Analyse Antisemitisme

Antisemitisme leek een plaag uit het verleden, maar steekt in nieuwe vorm in diverse Europese landen weer de kop op

In Amsterdam worden de ruiten van een Joods restaurant ingegooid. Een 21-jarige jongen die een keppeltje draagt wordt op straat in Berlijn met een riem geslagen. Een 85-jarige Joodse vrouw, overlevende van de Holocaust, wordt in Parijs doodgestoken, waarna haar appartement in brand wordt gestoken. Is antisemitisme in opkomst in Europa? Vijf correspondenten doen verslag van antisemitisme in hun land.

antisemitisme Koos Jeremiasse Beeld Janssen R (109506)

​Duitsland

Met de gestileerd slepende tred van een 15-jarige sjokt Hüseyin door de cursusruimte van het Joods Museum in Berlijn naar de muziekinstallatie, langs de grote tafel waar vijf klasgenoten omheen zitten, langs de ingelijste Thorateksten aan de witte muur.

Hüseyin drukt op play en drie bekende pianoakkoorden vullen de ruimte, gevolgd door een broeierig ‘oh yeah’: Changes, de postume monsterhit van de zwarte Amerikaanse rapper 2Pac, die in 1996 werd doodgeschoten.

‘I see no changes wake up in the morning and I ask myself / is life worth living or should I blast myself (…)’ ‘We gotta start makin’ changes / learn to see me as a brother instead of two distant strangers...’ Hüseyins klasgenoten Yunis, Hasan, Hannah, Bené en Elias luisteren mee, hun hoofden steunend op hun handen. Hier en daar tikt een sneaker zachtjes de beat mee op de betonnen vloer.

Over dit artikel

In Amsterdam worden de ruiten van een Joods restaurant ingegooid. Een 21-jarige jongen die een keppeltje draagt wordt op straat in Berlijn met een riem geslagen. Een 85-jarige Joodse vrouw, overlevende van de Holocaust, wordt in Parijs doodgestoken, waarna haar appartement in brand wordt gestoken.

Ondertussen wint een Hongaarse politicus de verkiezingen met antisemitische retoriek. Is antisemitisme in opkomst in Europa? En werkt de massale toestroom van islamitische vluchtelingen Jodenhaat in de hand? Onderzoeken geven een diffuus beeld, met statistieken die voortdurend veranderen.

Cijfers over antisemitisch geweld zijn bovendien niet onomstreden. Zo worden zowel officiële politierapporten als studies van Joodse organisaties over en weer betwist en politiek geïnterpreteerd. Bovendien heeft elk Europees land zijn eigen versie van antisemitisme, waarbij ‘oude’ vormen, geworteld in nationalisme, en ‘nieuwe’ vormen van Jodenhaat ontsproten uit een politieke afkeer van Israël naast elkaar bestaan.

Het probleem is oud, en nieuw, en vooral veelkoppig. Vijf correspondenten doen verslag van antisemitisme in hun land.

De leerlingen zitten in de derde klas vmbo-t/havo van de Refik Veseli school in het multiculturele stadsdeel Kreuzberg. Een jaar of tien geleden haalde deze school geregeld de landelijke media als probleemschool-in-migrantenwijk. Een probleem op de lange lijst van toen: antisemitisme. Het woord Jood, ‘Jude’, was een gangbaar scheldwoord, sommige moslimleerlingen koesterden vooroordelen over Joden, een Joodse leerling werd weggepest.

Nu dient de school, waar het merendeel van de leerlingen wortels heeft in Turkije en Noord-Afrika, als voorbeeld van hoe je met antisemitisme omgaat. Waar veel andere Duitse onderwijsinstellingen die problematiek nog maar net onder ogen durven zien, hebben ze op de Refik Veseli-school de scheldpartijen en pesterijen goeddeels onder controle. Eén van de getroffen maatregelen: een samenwerkingsverband met het Joods Museum.

Daar verzamelt zich elke dinsdagmiddag een groep derdeklassers voor het keuzevak ‘geschiedeniswerkplaats’. Het vak is populair, ook omdat er een tentoonstelling aan verbonden is die de leerlingen zelf mogen inrichten. Normaal gesproken is de groep in het museum dan ook drie keer zo groot, deze week is een deel van de leerlingen op skitrip.

‘Muziek als verbindende factor binnen- en tussen culturen’, is dit jaar het thema van de geschiedeniswerkplaats. In de lessen die nog komen, zullen de leerlingen samenwerken met joodse muzikanten en leeftijdgenoten van het Joodse Gymnasium Moses Mendelssohn. Het doel: een kennismaking met het hedendaagse joodse leven in Berlijn, die moet helpen bij het bestrijden van racisme in het algemeen en antisemitisme in het bijzonder.

‘Some things will never change’, rapt 2Pac een laatste keer. Educatief medewerker Fabian Schnedler heeft voor deze tweede lesdag een paar leerlingen gevraagd een nummer mee te nemen waar ze graag naar luisteren, maar wat hen ook aan het denken zet. ‘Ik dacht, dit gaat over racisme, dit gaat over zwarten in Amerika die altijd worden vermoord door de politie’, antwoordt Hüseyin op de vraag waarom hij dit nummer koos. ‘In de geschiedenis worden Joden ook altijd vermoord... toch?’ De rest knikt. ‘Dit is echt zo’n nummer dat ik luister bij het barbecueën in het park’, zegt Hasan. ‘Ja een klassieker’, beaamt Bené. ‘Hoezo zeg jij klassieker, ben je 50 ofzo?’ Hüseyin rolt met zijn ogen. ‘Ik dacht gewoon, het past bij dit project.’

Terwijl de leerlingen brainstormen over het nummer, vertelt docent Schnedler dat de vooroordelen over Joden die in de klas leven, meestal na verloop van tijd en passant aan de orde komen. Vorig jaar nog vroeg een leerling hem waarom Joden eigenlijk ‘altijd Palestijnen vermoorden’, en hoe het komt dat ‘alle Joden rijk zijn’.

‘Er mag in Duitsland geen plaats zijn voor antisemitisme, niet voor het oude en niet voor het nieuwe’, zei Bondspresident Frank-Walter Steinmeier afgelopen december. Zijn woorden waren een reactie op demonstranten, Syrische vluchtelingen en Duitsers met Turkse of Arabische voorouders, die in Berlijn Israëlische vlaggen verbrandden. Zij demonstreerden tegen de beslissing van Donald Trump om de Amerikaanse ambassade in Israël van Tel Aviv naar Jeruzalem te verplaatsen.

Het was de eerste keer dat het Duitse staatshoofd zich uitsprak over de terugkeer van het antisemitisme. De afgelopen decennia leek Jodenhaat in Europa, op onverkwikkelijke maar incidentele oplevingen na, vooral een plaag uit het verleden. Maar sinds enkele jaren steekt de problematiek weer in diverse Europese landen de kop op, soms met ernstig geweld en zelfs moord tot gevolg (zie ook p. 10 en 11).

In Duitsland zijn de ontreddering en schaamte over deze ontwikkeling het grootst. Het land waar de Holocaust werd bedacht en gepland, werd daarna het land dat het vurigst – en misschien ook het langst, tegen beter weten in – heeft gehoopt dat de mensheid in staat zou zijn onomkeerbare lessen te trekken uit het verleden.

Bondspresident Steinmeier benoemde de verschillende gezichten die Jodenhaat kan hebben niet. Toch begreep iedereen wat hij met ‘oud’ en ‘nieuw’ bedoelde. Angela Merkel was vorige week explicieter. In een interview ter ere van het zeventigjarige bestaan van de staat Israël, sprak ze over ‘een nieuwe vorm van antisemitisme, meegebracht door migranten uit de Arabische wereld.’

Adam Armush (21), een Arabische Israëliër die in Berlijn studeert, ging twee weken geleden bij wijze van experiment met en keppeltje de straat op in zijn wijk, het welvarende, wat yuppige Prenzlauerberg. Bij de bushalte doken drie jongens op, Syrische vluchtelingen, naar later bleek. ‘Yahudi’, riepen ze, het Arabische woord voor Jood. En van de jongens achtervolgde Armush en sloeg met zijn broekriem op hem in.

Wat Armush achteraf het meest verbaasde is dat niemand ingreep. Er waren, schatte hij, zo’n vijftig mensen op straat. Op basis van het filmpje dat Armush met zijn telefoon maakte, raadde de president van de Joodse Raad, Josef Schuster, het openbaar dragen van keppeltjes in de Duitse hoofdstad af.

De meeste voorbeelden van islamitisch antisemitisme zijn in Duitsland afkomstig van scholen. Vorig najaar werd een 14-jarige Joodse scholier in Berlijn geslagen, gewurgd en bedreigd met een pistool – nep, maar nauwelijks van echt te onderscheiden. De daders waren klasgenoten met Turkse en Arabische ouders.

In Wedding, ook een migrantenwijk, kreeg een 18-jarige van een klasgenote, een moslima met Arabische ouders, te horen dat ‘Hitler een goede man was, want hij heeft de Joden vermoord.’ Recent dieptepunt was de noodkreet van de ouders van een Joods meisje uit groep vier van een basisschool. Hun dochter had van oudere leerlingen te horen had gekregen dat ‘ongelovigen zoals zij werden verbrand’.

Over de vraag hoe wijdverbreid het antisemitisme nu precies is, waar het vandaan komt, en hoeveel daarvan voor rekening komt van moslims en vluchtelingen, worden in Duitsland verhitte discussies gevoerd. Een peiling van de universiteit van Bielefeld onder de ruim honderdduizend Joodse-Duitsers en 13 duizend in Duitsland levende Israëli’s, wijst uit dat 78 procent van de ondervraagden de afgelopen jaren een toename van ‘alledaags antisemitisme’ ervaart.

Gevraagd naar persoonlijke ervaringen in het afgelopen jaar, hebben de geïnterviewden geschat hoe vaak een dader naar hun idee uit een bepaalde groep afkomstig was. Bij scheldpartijen schatten ze 19 procent van de daders in als extreemrechts, 19 procent als extreemlinks en 62 procent als moslim. Bij fysiek geweld werden in 81 procent van de gevallen moslims als dader aangewezen.

Die schatting strookt niet met de Duitse politiestatistieken over antisemitisme. In 2017 registreerde de politie 1453 antisemitische delicten, waarvan er 32 gepaard gingen met geweld. Slechts 25 zouden zijn begaan door ‘religieus gemotiveerde antisemieten’ en 1377 door extreemrechts. Cijfers uit voorafgaande jaren vertonen een vergelijkbaar beeld

Maar er zijn goede redenen om aan te nemen dat die verhoudingen niet kloppen, zo constateerde een onderzoekcommissie van het Duitse parlement onlangs in een rapport over antisemitisme. De voornaamste kritiek: de politie zou delicten met een onbekende dader automatisch op een rechtse hoop gooien. ‘Het beeld van de motieven van de daders is daarom mogelijk naar rechts vertekend.’ 

Die discrepantie biedt ruimte aan speculatie. Zo interpreteert de rechts-nationalistische partij AfD de onprecieze politiestatistieken als een poging tot politiek correct wegkijken van mogelijke moslimdaders, die in 2015-2016 als vluchteling naar Duitsland kwamen, aangemoedigd door de Willkommenskultur van Angela Merkel. Een hypothese die overigens onderuit wordt gehaald door een recente internationale studie in opdracht van de Duitse stichting Erinnerung, Verantwortung und Zukunft (zie ook ‘Nederland’, p.10).

Sinds deze maand heeft de Duitse regering voor het eerst sinds de oprichting van de Bondsrepubliek in 1949 een ‘gezant antisemitisme’, Felix Klein, voorheen diplomaat. Het is zijn taak om de problematiek in kaart te brengen en de gemoederen te sussen.

Een complexe klus. Het bestrijden van extreemrechts antisemitisme zit verweven in het DNA van het huidige Duitsland. De Bondsrepubliek rust op een fundament van ‘nie wieder’. Het onderkennen en bestrijden van Jodenhaat onder moslims ligt een stuk ingewikkelder. De angst voor collectieve verdenkingen is, vooral bij politiek links, bijzonder groot. Hun voornaamste invulling van ‘nie wieder’, was decennia lang: tolerantie voor minderheden. Nu blijkt dat minderheden ook intolerantie kunnen importeren, is het ongemak enorm.

Wenzel Michalski, directeur van Human Rights Watch Duitsland, vindt dat veel Duitsers verblind zijn door zelfingenomenheid. ‘Ze voelen zich wereldkampioen herdenken. Daardoor missen ze het hedendaagse antisemitisme.’ Michalski is de vader van Oskar, het eerdergenoemde 14-jarige slachtoffer van wurging en doodsbedreiging. De jongen zit nu tijdelijk in Australië op school, om bij te komen van zijn traumatische ervaringen. Zijn vader treedt veel op in talkshows, waar hij het woedende gezicht toont van de joodse gemeenschap in Duitsland.

‘Over het Jodendom en de Joodse cultuur wordt in het Duitse onderwijs bijna uitsluitend in de context van het nationaalsocialisme gesproken’, constateert Michalski tot zijn ongenoegen. Ook antisemitisme-gezant Felix Klein heeft daar kritiek op. ‘Bij de scholieren blijft dan vaak alleen maar hangen dat Joden slachtoffers zijn en Israël een probleemstaat is.’ Klein vindt het belangrijk dat op scholen het huidige conflict in het Midden-Oostenconflict wordt uitgelegd. Tegelijkertijd waarschuwt hij er nadrukkelijk voor antisemitisme vanaf nu puur te bestempelen als een migrantenprobleem, zoals de AfD dat doet. ‘Dat de AfD zich als bondgenoot van Israël opstelt is een doorzichtige manoeuvre, gericht tegen moslims.’

Dat het ook anders kan, bewijst de Refik Veseli school. Wat precies het effect is geweest van de geschiedeniswerkplaats valt lastig te meten. Dat de Duitse onderwijsinspectie twee jaar geleden constateerde dat de school ‘een omkeer’ heeft gemaakt is volgens rector Ulricke Becker dan ook het gevolg van een reeks aan ingrepen. Met een subsidie voor probleemscholen heeft Becker het lesprogramma omgegooid. Er is nu veel aandacht voor gesprekscultuur en democratie: leren argumenteren, accepteren dat andere mensen een ander wereldbeeld hebben. Als zich problemen voordoen, schakelen Becker en haar team veel sneller dan vroeger de politie of jeugdzorg in.

Maar de belangrijkste tactiek: ongewenst gedrag nooit onbesproken laten passeren. Docenten mogen niet wegkijken. ‘Er worden hier op school nog steeds regelmatig dingen gezegd die niet gezegd zouden moeten worden. Daar worden de leerlingen onmiddellijk mee geconfronteerd, we stellen vragen, geven tegenargumenten, soms geven we straf.’

In de geschiedeniswerkplaats valt het woord Holocaust deze middag helemaal niet – en dat is precies wat Léontine Meijer-van Mensch, de Nederlandse programmadirecteur van het Joods Museum, beoogt. ‘Niet alles wat met het Jodendom te maken heeft hoeft meteen te worden gerelateerd aan de Holocaust.’ Uit het raam van haar werkkamer kijkt ze uit over de daken van Kreuzberg. ‘Dit is een van de meest cultureel diverse stukjes Berlijn.’ Ze zegt het eerder opgetogen dan bezorgd. ‘Deze kinderen moeten hier een toekomst opbouwen, mét elkaar.’

Binnenkort organiseert het museum ook een cursus voor leraren over de omgang met antisemitisme. ‘Als Joodse instelling heb je hier in Duitsland goede kaarten om het ijs tussen bevolkingsgroepen te breken.’ Dat gaat lang niet altijd probleemloos, geeft ze toe, ook niet bij de geschiedeniswerkplaats. Elk jaar zijn er weer leerlingen die hun deelname geheim houden voor hun streng-islamitische ouders, omdat die niet mogen weten dat ze elke week een paar uur in een Joodse instelling doorbrengen.

En soms zijn er incidenten. Zoals vorig jaar, in de stressvolle tijd vlak voor de eindpresentatie, vertelt Meijer-van Mensch. Een medewerker had kritiek geleverd op het werk van een van de leerlingen, waarop de jongen haar luidkeels uitschold voor ‘Judensau’, joodse zeug.

Hoewel de medewerker gepikeerd was, besloot het museum er verder geen consequenties aan te verbinden. ‘Ja, de jongen moest natuurlijk zijn excuses aanbieden, maar hij mocht wel gewoon meedoen met de presentatie. Het zijn tieners, die zeggen soms rare dingen in gespannen situaties.’

Maar Meijer-van Mensch ziet ook positieve ontwikkelingen. Zo gebeurt het regelmatig dat islamitische ouders die hun kind aanvankelijk verboden aan de geschiedeniswerkplaats deel te nemen, later toch samen met hun zoon of dochter het museum bezoeken. Meestal niet tijdens de feestelijke opening, maar op een rustige namiddag. Daarom zijn de tentoonstellingen, op aandringen van de leerlingen van de Refik Veseli school, sinds kort ook voorzien van Arabische bijschriften.

Nederland

In de ochtend van 7 december sloeg de verwarde Syrisch-Palestijnse vluchteling Saleh A. de ruiten in van het Joodse restaurant HaCarmel in Amsterdam-Zuid. Onderwijl ‘Allahu Akbar’ en ‘Palestina’ scanderend.

Het gebroken glas, dat associaties oproept met de Kristallnacht, voedt de existentiële angst die altijd binnen de Joodse gemeenschap aanwezig is, zegt onderzoeker Willem Wagenaar van de Anne Frank Stichting. ‘Die wordt goed samengevat in een uitspraak van Leon de Winter: Een verstandige Jood heeft altijd zijn koffer klaarstaan. Zeker na de eerdere moord en aanslagen in Frankrijk en België worden zij weer in die opvatting gesterkt.’

De aanslag bevestigt bovendien een breed levend idee in de samenleving dat er met de vluchtelingenstroom uit Syrië antisemitisme in Nederland is binnengekomen. Maar de in april gepubliceerde studie Antisemitism and Immigration in Western Europe Today, ontkracht dat vermoeden. De studie, in opdracht van de Duitse stichting Erinnerung, Verantwortung und Zukunft en uitgevoerd door het Engelse Pears Institute for the Study of Anti-Semitism, geeft een overzicht van antisemitisme in vier West-Europese landen: België, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.

De Leidse hoogleraar Leo Lucassen en onderzoeker Annemarike Stremmelaar leverden het hoofdstuk over Nederland aan en concluderen dat antisemitisch gedrag zelden afkomstig is van asielzoekers uit het Midden-Oosten. ‘En het feit dat ook hun voorgangers uit de jaren negentig – vluchtelingen uit landen als Irak, Iran, Somalië en Afghanistan – zich verre houden van antisemitisch gedrag, maakt onwaarschijnlijk dat de huidige vluchtelingen op de langere termijn antisemitisch gedrag zullen ontwikkelen’, schreven Lucassen en Stremmelaar onlangs in NRC Handelsblad. De andere onderzochte landen geven een vergelijkbaar beeld.

Voor zover de vluchtelingenstroom antisemitisme heeft aangejaagd, is dat vooral afkomstig uit extreem-rechtse hoek, constateert Lucassen. ‘Door het hardere polariserende klimaat zien die groepen zich gelegitimeerd om hun pijlen op minderheden, waaronder Joden te richten.’

In de cijfers over antisemitisme in Nederland komt de vrees voor recent geïmporteerde Jodenhaat ook niet tot uiting. Uit een rapport dat onderzoeksbureau Radar Artikel 1 eind april publiceerde blijkt dat er vorig jaar 284 aangiften bij de politie binnenkwamen van antisemitisme. Dat is ongeveer 8 procent van het totale aangiften van discriminatie. Het gaat vooral om incidenten in de persoonlijke omgeving, schrijven de onderzoekers. ‘Zoals burenruzies waarin mensen worden uitgemaakt voor ‘kankerjood’ of bekladdingen van huizen en brievenbussen met hakenkruizen.’

De belangrijkste voorspeller voor Jodenhaat in Nederland, is sinds decennia de situatie in Israël, verklaart Wagenaar. ‘Als het conflict daar oplaait, zoals in 2014, neemt ook het aantal meldingen en aangiften van antisemitisme toe. De laatste jaren is het relatief rustig geweest in Israël.’

Toch is er volgens Lucassen wel reden tot zorg over het antisemitisme onder Nederlandse moslimjongeren met Marokkaanse en Turkse achtergrond. Die hebben naar verhouding veel vaker antisemitische vooroordelen en zijn sterk oververtegenwoordigd als het gaat om antisemitisch geweld. In de Tweede Kamer maken de fracties van GroenLinks en ChristenUnie zich intussen zorgen over recente voorbeelden hate crimes tegen Joden en andere minderheden. Naar aanleiding van de vernieling bij HaCarmel werken zij aan een wet om misdrijven die impact hebben op een hele groep zwaarder te bestraffen.

Tjerk Gualthérie van Weezel

Frankrijk

In maart werd de 85-jarige Mireille Knoll vermoord, een Joodse vrouw die de Tweede Wereldoorlog had overleefd. Ze leefde in een bescheiden flatje in het Oosten van Parijs. Volgens de politie geloofde de vermoedelijke hoofddader echter dat zij geld had. Joden zijn immers altijd rijk. Zo werd Knoll het slachtoffer van een hardnekkig antisemitisch stereotype.

Onlangs publiceerden 300 vooraanstaande Fransen, van filosoof Alain Finkielkraut tot zangeres Carla Bruni, een vlammend manifest tegen het ‘nieuwe antisemitisme’ onder Franse moslims. Sinds 2006 zijn elf Joden vermoord door daders met een moslimachtergrond. Daar is veel te weinig aandacht voor, vinden de ondertekenaars van het manifest.

Het nieuwe antisemitisme steekt de kop op, nu het oude katholieke antisemitisme vrijwel uitgespeeld lijkt. Frankrijk kent een lange traditie van Jodenhaat. In 1894 werd de legerkapitein Alfred Dreyfus veroordeeld wegens spionage voor Duitsland. Hij was een Jood, dus hij moest het wel gedaan hebben. Uiteindelijk bleek hij onschuldig.

Het traditionele antisemitisme werd in diskrediet gebracht door nazi-Duitsland en maarschalk Pétain, de Franse president die met Hitler collaboreerde. ‘Antisemitisme is geen opvatting meer, maar een criminele hartstocht’, zei de filosoof Jean-Paul Sartre na de oorlog.

Slechts een enkeling, zoals Jean-Marie Le Pen, kon het niet nalaten zijn antisemitische opvattingen te ventileren. Niettemin verdween het rechtse antisemitisme langzaam maar zeker uit beeld, ook omdat een nieuwe bevolkingsgroep als een veel groter gevaar werd beschouwd: de moslims. Uit recent onderzoek bleek echter dat antisemitische stereotypen nog altijd wijd verbreid zijn onder de Franse bevolking. Zo vindt 56 procent dat Joden ‘veel macht hebben’, 41 procent dat zij ‘te veel aanwezig zijn in de media’ en 13 procent ‘dat er een beetje te veel Joden in Frankrijk zijn’.

Voor Franse moslims liggen deze cijfers nog hoger: 74 procent vindt dat Joden ‘veel macht hebben’, 67 procent dat zij ‘te veel aanwezig zijn in de media’. Volgens 18 procent zijn er een beetje te veel Joden in Frankrijk.

Er zijn grote verschillen tussen oud en nieuw antisemitisme. Het oude was wijdverbreid onder groepen met een grote maatschappelijke invloed, zoals de katholieke bourgeoisie. Anders dan vroeger zijn Joden tegenwoordig niet langer slachtoffer van discriminatie op de arbeidsmarkt, stelde de socioloog Michel Wieviorka.

Het nieuwe antisemitisme komt van een veel kleinere groep, die juist een zwakke maatschappelijke positie heeft. Het is daarentegen veel gewelddadiger, waardoor Joden meer kans lopen het slachtoffer te worden van een terroristisch aanslag of een roofmoord waarbij antisemitische motieven een rol spelen.

Peter Giesen

Groot-Brittannië

Wanneer joden zich niet meer veilig voelen op het Europese vasteland zijn er van oudsher twee nabijgelegen landen waar ze heen plegen te gaan. Het ene is Het Beloofde Land, het andere Groot-Brittannië. Zo vestigden zich vijf jaar geleden nog tientallen Franse Joden op het eiland, op de vlucht geslagen voor het antisemitische geweld dat in hun eigen land sterk was toegenomen. ‘In Parijs zou ik nooit met een davidster rondlopen, of een Hebreeuws boek in de metro lezen’, zei Sandra Elbase tegen The Jewish Chronicle.

Desondanks signaleerde de Britse antisemitisme-waakhond Community Security Trust de afgelopen jaren een opvallende stijging van antisemitische incidenten, al verdiende dat volgens de stichting wel een relativering: de meldingsbereidheid zou mogelijk zijn toegenomen door alle media-aandacht voor de antisemitisme-problematiek binnen de Labour-partij.

Het is een wrede speling van de geschiedenis. Na de Tweede Wereldoorlog was het juist Labour dat de oprichting van de staat Israël steunde, en onder het motto ‘Building a New Jerusalem’ een moderne verzorgingsstaat opzette.

Waar gematigd Labour altijd pro-Israël is gebleven, is het radicalere deel van de partij zeer betrokken geraakt bij het lot van de Palestijnen. Dat laatstgenoemde sentiment is versterkt toen Britse moslims Labour als hun politieke thuis begonnen te zien. Afkeer van de staat Israël gaat sindsdien soms gepaard met antizionisme of zelfs antisemitisme.

Sinds de machtsovername van Jeremy Corbyn ziet Labour zich geconfronteerd met een brede waaier aan antisemitische incidenten. Kamerlid Naz Shah werd tijdelijk geschorst omdat ze sympathie had getoond voor het plan om inwoners van de staat Israël naar de Verenigde Staten te deporteren. Ken Livingstone, de voormalige burgemeester van Londen, werd de wacht aangezegd nadat hij Hitler een ‘zionist’ had genoemd en gesuggereerd had dat er een Joodse samenzwering bestaat die de Labour Partij wil beschadigen.

Onlangs kwam de partij weer in het nieuws nadat was gebleken dat enkele raadsleden vraagtekens hadden gezet bij de Holocaust, en dat Joodse Kamerleden waren bedreigd door activisten van de radicale pro-Corbyn groepering Momentum.

Corbyn zelf zag zich begin vorige week genoodzaakt een artikel in The Evening Standard te publiceren, waarin hij de problemen in zijn partij erkende en beloofde maatregelen te nemen. ‘We kunnen onze Joodse broeders en zusters niet in de in de steek laten’, schreef hij. Kort daarop werd Momentum-activist Marc Wadsworth door een interne tuchtraad wegens antisemitisme uit de partij gezet.

Patrick van IJzendoorn

Polen

Polen heeft een bijzonder gevoelige relatie met het thema antisemitisme. Die gevoeligheid komt voort uit het eigen traumatische verleden, dat nog volop beleefd en gecultiveerd wordt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwamen niet alleen drie miljoen Poolse Joden om, maar ook drie miljoen niet-Joodse Polen.

Vooral bij aanhangers van de nationalistisch-conservatieve PiS-regering bestaat het idee dat de buitenwereld eerst de ‘Poolse doden’ moet respecteren. Pas daarna mag het over antisemitisme gaan. Stemmen die erop wijzen dat Polen tijdens de 20ste eeuw niet alleen slachtoffer waren of held, maar soms ook dader, worden gesmoord.

Critici verwijten de PiS-regering bovendien dat ze fascistische splintergroepen zoals het Nationaal-Radicale Kamp (ONR) geen strobreed in de weg legt. ONR houdt geregeld marsen in Warschau en Gdansk, waarbij de groene runenvlag wappert. Burgemeesters pleiten al jaren voor een verbod, PiS ziet daar niets in.

Tijdens de jaarlijkse onafhankelijkheidsmars van afgelopen november waren spandoeken te zien met ‘puur bloed’ en ‘wit Europa’. Een veroordeling van de PiS-regering bleef aanvankelijk uit, een minister vond het vooral een ‘expressie van patriottische waarden’.

Onder de oppervlakte sluimert ondertussen wel degelijk antisemitisme, zoals begin dit jaar te merken was bij het debat rond een omstreden wetswijziging, bekend geworden als de ‘Holocaustwet.’ Daarbij werd het strafbaar om het ‘Poolse volk’ (mede) de schuld te geven van de Jodenvernietiging. Anti-racismestichting Nigdy Wiecej (‘Nooit weer’) meldde een stijging in antisemitische teksten op het web.

Een van de mensen die dat ondervond, is kunstenaar Rafal Betlejewski (48). Met zijn werk probeert hij de knagende leegte te vullen die de Joden achterlieten. Op muurtjes en gebouwen in heel Warschau schilderde hij jaren terug de woorden ‘Jood, ik mis je.’ Rond de ‘Holocaustwet’ zag hij de haatberichten en dreigementen toenemen. ‘Dat ik een marionet ben van de Joden, dat ik geld krijg van Joden om dit te doen. Mensen voelen zich op geen enkele manier geremd.’

Betlejewski verklaart het antisemitisme uit een onderdrukt gevoel van schuld. ‘Je schuld toegeven is voor veel Polen synoniem aan zwak staan, en dat kan niet. De voorbije driehonderd jaar zijn we als een bal alle kanten op getrapt en tot slaaf gemaakt. We waren zwak. Dat nooit meer, denken mensen. Wie nu van buiten komt, een vluchteling bijvoorbeeld, wordt gezien als iemand die ons komt overheersen. Schuldgevoelens over de Holocaust stoppen Polen weg. Die onderdrukking leidt tot gekke fobieën zoals antisemitisme.’ Een gebrek aan kennis speelt volgens hem ook een rol. Polen die opgroeiden onder het communisme, hebben het verhaal van de Holocaust nooit geleerd op school.

Jenne Jan Holtland

antisemitisme Koos Jeremiasse Beeld Janssen R (109506)

Lees meer over antisemitisme in Europa

Antisemitisme in Europa: terug van nooit weggeweest

Een paar decennia terug kon je geloven dat we in Europa slechts stuiptrekkingen van antisemitisme zagen. In 2018 is het verschijnsel volop terug in de openbare ruimte. Verandert dat de beleving van 5 Mei?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.