezenlijken.

Deze twee partners zullen hoe dan ook tot overeenstemming moeten zien te komen, want andere opties zijn er niet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden