Anoniem revalideren in de bossen van Zeist

Het Sportmedisch Centrum van de KNVB is geen oord waar je met plezier naar toe gaat. Ploeteren op fietsapparatuur, aquajoggen en andere oefeningen....

Alsof er ergens vanuit Den Haag, meer specifiek het ministerie van Landbouw en Visserij, het verlossende woord is gesproken: vandaag mag hij 'de wei' in. Alfred Schreuder, 28-jarige middenvelder/spelverdeler van NAC en patiënt van het Sportmedisch Centrum van de KNVB, kan eindelijk de voetbalschoenen uit de tas halen. Het gras lonkt.

Op een van de trainingsvelden van het KNVB-sportcentrum wacht Schreuder het 'Loop ABC' van fysiotherapeut Rob Ouderland: laveren tussen markeringen, in voorwaartse en achterwaartse richting. Korte wendingen en korte sprintjes. De stabiliteit van de getroffen knie wordt aan een test onderworpen.

De bal komt er ook nog even aan te pas en Ouderland toont zich tevreden over de vorderingen. Schreuder trouwens ook. 'In principe kan ik weer bijna alles doen.' Graafschap-spits Eric Viscaal, juist klaar met een training op een aangrenzend veld (oefenmeester-cursus) wandelt langs, herkent een beroepsgenoot en informeert bij de patiënt. Viscaal: 'Nou, het beste en ik zie je.' Schreuder: 'De laatste wedstrijd van het seizoen.'

Klopt: NAC sluit de competitie af in Doetinchem. De geblesseerde voetballer die zwoegend aan zijn rentree werkt hoeft de competitiegids er niet op na te slaan om te weten welke wedstrijden er dit seizoen nog wachten. Het uiteindelijke doel van al dat aqua-joggen, tillen van halters, geploeter op fietsapparatuur en andere revalidatie-oefeningen zit vast in het hoofd.

Bijna schuldbewust stelt Schreuder vast dat hij maar 'een simpel geval' is. Kort na de winterstop liep hij in een botsing met Feyenoords Arco Jochemsen een knieblessure op. 'Voor het herstel staat een week of acht. Er zijn hier jongens die het zwaarder hebben.'

Hier staat voor het Sportmedisch Centrum van de KNVB, een door beroepsvoetballers drukbezocht revalidatiecentrum in de Zeister bossen. Weg van hun werkgever, in alle anonimiteit, werken voetballers hier aan hun herstel. Er gaat geen week voorbij of fysiotherapeut Rob Ouderland en zijn collega's hebben minstens een handvol profvoetballers binnen.

Bijna 'vergeten' voetballers als RKC's Dejan Govedarica (sinds november vorig jaar geblesseerd) en Vitesse-speler Louis Laros ('Ik heb in het begin van het seizoen tegen NEC gespeeld. Daarna was het mis.') zijn patiënt. Dennis de Nooijer 'woonde' zo ongeveer in het centrum. Niet toevallig lacht de inmiddels herstelde De Nooijer de toekomstige klant van het centrum in de wervingsfolder toe.

Dezer dagen behoren ook Roda's Paolo Ramora, Heerenveens Jesper Hakansson en Cambuurs Geert-Jelle de Vries tot de klandizie. Veelal knie- en enkelpatiënten en allen langdurig uit de roulatie.

Ouderland: 'Voetbal is een a-cyclische sport, er zitten zoveel onvoorspelbare bewegingen in. Met al dat wenden, draaien, keren en springen worden die gewrichten enorm belast.'

Het irriteert Ouderland (42) dat profvoetballers vaak wordt verweten dat ze een luizenleventje leiden als het om trainingsintensiteit gaat. 'Zo'n onzin. Er zit een grens aan de belastbaarheid van gewrichten. Voetbal is een complexiteit van belastingsmomenten. Het is een heel intensief spel dat vanzelf beperkingen oplegt aan het aantal uren training.'

Ouderland heeft zelf profvoetbal gespeeld, bij FC Amsterdam. 'De jongens die hier komen, hebben in fysieke zin al heel wat drempels genomen, want anders kom je niet in de top terecht. Hoe hoger het niveau, hoe groter de kans op een blessure. Het beroep van profvoetballer vraagt van het lichaam veel explosiviteit. Gewrichtsaandoeningen liggen altijd op de loer.'

Revalideren in Zeist betekent vaak dag in dag uit intensieve herstelprogramma's volgen. 'Bij de club is daar vaak niet de gelegenheid toe', zegt Alfred Schreuder. 'Dan ben je toch een van de 25, de medische staf heeft nog wel meer te doen.' Voor hem biedt Zeist bovendien nog een praktisch voordeel: Schreuder woont in Barneveld, dichtbij.

'En dat je hier met lotgenoten zit maakt het ook wat draaglijker. Ik heb tien jaar geleden voor het laatst een blessure gehad. Dat het met de club nu goed gaat maakt het voor mij ook iets makkelijker. Er zit niet zo'n vreselijke druk achter om snel weer terug te komen. Al vind ik het geduld bewaren wel een van de moeilijkste dingen.'

In geduld bewaren is Louis Laros (28) van Vitesse inmiddels wel geoefend. Een kraakbeenprobleem in zijn knie houdt hem al zo ongeveer het hele seizoen langs de kant. Hij voelde altijd al wat aan zijn knie ('Maar als voetballer denk je: dat hoort er bij. Vocht in de knie. Pijnstillertje en hup, gaan.') totdat het na die ene wedstrijd tegen NEC helemaal mis was.

Maanden en maanden zit hij nu al in Zeist ('Ik woon in Dordrecht en blijf hier wel eens slapen') en wie zo lang bij een club weg is voelt de scepsis van de buitenwereld. 'Niet alleen over de vraag óf ik nog wel terug kom, maar vooral ook of ik er wel genoeg aan doe om terug te keren.'

Zwaarder dan in Zeist heeft Laros nog nooit getraind, verzekert hij. 'Je maakt hier lange dagen. Bij mij moet er een soort pseudo-kraakbeen groeien, ik kan die knie nog niet maximaal belasten al ga ik de laatste twee maanden met sprongen vooruit. Maar voor het overige ben ik eigenlijk fitter dan fit. Mijn spieren zijn sterker dan ooit.'

Gezamenlijk revalideren schept een band, weet Laros. Hij heeft de afgelopen maanden menig collega-voetballer zien binnenkomen én vertrekken. 'Ricky Plum, Raymond Atteveld, jongens die hier ook zo lang hebben gezeten houd je daarna extra in de gaten. Je hoopt dat het ze goed gaat. Het is een bekend verhaal: respect voor jongens die na heel lang weg zijn weer terugkeren krijg je pas als je het zelf een keertje hebt meegemaakt.'

Dus tussen Laros en Schreuder is nu in Zeist iets 'moois' gegroeid? Laros over die collega die ook al weer eerder Zeist mag verlaten: 'Ben je gek. Die Schreuder gaat volgend seizoen als eerste plat.'

Alsof er ergens vanuit Den Haag, meer specifiek het ministerie van Landbouw en Visserij, het verlossende woord is gesproken: vandaag mag hij 'de wei' in. Alfred Schreuder, 28-jarige middenvelder/spelverdeler van NAC en patiënt van het Sportmedisch Centrum van de KNVB, kan eindelijk de voetbalschoenen uit de tas halen. Het gras lonkt.

Op een van de trainingsvelden van het KNVB-sportcentrum wacht Schreuder het 'Loop ABC' van fysiotherapeut Rob Ouderland: laveren tussen markeringen, in voorwaartse en achterwaartse richting. Korte wendingen en korte sprintjes. De stabiliteit van de getroffen knie wordt aan een test onderworpen.

De bal komt er ook nog even aan te pas en Ouderland toont zich tevreden over de vorderingen. Schreuder trouwens ook. 'In principe kan ik weer bijna alles doen.' Graafschap-spits Eric Viscaal, juist klaar met een training op een aangrenzend veld (oefenmeester-cursus) wandelt langs, herkent een beroepsgenoot en informeert bij de patiënt. Viscaal: 'Nou, het beste en ik zie je.' Schreuder: 'De laatste wedstrijd van het seizoen.'

Klopt: NAC sluit de competitie af in Doetinchem. De geblesseerde voetballer die zwoegend aan zijn rentree werkt hoeft de competitiegids er niet op na te slaan om te weten welke wedstrijden er dit seizoen nog wachten. Het uiteindelijke doel van al dat aqua-joggen, tillen van halters, geploeter op fietsapparatuur en andere revalidatie-oefeningen zit vast in het hoofd.

Bijna schuldbewust stelt Schreuder vast dat hij maar 'een simpel geval' is. Kort na de winterstop liep hij in een botsing met Feyenoords Arco Jochemsen een knieblessure op. 'Voor het herstel staat een week of acht. Er zijn hier jongens die het zwaarder hebben.'

Hier staat voor het Sportmedisch Centrum van de KNVB, een door beroepsvoetballers drukbezocht revalidatiecentrum in de Zeister bossen. Weg van hun werkgever, in alle anonimiteit, werken voetballers hier aan hun herstel. Er gaat geen week voorbij of fysiotherapeut Rob Ouderland en zijn collega's hebben minstens een handvol profvoetballers binnen.

Bijna 'vergeten' voetballers als RKC's Dejan Govedarica (sinds november vorig jaar geblesseerd) en Vitesse-speler Louis Laros ('Ik heb in het begin van het seizoen tegen NEC gespeeld. Daarna was het mis.') zijn patiënt. Dennis de Nooijer 'woonde' zo ongeveer in het centrum. Niet toevallig lacht de inmiddels herstelde De Nooijer de toekomstige klant van het centrum in de wervingsfolder toe.

Dezer dagen behoren ook Roda's Paolo Ramora, Heerenveens Jesper Hakansson en Cambuurs Geert-Jelle de Vries tot de klandizie. Veelal knie- en enkelpatiënten en allen langdurig uit de roulatie.

Ouderland: 'Voetbal is een a-cyclische sport, er zitten zoveel onvoorspelbare bewegingen in. Met al dat wenden, draaien, keren en springen worden die gewrichten enorm belast.'

Het irriteert Ouderland (42) dat profvoetballers vaak wordt verweten dat ze een luizenleventje leiden als het om trainingsintensiteit gaat. 'Zo'n onzin. Er zit een grens aan de belastbaarheid van gewrichten. Voetbal is een complexiteit van belastingsmomenten. Het is een heel intensief spel dat vanzelf beperkingen oplegt aan het aantal uren training.'

Ouderland heeft zelf profvoetbal gespeeld, bij FC Amsterdam. 'De jongens die hier komen, hebben in fysieke zin al heel wat drempels genomen, want anders kom je niet in de top terecht. Hoe hoger het niveau, hoe groter de kans op een blessure. Het beroep van profvoetballer vraagt van het lichaam veel explosiviteit. Gewrichtsaandoeningen liggen altijd op de loer.'

Revalideren in Zeist betekent vaak dag in dag uit intensieve herstelprogramma's volgen. 'Bij de club is daar vaak niet de gelegenheid toe', zegt Alfred Schreuder. 'Dan ben je toch een van de 25, de medische staf heeft nog wel meer te doen.' Voor hem biedt Zeist bovendien nog een praktisch voordeel: Schreuder woont in Barneveld, dichtbij.

'En dat je hier met lotgenoten zit maakt het ook wat draaglijker. Ik heb tien jaar geleden voor het laatst een blessure gehad. Dat het met de club nu goed gaat maakt het voor mij ook iets makkelijker. Er zit niet zo'n vreselijke druk achter om snel weer terug te komen. Al vind ik het geduld bewaren wel een van de moeilijkste dingen.'

In geduld bewaren is Louis Laros (28) van Vitesse inmiddels wel geoefend. Een kraakbeenprobleem in zijn knie houdt hem al zo ongeveer het hele seizoen langs de kant. Hij voelde altijd al wat aan zijn knie ('Maar als voetballer denk je: dat hoort er bij. Vocht in de knie. Pijnstillertje en hup, gaan.') totdat het na die ene wedstrijd tegen NEC helemaal mis was.

Maanden en maanden zit hij nu al in Zeist ('Ik woon in Dordrecht en blijf hier wel eens slapen') en wie zo lang bij een club weg is voelt de scepsis van de buitenwereld. 'Niet alleen over de vraag óf ik nog wel terug kom, maar vooral ook of ik er wel genoeg aan doe om terug te keren.'

Zwaarder dan in Zeist heeft Laros nog nooit getraind, verzekert hij. 'Je maakt hier lange dagen. Bij mij moet er een soort pseudo-kraakbeen groeien, ik kan die knie nog niet maximaal belasten al ga ik de laatste twee maanden met sprongen vooruit. Maar voor het overige ben ik eigenlijk fitter dan fit. Mijn spieren zijn sterker dan ooit.'

Gezamenlijk revalideren schept een band, weet Laros. Hij heeft de afgelopen maanden menig collega-voetballer zien binnenkomen én vertrekken. 'Ricky Plum, Raymond Atteveld, jongens die hier ook zo lang hebben gezeten houd je daarna extra in de gaten. Je hoopt dat het ze goed gaat. Het is een bekend verhaal: respect voor jongens die na heel lang weg zijn weer terugkeren krijg je pas als je het zelf een keertje hebt meegemaakt.'

Dus tussen Laros en Schreuder is nu in Zeist iets 'moois' gegroeid? Laros over die collega die ook al weer eerder Zeist mag verlaten: 'Ben je gek. Die Schreuder gaat volgend seizoen als eerste plat.'

Alsof er ergens vanuit Den Haag, meer specifiek het ministerie van Landbouw en Visserij, het verlossende woord is gesproken: vandaag mag hij 'de wei' in. Alfred Schreuder, 28-jarige middenvelder/spelverdeler van NAC en patiënt van het Sportmedisch Centrum van de KNVB, kan eindelijk de voetbalschoenen uit de tas halen. Het gras lonkt.

Op een van de trainingsvelden van het KNVB-sportcentrum wacht Schreuder het 'Loop ABC' van fysiotherapeut Rob Ouderland: laveren tussen markeringen, in voorwaartse en achterwaartse richting. Korte wendingen en korte sprintjes. De stabiliteit van de getroffen knie wordt aan een test onderworpen.

De bal komt er ook nog even aan te pas en Ouderland toont zich tevreden over de vorderingen. Schreuder trouwens ook. 'In principe kan ik weer bijna alles doen.' Graafschap-spits Eric Viscaal, juist klaar met een training op een aangrenzend veld (oefenmeester-cursus) wandelt langs, herkent een beroepsgenoot en informeert bij de patiënt. Viscaal: 'Nou, het beste en ik zie je.' Schreuder: 'De laatste wedstrijd van het seizoen.'

Klopt: NAC sluit de competitie af in Doetinchem. De geblesseerde voetballer die zwoegend aan zijn rentree werkt hoeft de competitiegids er niet op na te slaan om te weten welke wedstrijden er dit seizoen nog wachten. Het uiteindelijke doel van al dat aqua-joggen, tillen van halters, geploeter op fietsapparatuur en andere revalidatie-oefeningen zit vast in het hoofd.

Bijna schuldbewust stelt Schreuder vast dat hij maar 'een simpel geval' is. Kort na de winterstop liep hij in een botsing met Feyenoords Arco Jochemsen een knieblessure op. 'Voor het herstel staat een week of acht. Er zijn hier jongens die het zwaarder hebben.'

Hier staat voor het Sportmedisch Centrum van de KNVB, een door beroepsvoetballers drukbezocht revalidatiecentrum in de Zeister bossen. Weg van hun werkgever, in alle anonimiteit, werken voetballers hier aan hun herstel. Er gaat geen week voorbij of fysiotherapeut Rob Ouderland en zijn collega's hebben minstens een handvol profvoetballers binnen.

Bijna 'vergeten' voetballers als RKC's Dejan Govedarica (sinds november vorig jaar geblesseerd) en Vitesse-speler Louis Laros ('Ik heb in het begin van het seizoen tegen NEC gespeeld. Daarna was het mis.') zijn patiënt. Dennis de Nooijer 'woonde' zo ongeveer in het centrum. Niet toevallig lacht de inmiddels herstelde De Nooijer de toekomstige klant van het centrum in de wervingsfolder toe.

Dezer dagen behoren ook Roda's Paolo Ramora, Heerenveens Jesper Hakansson en Cambuurs Geert-Jelle de Vries tot de klandizie. Veelal knie- en enkelpatiënten en allen langdurig uit de roulatie.

Ouderland: 'Voetbal is een a-cyclische sport, er zitten zoveel onvoorspelbare bewegingen in. Met al dat wenden, draaien, keren en springen worden die gewrichten enorm belast.'

Het irriteert Ouderland (42) dat profvoetballers vaak wordt verweten dat ze een luizenleventje leiden als het om trainingsintensiteit gaat. 'Zo'n onzin. Er zit een grens aan de belastbaarheid van gewrichten. Voetbal is een complexiteit van belastingsmomenten. Het is een heel intensief spel dat vanzelf beperkingen oplegt aan het aantal uren training.'

Ouderland heeft zelf profvoetbal gespeeld, bij FC Amsterdam. 'De jongens die hier komen, hebben in fysieke zin al heel wat drempels genomen, want anders kom je niet in de top terecht. Hoe hoger het niveau, hoe groter de kans op een blessure. Het beroep van profvoetballer vraagt van het lichaam veel explosiviteit. Gewrichtsaandoeningen liggen altijd op de loer.'

Revalideren in Zeist betekent vaak dag in dag uit intensieve herstelprogramma's volgen. 'Bij de club is daar vaak niet de gelegenheid toe', zegt Alfred Schreuder. 'Dan ben je toch een van de 25, de medische staf heeft nog wel meer te doen.' Voor hem biedt Zeist bovendien nog een praktisch voordeel: Schreuder woont in Barneveld, dichtbij.

'En dat je hier met lotgenoten zit maakt het ook wat draaglijker. Ik heb tien jaar geleden voor het laatst een blessure gehad. Dat het met de club nu goed gaat maakt het voor mij ook iets makkelijker. Er zit niet zo'n vreselijke druk achter om snel weer terug te komen. Al vind ik het geduld bewaren wel een van de moeilijkste dingen.'

In geduld bewaren is Louis Laros (28) van Vitesse inmiddels wel geoefend. Een kraakbeenprobleem in zijn knie houdt hem al zo ongeveer het hele seizoen langs de kant. Hij voelde altijd al wat aan zijn knie ('Maar als voetballer denk je: dat hoort er bij. Vocht in de knie. Pijnstillertje en hup, gaan.') totdat het na die ene wedstrijd tegen NEC helemaal mis was.

Maanden en maanden zit hij nu al in Zeist ('Ik woon in Dordrecht en blijf hier wel eens slapen') en wie zo lang bij een club weg is voelt de scepsis van de buitenwereld. 'Niet alleen over de vraag óf ik nog wel terug kom, maar vooral ook of ik er wel genoeg aan doe om terug te keren.'

Zwaarder dan in Zeist heeft Laros nog nooit getraind, verzekert hij. 'Je maakt hier lange dagen. Bij mij moet er een soort pseudo-kraakbeen groeien, ik kan die knie nog niet maximaal belasten al ga ik de laatste twee maanden met sprongen vooruit. Maar voor het overige ben ik eigenlijk fitter dan fit. Mijn spieren zijn sterker dan ooit.'

Gezamenlijk revalideren schept een band, weet Laros. Hij heeft de afgelopen maanden menig collega-voetballer zien binnenkomen én vertrekken. 'Ricky Plum, Raymond Atteveld, jongens die hier ook zo lang hebben gezeten houd je daarna extra in de gaten. Je hoopt dat het ze goed gaat. Het is een bekend verhaal: respect voor jongens die na heel lang weg zijn weer terugkeren krijg je pas als je het zelf een keertje hebt meegemaakt.'

Dus tussen Laros en Schreuder is nu in Zeist iets 'moois' gegroeid? Laros over die collega die ook al weer eerder Zeist mag verlaten: 'Ben je gek. Die Schreuder gaat volgend seizoen als eerste plat.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden