Weblog

Antoin Deul (NiNsee) wil eerst de lijken uit de kast, zoals het slavernijverleden

Het moet er nu echt maar eens van komen, vindt Antoin Deul: diepgravende nationale aandacht voor Nederlands slavernijverleden, zeker in musea. Interview in de serie: hoe vertel je het verhaal van de slavernij en het kolonialisme met een hoofdrol voor de slachtoffers? Nederlandse musea worstelen met die vraag. Ze worden op hun huid gezeten door jongeren met een Surinaamse, Antilliaanse of Afrikaanse achtergrond.

Bij het monument voor de afschaffing van de slavernij (gemaakt door kunstenaar Erwin de Vries) wordt een plengoffer gebracht op 1 juli, Keti Koti, de jaarlijkse herdenkingsdag. Beeld anp

Antoin Deul heeft een missie: 'Het slavernijverleden onderdeel van het collectief geheugen maken'. Hij zegt: 'Wij maken de Nederlandse identiteit compleet.'

Hij is een jaar voorzitter van het Nationaal instituut Nederlands slavernij-verleden en -erfenis (NiNsee). Hij liet hij een carrière als technisch chemicus (hij werkte in Amerika en Nederland voor het Amerikaanse Nalco) en bestuurslid van GroenLinks even voor wat die waren om zich aan deze passie met het NiNsee te wijden.

Dat instituut heeft een moeilijke periode achter zich van een subsidiestop en roerige slavernijherdenkingen, en heeft nu onderdak gekregen bij het Amsterdams Stadsarchief. Er is een nieuwe fase ingegaan.

De Black Achievement Month in oktober ziet Deul als goed voorbeeld van een nieuwe koers. Toen hij aantrad, werd er gesproken om in juni een Black History Month te organiseren, naar Amerikaans voorbeeld. Deul: 'Ik zei: onze geschiedenis is niet begonnen in slavernij. Het is beter onze rijkdom te vieren, onze geschiedenis, kunst, cultuur, economie.'

De eerste editie is hem goed bevallen. 'De honger naar zulke informatie heeft me verbaasd.' Dit jaar worden de festiviteiten sterk uitgebreid, vooral buiten Amsterdam, zegt Deul.

'Ik vind het fantastisch dat musea nu ontdekken dat het slavernijverleden een permanente plek verdient. Het is wel belangrijk dat ze de expertise in huis hebben. De teksten eromheen zijn vaak nog steeds problematisch, met een eurocentrische blik geschreven. Ik ga ervan uit dat de musea het NiNsee bij de aanpassingen zal betrekken.'


Antoin Deul. Beeld NiNsee

De heroriëntatie op het verleden is voor een belangrijk deel een kritische zelfonderzoek voor de witte Nederlanders, vindt Deul. Met die maatschappelijke discussie zullen de musea te maken krijgen, denkt hij. 'Als je het woord slavernij laat vallen, komt er een allergische reactie, waarom is dat? Ik kan niet anders dan concluderen dat dat het bewust relatief weinig aandacht krijgt. In schoolboeken staat dan nog wel wat over de slavernij in de VS maar over Nederland maar mondjesmaat.'

'De koloniale geschiedenis is niet eerlijk opgeschreven. We gaan daar iets aan doen. Hoe gingen de parlementaire debatten rond de afschaffing van de slavernij in de 19de eeuw? Hoe leefde dat in de Nederlandse samenleving? En dat willen we dan doortrekken naar nu, het racismedebat. Het ene rapport kwam na het andere maar de vraag blijft liggen: wat gaan we ertegen doen?'

'In het onderwijs moeten we inclusiviteit aanbrengen: wat hebben we daar uitgespookt en hoe zit het met onze witheid, hoe komt het dat we nog steeds zo racistisch zijn? We moeten voorbij de emoties en de pijn. We kunnen best dat tolerante Nederland dat we denken dat we zijn naar boven brengen. Maar eerst moeten de lijken uit de kast, het slavernijverleden is daar een van.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.