Anton Corbijn

Hij is kind aan huis bij de sterren, vliegt in privéjets de wereld over, maar moest wel zijn huis verkopen....

Anton Corbijn, bedachtzaam formulerend: ‘Nu ben ik nooit een helemaal tevreden mens, maar ik heb tegenwoordig toch wel meer waardering voor wat er is. Er bestaat ook schoonheid buiten het werk.’

Hoezo: nooit een helemaal tevreden mens? ‘Ik denk dat ik altijd meer heb willen doen dan ik van mijn eigen leven verwachtte. Zoiets.’

Je hebt al zoveel gedaan. ‘Het is alsof je op een voetbalveld staat waar honderd ballen liggen. Je trapt ze alle honderd in het doel. Maar die ene fantastische goal, daar gaat het om. Bal 101.’ De beroemde fotograaf, grafi sch ontwerper en regisseur is nu 54: ‘Je hebt veel minder tijd dan je denkt.’ Dus regisseert hij, na zijn succesvolle debuut Control, een tweede speelfi lm terwijl een derde al gepland staat, werkt hij met Tom Waits aan een boek, ontwierp hij alles rond de tournee van popband Depeche Mode (zoals decor en podium) en opent hij in allerlei Europese steden zijn rondreizende overzichtstentoonstelling – momenteel in Boedapest. En natuurlijk fotografeert Corbijn tussendoor ook nog; dat zal hij altijd blijven doen. Zijn werkterrein is allang verbreed. Van popmusici naar acteurs, schilders, schrijvers en af en toe modellen en sporters. Sinds een jaar woont hij offi cieel weer in Den Haag. Terug uit Londen, waar hij dertig jaar geleden naartoe verhuisde. De popmuziek achterna, met zijn camera. ‘Af en toe slaat even de paniek toe. Het gevoel dat in Nederland niets gebeurt. Dan denk ik: ik moet er middenin zitten. Maar op het ogenblik ben ik maar één dag per week hier, door al mijn gereis. Elke foto is een reis.’

Je zus zei: ‘Soms schrik je ervan, als je ziet wat voor leven hij leidt. Er gebeurt zo veel met hem.’ ‘Mmm ja.’ Wat is dat voor een bestaan? ‘Niet zo goed voorstelbaar, voor de gewone man. Ik zeg er nooit zoveel over, omdat het lijkt of je opschept. Het is nogal onwerkelijk.’ Snel, slecht verstaanbaar: ‘Ik heb met Robert de Niro in de Middellandse Zee gezwommen, met Joni Mitchell hand in hand gelopen, ben bij Nelson Mandela op bezoek geweest.’ Dan: ‘Als je mijn werk bekijkt, zie je hoe mijn leven zich afspeelt, eigenlijk. Veel foto’s zijn bij mensen thuis gemaakt.’

Je gaat om met beroemdheden, maar bent er intussen zelf ook een geworden. ‘Ik zie mezelf meer als iemand die wat bekender is.’ Even later: ‘Ik weet ook niet precies waar ik ooit naartoe heb willen werken, behalve dat ik dicht bij die muziekwereld wilde komen. Ik heb nooit gepland, altijd intuïtief geleefd.’

De basis voor zijn carrière werd gelegd tijdens het openluchtconcert van de popgroep Solution, in Groningen. Anton Corbijn, 17 toen, ging erop af met de camera die zijn vader had gekregen van de dorpsdokter. Een paar van zijn foto’s haalden het popblad Muziek Parade. Dat was het begin – van alles. Zijn hoofd iets afgewend, zacht: ‘Fotografi e was de ontsnapping uit het heel zwarte gat waarin ik zat. De fotografi e heeft mij een sociaal leven gegeven.’ ‘Te veel een verlegen plattelandsjongetje’, omschreef Hans Waterman, een vroegere drummer van Solution, de Anton Corbijn uit zijn begintijd. De laatste van wie je zou verwachten dat hij internationaal iets zou gaan betekenen.

Was je zo verlegen? ‘Ja. Maar mijn verlegenheid is een belangrijk element in mijn carrière geweest. Daardoor ben ik de dingen gaan doen die ik deed. Daardoor heb ik die camera van mijn vader meegenomen naar een concert. Als je verlegen bent, denk je dat iedereen naar je kijkt. Terwijl: ik wou zo graag bij dat podium staan. Maar ik was bang dat de mensen zouden zeggen: wat raar, zo’n jongen op zijn eentje. Als ik de camera van mijn vader meeneem, dacht ik, zegt iedereen: tuurlijk staat die jongen daar.’

Dat zwarte gat waarin je zat, wat was dat dan? ‘Als kind was ik erg depressief, denk ik. Aan mijn leven vond ik niets leuk. Ik had het gevoel nergens bij te horen. Door platen te draaien op mijn kamer voedde ik mijn fantasieën over een ander, opwindend, leven. Die plaat en die platenhoes waren mijn venster naar de wereld.’

Hij was het oudste kind in een domineesgezin. Anton Corbijn werd geboren in Strijen, een zwaar gereformeerd dorp in de Hoeksche Waard. De weidsheid van die streek zou hem later inspireren bij zijn fotografi e. ‘Mijn vader was een lichte dominee in de ogen van de dorpsgemeenschap. Hij wilde niet rebels zijn, dus probeerden mijn ouders zich erg aan te passen. Ze zaten in een keurslijf, hadden met al hun onzekerheden het gevoel dat ze zich op een bepaalde manier moesten gedragen. In zo’n kleine gemeente let iedereen op je. Er was weinig vreugde, plezier bij ons thuis. Ik heb me dat nogal aangetrokken; volgens mij sleep ik het nog steeds met me mee. ‘Emotioneel nam ik sterk afstand van mijn ouders. Er waren allerlei onderwerpen waarover ik voor mijn gevoel niet met hen kon spreken. Pas op het einde van mijn vaders leven kon ik daar enigszins overheen stappen. Eigenlijk was ik gek op mijn vader. Hij had een groot gevoel voor humor. Doordat hij zich altijd heeft moeten aanpassen, kwamen dat soort kanten pas later in zijn leven naar boven. Toen was bij mij de schade al aangericht. Ik woonde ook al in Engeland. ‘Mijn vader was altijd aan het werk. ’s Avonds was hij nooit thuis, dan legde hij huisbezoeken af. Op zaterdag moest hij zijn preek schrijven, zondag deed hij de dienst. Als vader hadden we toen niet zoveel aan hem. Later heeft hij dat ook erkend, en gezegd dat dat hem erg speet.’

Je miste de meeste jaren met je vader. ‘Eind jaren tachtig heb ik hem meegenomen naar Indonesië. Hij was daar in de oorlog als ongetrouwde man aalmoezenier geweest in het leger. Mijn vader vatte een enorme liefde voor dat land op, wilde zo graag nog eens terug, maar hij spendeerde nooit geld aan zichzelf. Zo’n ouderwetse christen: alles voor anderen. Toen heb ik voor ons die reis geboekt. Dat was een kans geweest meer met hem te praten. Het kwam er niet echt van. Dat lag aan mij.’ Stilte.

Waarom lukte het niet? ‘Die stap kon ik niet maken, ik was daarvoor nog niet ver genoeg in mijn ontwikkeling. Ik kon niet eh Ik kon mezelf bij hem niet blootgeven. In zo’n sfeer ben ik niet opgegroeid. Terwijl: met anderen heb ik het wel. Ik kan vrij open zijn. Geen zacht ei hoor, ik ben niet een soort moderne man of zo.’ Hij schiet in de lach. ‘Ik zag mijn ouders natuurlijk ook veel te weinig, alleen op doorreis vanuit Engeland. Gelukkig was ik er wel bij toen hij overleed. Ik sliep die nacht op de grond naast hem, samen met mijn zus. En ik heb het graf voor hem ontworpen. Dat vond ik belangrijk: om mijn wereld onderdeel te maken van zijn wereld en andersom. Iets wat ik dan nog wél kon doen.’

Wist hij dat je het graf zou ontwerpen? ‘Nee. Ik heb een grote C gemaakt, van natuursteen. De C van Corbijn, of christen. Ik heb een simpele letter gebruikt voor zijn naam. In die grove steen heb ik ‘vrede’ gehakt. Dat woord gebruikte hij altijd. Ik heb het graf eenvoudig gehouden. Bescheiden, zoals mijn vader zich opstelde.’

Lijk je op hem? ‘Behoorlijk. Ik heb hetzelfde gevoel voor humor. Een middel om je uit lastige situaties te redden, als je verlegen bent. Die onbeholpenheid is positief geweest voor mijn fotografi e: je krijgt waarschijnlijk een andere, meer open respons dan veel zelfverzekerder fotografen.’

Mensen voelen zich meteen vertrouwd bij je, vertelde je zus. ‘Ik denk dat ik wat dat betreft ook iets van mijn vader heb. Hij was een goeie luisteraar. Ik ook, al is dat wel minder geworden. Nu praat ik veel gemakkelijker. Ik heb zo veel meegemaakt, ik voel me niet langer iemand die altijd maar zijn mond zou moeten houden.’

Over je moeder zeg je weinig. ‘Met haar heb ik minder binding. Mijn moeder heeft nu alzheimer, dus ik kan helaas niets meer veranderen aan mijn relatie met haar. Haar vader was dominee, haar broer was dominee. Mijn familie: allemaal dominees. Zelf had ze theologie gestudeerd. Mijn moeder is altijd bang geweest, heeft veel angsten overgehouden aan de Tweede Wereldoorlog. Aanvankelijk nam ik die angsten over. Maar ik heb ze moeten overwinnen. Ik kon zo niet leven.’

In 1979 hoorde Corbijn bij zijn vriend Bart Chabot de eerste plaat van de Britse popgroep Joy Division. Hij voelde meteen: dit is het. Datzelfde jaar verhuisde hij naar Londen. De eerste foto die hij daar maakte was van vier musici op een roltrap in een metrostation: Joy Division. Zanger Ian Curtis kijkt als enige achterom, recht in de lens. Een half jaar later pleegde hij zelfmoord. Mede door deze foto lukte het Corbijn binnen te komen bij het toonaangevende muziekblad New Musical Express; het begin van zijn internationale carrière.

Bijna dertig jaar later speelt Ian Curtis opnieuw een belangrijke rol in de ontwikkeling van Corbijns werk. Dan komt de fotograaf met zijn speelfi lmdebuut Control over deze verscheurde zanger, weifelend tussen twee vrouwen, bezeten van muziek, geteisterd door steeds heviger epilepsie-aanvallen. ‘De beste film van 2007’, oordeelde The Guardian. Control won wereldwijd tientallen prijzen.

Control heeft enorme gevolgen voor me gehad, heb je weleens gezegd. ‘Eigenlijk was dat de eerste keer dat ik me een beetje volwassen voelde: toen ik die film af had.’

Toch wel opmerkelijk, je op je 50ste pas volwassen voelen, terwijl je al zo’n carrière achter de rug had. ‘Bij een fi lm moet je zo lang kapitein van een schip zijn. Het is zo moeilijk een fi lm te blijven overzien en goed af te leveren. Iets totaal anders dan fotografie. Dat is één dag, waarbij je soms vijf, tien minuten fotografeert. Heerlijk, maar veel eenvoudiger. Met die film had ik het gevoel dat ik echt iets had volbracht. Ik ben erg van regisseren gaan houden, wat ik van tevoren niet had verwacht. Misschien blijkt later dat Control voor mij een kentering was, een nieuwe manier van leven inluidde. Door deze fi lm kan ik nu andere fi lms maken.’

Je nam een enorm risico. Een zwart-witfi lm, met een onbekende hoofdrolspeler. ‘Achteraf besef ik pas hoeveel er fout had kunnen gaan. Ik heb hem zelf gefi nancierd. Dat is ook de reden dat ik mijn huis in Londen heb moeten verkopen. Ik dacht dat ik het geld er snel uit zou hebben, maar dat is dus niet zo. Slechte deals, een oneerlijk distributiesysteem: in de filmwereld bestaat een hoop onoprechtheid. Ik beschouw het maar als leergeld. De volgende film financier ik natuurlijk niet. Ik krijg gewoon een salaris, heb ik die zorgen niet meer.’

En nu werk je weer aan een nieuwe fi lm, met George Clooney in de hoofdrol. ‘Ja, te gek. Te gek. Een thriller, Il Americano is de titel. De opnamen beginnen dit najaar, in Italië. Het is een verfi lming van een boek van de Britse schrijver Martin Booth, over een huurmoordenaar die er eigenlijk mee wil ophouden, maar nog één keer wordt gevraagd voor een klus. Een totaal ander genre dan mijn vorige film. Fictie, kleur, en hij speelt in het heden. De enige overeenkomst is dat deze fi lm ook over een loner gaat. Daarmee kan ik me identifi ceren.’

Je lijkt iemand die erg op zichzelf staat. ‘Dat klopt. Het is een solitary existence. Ik zit ook zo vaak alleen, op hotelkamers.’

Je bent kort getrouwd geweest, toen je 25 was. Daarna heb je verschillende verhoudingen gehad, was je op zoek naar een basis, hoorde ik Glimlachend: ‘O.’

En dat schijn je nu een beetje te hebben opgegeven. ‘Nou, ik praat er niet veel over. Maar het is moeilijk met mij een verhouding te hebben, want ik ben altijd weg. Mijn werk neemt vaak de plaats in van een menselijke relatie.’

Dat gaat ver. ‘Ja. Er zit zo veel emotie in mijn werk, ik vind het lastig daarnaast nog een verhouding te hebben.’

Waarom? Aarzelend, nadenkend: ‘Ik ben misschien snel uitgekeken op relaties. In mijn werk wil ik telkens veranderen, misschien vind ik het ook wel moeilijk om lang met dezelfde vrouw te zijn.’

Terwijl je wel heel trouw bent en langdurige vriendschappen hebt met vrienden voor wie je altijd klaar staat, vertelde een vriendin. ‘Ja. Ik heb veel goeie vrienden, overal ter wereld. Maar dat is natuurlijk anders.’

Je klinkt best ingewikkeld. ‘Vroeger dacht ik dat ik heel simpel was. Intussen weet ik dat ik dat niet ben. Ik heb me altijd aangetrokken gevoeld tot mensen die intens leven. Die tot het uiterste gaan. Omdat ik dat zelf ook doe. ‘Voor een vrouw is het niet makkelijk. Ik ben natuurlijk verwend door alles wat ik meemaak. Het beste werkten altijd de verhoudingen waarin de ander ook veel reisde, allerlei mensen ontmoette. Maar goed. Ik vind het vreemd publiekelijk over relaties te praten. Dan kun je net zo goed een contactadvertentie zetten.’

Zijn bekendste vriendschap is die met Bono. De leadzanger van U2 zei ooit over Corbijns werk: ‘Hij kan je een wezen geven dat je niet hebt, maar waarnaar je wel op weg bent.’ Over Depeche Mode, die andere grote band waarvoor Corbijn al sinds halverwege de jaren tachtig werkt, zegt hij zelf: ‘Ik gaf ze de identiteit die ze altijd hadden gemist. Het publiek zag Depeche Mode als een band zonder ziel. Ik heb ze een ziel gegeven.’ Zondag staat Depeche Mode op Pinkpop, op een door Corbijn ontworpen podium, dat hij maakte voor hun Sounds of the Universe-tournee. Corbijn heeft, als ‘artistiek directeur’, al vijf wereldtournees voor ze ontworpen en negentien videoclips gemaakt. Veelzeggend detail: hij trad zelf twee keer op als drummer bij de band, voor de BBC. Wereldwijd zijn er tientallen miljoenen Depeche Mode-platen en cd’s met zijn ontwerpen verkocht. ‘Hun populariteit is erg gegroeid.’

Alleen in Nederland niet. ‘Alleen in Nederland niet. En dat is zo vreemd. In alle omringende landen en in Oost-Europa zijn ze groter dan U2. Antwerpen, Brussel, Düsseldorf – het loopt storm. In Duitsland hebben ze zeven stadionoptredens.’

Ben je erbij, dit weekend? ‘Ja. Ik wil zeker weten’

Om de controle te houden? ‘Nou, ik wil er een beetje op toezien. En meemaken dat ze spelen op Pinkpop. De avond daarvoor staan ze in Londen. Technisch is het niet mogelijk mijn podium op tijd op Pinkpop te krijgen. Dus hebben we er eentje extra laten maken. Ik wil niet dat ze in Nederland optreden zonder op dat podium te staan.’

Gisteren kwam je terug uit München, daarvoor zat je in Boedapest. Morgen ga je naar Luxemburg, meteen daarna naar Londen en Miami.

Denk je nooit: en nu zou ik wel eens een paar dagen onder een palmboom willen liggen? ‘Heb ik ook wel gedaan, hoor. Maar van een paar dagen strand word ik moeier dan van werken. Een paar dagen achter elkaar thuis zijn, dat zou ik wel willen. Leuke dingen doen. Ik hou van wandelen. Naar een boom kijken, zien hoe het licht valt. Fietsen in de duinen. De zeelucht ruiken. Ik kan erg genieten van de natuur.’ Dan, plotseling: ‘Het liefst was ik schilder geweest. Het mooiste wat er is. Die manier van denken, van werken staat me veel meer aan dan de fotografenwereld. Ik heb zo’n hekel aan apparatuur en aan dat technische fotografi egeklets over diafragma zus en zo. Bij mijn werk draait het om het gevoel. ‘Een schilder werkt nog meer solitair, autonoom – je creëert iets vanuit je binnenste. Zonder dat je afhankelijk bent van anderen. Die kant zou ik met mijn fotografie ook op willen.’

Schilderen is meer iets van jezelf. ‘Ja, het is puurder. Maar misschien romantiseer ik dat bestaan ook wel.’ Later: ‘Iedereen is tegenwoordig fotograaf, iedereen kan alles op internet zetten. Er is geen mysterie meer. Kijk naar de roddelbladen, de wereld van Hello-magazine. Vroeger fantaseerde ik over de manier waarop die mensen leefden. Dat zal wel heel interessant zijn, dacht ik, omdat er in mijn wereld niks gebeurde. En nu zie je dat het helemaal niets is, dat die mensen meestal een wansmaak hebben, als je hun huizen bekijkt. ‘Alles is al uit den treuren gefotografeerd. Daarom vind ik schilderijen zo mooi. Schilderijen zijn uniek. Ze staan buiten die hele rotzooi.’

Schilderen: zou je het serieus willen proberen? ‘Ik denk dat ik er gefrustreerd van zou raken. Juist omdat ik zo graag wil schilderen. Ik zou niet goed genoeg zijn.’

Ook gefrustreerd omdat je al die tijd met iets anders bezig bent geweest? ‘Ja. Ik hoop het niet. Maar de kans is altijd aanwezig.’

Dat zou wel raar zijn, voor iemand met zo’n succesvolle carrière. ‘Het hangt ook van de dag af hoe je je leven ervaart. Sommige dagen ben je de held, andere dagen voel je je iemand die heeft gefaald. Dat gaat bij mij nogal op en neer.’

En vandaag heb je een zwaarmoedige dag? Geamuseerd: ‘Nee. Dankjewel. Vandaag ben ik eigenlijk heel gelukkig. Ik was heel moe...’

Je zag er moe uit, toen je binnenkwam. ‘Nou: vandaag gaat het juist eigenlijk wel. Maar het is waar: ik ben eigenlijk altijd moe. Ik kan hier op de grond gaan liggen en ik val in slaap. Geen probleem. Maar ik wil ook geen verkeerd beeld van mezelf scheppen. Ik zit in de beste hotels van de wereld, vlieg, als het me wordt aangeboden, in privéjets, en kom op de prachtigste landgoederen. Financieel heb ik niks te klagen, al ben ik niet zo goed af als de buitenwereld weleens denkt. Anders had ik mijn appartement in Londen niet hoeven verkopen.’

Er worden grote bedragen over je genoemd: 50 duizend euro per dag. ‘Sommige dagen verdien ik goed, andere dagen werk ik voor niks. Ik ben rijker dan al mijn ouwe vrienden. Maar veel minder rijk dan mijn nieuwe vrienden. Mijn accountant zegt: ‘Je geeft eigenlijk niks uit. Je hebt geen rare auto’s of zo.’ Wat al die rijke mensen doen – die hebben allemaal een vreemde hobby. Maar ik hou niet van schulden.’ Lachend: ‘Ik ben heel protestants.’

Hoe keken je ouders naar je toen je steeds bekender werd? ‘Volgens mij beseften ze het niet zo. Pas toen ik een tentoonstelling had in het Stedelijk Museum, waar bij de opening zo veel bezoekers waren dat ze niet eens allemaal in de aula pasten, is tot ze doorgedrongen dat ik van mijn werk kon leven. Tot die tijd was het voor hen zo abstract. De enige kunst die mijn vader kon waarderen was Rembrandt, omdat die bijbelse taferelen schilderde. Van kunst snapte hij niks, maar zo’n bijbels tafereel, dat was knap gedaan. ‘In Groningen opende Bono mijn tentoonstelling. Hij zei: ‘Being photographed by Anton is like having sex with Anton. And I had sex with Anton for many years.’ Mijn ouders spraken niet veel Engels, maar ik zag ze kijken: sex with Anton? ‘Maar goed: mijn vader heeft Bono ontmoet. En Freek de Jonge. ‘Heb je van hem een nummer voor me?’, vroeg hij. ‘Met hem wil ik toch eens meer praten.’ Dat vond ik wel leuk. Toen mijn vader overleed, nam Bono me een week mee op vakantie. Hij wist wat zijn overlijden voor me betekende.’ Stilte. Tegen het einde van het gesprek, vanuit het niets: ‘Een vriend had me aangeraden toch eens aan mijn vader te vragen of hij trots op me was. Dus vroeg ik een keer, tien jaar geleden: ‘Wat vind je nou, pa. Ben je trots op me?’ Hij zei: ‘Ik ben trots op alle kinderen.’ Machteloze blik.

cv Anton Corbijn

geboren Strijen, 20 mei 1955

burgerlijke staat ongehuwd

werk Corbijn begon zijn carrière als hoofdfotograaf van muziektijdschrift Oor. Hij werd vooral bekend door zijn foto’s van musici. Verder is hij grafisch ontwerper, filmmaker, maakt hij videoclips en ontwerpt hij decors voor popconcerten. Corbijn fotografeerde een eindeloze reeks beroemdheden als David Bowie, Miles Davis, Captain Beefheart, Robert de Niro, Rolling Stones, Johnny Cash, Frank Sinatra, Nick Cave, Bono, Elvis Costello, Clint Eastwood en Nelson Mandela. Ter gelegenheid van de 70ste verjaardag van Beatrix maakte hij een serie portretten van de koningin. Sinds 1989 heeft hij veertien boeken en catalogi gemaakt. Het logo van de stad Den Haag is een ontwerp van Corbijn. In 2007 bracht hij zijn meerdere malen bekroonde film Control uit. Hij werkt nu aan een tweede speelfilm.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden