App-industrie blijkt banenmotor

De digitalisering slokt niet alleen banen op, maar schept ook nieuwe. Apps zijn een reddingsboei voor de Europese jeugd.

AMSTERDAM - Heeft Eric Schmidt toch ongelijk? De topman van Google waarschuwde een paar weken geleden dat de voortschrijdende digitalisering banen opvreet. Gisteren kwam een opbeurend tegenbericht uit Brussel: de Europese app-industrie floreert, en blijkt de komende jaren een belangrijke banenmotor.


Het lijkt een economisch wonder: een bedrijfstak die vijf jaar geleden nog niet bestond, levert in mum van tijd miljoenen arbeidsplaatsen op, meldt een onderzoeksrapport dat is geschreven in opdracht van de Europese Commissie. Apps, oftewel kleine softwaretoepassingen die we vooral kennen van smartphones en tablets, bieden nu al werk aan 1,8 miljoen Europeanen. Vijf jaar geleden was dat aantal nagenoeg nul. De komende vijf jaar komen er nog ruim drie miljoen banen bij.


Daarmee vormen apps een reddingsboei voor de Europese jeugd. Europa kent sinds de crisis een torenhoge werkloosheid onder jongeren. Hoewel onduidelijk is wat de bijdrage van de Europese Commissie aan het wonder is, hing eurocommissaris Neelie Kroes gisteren alvast de vlag uit: 'Mijn boodschap aan de jeugd: grijp een van deze drie miljoen banen in de app-industrie.' Sinds de crisis in 2008 begon, zijn in de Unie bijna zes miljoen arbeidsplaatsen verdwenen en het voorzichtige herstel van de economie brengt daarin voorlopig geen verandering.


Maar voor softwarespecialisten gloort er dus hoop. Zij haalden vorig jaar 17,5 miljard euro aan inkomsten binnen met hun programmeerwerk. Een flink deel van dat bedrag werd verdiend door zich uurtje-factuurtje te verhuren aan financiële instellingen, mediabedrijven en retailers die een app nodig hebben. Waarschijnlijk is daarbij sprake van een verschuiving in activiteiten: ontwikkelaars die vroeger websites maakten, worden nu ingehuurd om apps te bouwen.


Ontwikkelaars die direct verdienen aan de verkoop van apps vormen een minderheid. Na een jarenlange bloeiperiode vlakt deze inkomstenbron bovendien af. Bij de zogenoemde in-app-aankopen, vooral bekend van spelletjes, zit echter nog wel groei. Spelers kunnen een game vaak gratis downloaden en worden vervolgens verleid extra onderdelen bij te kopen die het spel interessanter maken. Als de groei van het aantal in-app-aankopen doorzet, zal hier rond 2016 meer aan worden verdiend dan aan apps, aldus het Europese rapport.


Die omzetcijfers geven overigens een rooskleurig beeld van de werkelijkheid: onder de apps zijn maar zelden blockbusters met enorme opbrengsten. Het Finse bedrijf Supercell, maker van het populaire Clash of Clans en Hay Day, harkte vorig jaar met deze apps bijna een miljard dollar binnen. De meeste apps doen het een stuk slechter, bleek onlangs uit onderzoek van Gartner: slechts 0,01 procent is financieel succesvol. En de trend is niet gunstig: over drie jaar is bijna 95 procent van de apps gratis, verwacht Gartner.


Over de Nederlandse situatie is weinig bekend. Het CBS houdt geen cijfers bij over de app-industrie. Onderzoeker Mark Mulligan, die het Europese rapport heeft opgesteld, zegt geen data over Nederland te hebben verzameld.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden