Apen

In de nette woonwijk van mijn zus en zwager begon plotsklaps het voorjaar. De tuinen bloeiden op. Kleine kinderen, bleek nog van de winter, schuifelden door het gras....

Toine Heijmans

Door het plantsoen liep een ploegje jongelui. Onder de bloesembomen vonden ze een plek om te zitten. Ze droegen trommels mee, en trommelden. Ze hadden er plezier in.

Een raam schoof open, dat uitzicht bood op het plantsoen. Een man boog zich naar buiten. Hij riep het ploegje jongelui iets toe.

HÉ. ZWARTE APEN! HOU EENS OP MET DIE HERRIE! WEGWEZEN, ZWARTE KLOTE-APEN!

Het is de paradox van het voorjaar: iedereen komt naar buiten, en iedereen heeft last van elkaar. Ineens heb je weer buren en hangjeugd om je heen, die meer lawaai maken dan je je herinnerde. En als je daar last van hebt, ga je schelden tegenwoordig, want als er in de Tweede Kamer wordt gescholden, waarom zou je dat dan thuis niet doen.

Schelden is gecamoufleerde angst. De man uit de wijk van mijn zus en mijn zwager had naar het ploegje jongelui kunnen lopen en ze vriendelijk kunnen vragen minder hard te trommelen – maar dat deed hij niet. Waarschijnlijk durfde hij het niet.

Het deed me denken aan het zwembad waar ik vorig jaar was, en waar twintig Marokkaanse jongens de douches bezet hielden. Er werd goed schande van gesproken. Ik vroeg een van die jongens om plaats te maken en hij zei: ‘Natuurlijk meneer. Sorry voor de overlast.’

Mijn eigen voorgeprogrammeerde geest dacht meteen dat die jongen een geintje maakte, maar hij maakte geen geintje. Hij meende het. En hij liep met zijn maten de douches uit.

Er was denk ik nog een reden dat de nette man in de nette woonwijk van mij zus en mijn zwager begon te tieren over zwarte apen. Alles wat dichtbij komt, is belangrijk. Hoe dichter bij huis, hoe groter de ergernis. Losliggende stoeptegels. De buurman die elke ochtend met zijn Audi door de straat jakkert. Dat iemand parkeert op jouw parkeerplaats. Dat hoogopgeleide pubers lege blikjes cola op straat mieteren.

Om maar wat persoonlijke besognes te noemen.

Het stelt weinig voor, maar je maakt je er vreselijk druk over, enkel en alleen omdat het voor je neus gebeurt.

Op televisie zijn de laatste tijd weer reportages te zien over zorgelijke buurtbewoners die niets tegen asielzoekers hebben, maar ze graag uit de achtertuin weren. Dat gebeurt elke vijf jaar, als er weer nieuwe opvang voor asielzoekers nodig is. Dan krijg je buurtprotest.

Eén keer raakten buurtbewoners zo verstrikt in hun woede, dat ze eieren gooiden naar hun burgemeester. Dat was in Kollum. De Kollumers riepen toen:

BUITENLANDERS OPROTTEN!

Het hielp niet, de asielzoekers kwamen. En een paar jaar later waren ze weer boos, maar nu omdat één van hun asielzoekers het land uit moest. Ze mocht niet trouwen met de Kollumer boer, op wie ze verliefd was geworden. En dat pikten de Kollumers niet.

Alles wat dichtbij komt, wordt belangrijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden