Appel-spektakel eist ruimte op in Muziektheater Zauberflöte wil geen eenheid worden

Die Zauberflöte, door de Nederlandse Opera en het Nederlands Kamerorkest. Amsterdam, Muziektheater...

Wie nog van plan was een volgnummer te trekken voor niet-opgehaalde Zauberflöte-kaartjes moet dat niet laten, want de tenor Michael Schade is als Tamino zo mogelijk nog beter dan hij in juni al was in de Concertgebouwvoorstelling van John Eliot Gardiner, en de sopraan Christine Schäfer (Pamina) overtreft zichzelf met zangkunst van een zeldzaam plastische kwaliteit.

Schäfer, die bij het Concertgebouworkest onlangs te horen was in het requiem van Brahms, en afgelopen zomer als hoofdrolvertolkster in Bergs Lulu zo ongeveer de Salzburger Festspiele redde, is stellig de coming lady van het muziektheater, en als ze niet meteen Sieglinde gaat zingen in de Ring van Pierre Audi en Hartmut Haenchen zal ze ook niet gauw weer uit het vak hoeven.

Haenchen heeft van Mozarts Die Zauberflöte een bijzondere studie gemaakt, en komt met kleine een attractie. Het openingsterzet van de 'Drei Damen' heeft hij, uitgaande van de bevinding dat het nummer een cadens moet hebben bevat, aangevuld met een slotpassage van eigen hand. Jammer alleen, dat de dames in kwestie de gevraagde virtuositeit niet konden leveren.

Ook op Haenchen viel vrijdag te knorren, zoals bij de rommelig uitgevoerde ouverture, maar hij revancheerde zich met een welsprekende uitwerking van de scène waarin Mozart prins Tamino heftig laat smachten, en de toverfluit onderkoeld-dilettantistish laat neuzelen.

Zo kunnen we in duizend details treden, en we moeten haast wel, want een eenheid wil deze Zauberflöte, door Karel Appel voorzien van decors, niet worden.

Het laatste waarvan Appel mag worden verdacht, is dat hij maar wat heeft aangerotzooid. Over het podium schuiven zebrakleurige bergen, Tamino wordt belaagd door rupsachtigen met koplamp-ogen, en Papageno maakt zijn opwachting in een geelbonte deuxchevaux.

Onder de dieren des wouds bevinden zich een potvis, een dwergnijlpaard, een gevlekte blauwbilhyena en een massa nazaten van de ondetermineerbare diersoorten die vorig jaar niet meemochten op de Ark in Noach van Guus Janssen - de eerste opera die Appel, in samenwerking met regisseur Audi, van een scenische omgeving voorzag.

Met andere woorden: Appel, die een van zijn oudere schilderijen deze week in Londen geveild zag worden voor een bedrag waarvan de Nederlandse Opera drie Ring des Nibelungen-cycli kan laten tekenen en timmeren, heeft zich er niet van afgemaakt. De Königin der Nacht (Mary Dunleavy) rijst als een vleesetende plant uit de bodem. De 'Drei Knaben' bewegen zich kek in een speelgoedvliegtuig.

Het bezwaar intussen, is dat Appels ontwerpen teveel een Appelspektakel vormen. Waar de theaterontwerpen van een schilder als David Hockney doorgaans een ruimte creëren, is Appel er meer op uit om ruimte in bezit te nemen. Zijn objecten, in wezen platte sculpturen, rukken op naar het midden, zonder een derde dimensie te onthullen, en vormen uiteindelijk een lompe sta in de weg. Zoals het boeddhabeeld dat, opengeklapt, plaatjes laat zien van het water en het vuur waar Tamino en Pamina eigenlijk doorheen zouden moeten bij wijze van louteringsproef.

In het theater moet niets en mag alles, maar eerlijk gezegd lijken Audi en Appel een broertje dood te hebben aan de louteringsmythe die het motief is van deze opera. Er gebeurt niet veel mee.

En waar Appel zich bij een beeldaanwijzing in het libretto aansluit, zoals in de tweede akte met Sarastro's 'pyramide', komt Appel met zichzelf in botsing. De dozen waaruit hij het vrijmetsel-symbool heeft opgebouwd zijn lelijk en voegen niets toe, maar zijn met hun geometrie wel in tegenspraak met de rest van de Appelbeelden.

Die Zauberflöte, ooit met veel plakwerk vanuit de meest uiteenlopende tekstvoorbeelden tot stand bracht, waarbij Mozart bijna alle hem bekende muziekgenres op het tekstgewrocht losliet met als wonderlijk resultaat een partituur die klinkt aus einem Guss, is hier een komedie van de onbedoelde stijlbreuk. De kostuums, uitgewerkt door Jorge Jara, vloeken steeds luider met de decorstukken.

Een van de grote problemen van Die Zauberflöte is de gesproken dialoog. Audi heeft er flink in geknipt, en behandelt de restanten met een luchtigheid die geestig zou zijn als ze goed werd uitgeacteerd. Maar helaas, ze worden uitgesproken op de bekende, in ganzevet gebraden dicteertoon die veel Zauberflöte's inderdaad onverteerbaar maakt.

De grote eetscène met de hongerige Papageno - Andreas Schmidt - is weggedrukt, en verliest haar sleutelfunctie als beeld van de naïviteit die voor elke verleiding bezwijkt. Het is uitgerekend de Brit Alexander Oliver, aan wie in dit verband de grootste eer toekomt. De Britse speeltenor, even beweeglijk als zwaarlijvig, is een dropzwarte, ontroerende Monostatos, die in de hem aangemeten prachtvesten, pofbroeken, veren en ceintuurs de kwabben met filosofische allure laat schudden, en die waar hij ook verschijnt de scène in zijn greep houdt - ook wanneer hij op de klank van toverklokjes moet dansen.

Dat is een van de gags waar Mozart en de librettist Schikaneder voor gezorgd hebben. Uit de koker van Audi kwamen ook een paar leuke, zoals het mini-vliegtuigje waarmee de luchtsteun van de Drei Knaben werd aangekondigd. En minder leuke, zoals de lichtgevende toverstaven die Sarastro's tempelbroeders voor zich uitdroegen bij het koor nr 18 'O Isis en Osiris, welk een hoog geluk' - een fragment dat de Vrijmetselarij voortaan tl-buizenkoor mag noemen.

Bij wijze van nieuwtje, of omdat de dansers van Min Tanaka ook nog iets moesten doen, zijn 'Isis en Osiris' ook werkelijk te zien, als een halfnaakt, goudgehelmd duo dat in het miniscule topje van de pyramide rondkronkelt zonder dat de een de ander raakt. Waar Tanaka's dansers als vogels en apen in de eerste akte nog een logische aanwezigheid hebben, ook al vloekt hun rankheid met het kloddervormige van Appels beeldtaal, daar duiden ze als bekneld Egyptisch godenpaar (m/v) meer op franje bij een niet goed doorgesproken ritueel.

Roland de Beer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden