Anthony de blije, Lurling de boze

Zolang hij zich gewaardeerd voelt, is alles oké. Maar werk hem niet tegen, merkte NAC-trainer Nebosja Guldelj toen hij Anthony Lurling passeerde. De clash leidde tot een transfer naar Heerenveen.

Kom, dacht zaakwaarnemer Rodger Linse woensdagochtend, om een uur of acht, laat ik Anthony eens succes wensen op zijn eerste trainingsdag bij Heerenveen. Een paar seconden nadat hij zijn bericht had verstuurd, ging de telefoon al over: Lurling aan de lijn. 'Had-ie net een kop koffie gehaald bij een tankstation, want hij was veel te vroeg in Heerenveen. Hij kon niet wachten om te beginnen. Dat vind ik veelzeggend over zijn drive. Hij is bijna 37, maar heeft nog de gretigheid van een jonge hond.'


Dat is Lurling, de liefhebber. Diezelfde Lurling, die zaterdag zijn debuut maakt tegen ADO Den Haag, weigerde twee weken terug op de tribune te zitten toen NAC-trainer Nebosja Guldelj hem tegen AZ buiten de selectie hield. Die degradatie had hij niet verdiend, vond Lurling. Een week later tegen PEC Zwolle was hij opnieuw tribuneklant. Dit keer ging 'de Messi van Breda' wel naar het stadion, maar na de 1-2-nederlaag jammerde hij dat-ie nog best van waarde had kunnen zijn. Ziedaar, Lurling de huilebalk.


Laat zijn naam vallen en je hebt twee kampen: dat van de haters en dat van de bewonderaars. Maar wat is nu zijn ware gezicht? 'In zekere zin zijn er twee Anthony's', zegt Rob Penders, voormalig aanvoerder van NAC. 'In het veld is hij een pure winnaar en kan hij verschrikkelijk irritant zijn. Daarbuiten is het een lieve, sociale jongen. Dat geldt voor meer voetballers, maar zo extreem als bij hem heb ik het nooit meegemaakt.'


'Als hij een huilebalk zou zijn, hadden er niet negen clubs aan de lijn gehangen toen hij aangaf bij NAC te willen vertrekken', reageert zaakwaarnemer Linse. Bij Lurling draait het om de pure voetbalambitie, zegt hij. 'Anthony heeft diverse keren geld ingeleverd om bij een andere club aan spelen toe te komen. Hij verscheurt nog liever zijn contract dan dat hij ergens op de tribune zit.'


Linse kan het weten, want hij begeleidt Anthonius Petrus Lurling, geboren in de Bossche volksbuurt Graafsewijk, al diens gehele carrière. Die begon in 1994 bij FC Den Bosch. In De Vliert gold Lurling als een groter talent dan zijn aanvalspartner Ruud van Nistelrooy. Ook zijn start bij Heerenveen, met negentien doelpunten in zijn eerste seizoen, was beter dan die van Van Nistelrooy in Friesland. Maar daarna, bij Feyenoord, kreeg Lurling met tegenslag te maken: Het Legioen pruimde hem niet.


De grimmigheid van de Feyenoordfans kwam voort uit een incident waarbij Lurling als speler van Heerenveen nogal opzichtig ging liggen bij vermeend natrappen van Bonaventure Kalou. Dat leverde de Feyenoorder destijds al na 61 seconden een rode kaart op. Eerder had hij op dezelfde manier FC Groningen-speler Hugo een uitsluiting bezorgd. Lurling kreeg het stempel 'matennaaier' en hoeveel sympathieke interviews hij daarna ook nog gaf, het bleef altijd aan hem plakken.


De nacht voor zijn eerste training bij Feyenoord, in 2002, lag hij uren wakker. Bang voor de reacties. En inderdaad, duizenden mensen floten hem uit. Terwijl met de transfer naar Feyenoord juist een jongensdroom in vervulling was gegaan. Na de ondertekening van zijn contract had hij in de auto nauwelijks zijn ogen kunnen afhouden van de passagiersstoel: daar lag het Feyenoord-shirt met rugnummer 10. Zíjn shirt.


Kuipvrees

Maar tussen hem en Het Legioen kwam het nooit meer goed. Kuipvrees, zo luidde de diagnose al snel. 'Voor veertigduizend fans spelen brengt toch een bepaalde druk met zich mee', zei ook zijn toenmalig trainer Bert van Marwijk. Zelf gaf Lurling later toe: 'Kritiek van mijn eigen supporters trek ik me enorm aan.'


Een nieuwe start, in een nieuw land, moest uitkomst bieden. Het werd FC Köln, de club van zijn idool Pierre Littbarski. Als pupil speelde Lurling jarenlang op de schoenen van de toenmalig FC Köln-aanvaller. Lachend merkte hij op: 'En in de Bundesliga spelen zoveel irritante spelers dat ik daar niet zal opvallen.'


Als ergens een punt is aan te wijzen waarop hij de afslag naar de Europese top miste, dan was het daar, in Duitsland. De duurlopen in de voorbereiding, zelfs een keer 55 kilometer in drie dagen, de lange trainingskampen, waardoor hij vaker naast ploeggenoot Peter Madsen lag dan naast zijn eigen Floortje, en een trainer die hem als verdedigende middenvelder gebruikte; het leidde ertoe dat Lurling na een half jaar terugkeerde naar Nederland. Naar RKC en later FC Den Bosch. Er zo kreeg hij er nog een stempeltje bij: heimwee.


In 2007 tekende Lurling bij NAC. 'Ik dacht nog: niet hij, hè', zegt Penders eerlijk. 'Ik dacht dat het een irritante gozer was. Maar bij NAC was hij echt op z'n plek.' Sinds Heerenveen voelde Lurling zich weer welkom. Penders: 'En dat heeft hij toch nodig om goed te presteren. Anthony is een gevoelige jongen. Dat is het verschil met Van Nistelrooy geweest: die kon zich beter afsluiten voor kritiek.'


In Breda groeide Lurling uit tot een gewaardeerde clubvoetballer. Een speler van de oude stempel: iemand die op zwarte voetbalschoenen speelde, hield van een kaartje leggen en elk jaar naar Ommen op vakantie ging. Met het verstrijken van de jaren leek hij wat meer eelt op zijn ziel te hebben gekweekt. Toen Feyenoord-fans massaal zongen dat zijn moeder een hoer was, haalde hij na afloop zijn schouders op. 'Ze is het niet. Maar als ze het wel was, dan was ze vast een heel goeie. Anders hadden die veertigduizend mensen haar vandaag niet toegezongen.'


NAC was zíjn club. Hij zou er zijn carrière afsluiten. De enige problemen die er waren, ontstonden als hij werd gewisseld of buiten de basis werd gelaten. Dan werd Lurling fel. Trainer Robert Maaskant merkte dat, later John Karelse en onlangs dus Gudelj. Dat explosieve karakter zal wel niet meer veranderen, denkt oud-ploeggenoot en huidig Den Bosch-directeur Fred van der Hoorn. 'Mijn zwager is ook een Lurling. Die heeft hetzelfde. Als-ie een potje kaarten dreigt te verliezen, is het hommeles.'


Toen Lurling nog jong was, werkte hij als loodgieter. Later in een interview gaf hij aan dat op dát moment zijn ogen opengingen: het was een leven lang ondergronds blijven werken of voetballer worden. 'Toen wist ik het wel.'


Misschien is daaruit zijn drive te verklaren, zegt Van der Hoorn. Maar hij wil het ook niet al te ingewikkeld maken. 'Het is gewoon de aard van het beestje: Anthony is een enorme liefhebber van het spelletje. En vooruit, ook een beetje een trotse jongen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden