Nieuwsaanval op IS-bommenfabriek in Hawija

Anti-IS-coalitie onderschatte onbedoelde schade van luchtaanval op bommenfabriek Hawija

Voorafgaand aan de Nederlandse luchtaanval op de bommenfabriek van IS, in juni 2015, was al bekend dat er een hoger risico was op onbedoelde schade door zogeheten ‘secundaire explosies’. Dit blijkt uit een publicatie van interne documenten van Defensie waarin nieuwe details staan. Bij de aanval vielen tientallen burgerslachtoffers. 

Nederlands militair materieel in het Midden-Oosten.Beeld Defensie

De publicatie volgde op een WOB-verzoek van NOS en NRC.  De anti-IS-coalitie had al eerder wapenopslagplaatsen aangevallen waarbij ‘secundaire explosies’ waren opgetreden, explosies van opgeslagen munitie veroorzaakt door de aanval. Daarom werd ook in dit geval naast de standaard uitgevoerde ‘Collateral Damage Estimate’ (CDE, een voorspellend model, gebaseerd op Amerikaanse software) vooraf gekeken naar het effect van secundaire explosies op de directe omgeving.

‘Daaruit werd geconcludeerd’, aldus de Directeur Operatiën van Defensie, ‘dat de verwachte nevenschade groter zou kunnen zijn dan de CDE aangaf, maar dat deze verwachte collateral damage niet buiten het industriële complex zou reiken en dat er bij nacht alleen materiële schade zou zijn.’ Hij schreef dit in een rapport van 30 juni 2016 aan de Commandant der Strijdkrachten. 

De Nederlandse ‘red card holder’ – een officier die tot het laatst in het planningsproces een aanval met Nederlandse F-16’s kon tegenhouden – beoordeelde deze mogelijke schade als ‘niet buitensporig in verhouding tot het verwachte militaire voordeel’. Om de kans op ongewenste schade en slachtoffers zo klein mogelijk te houden, werd de aanval ’s nachts uitgevoerd en met een klein projectiel. 

Burgerdoden

Niettemin bleken er veel meer explosieven te liggen opgeslagen rondom de bommenfabriek dan tevoren bekend was. Daardoor vonden er ‘meer en grotere secundaire explosies plaats dan door eerdere ervaringen met het uitschakelen van dit type doel verwacht kon worden’, zoals het kabinet aan de Kamer schreef op 4 november.

Over de burgerdoden bij twee aanvallen in 2015  op doelen in Hawija en Mosul zijn inmiddels drie debatten gehouden in de Tweede Kamer. Dinsdag vroeg Salima Belhaj (D66) om een vierde debat. Ze wil ‘meer vragen’ stellen, bijvoorbeeld of er wel ‘een veiligheidsgrondslag was om destijds geen informatie te geven’. Ook wil ze weten of vooraf is geconstateerd dat er mensen in de directe omgeving van die fabriek waren. ‘En zo nee, hoe kan dat?’

Uit de documenten blijkt tevens dat ‘uit berekening van de coalitie (achteraf) waarschijnlijk meer dan 18 duizend kilo springstof lag opgeslagen’ in de fabriek die was gelegen op een industrieterrein. Het zou ‘de grootste ISIS IED (‘improvised explosive device’, red.) fabriek ooit’ zijn.

De Nederlandse deelname aan de luchtoorlog tegen IS had brede nationale steun. Van duizenden vluchten door Nederlandse jagers zijn tot dusver vier gevallen bekend waarbij burgerslachtoffers zijn gevallen. Hoewel de Kamer, de SP voorop, de afgelopen jaren herhaaldelijk heeft gevraagd om uitgebreidere informatie over burgerslachtoffers, verschafte minister Bijleveld deze pas nadat NOS en NRC onthulden dat de aanval op de bommenfabriek in Hawija uitgevoerd werd door Nederlandse jagers.

De debatten over deze kwestie gaan vooral over het informeren van de Kamer. Wie wist wat, en op welk moment. Bijleveld en premier Rutte zeggen dat precieze aantallen slachtoffers nooit konden worden vastgesteld door Centcom, het Amerikaanse hoofdkwartier van de anti-IS-operatie, waar Nederland voor zijn informatie op vertrouwde. Centcom concludeerde dat er ‘zeer waarschijnlijk’ burgerdoden waren gevallen. Daarom zou in het kabinet destijds geen alarm zijn geslagen door Defensie, hoewel internationale media direct melding maakten van een grote ravage en veel burgerdoden.

Beperken burgerdoden

In de oorlog tegen IS zijn tienduizenden IS-strijders gedood. Het aantal burgerdoden veroorzaakt door de anti-IS-coalitie is volgens de coalitie zelf 1.370, de organisatie AirWars gaat uit van tussen de 8.269 en 13.176 burgerdoden. De coalitie tegen IS hanteert strikte regels om burgerslachtoffers zoveel mogelijk te voorkomen, in scherp contrast met andere strijdende partijen.

Zo voltrekt zich nu een groot Syrisch offensief, met Russische luchtaanvallen, tegen een restant van enkele duizenden strijders in Idlib – te midden van een bevolking van drie miljoen, waarvan nu bijna een miljoen (opnieuw) op de vlucht is geslagen. Artsen zonder Grenzen meldt dat meerdere ziekenhuizen ‘geheel of deels zijn verwoest door lucht- en grondaanvallen’. Volgens de VN-ondersecretaris-generaal voor humanitaire zaken Mark Lowcock is het geweld ‘willekeurig’, en kondigt zich een humanitaire ramp aan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden