Antonius Abtkerk, Bokhoven

Wie last van scheurbuik heeft, kan Sint Antonius Abt aanroepen. Wie met steenpuisten kampt, eveneens. En wie gekweld wordt door angst, of geplaagd door wratten kan ook bij deze heilige kluizenaar terecht....

In de vroegere heerlijkheid Bokhoven kreeg deze 'vader der monniken' een juweel van een kerkje toegewezen. Goed, hij moet het sacrale podium delen met de heilige Cornelius, dé bedevaartstrekker van Bokhoven, maar het gebouw staat op zijn naam en dus heeft hij het eigenlijk voor het zeggen.

Bokhoven was niet alleen heerlijkheid, maar ook baronie en graafschap. Het stadje aan de Maas (300 inwoners) heeft een zeer rijk verleden waarin ook de kerk een rol speelde. Een stuk verleden is tastbaar aanwezig in de vorm van een praalgraf. dat tot de mooiste van Nederland wordt gerekend.

In de 16de en 17de eeuw was Bokhoven lange tijd bezit van het geslacht Van Immerseel tot Lier. De Vlaming Artus Quellinus - verantwoordelijk voor het beeldhouwwerk van het Amsterdamse Paleis op de Dam - maakte in 1649 voor graaf Engelbrecht van Immerseel en diens vrouw Helena de Montmorency een waar kunstwerk, een graftombe van wit en zwart marmer. De tombe was bestemd voor de Pauluskerk in Antwerpen, maar de graaf bedacht zich en koos voor het veiligere Bokhoven. Hij overleed in 1652; zijn vrouw was toen al vier jaar dood.

Het praalgraf harmonieert prachtig met de witte rococo-versieringen op het gewelf, het geelkoperen doopvont met roodkoperen handvatten (dat de voormalige voetbaltrainer Rinus Michels de uitroep ontlokte: 'Zo'n mooie beker heb ík nooit verdiend') en met het barokke altaar. Dit altaar uit 1700, deels gemarmerd hout net als de koorbalustrade, kreeg Bokhoven in de schoot geworpen toen in 1948 de Michaëlskerk in het gehucht Dennenburg de deuren sloot. Delen van het oude altaar van Antonius Abt hangen nu in het voorportaal.

Er zijn er meer behalve Antonius en de Immerselen die aandacht vragen. Zo is er de heilige Norbertus wiens leven te volgen is op de gebrandschilderde ramen en ook nog eens op de immense preekstoel, waarschijnlijk Vlaams snijwerk uit 1800. Norbertus kwam niet bij toeval in Bokhoven terecht. Al sinds 1369 heeft de abdij van het norbertijner klooster in Berne, later Heeswijk, het patronaatsrecht wat betekent dat de abt de pastoor voordraagt. De huidige pastoor X. van der Spank - in Bokhoven sinds 1975 - is de veertigste norbertijn in de eeuwenlange rij.

Cornelius, zijn naam viel al, is ook nadrukkelijk aanwezig. In 1839 ontving de toenmalige pastoor Van Roosmalen van een Nijmeegse collega een relikwie van Cornelius, deeltjes beenderen met een echtheidscertificaat van Rome. Daarmee was de bedevaartsplaats Bokhoven een feit.

'Cornelis, wij naadren met kwalen beladen

Kunt Gij Uwe biddende kindren versmaden?'

Er waren jaren dat veertigduizend pelgrims Cornelius opzochten en dientengevolge de diensten naar de pastorietuin verhuisden. Die glorietijd is voorbij. Maar pastoor Van der Spank is blij dat hij een jaar of 25 terug niet besloot te stoppen. 'Een bedevaart houdt de gemeenschap levend. Het is voor veel mensen een vorm van ontspanning die ook houvast biedt.' Vandaar dat Bokhoven in september nog steeds bedevaartsoord is, vooral geliefd bij regionale koren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden