Anti-terreurstrijd zet vrijheid in VS op het spel

Bush heeft na 11 september met anti-terreurmaatregelen gebruik gemaakt van het onderbuikgevoel van Amerikanen. Fundamentele rechtsbeginselen zijn hierdoor op het spel gezet....

IN de strijd tegen het terrorisme heeft het Congres de regering-Bush vrijwel alles gegeven, waar het om vroeg. De Patriot Act, die eind oktober in recordtempo door het Huis van Afgevaardigden en de Senaat werd gejaagd, geeft met name minister van Justitie John Ashcroft ongekende vrijheden.

Zo mag de FBI alle communicatie - telefoon en internet - van een verdachte aftappen, en zonder medeweten van een verdachte huiszoekingen doen. Verder is de definitie van terrorisme verruimd, en de straffen die erop staan aanzienlijk verhoogd.

Maar voor Bush en Ashcroft ging de wet nog niet ver genoeg. Met een serie aanvullende maatregelen hebben ze een aantal fundamentele rechtsbeginselen aangetast. Zo lijkt het afluisteren van een gesprek tussen advocaat en cliënt, waarvoor Ashcroft onlangs groen licht gaf, in strijd met het recht op een 'behoorlijke rechtsgang' ('due process'), zoals vermeld in het Vijfde Amendement op de Amerikaanse grondwet. De voorwaarde 'mits er een redelijke verdenking tegen de cliënt bestaat' is zó arbitrair, dat deze te verwaarlozen is. Er is maar één persoon die bepaalt of een gesprek mag worden afgeluisterd, en dat is Ashcroft.

Verder wordt het recht van habeas corpus - het recht van een verdachte om op korte termijn gehoord te worden en de reden voor detentie te vernemen - met voeten getreden. De Amerikaanse justitie houdt sinds 11 september al meer dan twaalfhonderd mensen vast. Veel van hen hebben geen toegang gekregen tot een raadsman, ondanks aandringen van Congresleden en de burgerrechtenorganisatie ACLU, en weten niet waarvoor ze vast zitten.

De FBI heeft een lijst opgesteld van vijfduizend jonge mannen van Arabische afkomst, die de afgelopen twee jaar legaal het land zijn binnengekomen en nu moeten worden ondervraagd. De ACLU spreekt van een 'sleepnet om misdadigers te vangen' en heeft vlugschriften in zeven talen uitgedeeld, waarin de immigranten wordt opgeroepen niet mee te werken met de FBI.

De meest omstreden nieuwe maatregel is de komst van een militair tribunaal. Per decreet heeft president Bush zo'n tribunaal mogelijk gemaakt. In sommige gevallen, bijvoorbeeld een zaak tegen Bin Laden, is berechting voor een militair tribunaal misschien wenselijk. Maar het uitvoeringsbesluit strekt veel verder. Ieder individu wiens betrokkenheid bij terrorisme wordt vermoed (het kan ook om iemand gaan die vermoedelijke terroristen onderdak biedt), kan voor onbepaalde tijd worden vastgehouden, alvorens hij wordt berecht. De verdachte mag niet zelf een advocaat uitzoeken. 'Guilt beyond a reasonable doubt' is niet langer vereist, en voor veroordeling is een tweederde meerderheid voldoende. Wie schuldig wordt bevonden kan niet in beroep gaan, en wacht mogelijk de doodstraf.

Ook uit de slotparagrafen van het tribunalen-decreet blijkt dat het recht op habeas corpus is losgelaten. Bush stelt daarin dat het onmnogelijk is het proces aan te vechten bij de rechter. Niet alleen de wetgevende macht (Congres), maar ook de rechtsprekende macht wordt dus buitenspel gezet. Van de checks and balances waaraan de Amerikaanse democratie is opgehangen, blijft zo maar weinig over.

Volgens sommige Amerikaanse media heeft de uitspraak in het Lockerbie-proces, gedaan in februari van dit jaar, de Amerikaanse regering overtuigd van de noodzaak van een militair tribunaal. In Kamp Zeist, waar (civiel) Schots recht werd toegepast, werd maar één van de twee verdachte Libiërs veroordeeld. Maar het Amerikaanse recht stelt aanzienlijk minder strenge eisen aan de bewijsvoering dan het Schotse recht, en laat meer ruimte voor geheimhouding van bewijs.

Bush kan er gerust op zijn dat elke Amerikaanse jury een terrorist die betrokken is bij de bloedigste aanslagen uit de geschiedenis, tot de zwaarst denkbare straf veroordeelt. En dat is, sinds de Terrorist Act van 1996, de doodstraf.

Meer hout snijdt het argument dat een langdurig openbaar proces de veiligheid van de Amerikaanse burgers in gevaar brengt. Het is immers denkbaar dat Al Qa'ida-verwanten die in de Verenigde Staten wonen (de 'slapers') een zaak 'USA versus Osama Bin Laden' zullen aangrijpen voor nieuwe aanslagen. Met andere woorden: hoe sneller zo'n proces voorbij is, des te beter.

Maar het is een taak die Amerika zelf op de schouders neemt. Over de mogelijkheid om terroristen voor een internationaal tribunaal te berechten, valt met Washington namelijk niet eens te praten. Zie ook de Amerikaanse afkeer van een Internationaal Strafhof. De VS willen Bin Laden snél berechten, maar ze willen hem vooral zélf berechten.

Bush en Ashcroft hebben handig gebruik gemaakt van de onderbuikgevoelens van Amerika in de weken na 11 september, waarin elke kritiek op de regering als een gebrek aan vaderlandsliefde werd afgedaan. Maar de blanco cheque van het Congres om het terrorisme te bestrijden, is verkeerd gebruikt.

Met het ongrondwettelijk beperken van de rechten van arrestanten en verdachten, en met het negeren van de eigen burgerlijke rechtspraak, wordt er aan fundamentele rechtsbeginselen en burgerlijke vrijheden gemorreld. Daarmee krijgen de tegenstanders van de Amerikaanse democratie alsnog hun zin.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden