Apenfilm Chimpanzee

Ouderwets verhaal over goed en kwaad, vrij doorzichtig verpakt als apendocumentaire, waarin geen enkel beeld voor zichzelf mag spreken.

KEVIN TOMA

In het Afrikaanse regenwoud zijn er goede en slechte apen. De goede apen hebben gezellige namen zoals Oscar, Isha en Freddy, de slechteriken heten Scar of hebben helemaal geen naam.

De goede apen zien er lief en aaibaar uit, hun vijanden hebben een vieze, druiperige vacht en littekens in het gezicht en staren depressief voor zich uit. Ze bewegen zich consequent van rechts naar links door de jungle, zoals bad guys in films altijd doen. Misschien zijn ze ook iets zwarter van kleur dan hun vreedzame soortgenoten, maar of de makers van Chimpanzee daadwerkelijk aan het photoshoppen zijn geslagen, valt lastig te zeggen. Verder blijft in ieder geval geen middel onbenut om de apenkampen stevig tegen elkaar af te zetten.

Een ouderwets verhaal over goed en kwaad dus, vrij doorzichtig verpakt als een apendocumentaire. In Freddy's chimpanseefamilie is, zoals Carice van Houten het in de voice-over verwoordt, 'iets bijzonders' gebeurd: de geboorte van het aapje Oscar, dat met zijn überschattige druilhoofd natuurlijk het hoofdpersonage van de film wordt. Regisseurs-scenaristen Alastair Fothergill en Mark Linfield, samen eerder verantwoordelijk voor de natuurdocumentaire Earth (2007), tonen hoe Oscar op de rug van moeder Isha door de jungle sjeest en zelf zijn eerste stapjes zet, hoe hij langzaam leert noten kraken en met zijn ooms en tantes mieren vangt.

Een heus luizenleven is het, waarbij Van Houten (of Tim Allen in de oorspronkelijke, niet in Nederland uitgebrachte versie) met haar commentaar voortdurend de mens in de aap naar boven haalt. 'Isha is gelukkig met haar zoon', klinkt het dan. 'Opa wordt dit jaar vijftig.' En: 'Freddy ontdekte bij zichzelf een zachte kant die er altijd al moet zijn geweest.' Op de spaarzame momenten dat Van Houten zwijgt, geeft Nicholas Hoopers muziek nog steeds aan wanneer een scène onheilspellend, komisch of verstrooiend bedoeld is. En dan zijn er nog de swingdeuntjes van Caro Emerald, die herhaaldelijk voor een vrolijke Jungle Book-sfeer zorgen.

Dat Chimpanzee op die manier de blik van de kijker wil sturen, is tot daar aan toe. Maar dat geen enkel beeld de kans krijgt om voor zichzelf te spreken, lijkt iets te zeggen over het vertrouwen dat Fothergill en Linfield in hun basismateriaal hadden. Alsof ze vreesden dat de routines van het apenbestaan zonder duiding meteen saai en betekenisloos worden. Hadden ze dan maar iets beters bedacht om de boel bij elkaar te houden, dan een sleetse plot vol Hollywoodiaanse heldenmoed, teamwork en naastenliefde.

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden