Antillianen doen het nooit goed

Werkloosheid, drugs, kansloze jongeren die naar Nederland emigereren. Wordt het geen tijd dat de Antillen een gewone Nederlandse provincie worden?...

Ooit vertrouwde een Nederlandse staatssecretaris hem toe: geef het maar toe, jullie kunnen er niks van op de Antillen! Het onderwerp: de vermeende belasting-ontduiking via dit tropische deel van het Koninkrijk. En de Antilliaanse overheid liet het zomaar gebeuren. Waarna Carel de Haseth, tot vorige week gevolmachtigd minister van de Nederlandse Antillen in Den Haag, spottend opmerkte dat de filialen van al die Nederlandse banken op de eilanden uiteraard geen stuiver verdienden aan de fiscale trucs.

De Haseth, met zachte stem: 'Die continue verdachtmakingen. We horen steeds maar weer van deze kant van de oceaan: jullie kunnen het niet, laat mij het maar doen. Respecteer onze verantwoordelijkheid en laat ons ons werk doen.' Respect. Volksleider Anthony Godett, vorige week net geen premier geworden, eist luidruchtig respect van Den Haag. Respect willen ook de Antilliaanse jongeren in de grote steden.

En ook De Haseth vindt het niet meer dan normaal dat Nederland respecteert dat de Antillen een volwaardig onderdeel zijn van het Koninkrijk. Met rechten en, uiteraard, zo benadrukt de Haseth, ook plichten. Respect.

Ondertussen zakt het koninkrijksdeel steeds dieper weg in een financieel-economisch moeras. Vormen Antilliaanse jongeren in Nederland een nijpend probleem. En klinkt luider dan ooit de roep om van die 960 vierkante kilometer overzee, met niet meer dan 214.000 inwoners, maar vijf gemeenten te maken. Of een provincie, Nederlands dertiende.

Weg met die peperdure bureaucratie in Willemstad. Weg met politici die halsstarrig vast blijven houden aan hun autonomie, zonder volledig onafhankelijk te willen worden, maar het land ondertussen hebben opgescheept met een staatsschuld van ruim drie miljard Antilliaanse guldens, een begrotingstekort van een kwart miljard gulden en een werkloosheid van ruim 30 procent.

De Haseth: 'De eerste gevolmachtigde minister in Den Haag, Cola Debrot, schreef ooit in zijn Dagboek Genève: 'In de ogen van de Europeaan deugt er niets in de oud-kolonie. Dat was in de jaren vijftig. Toen waren er nog geen bolletjesslikkers. Ik constateer dat er sindsdien niet veel is veranderd. Die ondertoon die je zo vaak hoort. Driehonderd jaar lang werd alles besloten vanuit Den Haag. Toen was het ook geen rozegeur en maneschijn op de Antillen. Maar daar hoor ik nu niemand over.'

– Wat is er op tegen om van de eilanden een provincie te maken?

'Waarom zou je alles centraal vanuit Den Haag moeten regelen? Dat roepen ze toch ook niet in Brussel richting Nederland? De oorzaak van de crisis op de Antillen is het falende beleid, niet de autonomie die we krachtens het Statuut hebben. Je zegt ook niet dat Nederland als natie heeft gefaald omdat ze nu de grootste xtc-producent zijn. Waarom zouden wij, als Antillianen, het niet zelf kunnen? Kijk naar de saneringsmaatregelen die de afgelopen jaren zijn genomen. Er is een bemoeienis vanuit Nederland op micro-niveau met de Antillen die er niet is als het gaat om Loosdrecht of Kampen. Hup, worden er weer Kamervragen gesteld over de problemen bij de bouw van een school op Saba. Want het gaat nu eenmaal om de Antillen.'

– Er wordt wel eens gezegd: Antillianen hebben lange tenen.

'Als je deze voorbeelden elke dag hoort, dan word je inderdaad kribbig, ja. Het is zo stellig. Zo vaak hoor je hier: het zit zo en niet anders! Het deugt allemaal niet bij jou. Mijn dochter kreeg hier op school te horen: die pagina over het Statuut, ach, dat mag je overslaan, het is niet belangrijk. We praten wel over de hoogste rechtsorde van het Koninkrijk. Een scriptie over de schrijver Boeli van Leeuwen vindt men eigenlijk maar niks. Want die komt uit Curaçao, dat kan niet goed zijn. Vindt u het gek dat Antilliaanse politici geïrriteerd reageren? Maar ja, dan hoor je dat je lange tenen hebt als je zo reageert.'

– Het gaat toch grondig mis met de Antillen? De criminaliteit en de drugshandel nemen toe en aan de economische crisis komt maar geen einde.

'Neem het drugsprobleem. Er wordt zo de nadruk gelegd op de coketransporten. Maar Nederland, als grootste xtc-producent, heeft toch ook een drugsprobleem? Het gaat mij er niet om, om te zeggen: kijk naar je eigen. Maar als je een gezamenlijk probleem wilt oplossen, moet je kijken wat je gezamenlijk kunt doen binnen het koninkrijk. De drugstransporten via de Antillen zijn ook een Nederlands probleem. Die erkenning mis ik. Wij doen bovendien wel degelijk iets aan het probleem.'

– Zoals bij de aanpak van de bolletjesslikkers die massaal naar Nederland trokken? Dat ging toch moeizaam?

'Grote BS! (bull shit, redactie). Als ik de kranten hier opensloeg, kreeg ik de indruk dat wij niks deden om de stroom te stoppen. En dat de bolletjesslikkers overwegend Antillianen waren. Wat zijn de cijfers? Zo'n 20 procent bleek Antilliaan te zijn, wonend op de Antillen,40 procent was buitenlander en nog eens 40 procent was woonachtig in Nederland. Dus het beeld dat het allemaal arme sloebers zijn die in een arme buurt van Willemstad wonen, dat klopt gewoon niet.'

– Probeert u de zaken niet te vergoelijken? Van die 40 procent die in Nederland woont, is een flink deel toch Antilliaan?

'Wat ik probeer te zeggen is: plaats dingen in perspectief. Elk land controleert zijn eigen grenzen. Wij zeiden, toen de stroom bolletjesslikkers toenam, dat we ook personen gingen controleren op drugs die ons land uitgingen. Als een van de weinige landen in de wereld doen de Antillen dat. De Nederlandse douane wilde op een gegeven moment zelfs een plekje op luchthaven Hato om de vlucht te controleren voor het vertrek naar Nederland. Dan zeg ik: waarom doen ze dat niet op Schiphol? Ik ben belaagd door de Nederlandse media toen de Antillen smokkelaars met een dagvaarding naar huis stuurden. Terwijl Nederland later geruisloos hetzelfde deed. Ach, als het op de Antillen gebeurt, dan is er iets mis. Dan kan het niet.' – Waar heeft u zich in die acht jaar in Den Haag het meeste aan geërgerd?

'Aan die dwingende aandacht door Nederland, van de politiek tot de media, voor zaken die totaal geen prioriteit voor ons waren. Met als gevolg dat we geen ruimte kregen om de echt belangrijke dingen aan te pakken. Een voorbeeld: het asfaltmeer bij de olieraffinaderij op Curaçao. Het ligt daar al vijftig jaar. Vormt het een bedreiging? Nee. Dan worden er Kamervragen gesteld. Een land dat saneert, dat kampt met een economische crisis, moet dan plotseling ook hieraan volop aandacht aan gaan besteden.

'Dat zigzaggen! Nederland had het indertijd ook zelf kunnen aanpakken. Want het asfaltmeer dateert van voor het Statuut. Al dit soort zaken dragen bij aan het imago van een land waar niets aan deugt. Wij zeggen: first things first. De inburgeringscursus voor Antillianen die naar Nederland vertrekken, is een ander voorbeeld. Ik kan mij niet voorstellen dat Nederland van Somalië eist dat Somaliërs vloeiend Nederlands spreken als ze naar Nederland willen komen. Maar je eist het wel van de Antillen.'

– Dat is toch logisch? De Antillen zijn een onderdeel van het Koninkrijk. Het is toch ook in het belang van de Antillianen zelf dat ze hier goed terecht komen?

'Er zijn meer Nederlanders op de Antillen, zo'n 8 procent van de bevolking, dan dat er Antillianen in Nederland zijn. Wij eisen toch ook niet dat die Nederlanders Papiaments leren? Het gaat mij om dat hypocriete dualisme. Het idee bestaat ook nog altijd dat de Antillen Nederland handen vol geld kosten. Maak er dus maar een provincie van. Maar het Nederlandse geld wordt besteed aan slechts vier terreinen, waaronder de rechtshandhaving. Er zit niets bij voor armoedebestrijding en voor de volksgezondheid. Het Statuut verbiedt Nederland niet om aan deze sectoren geld te besteden. Probeer de redenen dat de bevolking wegtrekt naar Nederland, zoals de sociale achterstand, aan te pakken. Dat gebeurt nauwelijks terwijl we dat gezamenlijk wel zouden kunnen aanpakken.'

– Voormalig premier Pourier, een partijgenoot van u, was de laatste jaren zeer kritisch over de houding van Den Haag. Terwijl hij saneerde, bleef Nederland volgens hem aan de zijlijn staan wachten. Er kwam geen financiële steun want Den Haag eiste eerst een akkoord met het IMF. Is Nederland medeschuldig aan de situatie op de Antillen?

'De schuldvraag moet je verdelen. Had Nederland meer kunnen doen? Ja. Maar ook de Antillen. De Antilliaanse armen waren te kort om het akkoord met het IMF binnen te halen toen het binnen handbereik heette te zijn. Nederland, zo zei president Emsley Tromp van de Centrale Bank in Willemstad onlangs, had de economie kunnen stimuleren tijdens het saneringstraject. Er werd echter gesneden zonder te investeren. Dan kom je terecht in een neergaande spiraal. Het economisch herstel vertraagde en bij de bevolking ontstond een bezuinigingsmoeheid.

'De man op straat moet ook merken dat de sanering ooit tot iets leidt. Je kan niet steeds het verhaal ophouden van begrotingsevenwicht et cetera. De Nederlandse houding leidde inderdaad tot behoorlijk wat frustratie. Het was ook een kwestie van vertrouwen. Daar was duidelijk een gebrek aan. Te veel was de houding: ik heb in het verleden risico's met jou genomen, maar ik vertrouw jou niet meer. Partijen bleven elkaar wantrouwend aankijken. Dat zag je ook bij de aanpak van het drugsprobleem. Daar is nu gelukkig verandering in gekomen. Er wordt nu meer gekeken naar waar onze gezamenlijke problemen elkaar raken.

'We moeten allebei rationeler worden. De Antillen moeten meer geloven in hun eigen kunnen. En niet steeds zeggen: ach, dat doet Nederland wel. Nederland aan de andere kant moet af van het idee dat alles op de eilanden niet deugt. We hebben de afgelopen jaren veel offers gebracht om het tij te keren. Er is veel bezuinigd, gesaneerd en overheidsbedrijven zijn geprivatiseerd. Men verliest uit het oog dat we een gemeenschap zijn die best tot indrukwekkende dingen in staat is. Er was een tijd dat de olieraffinaderij en de haven op Curaçao tot de grootste in de wereld behoorden.'

– Had die sanering desondanks niet veel eerder moeten gebeuren?

'Alles had veel eerder kunnen gebeuren. Noem mij een land dat zoveel in zo korte tijd heeft gedaan, zo hard heeft ingegrepen? Dertig procent van de ambtenaren is op straat gezet.'

– Dan nog, zou alles niet veel sneller en efficiënter kunnen worden aangepakt als de Antillen gewoon een Nederlandse provincie werden?

'Nederland grijpt niet in, dat is het probleem. Nederland heeft genoeg mogelijkheden, krachtens het Statuut, om bestuurlijk corrigerend op te treden op de Antillen. Ook nu. Alleen die waarborgfunctie wordt niet ten volle toegepast.'

– Logisch. Want dan roepen de Antilliaanse politici toch meteen weer dat Den Haag zich met hun zaken bemoeit?

'We stonden niet op onze achterste benen toen Den Haag zo'n tien jaar geleden ingreep op Sint Maarten en het eiland onder toezicht plaatste. Zowel het eiland als de Antillen waren tekort geschoten bij hun plicht te zorgen voor goed bestuur op Sint Maarten.

'Ik geloof niet dat we er iets mee opschieten als de eilanden een gemeente of provincie worden van Nederland. Ik zie de voordelen echt niet. Zeker, we hebben de afgelopen vijftig jaar onze ups and downs gehad. Maar het is beslist niet zo dat we er op alle terreinen een potje van hebben gemaakt. Een provincievorm zou ook onlogisch zijn. Alle Europese landen proberen een oplossing te zoeken in de vorm van meer regionale autonomie, zoals voor Corsica, en dan zou Nederland van de Antillen een provincie maken. Ik geloof meer in het maken van betere afspraken met elkaar.'

Als de problemen met gewelddadige Antilliaanse jongeren, zoals nu in Tilburg, de revue passeren wordt De Haseth opvallend stil. Hij worstelt zichtbaar met de dood van de 18-jarige Tilburger Bart Raaijmakers, doodgestoken door twee Antillianen. Welke Antilliaan zou niet met deze kwestie in zijn maag zitten? De Haseth vindt het vreselijk wat er is gebeurd. 'Woorden schieten op zo'n moment tekort. Hoe is het zover gekomen?', vraagt hij zich af.

De Haseth: 'Het is nooit leuk om als gemeenschap in een negatief daglicht te staan. De Antillianen moeten zeker hun eigen verantwoordelijkheid nemen. We zijn een gemeenschap met een lelijke zijde. Maar die mooie kant moet ook genoemd worden. Het grootste operatalent van Nederland, Tania Kross, is een Antilliaanse.

'Ik zag ooit in een krant twee stukken over Antillianen. Eén artikel ging over kankerspecialist H. Pinedo van de Vrije Universiteit die een prestigieuze prijs had gewonnen. Hij werd aangeduid als 'Amsterdamse professor'. Vlak daaronder stond een stuk over een Antilliaanse verkrachtersbende. Plotseling is Pinedo, een geboren en getogen Curaçaoenaar, een Amsterdamse hoogleraar. Jammer, heel jammer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden