ANNIE M.G. SCHMIDT De stoutste in kleinburgerland

Geboren: 20 mei 1911 in Kapelle. Schuilnaam tijdens liefdesaffaire: M.G. Pluk. Cijfer voor Nederlands op de hbs: een 2. Had weinig waardering voor: Nederlandse literatuur, want de spanning is ver te zoeken....

'IK ben lekker stout.' Het is de titel van een kinderversje dat Annie M.G. Schmidt midden jaren vijftig schreef en dat bij generaties Nederlandse kinderen sluimerende recalcitrante eigenschappen tot ontwaken bracht. Menig schoolkind heeft het, met sardonisch plezier, voor de klas voorgedragen: 'Ik wil geen vieze havermout, ik wil geen tandjes poetsen! (. . .) ik wil niet aardig zijn, maar stout.' Even waande het kind zich bevrijd van de knellende regels die de wereld van volwassenen hem oplegde.

In dat versje schuilt de kern van Schmidts schrijverschap en ook van haar karakter. Ze was een lekker stout mens, dat nooit gemeen en laaghartig om zich heen sloeg, maar met humor en feilloze precisie de maatschappij fileerde. Ze deed dat vanuit het blikveld van het kind, in haar versjes en kinderboeken. En paste dezelfde tactiek toe als ze hoorspelen, theaterspelen en musicals voor volwassenen schreef.

Schmidt had grove middelen, zoals de tegenwoordig populaire 'afzeik-tv', niet nodig. Ze hanteerde het lichte wapen van de ironie en wist daarmee op effectieve wijze opgeblazen ego's en quasi-gewichtige conventies bloot te leggen. Ze had geen enkel ontzag voor welke autoriteit dan ook en hield zich altijd verre van modegrillen en intellectuele dogma's.

Zo was ze in 1968, in opdracht van het maandblad Avenue, in New York om zich voor te bereiden op haar nieuwe passie: de musical. Aan enthousiasme ontbrak het haar niet. Ze gunde zich geen tijd haar koffers uit te pakken, wilde zich onmiddellijk in het gedruis van Broadway storten. Liefst tien 'mjoezikuls' zag ze. En hoewel ze bewondering toonde voor de professionaliteit van de acteurs en choreografen, was de veelgeprezen Amerikaanse musical in haar ogen niet meer dan een 'prachtig hoog opgeklopte schuimomelet met confituren'.

Ze miste de spitsvondigheden van de schrijver, die - 'geboeid in een hoekje, prop in de mond' - slechts een paar zinnen mocht toevoegen. Tussen de Avenue-regels door schemerde haar eigendunk. Je hoorde haar denken: dat kan ik beter. Bescheiden was Schmidt allerminst, en beslist ook niet altijd aardig.

Dat zelfverzekerde, mild brutale, heeft ze niet haar hele leven uitgestraald. In haar jeugd werd ze eerder afgeschilderd als een musje. Een binnenvettertje, dat gekleed in onmogelijke 'wollen dekens' - zoals een jeugdvriendinnetje haar dikke truien beschreef - door leeszalen en bibliotheken sloop. Een passie voor verhalen en boeken heeft Schmidt altijd gehad.

Als domineesdochter groeide ze op in het Zeeuwse Kapelle. Was voortdurend op zoek naar 'malse groene blaadjes, tussen al die dorre, ritselende bruine Vondels en Calvijnen en Woordenboeken'. Leeshonger, zei ze later over die tijd, is net zo erg als echte honger.

Haar leesplezier werd vergald op de hbs in Goes, waar ze les kreeg van regelneukers. Annie zelf: 'Aftandse leraren die ze maar in de provincie hadden gezet, omdat ze in de stad niet konden functioneren.' Toch kon ze het boek niet loslaten. Na een notariaatstudie in Den Haag, een cursus typen en steno bij Schoevers, een au-pairschap in Duitsland - waar ze diende bij adellijke dames in Hannover (de dames Groen uit Het schaap Veronica) - koos ze voor de bibliotheekwereld.

Ze volgde een opleiding tot bibliothecaresse in Middelburg, liep stage in Schiedam, kreeg een baan in Vlaardingen en kwam in 1936 te werken bij de Amsterdamse Nutskinderleeszaal. Daar had ze aanvankelijk nog last van een Pedagogisch Geweten. Maar ze merkte al snel, bij voorleessessies, dat kinderen daar niet bepaald enthousiast op reageerden. Dus koos ze schoorvoetend - in die tijd nog wel - voor spannende verhalen, met veel bloed.

Ontdekt werd ze eind jaren veertig, kort nadat ze chef documentatie was geworden bij Het Parool. Voorjaar 1947 op een feestavondje in de IJsbreker, waar ook cabaret werd opgevoerd, hoorden de aanwezige Parool-redacteuren tot hun grote verbazing dat er schitterende teksten rolden uit de mond van 'juffrouw Schmidt, die schuwe muis van documentatie'.

Ze werd uitgenodigd voor het journalistencabaret De Inktvis, waarna haar carrière een snelle vlucht nam. Bij het laatste programma Extra Editie zaten de drie Wimmen (Sonneveld, Kan en Ibo) achter in de zaal naar de teksten van Annie te luisteren. En kochten deze, meldde Parool-redactrice en vriendin Jeanne Roos licht verontwaardigd, 'onder onze achterste vandaan'.

Schmidt verliet de documentatie en ging eindelijk voluit schrijven, aanvankelijk voor de rubriek Voor de Vrouw, onder redactie van Wim Horema, en later - de beroemde versjes - voor de kinderpagina. En steeds weer was er die obstinate inslag. Ook toen ze voor Triangel, de radiorubriek van Ibo, ging schrijven en teksten leverde voor het hoorspel De familie Doorsnee, dat zes jaar lang heel Nederland aan de radio gekluisterd hield.

Met grimmig genoegen tartte ze de censors, de bewakers van het kleinburgerlijk fatsoen van de jaren vijftig. Liet hen woorden schrappen als pokkekat, stik en kontje. Ze introduceerde de eerste homoseksueel in de Nederlandse ether, de figuur Fred, winkelbediende in de kantoorboekhandel van vader Doorsnee. Dat was in de tijd dat de KRO (de homoseksuele) Sonneveld de voet dwars zette en Jules de Corte niet voor het COC mocht optreden. Ook toen ze naar televisie overstapte (Pension Hommeles, Ja Zuster Nee Zuster) schurkte ze tegen de grenzen van het taboe aan en verzette ze zich tegen de bevoogding ten opzichte van haar teksten.

Schmidt schreef niet alleen ondeugend, ze leefde ook stout. Althans, in de context van de tijdgeest. Ze rookte en dronk, en had acht jaar lang een geheime verhouding met een getrouwde man, de chemicus Dick van Duijn, van wie ze in 1952 een zoon kreeg (Flip). Ze is niet met Van Duijn getrouwd, en ondanks hevige pogingen van zijn kant om haar om te vormen tot een voorbeeldige huisvrouw, heeft ze haar carrière nooit willen onderbreken.

Ze zocht de milde middenweg, stond vroeg op, werkte tijdens de prille uurtjes van de dag en verzorgde keurig, zoals het hoorde, het ontbijt van man en zoon. Laf, oordeelden rabiate feministen. Die namen haar in de jaren zeventig ook stevig onder vuur vanwege de rolbevestigende tendensen in vooral Jip en Janneke. Schmidt trok zich er niets van aan, ze moest niets hebben van verstikkende ideologieën. Bovendien, de praktijk wees uit: als je meisjes met auto's laat spelen en jongens met poppen, zullen ze het speelgoed onmiddellijk ruilen.

Haar jeugdboeken en versjes zijn op grote schaal vertaald, in het Engels, Frans, Duits, Spaans, Russisch, Hebreeuws, Tsjechisch, Japans, Chinees, Perzisch, Sranan, Tongo. Steeds weer komen er nieuwe vertalingen bij. Hoewel de omstandigheden wellicht ouderwets zijn en de beschrijvingen puur Hollands (met namen als Loon op Zand, Purmerend en Sappemeer), blijft het werk van Schmidt grote zeggingskracht houden.

Wellicht omdat ze als eerste in Nederland het loodzware kinderkwaad verlegde naar het lichtvoetige stout en zo een hele generatie kinderboekenschrijvers beïnvloedde. En natuurlijk vanwege haar prikkelende benadering van het alledaagse - juist daarin blijkt haar humor universeel. Schmidt was haar hele leven lang het kind dat schreeuwde: 'De keizer heeft geen kleren aan.'

Janny Groen

Dit is de 57ste aflevering van een serie over honderd belangrijke Nederlanders van deze eeuw. De volgorde is chronologisch (op basis van geboortedatum).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden