Anthony Quinn: macho met bibliotheek

Als de aardse Zorba de Griek uit de gelijknamige film verwierf hij zijn grootste bekendheid. Anthony Quinn, die zondag overleed, was een macho die voornamelijk exotische types speelde: gangster, indiaan, eskimo, circusartiest....

Peter van Bueren

ZIJN moeder was een vijftienjarig Indiaans-Mexicaans meisje, zijn vader een Ier die naar Mexico kwam om te vechten voor de revolutionair Panco Villa, en zelf was hij sinds 1964 in de hele wereld vooral bekend als Zorba de Griek, die aardse man met zijn boerenwijsheden en zelfbedachte dans uit de gelijknamige film.

De zondag in een ziekenhuis van Boston overleden Anthony Quinn is 86 jaar als een stier door het leven gestoomd - een rauwe supermacho, die intussen wel probeerde zijn eigen image op te krikken: hij had een bibliotheek van zesduizend boeken, schilderde, kon schaken en heeft ooit nog eens een ideale stad willen bouwen voor alle minderheden ter aarde.

Maar in de 158 bioscoop- en televisiefilms waarin hij zich sinds 1936 vertoonde, was hij toch voornamelijk gangster, indiaan, eskimo, gebochelde klokkenluider, circusartiest of een ander exotisch type - de laatste helft van zijn zestigjarige carrière ook steeds meer lijdend aan overacting.

Hij had dertien kinderen van verschillende vrouwen. Met drie van die vrouwen was hij getrouwd, beginnend met Katherine DeMille, de aangenomen dochter van producent Cecil B. DeMille, die hij (zoals hij in beide van zijn autobiografiën uitvoerig vertelt) tijdens de huwelijksnacht de deur uitsloeg, omdat zij geen maagd meer was.

Sinds 1997 was hij getrouwd met zijn secretaresse Kathy Benvin, die hem in 1994 en 1996 nog vader maakte, toen hij in de tachtig was.

Twee keer kreeg Quinn een Oscar; in 1952, voor zijn rol als broer van de Mexicaanse revolutionair Zapata (gespeeld door Marlon Brando) in Viva Zapata!, en in 1956, als schilder Paul Gauguin in Lust for Life, naast Kirk Douglas als Vincent van Gogh.

In de jaren vijftig en zestig speelde hij zijn beste rollen, zoals de dommekracht in Fellini's circusfilm La strada (1954), Quasimodo in The Hunchback of Notre Dame (1957), een stoïcijnse eskimo in The Savage Innocents (1959), een verlopen bokser in Requiem for a Heavywight (1962) en niet te vergeten de Arabische leider Auda Aby Tayibu in Lawrence of Arabia van David Lean.

Smeuiïg wist Quinn altijd de anekdote op te dissen dat de regisseur op hem stond te wachten, toen er opeens door de woestijn een bebaarde wildebras aan kwam rijden, die bij de honderden figuranten de indruk wekte Abu Tayui zelf te zijn. Niet wetend dat het Quinn was, riep David Lean uit dat hij deze man wilde hebben en dat Quinn moest worden afgezegd.

In zijn jeugd wilde hij architect worden en was hij zelfs een tijdje assistent-prediker, maar de roeping van zijn lichaam bleek een stuk sterker, en het theater trok hem meer, zeker nadat zijn gestamel verholpen was doordat zijn letterlijk vastzittende tong operatief was losgemaakt.

Toen hij in Shoes of the Fisherman (1968) paus Kiril I speelde, kon hij eindeljk eens laten zien hoe hij zou zijn als hij in zijn jeugd een ander weg was ingeslagen. Een mooie, ingetogen rol, maar vijf jaar na Zorba de Griek niet meer waarschijnlijk. Anthony Quinn had zichzelf al te sterk getypecast om geloofwaardig te zijn als boodschapper van de wereldvrede.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden