Anns handtekening

Geen wit, oh néé. Geen grijs. 'In ieder geval: niet dát grijs. Misschien een grijs zoals bij Lucio Fontana hier of... een líchter grijs, een soort aluminium-idee. En ze moeten korter', zegt Ann Goldstein beslist. De directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam keurt een dun metalen paaltje waarmee projectleider Esther Hemmes al een tijdje in haar handen staat.


Als u straks door het nieuwe Stedelijk Museum loopt en u doet een stap te dicht naar de Barnett Newmann of het papieren kussen van Yayoi Kusama, dan voelt u ze tegen uw benen. Die paaltjes met een touwtje ertussen. En dan weet u nu: over de kleur en de hoogte is door de directeur van het museum persoonlijk beschikt. Net als over elk titelkaartje, de filters op de lampen, de sjerpen van de vrijwilligers, de wifi in het restaurant en de nieuwe Lusink-kostuums voor de beveiliging, die vandaag in hoezen het museum worden binnengedragen.


En ja, natuurlijk over de hoogte waarop de Rozevingerige dageraad bij Louse Point (1963) van de Willem de Kooning, na járen wachten in het depot, komt te hangen. Samen met conservator Bart Rutten en curator Leontine Coelewij loopt Ann Goldstein de De Kooning-zaal binnen en heeft het binnen drie seconden gezien. 'Oh néé. Nee nee. Vijf centimeter hoger', zegt ze. 'Where is the blue tape?'


De rolmaat zwiept andermaal knarsend uit, het blauwe plakkertje wordt gezet. Een week later is de Kooning omhoog en dan toch maar weer omlaag verhuisd.


De vraag was eenvoudig en werd al in het voorjaar gesteld. Kan de Volkskrant, in de aanloop naar de opening van het Stedelijk Museum, een dag meelopen met de directeur? Voor een reportage?


Het leidt tot onrust. Zoiets is nog nooit gedaan. Interviews geeft Ann Goldstein (55) wel, maar spaarzaam en in een setting die onder controle is. De zaal, het uur, de waterglazen, de altijd aanwezige persvoorlichter ernaast. De tijd is afgebakend en de directeur zegt zelf: 'Laatste vraag.'


Uit die interviews komt vaak hetzelfde rijtje feiten naar boven. Goldsteins korte start als kunstenaar en daarna haar kwarteeuw trouw aan The Museum of Contemporary Art (MOCA) in Los Angeles, waar ze opklom van stagiaire tot senior curator. De overgang naar Nederland, naar Amsterdam dat zo boos was om de lange sluiting van het museum. Haar ambitie om het Stedelijk weer te laten meespelen aan de top. De directeur die niet veel wil zeggen maar 'afgerekend wil worden op haar werk' - het zijn terugkerende mantra's, even onveranderlijk als haar uiterlijk. 'Mijn uniform', noemde ze het ensemble van kapsel, zwarte wijde kleding, bril en lippenstift deze maand tegen Vogue. Ze is de directeur die de al vóór haar aantreden bestelde huisstijl naar de prullenbak verwees, die een portret van zichzelf uit de etalage van een fototentoonstelling liet verwijderen en die een tweetalige assistent eiste.


Dat ze elke dag lopend door het Vondelpark vanuit haar appartement vlak bij het Leidseplein naar het museum komt, is minder bekend. Dat ze lange dagen maakt en tot laat in de avond vanuit huis op vragen van haar werknemers reageert ook niet. En trouwens: persoonlijke assistenten hadden de vorige directeuren óók.


Dus laten we gaan kijken aan de vooravond van een nieuw begin. Wat dóét deze directeur op haar werkdag? Hoe geeft ze leiding? Wat moet 'haar' Stedelijk vertellen? Wat voor karakter brengt ze mee?


De toezegging komt er, maar een hele dag is te veel. De afspraken worden gedurende een week net zo vaak verschoven als de kunstwerken op zaal. Maar als het dan toch lukt, stapt de directeur met uitgestoken hand en duidelijke, lage stem op me af. 'Hi, I'm Ann.' Haar kleine gestalte, in zeer donkerblauw vandaag, schuift als een beeldmerk door de smetteloze zalen. Daar gaan we dus voor een inspectie van de collectiepresentatie. Vandaag door de 'oodboow'. Samen met 'Stedelik' zijn dat de Nederlandse woorden die het soepelst over de lippen van de Amerikaanse rollen. Met de handen op de rug of gekruist voor de borst doorloopt ze het parcours. Haar praktische voorkeur voor makkelijke schoenen is blijkbaar aangeslagen: haar hele curatorenteam loopt op gympen. Dat schiet lekker op.


Langs de Van Goghs gaat het, langs de René Daniëls, de Newman. De Matisse, het beeld van Elsworth Kelly ertegenover. Ann Goldstein bukt, meet, wikt en weegt en zit al gauw op de knieën bij het werk van Louise Lawler om te bepalen of de sokkel niet nog wat verder naar voren kan. En of de balans met 'het varkentje van Koons' dan niet wordt verstoord.


Het licht is 'te modderig', daar is een lijst krom, het werk is niet gecentreerd. Precisie, precisie, precisie en steeds de vraag: 'Heeft de kunstenaar daarover zelf iets gezegd?' Als ze de vloersculptuur van Carl Andre tegenkomt, loopt Goldstein er op haar veterloze AllStars steevast óverheen - bij dit kunstwerk mág dat. Eenmaal aan de praat, laat ze zich niet goed onderbreken. Haar collega's weten er goed mee om te gaan: zoeken de adempauze, het gaatje waarin wél ruimte is om een opmerking te plaatsen of een voorstel te doen. Op een spaarzaam grapje reageert ze niet - concentratie nu.


In een van de zalen staat de enorme maquette met die hele wirwar van zalen van de eerste verdieping in het oude gebouw. De kartonnen kunstwerkjes ogen inmiddels beduimeld, de 'houten' vloertjes zijn een beetje kromgetrokken. Ann Goldstein duwt een werk van William Leavitt heen en weer door het poppenzaaltje. De uiteindelijke plaats 'was zo'n diep-in-de-nachtbeslissing', zegt ze. 'Maar elke zaal moet zijn eigen logica hebben. Dat is belangrijker dan een chronologische lijn of een verhaal. De bezoekers maken hun verhaal, ik weet nooit welke kennis ze meenemen. Of uit welke richting ze de zaal binnenlopen. Steeds vraag ik me af ' - een lange, typerende aarzeling waarbij de klank in haar keel blijft steken -'...it should just feel right.' Wij zijn er niet om de interpreteren, maar om te présenteren, zal ze later benadrukken.


Dan komt er een medewerker geagiteerd vertellen dat kunstenaar Steve McQueen al is gearriveerd, en 'je weet hoe hij is'. De directeur zegt gedag en verdwijnt spoorslags.


Een week later zijn er nog kunstwerken verdwenen of drastisch anders neergezet. Deze directeur geeft heel veel ruimte aan hun ideeën, melden de conservatoren. Maar wie neemt de laatste beslissing, is de vraag aan conservator Bart Rutten. Hij aarzelt geen nanoseconde: 'Zij.'


Hiërarchisch en top-down is Goldsteins stijl, zeggen medewerkers die in de boordevolle kantine aanschuiven. Precies en ontzettend professioneel, zeggen anderen. Héél visueel ingesteld, valt ook velen op. Curator presentaties Martijn van Nieuwenhuizen: 'Met jonge kunstenaars neemt ze veel risico. Die krijgen alle vrijheid.' Zakelijk directeur Patrick van Mil, Goldsteins naaste collega, roemt de samenwerking. 'Maar laat ik het zo zeggen: met het Nederlandse gelijkheidsprincipe heeft ze niet zo veel.' Het vaakst wordt genoemd dat voor deze directeur de kunstenaar altijd, áltijd vooropstaat. Ze wil dat het Stedelijk 'artist-centered' is - maar wat betekent dat in de praktijk?


De kunstenaar voorop, dat doet aan een ander tijdperk denken. Aan een tijd dat het museum nog geen 'merk' was, de bezoekcijfers nog niet de levenslijn vormden en 'het maatschappelijk debat' iets voor in de soos was. In het archief moeten de beduimelde adresboekjes van Willem Sandberg liggen, de gelauwerde na-oorlogse museumdirecteur, waar de telefoonnummers en adressen van Appel tot Zadkine opgeschreven waren. Sandberg, die de sleutel van het museum aan de kunstenaars gaf als het zo uitkwam.


Vijf minuten binnen in het Stedelijk van nu, met zijn pasjessysteem, de batterij beveiligers, vrijwilligers, educatie-medewerkers, de 'events' die gepland staan, het 'hospitality'-team en de vele, je altijd en overal schaduwende persvoorlichters en je weet: die tijd is ver, ver achter ons. De directeur stelt de kunstenaar centraal - maar er moet zo veel méér. Toch lijkt het haar te lukken.


Op een ander moment is Ann Goldstein beschikbaar in de nieuwe kelderzaal van het museum, waar de reusachtige tekstinstallatie van Barbara Kruger net af is. In tegengestelde richting komt een bonte verzameling uniformen en nette jurken de trap op. De voorhoede van het koninklijk huis is net op bezoek geweest. Ann Goldstein handelt even snel wat op de iPhone af voor ze weer de volle aandacht geeft. Gevolgd worden, wil ze niet 'want er gebeurt nu niks'. Rondleiden wil ze wél, een halfuurtje. De vermoeidheid wordt vakkundig genegeerd.


De afgelopen dagen zijn talloze kunstenaars naar de opstelling van hun werk gaan kijken. Daar kon ze geen pottenkijkers bij gebruiken. Maar Diane Thater is er nog wel: gisteravond laat uit Los Angeles aangekomen, installeert ze het onlangs verworven werk Chernobyl (2011). Zij is net zo'n iets oudere, hands-on Amerikaanse als Goldstein zelf. Ze lachen samen hard, als meiden.


Goldstein neemt het heft in handen en legt uit: hoe de kunstenaar naar Tsjernobyl is gegaan om daar onder andere de dieren te filmen. Diana Thater gaat weer aan het werk terwijl Goldstein haar normale, hortende manier van spreken laat varen en het werk van alle kanten enthousiast toelicht. Terloops bestelt ze bij de technici andere verlichting, ze zet weer de puntjes op de i.


In het midden van de kelderverdieping staat een constructie als een los blok in de ruimte. 'Ik heb deze structuur ontworpen, zodat...'


Pardon, zelf ontworpen?


Ja, zegt Goldstein aarzelend. 'Ik ben gewend om dat zelf te doen. In Los Angeles had ik ook zo'n open ruimte, dus het is een tweede natuur geworden. Ik bedenk wat er voor ruimten nodig zijn en ik ga zitten met een plattegrond, een liniaal en een potlood. En een gum.'


Ze vertelt hoe ze bij het schetsen denkt aan de werken, maar ook aan de nooduitgangen en de breedtes 'en hoe mensen de ruimte ervaren'. Want kunstenaars mogen op één staan, meteen daarachter staat het publiek dat zich vrij moet voelen. 'I want people to wander but not get lost.'


Ze kijkt me aan, de bril in de hand, en weet met soepele Amerikaanse retoriek de persoonlijke noot goed te plaatsen.Ze zegt: 'Als klein kind hield ik al van musea. En ik ging er niet eens zo vaak heen, heel soms maar, met de schoolbus. Ik kan je niet vertellen waarom, maar ik was er dol op. Ik voelde de vrijheid om mijn nieuwsgierigheid te volgen. En dat wil ik graag hier ook, in deze ruimten: dat mensen misschien in de war zijn door de kunst, maar zich niet laten wegjagen. Dat juist aangrijpen om op onderzoek te gaan.'


De tijd is op, het lijkt een opluchting. Ze zegt: 'Right now, I have to feed my artist.' En ze loopt, wapperende voile bloes achter haar aan, door de gang en joelt: 'Diana!'


Lees verder op pagina V4


Vervolg van pagina V2


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden