Apenliefde

Niet alleen de genetica heeft zich aan het begin van de 20ste eeuw voorbarig van toepassing verklaard op menselijk gedrag - met als triest gevolg: uitwassen als verplichte sterilisatie van geestelijk gehandicapten....

Volgens de destijds geldende opvatting was het gedrag van kinderen alleen maar aangeleerd. Ouders werd voorgehouden dat moederliefde een ernstige bedreiging voor de gezondheid was. Kinderziekenhuizen werden volgens deze nieuwe inzichten ingericht met steriele, met muskietengaas overdekte wiegjes. De patiëntjes werden verzorgd en verschoond met zo weinig mogelijk contact met de verpleegsters. Uiteraard was bezoek door ouders verboden. In weeshuizen werden de kinderen zelfs ontmoedigd onderlinge vriendschappen te sluiten.

De gevolgen van deze harteloze praktijken waren dramatisch. In sommige instellingen was 90 procent van de kinderen binnen een jaar dood. Meestal overleden ze aan kinderziekten, zoals mazelen of roodvonk. Niemand besefte dat de verminderde weerstand van de kinderen het probleem was. De ommekeer begon toen in de oorlogsjaren in Engeland zevenhonderdduizend kinderen uit de grote steden bij pleeggezinnen op het platteland werden ondergebracht als bescherming tegen bombardementen. Een groot aantal van die kinderen leed aan bedplassen, concentratiestoornissen, nachtmerries en apathie, precies zoals de kleintjes die in ziekenhuizen en weeshuizen verbleven.

Britse en Amerikaanse wetenschappers begonnen de boodschap uit te dragen dat liefde en aandacht voor de normale ontwikkeling van een kind essentieel zijn. Ze vonden weinig gehoor.

Het definitieve bewijs dat een baby niet zonder aanraken, liefde en knuffelen kan, moest wachten op het onderzoek van de Amerikaanse experimenteel psycholoog Harry Harlow. In zijn tijd gold de rat als het standaardmodel voor gedragsonderzoek. Toen hij in 1930 tot hoogleraar werd benoemd op de universiteit van Winsconsin bleken de rattenstallen daar net gesloten. Een nieuwe fok moest hij wegens stankoverlast sluiten.

Ten einde raad ging hij met zijn studenten het gedrag bestuderen van de apen in de lokale dierentuin. Daar raakte hij overtuigd dat deze dieren meer konden leren over menselijk gedrag dan ratten. Hij besloot eigenhandig een gebouw voor apenstudies op het universiteitsterrein te bouwen.

Aanvankelijk was hij geïnteresseerd in de intelligentie van apen. En hij ontdekte dat een aap die in zijn eentje werd grootgebracht, meer moeite had met het oplossen van problemen, maar dat het diertje ook ernstige gedragsstoornissen ontwikkelde.

Zodoende raakte hij geïnteresseerd in de rol van de moeder bij de ontwikkeling van pasgeboren apen. Zijn beroemdste experiment berustte op een keus tussen een kunstmoeder van ijzerdraad met een melkfles of eentje van pluche.

De aapjes kozen steeds voor de zachte kunstmoeder, zelfs als dat verhongering betekende. Werden de dieren aan het schrikken gebracht, dan renden ze ook naar de moeder van pluche om bescherming. Kortom: zachtheid en bescherming hebben de voorkeur boven voedsel.

De conclusie dat liefde en affectie het belangrijkste zijn voor de ontwikkeling van het kind maakte Harlow tot een gevierd wetenschapper. Hij stierf in 1981 door depressies en alcoholisme vervreemd van zijn eigen kinderen en verfoeid door dieractivisten die zijn experimenten met apen wreed vonden. Maar daarmee heeft hij talloze kinderen het leven gered en een liefdevolle opvoeding bezorgd, zoals te lezen is in zijn recente biografie Love at Goon Park door Deborah Bloom.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden