‘Arabische nomaden laten ons niet terugkeren’

De door de Arabische milities verjaagde Afrikanen willen graag terug naar hun dorpen in de Sudanese regio Darfur. Maar de Arabische nomaden hebben de schaarse grond ingenomen....

De wiskundeboeken liggen te rotten in de modder. Naast het schoolbord is nog een jolige afscheidsgroet van een vroegere leerling te lezen. Daarboven is enkel de blauwe lucht te zien. Het dak van het klaslokaal is, net als de ramen en deuren van deze middelbare school, gesloopt en geroofd. Zoals van meer gebouwen in deze geplunderde stad.

Kulaykili ligt in het zuidoosten van de Sudanese provincie Darfur. Vorig jaar kwamen er ‘de duivels op paarden’, zoals de Arabische milities, de Janjaweed worden genoemd. Samen met regeringssoldaten in terreinauto’s, zo zeggen de vroegere bewoners, vernielden ze de stad en joegen ze de inwoners op de vlucht.

Zoals Ibrahim Adam. Hij is een Afrikaanse boer en had zijn velden rond Kulyakili. Adam pakt zijn gewaad vast: ‘De kleren die we aanhadden, dat was het enige dat we konden meenemen.’ Vier dagen lang liep hij westwaarts, samen met zijn familie, van wie hij nog altijd vier leden mist. Tot zij aankwamen in Gereida, in een kamp voor ontheemden.

In Gereida zitten ongeveer 40 duizend verjaagde Sudanezen. De meesten van hen zijn afkomstig uit het gebied ten oosten van dit dorp. Dankzij hulporganisaties als het Nederlandse ZOA hebben zij een tent en wat te eten. Van aanvallen door de Janjaweed is al een paar maanden geen sprake meer. En dus willen de mensen terug.

Maar zal dit ook gebeuren? Het conflict in Darfur is vooral een conflict over het gebruik van het beschikbare land. De meeste Afrikaanse volken die er wonen zijnlandbouwers, die in nederzettingen leven. De meeste Arabieren zijn veehouders, die als nomadendoor het gebied trekken, van graasland naar graasland.

De strijd om de schaarse natuurlijke hulpbronnen is, net als elders in Afrika, al vele jaren oud. In 1988 waren het Arabieren, die dorpen van Afrikanen aanvielen. In 2003 waren het Afrikaanse rebellengroepen als het SLA die tegen de nomaden ten strijde trokken. Het grote verschil tussen beide data: dit keer beschikten beide partijen over vuurwapens. Het conflict escaleerde in een oorlog.

Daarbij ging het om Lebensraum, zoals Jan Pronk, de speciale VN-afgevaardigde voor Sudan het noemt. Veel kenners menen dat het de Arabisch-islamitische regering in Khartoem goed uitkwam dat Afrikaanse rebellen de wapens opnamen. Nu immers kon zij, samen met de Janjaweed, hard terugslaan. De etnische zuivering van Darfur was het gevolg.

Hoe succesvol die zuivering was, blijkt uit een rondgang in het drassige, moeilijk toegankelijke gebied ten oosten van Gereida, een van die streken waar de meer dan twee miljoen ontheemde Afrikanen van Darfur vandaan komen. Hun dorpen en stadjes zijn vernietigd en in brand gestoken. De Afrikaanse gids schudt het hoofd en zegt: ‘Hier is geen leven meer mogelijk.’

Het hangt er maar vanaf voor wie je spreekt. Bij sommige dorpen zie je letterlijk op een steenworp afstand het vee van de Arabische nomaden. Zij trekken door het gebied, op weg naar het noorden van Darfur. Jarenlang kenden zij moeizame onderhandelingen met de boeren, om doorgang te krijgen voor hun duizenden koeien, kamelen en geiten. Nu hebben zij er de vrije hand.

Zoals de familie van Mohammed Tahir. Zijn twee vrouwen zijn bezig de nomadententen op te zetten. Tahir ziet het tevreden aan, neemt een slok verse geitenmelk en zegt met een brede glimlach: ‘We hebben vrede hier.’ Dat klopt, maar daarvoor was eerst wel een etnische zuivering nodig. Tahir echter zegt met de Janjaweed helemaal niets van doen te hebben.

Dat laatste zal ongetwijfeld zo zijn. Verreweg de meeste nomaden hebben, net als de boeren, niets op met politiek, en al helemaal niet met de wrede oorlogspolitiek voor schaarse hulpbronnen die in de hoofdstad Khartoem is uitgedacht. Andere nomaden, hun leiders, weten evenwel precies wat de bedoeling van de oorlog was.

Shukri al-Moumi is een van die leiders. Het is een statige, oudere man in het ‘Arabische’ dorpje Assalaya. ‘De Janjaweed zijn geen Arabieren’, zegt hij zonder een spier te vertrekken. ‘Het zijn Zaghawas.’ Die laatsten zijn leden van een van de grotere Afrikaanse volken van Darfur. Volgens al-Moumi zijn Afrikanen dus Afrikanen te lijf gegaan. ‘De regering zelf heeft ons dat verteld.’

De nomadenleider weet dat in zijn streek vrijwel geen Afrikanen meer wonen. ‘Als zij nu op een veilige plek zijn’, zo zegt hij over de ontheemden in de kampen, ‘is het misschien maar het beste als zij daar blijven.’ Een vooraanstaande VN-hulpverlener zegt het zo: ‘Ik denk dat het voor Afrikaanse boeren erg moeilijk gaat worden om naar hun oorspronkelijke gebied terug te keren.’

De regering van Sudan lijkt dus in haar opzet geslaagd. Volgens Jan Pronk is van ‘massale’ overname van gebieden nog geen sprake, maar ook hij weet dat ‘snel’ gehandeld moet worden: ‘Anders heb je een probleem als met de Israëlische kolonisten in de bezette gebieden.’ Niemand wil dan de veroverde delen nog opgeven.

Pronk is onlangs nog in Srebrenica geweest. ‘Na al die jaren voel je dat daar nog steeds een sfeer van bedreiging heerst.’ Volgens hem is in Darfur een ‘langdurige begeleiding’ nodig om een demografische balans tot stand te brengen.

Dan nog is het onduidelijk of de Sudanese regering hierin mee wenst te gaan. Tijdens de oorlog, zo meent bijvoorbeeld de internationale onderzoeksorganisatie ICG, heeft Khartoem haar afspraken ‘systematisch’ geschonden. Een Sudanese hulpverlener in Gereida meent dat de sympathie van de regering overduidelijk bij haar Arabische nomaden-vrienden ligt. ‘En dan heb je straks opnieuw een oorlog.’

In het kamp voor ontheemden in Gereida zegt Ibrahim Adam, de boer die uit Kulaykili werd verjaagd, nog dagelijks van zijn stadje te dromen. Veel hoop op terugkeer heeft hij echter niet. ‘Nee, o nee. Dat is uitgesloten. De Arabieren willen ons daar niet meer hebben.’

En dus grazen nu de koeien, waar Adam ooit zijn velden ploegde en bezaaide. De Afrikaanse gids op de tocht door deze streek ziet het met steeds meer verbazing en droefenis aan. ‘Elk jaar zagen we hier de nomaden. Zij kwamen voorbij op hun trektocht. Nu zijn ze er weer. Maar nu zullen ze hier blijven.’



Condoleezza Rice razend op over ontvangst door Sudanese president


Sudanese veiligheidsagenten hebben leden van de entourage van Condoleezza Rice donderdag hardhandig aangepakt. Bij de ontmoeting tussen Rice en de Sudanese president al-Bashir mochten sommige functionarissen eerst niet naar binnen. De belangrijkste adviseur van Rice, Jim Wilkinson, kreeg daarbij een aantal klappen. Later zei hij laconiek: ‘Elementaire diplomatie vereist dat je je gasten niet aftuigt.’ Daarna probeerden de bewakers een geplande fotosessie tegen te houden en de microfoons van aanwezige journalisten af te pakken.

Een reporter van NBC die de president durfde te vragen of hij zelf betrokken was bij het doden van onschuldige burgers, werd vastgepakt en weggesleurd. Woedende Amerikaanse journalisten die riepen dat dit een aanslag op de persvrijheid was, kregen van el-Bashir lik op stuk: ‘Dat bestaat hier niet’.

‘Ze hebben geen recht om mijn staf of de pers zo ruw te behandelen’, zei een boze Rice toen ze daarna naar een vluchtelingenkamp in Darfur vloog. Ze eiste een verontschuldiging en kreeg die ook. De Sudanese minister van Buitenlandse Zaken belde haar later op de dag op om zijn excuses aan te bieden voor het hardhandige optreden van de paleiswacht.Op de ontmoeting waarschuwde Rice de president dat de humanitaire crisis in Darfur een groot obstakel blijft voor het opheffen van de internationale sancties.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden