Arabieren kopen zich een weg door Tanzania

Steeds vaker komen Arabische sjeiks naar Tanzania om te jagen, 'poëzie te bedrijven' en te feesten. Dit tot grote ergernis van de oorspronkelijke bewoners, de Masai....

Freddy liet zich bekeren. Net als de meeste Tanzanianen was hij geboren en opgegroeid als christen. Een paar jaar geleden echter koos Freddy Mollel voor de islam. Het nieuwe geloof heeft hem geen windeieren gelegd. In zijn dorpje Maaloni drijft zijn vrouw nu een winkel met fraaie huishoudelijke spullen. Zelf brengt de moslim Freddy een groot deel van zijn tijd door in Arusha, in de grote stad.

Hoe kwam Freddy ineens aan al dat geld? Zijn dorpsgenoten hebben een eensluidend antwoord: 'Van de Arabieren.'

Ooit bezaten Arabieren in het oosten van Afrika veel macht. Ze vestigden zich in kustplaatsen en dreven handel, niet op de laatste plaats in zwarte slaven. Maar dat is lang geleden. Tanzania is een onafhankelijke staat; ook de Duitsers en de Britten werden er naar huis gestuurd. Sinds een jaar of tien echter gonst in het noorden van het land het woord 'Arabieren' als een metafoor voor nieuwe, en voor de meesten zeer onwelkome bezetters.

Bijna elke oorlog is een territoriaal conflict. Dat blijkt ook in het gebied rond Loliondo, een plaatsje in het noorden van Tanzania, ten oosten van het beroemde wildpark Serengeti en van de krater Ngorongoro, door zijn vele dieren 'de ark van Noach' genoemd. Het is het gebied van de Masai, de trotse krijgers die er met hun koeien, geiten en schapen al eeuwen een semi-nomadisch bestaan leiden. De Masai, zo zeggen zij zelf, zijn op het land van hun voorouders, van henzelf en van hun kinderen 'in gevecht' met de Arabieren. Het is een strijd die zij dreigen te verliezen.

In tegenstelling tot het buurland Kenia is in Tanzania de jacht op wilde dieren geoorloofd. In het land zijn zo'n veertig jachtmaatschappijen actief. Tien jaar geleden is in het gebied rond Loliondo een vergunning afgegeven voor Ortello, een jachtmaatschappij uit de Verenigde Arabische Emiraten. Ortello heeft naar eigen zeggen al miljoenen dollars in het gebied geïnvesteerd, niet alleen om te mogen jagen, maar ook voor de ontwikkeling van de lokale, doorgaans straatarme gemeenschap. Een woordvoerder van de organisatie spreekt zelfs van een 'inkomensgenererend project'. Voor de meeste Masai is dat een gotspe.

De moskee in Maaloni, de woonplaats van Freddy Mollel, is nog niet helemaal af, maar al wel in gebruik. De gebedsplaats is duidelijk een van de fraaiste gebouwen in het stoffige plaatsje, waar al met al zo'n twintig moslims wonen. De luidspreker is nog niet aangesloten en dus vindt de oproep tot het vrijdaggebed via een megafoon plaats.

James Lembikas, een Masai en de dorpsoudste, moet er niets van hebben. Een islamitische Masai is ongeveer hetzelfde als een varkensvlees etende moslim. 'Ze (de Arabieren) willen hun geloof verspreiden', roept hij uit. Voor hem zijn de jagers uit de Verenigde Arabische Emiraten 'arrogante mensen, die de bevolking hier als dieren behandelen. De Arabieren zijn erop uit mij mijn vrijheid af te nemen'.

De Arabieren zelf zien het begrijpelijkerwijs heel anders. Van actieve bekering is sowieso geen sprake. 'Iedereen moet de kans hebben om te bidden', zegt Mossa Bogadati, een Libanees die in Dubai woont en in Tanzania als automonteur voor Ortello werkt. 'Zelfs als het maar om vijf procent van de bevolking gaat. En dus bouwen we moskeeën voor deze mensen. Maar we zullen nooit iemand dwingen moslim te worden.'

Bogadati verveelt zich. Hij is samen met zijn collega uit Iran, die eveneens in Dubai woont en naar Tanzania is gekomen om zonodig de terreinauto's van de Arabische sjeiks uit te deuken, wat rondjes door het savannegebied aan het rijden. Het tentenkamp van de sjeiks, Lima 2, is zo goed als gereed voor nieuwe bezoekers. Naar verluidt zal dit keer de ambassadeur van Saudi-Arabië in de Verenigde Arabische Emiraten de belangrijkste gast zijn. Maar niemand wenst dit te bevestigen. 'Het is vertrouwelijk', zegt een medewerker van Ortello, 'want het gaat om vips.' Het jagen in het noorden van Tanzania is met de geheimzinnigheid van een militaire operatie omgeven.

Ongevraagd brengen we een bezoek aan de bungalow van sjeik Zayid bin Sultan al-Nahyan, de president van de VAE en de heerser van Abu Dhabi. Het is gebouwd op de top van een heuvel, met een ongekend mooi uitzicht over de vlakte. Bij het gebouw draait een enorme dieselgenerator. Schijnwerpers branden in de felle zon; zij staan opgesteld bij satellietschotels waarmee uiterst moderne communicatie-apparaten worden bediend.

De sjeik is niet thuis. Hij is er zo goed als nooit, vertelt Meto, de eenzame Masai-bewaker van het pand. Hooguit twee, drie dagen per jaar komt hij hier om een middagdutje te doen. Maar ja, de generator brandt 365 dagen per jaar, 24 uur per dag, voor het geval de sjeik plotseling mocht langskomen. De luiken van de bungalow zijn gesloten. In de tuin is een cirkel getrokken waarbinnen de sjeik met zijn helikopter kan landen.

In Lima 2, een paar kilometer verderop, is eveneens een helipad aangelegd. Het tentenkamp wordt bevoorraad vanuit Lima 1, een permanente basis met vrachtwagens en terreinauto's, watertanks en ander logistiek materiaal. Een en ander wordt vanuit de VAE ingevlogen op de enorme landingsbaan die Ortello naast het kamp, midden in savannegebied, heeft aangelegd. De baan is stevig genoeg om een fors C-130 vrachtvliegtuig te laten binnenkomen.

Het eigenlijke gastenverblijf, Lima 2, bestaat voor een groot deel uit luxe, groene tenten. We zien de privé-koelkasten die er dankzij de generator draaien en de kisten met dure wijn die klaarstaan voor de vips. Hiervandaan gebeurt het dus allemaal, het jagen en de grote pret met vrouwen, waarover ooggetuigen ons later veel meer zullen vertellen. Echt welkom zijn we er niet.

Een kampopzichter, een in India geboren man uit Dubai die zich als Noel voorstelt, vertelt wat de Arabieren er volgens hem komen doen: poëzie schrijven. Hij deelt onze verbazing over deze onschuldige activiteit; maar ja, 'dat schijnen ze nu eenmaal leuk te vinden'. Komen ze ook om naar het wild te kijken? 'Ja, maar niet om te jagen.' En komen er ook wel eens, eh, dames? 'Nee, die niet.'

Dat Ortello een jachtvergunning voor het gebied heeft, wenst niemand te ontkennen. Maar het stoort de Masai bijzonder dat de Arabieren het gebied, dat zij als hun eigendom beschouwen, ook in bezit lijken te nemen. Daarnaast bestaan talrijke klachten over het gedrag van de sjeiks. Een greep uit ooggetuigeverslagen van mensen die in het kamp hebben gewerkt, maar om redenen van bescherming niet met hun naam in de krant willen.

Ooggetuige Een: 'De Arabieren gaan ver over hun jachtquota heen. Ze schieten ook vrouwtjesdieren af, wat verboden is. Zonder controle worden dieren levend naar de Emiraten afgevoerd. Ze vernietigen ons land, onze cultuur en ons milieu. Ze zijn als een grote slang onder ons kussen.'

Ooggetuige Twee: 'De sjeiks komen niet met hun eigen vrouwen, maar vliegen prostituees in. Er gaat enorm veel alcohol om. Uit grote luidsprekers klinkt muziek, ze maken een kampvuur en dan komen de dames in strakke kleren om voor hen te dansen.'

Ooggetuige Drie: 'In het kamp kom je soms meisjes van twaalf, dertien jaar tegen. Ze worden verkracht op de toiletten. De muziek staat keihard, niemand hoort hun geschreeuw. De volgende ochtend komen mensen om het bloed van de vloeren te dweilen.'

Niets van dat al, zegt Ortello. De maatschappij let op de naleving van alle voorschriften, gaat uiterst zorgvuldig om met de belangen van de plaatselijke bevolking en betaalt keurig haar geld. 'De regering van Tanzania ziet geen redenen om de jachtactviteiten in Loliondo te stoppen', stelt de maatschappij in een schriftelijke verklaring.

De regering inderdaad niet, menen de Masai. Niet voor niets, zeggen de critici, worden in het tentenkamp ook Tanzaniaanse ministers verwend. Een van de fellere tegenstanders van Ortello verwoordt het als volgt: 'De Arabieren kopen zich een weg door de Tanzaniaanse politiek. Ze hebben zo enorm veel geld, ze komen overal mee weg.'

Trotse, zeer zelfbewust Masai zonder geld tegenover niet minder trotse en zelfbewuste sjeiks met volop geld. De Arabieren eisen hun plaats in de moderne wereld op. 'Wij leven in de 21ste eeuw', zegt Bogadati, 'de Afrikanen hooguit in de 15de eeuw. Ze denken alleen maar aan vandaag. Kijk naar hun regering, kijk hoe hun wegen erbij liggen. Ze zijn alleen maar geïnteresseerd in drinken en in het najagen van dames. Niets meer dan dat.'

Het zijn dergelijke woorden die een Masai-dorpsoudste als James Lembikas eerder uit de monden van blanke kolonisten moet hebben gehoord. Nu vormen zij voor hem de reden om de Arabieren, die zo'n vier maanden per jaar in het gebied jagen (en poëzie schrijven) als arrogant te bestempelen.

De huidige vergunning loopt tot 2004. 'Misschien maken we volgend jaar wel weer ergens anders een landingsbaan', zegt Bogadati. 'Net zo het ons uitkomt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden