Anonimiteit van spermadonoren moet opgeheven

Het kabinet acht het draagvlak onder spermadonoren te klein om tot opheffing van anonimiteit over te gaan. Boris Dittrich pleit voor goedkeuring van een wetsvoorstel met die strekking en voorspelt dat het aantal donoren er uiteindelijk niet door zal verminderen....

BINNENKORT moet de Tweede Kamer zich uitspreken over de vraag of spermadonoren zich in de toekomst kunnen beroepen op anonimiteit. Wat weegt zwaarder: hun recht op privacy of het recht van een kind om te weten wie zijn biologische vader is.

Vanaf 1989 worstelt de politiek met deze vraag. De ministers Borst van Volksgezondheid en Korthals van Justitie hebben een onderzoek laten uitvoeren onder (potentiële) donoren of zij bereid zijn sperma te geven na opheffing van de anonimiteitswaarborg. In Nederland zijn ongeveer 500 donoren. Van hen hebben er 380 aan het onderzoek meegedaan. Van de huidige donoren heeft 34 procent geen moeite met een eventuele opheffing van de anonimiteit en geeft te kennen donor te willen blijven. Zestien procent weet het nog niet. Van de aspirant-donoren reageert 25 procent positief en weet 25 procent het nog niet.

De andere (aspirant-)donoren zouden hun sperma niet meer willen afstaan. Zij vinden hun recht op anonimiteit belangrijker dan het recht van het kind om te weten wie de biologische vader is.

Mede op basis van het uitgevoerde onderzoek stelt het kabinet nu voor om het wetsvoorstel dat in afwachting van het onderzoek in een la was gelegd, aan te passen. Het wetsartikel dat een kind vanaf zijn zestiende jaar het recht geeft persoonsidentificerende gegevens van de donor op te vragen, en daarmee dus naam en adres van de donor kan achterhalen, wordt voor een aantal jaren buiten werking gesteld.

Het kabinet constateert dat het draagvlak onder donoren en potentiële donoren te klein is om tot opheffing van de anonimiteit over te gaan. Eerst moet er volgens het kabinet goede voorlichting gegeven worden, zodat er bij de donoren draagvlak wordt gecreëerd. Als dat gelukt is, kan er besloten worden de anonimiteit voor toekomstige donoren op te heffen.

In de praktijk betekent dit dat er gedurende deze jaren kinderen worden verwekt met sperma van een anonieme donor. Deze kinderen zullen nooit te weten komen wie hun biologische vader is, omdat de opheffing van de anonimiteit geen terugwerkende kracht heeft.

Welke argumenten hanteren de voorstanders van de anonieme zaaddonor? Zij vinden het recht op privacy en anonimiteit van de donor, maar ook van de wensouders doorslaggevend. Geheimhouding kan voor wensouders van belang zijn omdat kunstmatige bevruchting niet altijd is toegestaan vanwege religieuze of culturele redenen. Soms willen wensouders voor de omgeving verbergen dat de man onvruchtbaar is. Ook de angst dat er na opheffing van de anonimiteit bijna geen donoren meer zullen zijn, speelt een grote rol. Daardoor zullen de wachtlijsten voor donorsperma groeien.

Het gevolg hiervan kan zijn dat ziekenhuizen en spermabanken alleenstaande moeders en lesbische paren zullen weren en de leeftijdsgrens verlagen. De kans bestaat dan dat er zich een zwart-zaadcircuit ontwikkelt, waarbij medische controle op erfelijke ziektes onmogelijk wordt gemaakt.

Al deze argumenten hebben hun waarde. Toch vind ik ze niet doorslaggevend. De rechten en belangen van het kind dienen uitgangspunt van beoordeling te zijn. Een KID-kind (kind verwerkt door kunstmatige inseminatie met zaad van een donor) heeft niet gevraagd om een anonieme vader. Mag de politiek er aan meewerken dat kinderen nooit te weten zullen komen wie hun biologische vader is?

De fractie van D66 vindt dat een KID-kind een eigen keuze moet kunnen maken of het vanaf zijn zestiende levensjaar weten wil wie de biologische vader is. De rechten van het kind geven de doorslag. Net zoals bij adoptiekinderen kunnen bij KID-kinderen vragen rijzen over de eigen identiteit. In beide gevallen is de biologische vader onbekend. Heeft de wetgever de anonimiteit van de donor wettelijk vastgelegd, dan zal een kind dergelijke vragen nooit beantwoord kunnen krijgen. Dat kan tot veel psychische problemen leiden.

Mag je daar als wetgever een kind mee opzadelen? Ik vind van niet. Daarom is de fractie van D66 ook tegen het voorstel van het kabinet. De anonimiteit van de zaaddonor moet zo snel mogelijk worden opgeheven. Het VN-Verdrag van de rechten van het kind bepaalt dat een kind zoveel mogelijk het recht heeft zijn ouders te kennen. Door nog een aantal jaren de anonimiteit te handhaven vergroot het kabinet het aantal KID-kinderen, die nooit zullen weten wie hun biologische vader is.

Over het risico dat veel donoren zullen terugschrikken en er te weinig sperma beschikbaar komt om de kinderwens van ouders te vervullen, kan genuanceerd worden gedacht. In Zweden is na de opheffing van de anonimiteit het aantal donoren eerst gedaald, maar later weer aangetrokken na een goede voorlichtingscampagne.

Dergelijke voorlichtingscampagnes kunnen we in Nederland ook voeren. Als we daarin ook goed duidelijk maken dat een donor nooit juridisch of financieel aansprakelijk kan worden gesteld, moet het mogelijk zijn potentiële donoren van het belang van de rechten van het kind te overtuigen zonder dat zij ervoor terugschrikken hun zaad af te staan.

Het is in ieders belang dat kinderen zo gelukkig mogelijk kunnen opgroeien. Gelukkig is hij, die zijn mag wie hij is. Maar dat moet je dan wel kunnen weten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden