Reportage Brandweer

Apenkooien voor gevorderden: zo bereiden sportieve vrouwen zich voor op het brandweer-examen

Lianne (29) brengt haar voet naar de stang terwijl instructeur fysieke vaardigheden Pascal aanwijzingen geeft. Foto Simon Lenskens

De Amsterdamse brandweer organiseert speciale trainingen zodat vrouwen de loeizware sporttest halen. Het korps wil diverser worden, maar ook brandweervrouwen moeten topfit zijn – en tegen een stootje kunnen. ‘Dit is een organisatie met een rauw randje.’

Soepel springt Lianne (29), gekleed in een lange zwarte sportlegging en paarse tanktop, over twee kasten in de gymzaal van de Amsterdamse brandweerkazerne Nico. Met een geconcentreerde blik rent ze naar een houten muur van anderhalve meter hoog. Ze zet zich af tegen muur en grijpt naar de ijzeren stang die er 30 centimeter boven hangt. Schijnbaar moeiteloos drukt ze zichzelf omhoog totdat haar heupen tegen de stang rusten. Ze brengt haar rechtervoet naar de stang en springt gecontroleerd naar beneden. Daar staat instructeur fysieke vaardigheden Pascal Kuhlman klaar voor een high five.

Grote droom

Het contrast met de werkdag die ze er net op heeft zitten kan haast niet groter: Lianne werkt als analist in het laboratorium van een ziekenhuis. Bij de brandweer gaan was altijd haar grote droom. ‘Ik wil graag mensen helpen. In het ziekenhuis vind ik dat niet helemaal terug, omdat ik toch wat verder van de patiënt afsta.’ Iedere dinsdagavond traint ze nu met twaalf andere aspirant-brandweervrouwen voor dat ene doel: slagen voor de gevreesde sporttest. Ze sporten in het krachthonk en het zwembad en oefenen het parcours dat ze ook daadwerkelijk moeten afleggen als toelatingstest voor de baan.

Bij het brandweerkorps Amsterdam-Amstelland werken momenteel 511 mannen en twaalf vrouwen en die verhouding moet, als het aan commandant Leen Schaap ligt, nodig veranderen. De voormalige politiecommissaris werd in 2016 aangesteld om de machocultuur, waarvan racisme en discriminatie de ergste uitwassen waren, aan te pakken. Hij ondervond veel weerstand, maar tekende onlangs bij tot 2022. ‘Het is goed om de monocultuur te doorbreken. Met vrouwen aan tafel krijg je ideeën vanuit een bredere achtergrond, andere inzichten en een andere manier van met elkaar omgaan.’

Maar om binnen te komen moeten de vrouwen wel slagen voor de sporttest en dat blijkt nogal een struikelblok: slechts een kwart haalt de test, terwijl tweederde van de mannen het parcours succesvol aflegt. De fysiek en mentaal zware test schrikt vrouwen sowieso af. Om ze toch binnen te halen organiseert de brandweer nu dus speciale trainingen waar zij worden voorbereid.

 Apenkooien voor gevorderden

In de gymzaal is een indrukwekkend parcours uitgezet. Het lijkt op apenkooien voor gevorderden met banken die schuin omhoog zijn gezet, een brug met ongelijke leggers waarover de vrouwen springen en een dikke blauwe mat waarop ze zweefrollen maken. De groep die eroverheen gaat is gevarieerd: de een draagt een T-shirt met ‘tomboy’ erop, de ander heeft een strak lijntje eyeliner en een lange blonde paardenstaart. Ze zijn geworven bij sportscholen die gespecialiseerd zijn in crossfit en boksen. Terwijl de rest van Amsterdam op het terras zit, springen de vrouwen van banken en over de muur. Trainer Pascal, een vierkante kerel met een kaal hoofd, staat beneden te keuren of zijn vrouwen het goed doen. Na een mislukte poging: ‘Je ziet het in hun ogen. Geen overtuiging.’

Lianne (links) en Esmee (rechts) kijken toe terwijl Pascal instructies geeft. Foto Simon Lenskens

Lianne en Esmee (32) trainen al zes weken mee. Ze sporten zo’n vijf à zes keer per week. Lianne doet daarnaast aan mud runs. Esmee is een hardloper. De voormalige beroepsmilitair is tevreden over de trainingen. ‘Mannen zijn nou eenmaal sterker dan wij. Daar kunnen we hier specifiek op trainen. En ze doen niks geks, zoals de eisen naar beneden bijstellen om vrouwen binnen te halen.’ Dat zou ze ook niet willen. ‘Ik moet diezelfde trap omhoog met dezelfde spullen om en dezelfde corpulente mensen uit een flat tillen.’

Beide vrouwen werken liever met mannen dan met vrouwen. ‘Vanwege hun no-nonsense-mentaliteit’, zegt Esmee. ‘Ze gaan gewoon aan het werk en zeuren niet. De communicatie is directer en er zit geen gevoel bij. Met vrouwen is dat altijd wel een dingetje.’

Vorig jaar werd het brandweerkorps Amsterdam-Amstelland nog opgeschrikt door een vrouwonvriendelijk incident. Een administratief medewerkster op de kazerne in Amsterdam-Zuid vond een dildo in haar bureaula. ‘Een foute grap die in deze tijd niet handig is’, zegt trainer Pascal. ‘Maar dit gebeurt overal.’

Esmee springt van de bank naar beneden. Foto Simon Lenskens

Moderniseren

Het is dus aan Schaap om het brandweerkorps te moderniseren. ‘In het verleden hebben we te weinig laten zien dat dit vak ook geschikt is voor vrouwen. Dat doen we nu door ze voldoende te trainen en te begeleiden voor de sporttest.’ De selectie, in Amsterdam zwaarder dan in de rest van Nederland, was zo ingericht dat vooral sterke mannen profiteerden. ‘Je zou de extra training geforceerd kunnen noemen, maar we moeten een inhaalslag maken. Vanuit de organisatie klonk de kritiek dat dit discriminatie van de blanke man was. Maar ik vind het helemaal niet gek als je als organisatie meer diversiteit wil.’

Evenveel mannen als vrouwen bij de brandweer ziet Schaap echter niet gebeuren. Hij is allang blij met de stijging van vijf naar twaalf vrouwen. Allemaal sportieve, weerbare vrouwen die tegen een stootje kunnen, zegt de commandant. ‘Dat moet ook wel, want dit is een uitvoeringsorganisatie met een rauw randje. De vrouwen die wij binnenkrijgen hebben nooit op het kruispunt gestaan: zal ik ballerina of brandweervrouw worden? Maar dat doet niets af aan hun vrouw-zijn.’

Met alleen de sporttest zijn de vrouwen er niet. Er volgen nog een 24 uurskamp, assessments, psychologische keuringen en een hoogte- en engtetest. En daarna een fulltime-opleiding van een jaar. Officiële titel: opleiding tot manschap. ‘Brandweervrouw is niet eens een woord’, zegt Schaap.

Het brandweerkorps mag dan in de woorden van Schaap een ‘stoere mannenorganisatie’ zijn, de meetrainende vrouwen zeggen met open armen te zijn ontvangen op de kazerne. ‘De vrouwen worden op handen gedragen door de mannen’, ziet trainer Pascal. Ze moeten laten zien dat ze ‘one of the guys zijn’, maar dat geldt ook voor de ‘jonge jongens’. Hij vertelt over die keer dat hij mee mocht naar een brand. ‘Het is niet uit te leggen wat voor gevoel dat geeft. Je komt ter plaatse en er is gigantisch stront aan de knikker: vlammen uit de ramen, mensen gillen. Die gasten stappen uit en gaan aan het werk. Terwijl iedereen ‘help’ roepend naar buiten rent, gaan zij naar binnen. De vrouwen doen dat natuurlijk ook. Daarom is onze selectie zo zwaar.’