Annemarie van Gaal

Investeerder, uitgever en tv-presentatrice Annemarie van Gaal (45) heeft geleerd niet onder rampspoed te bezwijken. ‘Soms moet je oogkleppen opzetten’..

Tja, zegt ondernemer Annemarie van Gaal, met haar open, zachte glimlach: ‘Het leven, hè.’ Dat is nadat ze heeft verteld over haar vriend Frans de Vlieger, haar ‘grote liefde’. Ze waren nog geen jaar samen toen er bindweefselkanker bij hem werd geconstateerd. Intussen is hij drie keer geopereerd. De laatste, drastische, operatie was zwaar – en riskant.

‘Toch kan ik op zo’n moment denken: stel dat het mis zou gaan, dan ben ik heel dankbaar voor wat ik met hem heb gehad. Natuurlijk heb ik verdriet. Maar zoiets is niet tegen mij gericht. Het gebeurt.’

Je hebt in je leven al wel erg veel te verwerken gekregen. ‘Ja, maar ik wil helemaal niet tegen jou zeggen: ‘Moet je eens kijken wat ik heb meegemaakt.’ Het is ook niet dat ik denk: o, o, moet mij dat weer overkomen. Geen moment, geen dag, geen minuut.’

Nee? ‘Nooit gehad ook. Uiteindelijk kom je sterker uit dit soort tegenslag. En hij staat nu wel streng onder controle bij het Antonie van Leeuwenhoekziekenhuis, maar so far, so good.’

Want als hem ook nog eens wat zou overkomen dan* ‘Nu ja, waarom niet? Het is niet dat mijn strippenkaart nu vol is, hoor. Dat ellende me vanaf nu bespaard zal blijven. Zo werkt het niet.’

Ze lacht erbij. Eerder vertelde Annemarie van Gaal over haar zestien jaar oudere echtgenoot, die na een serie herseninfarcten werd opgenomen in een tehuis, vier jaar geleden. Ze wil liever niet over hem praten, maar doet het na enig aandringen toch, want: ‘Hij is een belangrijk onderdeel van mijn leven. Ik wil niet dat je gedetailleerd over zijn ziekte schrijft, maar je mag wel schrijven over mijn pijn. Dat wat je dacht te hebben, er niet meer is.

‘Het ene herseninfarct is het andere niet. Er zijn mannen die zachter en liever en toegewijder worden; bij hem heb ik de andere kant meegemaakt. Dat is ontluisterend.’

Er hoeft maar een draadje door te branden in je hoofd... Ze onderbreekt: ‘Je hoofd is zó belangrijk. Dat is je zíjn. Een dwarslaesie is heel erg hoor, begrijp me niet verkeerd, maar als er iets met je hoofd gebeurt*

‘Hij lijkt voor nog geen procent op wie hij was. Maandenlang heb ik nauwelijks geslapen, toen hij hier thuis werd verpleegd. Hij was volkomen onvoorspelbaar geworden.’

Je was bang voor hem? Stilte. Wat was het moment dat je dacht: zo gaat het niet langer? ‘Toen ik besefte: nu ga ik er zelf aan onderdoor. Dit houdt geen mens vol. Dit kan niet. Hoe sterk je ook bent.

‘Het is ook* Je ligt in iemands aura, hè, omdat je in één bed ligt. Je kunt je niet voorstellen hoe het is als je het niet zelf hebt meegemaakt. Dit kun je niet uitleggen, aan anderen.’

Herkent hij je nog? ‘Hij herkent me nog wel. Maar het maffe is: ik ben niet meer ik, voor hem. Het is volkomen bizar* alsof je in de twilight zone leeft. ‘Wat ook gek is: je denkt dat je samen een historie hebt. Dat je samen een goed huwelijk hebt gehad. Maar voor een van beiden is dat niet meer zo. Sinds zijn ziekte zegt hij dat het altijd een rothuwelijk is geweest. Het is zo raar, dat je zelfs van feitelijke dingen, waarover je denkt dat je nooit van mening kunt verschillen, ieder een totaal andere perceptie hebt. Alsof de werkelijkheid de werkelijkheid niet meer is.’

Weet hij dat je nu een vriend hebt? ‘Ik heb het hem gelijk verteld, in het tehuis. Het doet hem niks.’

Wat akelig allemaal. ‘Ja, misschien dat ik dit nu juist moet meemaken omdat ik ertegen kan. Een soort beproeving.’

Of gewoon pech: mag ik het zo noemen? ‘Ja. Ja. Aan de andere kant: ik heb nu een ongelooflijk fijne liefde.’

Rampspoed – en hoe daarop te reageren. De laatste tijd denkt Annemarie van Gaal veel na over de verschillende manieren waarop mensen omgaan met hun emoties. Voor het NCRV-programma Ten einde raad coacht ze sinds kort slachtoffers van bureaucratische dwalingen, in het bedrijfsleven en bij de overheid. Zoals een vrouw die al 45 jaar achter de kassa zit bij Albert Heijn. Uit intern onderzoek is gebleken dat de caissière over de afgelopen tien jaar te weinig salaris heeft gekregen. Helaas: de eerste periode is verjaard. Ze krijgt alleen over de laatste vijf jaar achterstallig loon uitbetaald.

En zij is daardoor van slag? ‘He-le-maal. Haar leven is kapot. Het staat buiten kijf dat zo’n werkgever wel érg onmenselijk is. Maar kom dan gericht in verzet. Laat het je niet zo raken dat je daardoor aan de valium zit, ermee opstaat en ermee naar bed gaat, geen dag meer normaal naar je werk gaat, geen gesprek meer kunt voeren zonder dat het naar voren komt.’

Later: ‘Sommigen laten hun emoties, vooral negatieve gevoelens als angst en jaloezie, zo overheersen. Alsof het vreemde wezens zijn die zomaar binnenkomen. Maar dat is natuurlijk niet zo. We maken ze zo groot als we zelf willen.’

Jij zegt: ‘Ik laat mijn leven niet te veel bepalen door emoties.’ ‘Laat ik het zo zeggen: ik geef ze het belang dat ze van mij mogen hebben.’

Als 18-jarige pakte ze de dag na haar vwo-eindexamen de trein van Heerlen naar Amsterdam. Geen idee wat ze er zou gaan doen. Altijd een braaf meisje geweest, goede rapporten, gehoorzaam, de dochter die iedereen zich zou wensen. En ineens brak ze uit. Haar ouders trokken hun handen van Annemarie af. Al snel trouwde ze met een Amerikaan, van wie ze meteen zwanger raakte. Vlak na de geboorte van haar eerste zoontje verliet hij haar. De alleenstaande moeder bleef werken. ‘Ik wilde geen uitkering. Ik wilde aan een toekomst bouwen, voor mijn zoontje en mij.’ Eerst had ze een baan als verkoopster bij Gassan Diamonds, later als directiesecretaresse en projectmanager bij uitgeverij VNU. ‘Het was erg zwaar.’

Armoede. ‘Ik weet de getallen nu nog uit mijn hoofd. Ik verdiende 2.100 gulden netto. Maar ik betaalde maandelijks 700 gulden aan de crèche. En 1.281 gulden hypotheek aan een woning in Zandvoort, waarvan ik het achterhuis verhuurde. Er zijn momenten dat ik terugkijk en denk: hoe heb je dat toen voor elkaar gekregen? Alleen luiers kopen was al ingewikkeld, omdat ze in verhouding zo duur waren.’

Op haar 27ste vertrok ze op verzoek van VNU naar Moskou, om met Derk Sauer een blad op te zetten.

Waarom dat grijze, communistische Rusland?

‘Ik had in die tijd hetzelfde gevoel als toen ik van Heerlen naar Amsterdam ging: dit is niet mijn wereld, er ligt een betere wereld voor me. Amsterdam werd me te eng. Elke dag naar kantoor, elke dag mijn kind van de crèche halen, ’s avonds koken – een sleur. Moskou was de tweede escape-mogelijkheid.’ De eerste maanden logeerde ze in een jeugdhotel: zelfs haar schoenen werden gestolen. ‘Ik had helemaal niks meer.’

Je maakte het er niet gemakkelijker op, voor jezelf. ‘Nee, dat hoeft ook niet. In Moskou is het elke dag moeilijk geweest. Maar ik geniet wel van een goed probleem.’

Vond je het geen risico je zoontje te laten overkomen, naar zo’n totaal andere wereld? Ze kijkt verwonderd. ‘Bij dat soort dingen denk ik eigenlijk nooit na. Nee. Hij was 6, en ging meteen naar een Russische school. Een ontzettend lieve Russin zorgde voor hem als ik aan het werk was.’

Heb je weleens gedacht: ik doe hem tekort? ‘Ja. Ik heb offers gebracht, ten koste van hem en ten gunste van mijn werk. Mijn plichtsbesef is enorm. Bij mij is het pas klaar als ik tot het uiterste ben gegaan. Ik was niet elke avond thuis, als moeder. Op zijn 14de heb ik hem op een internaat in Nederland gedaan, voor twee jaar, vanwege zijn schoolopleiding. Dat was zwaar. Ik heb een keer zijn verjaardag gemist, omdat er een crisis was in Moskou.’

Heb je spijt van die offers? ‘Nee, want dan was mijn leven anders gegaan. Het is een keuze die je maakt.’

Samen met Derk Sauer had ze intussen de uitgeverij Independent Media opgericht. Met bladen als Cosmopolitan, Playboy, Good Housekeeping, Marie Claire en een paar Engelstalige kranten. Ze zou tien jaar in Moskou blijven. Een formidabele leerschool in overleven.

‘In Rusland stond ik vaak met de rug tegen de muur. Zoals toen er een bankencrisis was, en de salarissen die we aan onze werknemers hadden overgemaakt in een zwart gat verdwenen. Een fotoredacteur stond op het punt een appartementje te kopen en ineens was al haar spaargeld weg. Wilde het bedrijf het eind van het jaar halen, dan moest ik tweehonderd mensen ontslaan, terwijl ik wist dat ze in Rusland daarna aan de straatstenen waren overgeleverd. ‘Elke dag zag je ellende, en niet de minste ellende. Op straat verkochten verkleumde meisjes en jongens levensmiddelen. Overal zag je zwerfkindjes. In de hal bij mijn appartementencomplex lagen hele gezinnen te slapen: vader, moeder, twee kinderen en een hond.’

Je moest je ervoor afsluiten? ‘Dat is het enige wat je kunt doen. Maar het laatste jaar, toen ik wist dat ik zou weggaan, kwam de ellende wel zo keihard binnen. Dan kun je er niet meer tegen.’

Wat heb je geleerd, in Rusland? ‘Dat ik grenzeloos ben. Hoe groot mijn verdriet of angst ook moge zijn, ik ga er niet aan onderdoor.’

Ze ontmoette haar tweede echtgenoot, een handelaar in Russische kunst, toen ze tussentijds op bezoek was in Nederland. Hij schreef brieven, bijna elke dag een, in een tijd dat je in Rusland nog niet kon bellen met het buitenland. ‘Dat heeft me in de beginjaren erdoorheen gesleept.’ Hun liefde groeide langzaam. Van Gaal kreeg een tweede zoon; ze trouwden.

Terug in Nederland, in 2000, begon ze sluipenderwijs te merken dat er iets mis was met haar man. ‘Hij herinnerde zich namen van vrienden niet meer. Was dingen vergeten die ik tegen hem had gezegd. Verstrooidheid, dacht ik. Het glipt door je vingers.’ Ze belde de huisarts toen haar echtgenoot maar niet herstelde van een griep. Zijn bloeddruk was extreem hoog; hij kon meteen door naar de eerste hulp. Een reeks ziekenhuisopnamen volgde, tussendoor werd hij thuis verpleegd. Zijn nieren bleken niet meer te werken, ook andere organen waren ernstig aangetast, hij had allerlei problemen met zijn bloedvaten. Zijn gedrag werd steeds grilliger.

Kon je erover praten, met vrienden? ‘Het was moeilijk uit te leggen, vooral omdat hij totaal andere verhalen vertelde.’

Je komt dan in een rare schemerzone terecht.

‘Ja, dat hoort bij het verhaal over die twilight zone. Dat ook sommige vrienden van hem mij niet meer vertrouwden.’

Maar vrienden zagen toch wel dat er iets mis was aan hem? ‘Vrienden kiezen toch vaak de kant van de onderliggende partij. En ik heb echt geprobeerd hem hier thuis te blijven verplegen. In good and in bad times, hè, dat dogma. Dat vond de omgeving ook: een vrouw hoort haar echtgenoot te verzorgen. Maar op een gegeven moment moet je voor jezelf kiezen. Ik dacht: heb ik nu altijd zo hard gewerkt om hierin terecht te komen? Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Ik moet een leven leiden naar het beeld van mijn eigen hart.’

En je kinderen? Je jongste zoontje zag zijn vader veranderen. Aarzelend, voorzichtig: ‘Ook voor de jongste, met name, moest ik de stap zetten. Hij is een binnenvetter, zal zich nooit laten kennen. Hoewel hij zich de laatste tijd wat meer uit.’

Waren er nog momenten dat je man wel lief voor je was? ‘Niet één seconde per dag. Dat maakte de beslissing om hem niet meer thuis te verplegen wel gemakkelijker.’

Had je een schuldgevoel? ‘Nee. Als ik een besluit neem, is dat een besluit. Dan ga ik er ook mee door.’

Hou je nog van hem? ‘Nee. Nee. Nee. Maar ik heb natuurlijk ontzettend veel van hem gehouden. Allicht.’

En nu? ‘Eens in de twee, drie weken ga ik erheen.’

Hoe is dat dan? ‘Ja...’ Ze is even stil. Dan: ‘Ik ga naar iemand toe die ik niet ken. Ik help hem nog, doe zijn was, dat soort dingen. Hij ligt de hele dag op bed. Zijn lichaam is ook kapot.’

Voel je nog weleens iets, als je bij hem langsgaat?

‘Nee* Ik sluit me daarvoor af.’

Dat kun jij goed, hè? ‘Ja, net als de periode in Moskou. Soms moet je oogkleppen opzetten. Ik denk wel dat ieder mens dat kan, hoor. Volgens mij kan ieder mens alles aan.’

Nou: dat is niet zo. ‘Mensen die in de vernieling raken, zouden ook sterker kunnen zijn. Zoveel mensen laten het negatieve overheersen en zijn voor de rest vleugellam, zoals die mevrouw bij Albert Heijn. Knokken geeft kracht. In mijn programma help ik iemand om zélf zijn probleem op te lossen. Het gevoel van euforie dat je dan krijgt, is zó belangrijk.’

Gevoelens laten zich moeilijk controleren. ‘Toch denk ik dat het aan te leren is dat je in plaats van alleen het negatieve ook het positieve gaat zien. Dat je hersens zo elastisch zijn dat je dat kunt. Iemand die zich laat opslurpen door negatieve emoties, heeft een verkeerd beeld van de werkelijkheid. En je kunt zelf dat beeld omdraaien, waardoor je ook andere emoties krijgt.’

Het klinkt zo rationeel. ‘Toch werkt het zo. Als je iemand haat – ik haat niemand, hoor – is dat ook vaak gebaseerd op een verkeerd beeld van de werkelijkheid. Je kunt altijd iets leuks in een ander vinden. Daar kun je je ook op focussen.’

Heb je dit bij de psycholoog geleerd? ‘Ik ben nog nooit bij een psycholoog geweest.’

Annemarie van Gaal keerde terug uit Rusland als vermogende vrouw, nadat ze haar aandelen in Independent Media had verkocht. Inmiddels heeft ze een eigen uitgeverij, AM-Media, en een onroerendgoedbedrijf. Ze is commissaris en adviseur bij een paar ondernemingen en investeerder in allerlei bedrijven.

De arme alleenstaande moeder werd een rijke vrouw – goed verhaal. Hartelijke lach. ‘Ja* Ik leef best comfortabel, maar echt niet buitensporig. Afgelopen vrijdag heb ik voor het eerst gebruikgemaakt van een chauffeur, omdat het zo’n drukke dramadag was en Frans erop stond. Die luxe had ik mezelf anders nooit gepermitteerd.’

Je schijnt tegenwoordig expres een tijdje te wachten voordat je iets koopt, om het gevoel van vroeger terug te krijgen. ‘Ja. Als iets duur is, wil ik daarnaar smachten. Dan kan ik lang om iets heen draaien. Als het na een maand nog in mijn hoofd zit, mag ik het kopen van mezelf. En dan ben ik er nog steeds heel blij mee. Héél blij.’

Intussen verkeer je in de wereld van de nouveaux riches. Is die leuk? ‘Ja, ik kan er wel van genieten. Ik kan er ook de humor van inzien.’

Ze heeft al eerder een foto gepakt van haar tweede huis van Frans en haar in het Spaanse Rosas, om de hoek bij het spectaculaire, wereldberoemde restaurant El Bulli. Na een half jaar smeken konden ze daar eindelijk terecht, voor een eindeloze reeks minuscule gerechten. (‘Een bolletje schuim met het dna van oesters, dat werk. Na de twintigste gang denk je: nu niet meer.’)

‘We hadden die avond ook twee enorm rijke vrienden uitgenodigd. Er is een prachtige verbinding met Transavia. Kost niks en je landt vlak bij ons huis. Ik had ze alles precies uitgelegd. Maar die mensen zijn niet gewend een lijnvlucht te nemen, die vliegen alleen met privéjets. Dus die wilden per se met zo’n vliegtuig. Maar dat bleek bijna parallel te vliegen aan onze lijnvlucht. En ze kwamen aan op dezelfde luchthaven, in dezelfde ontvangsthal. Daar kan ik wel om lachen. Zelf zou ik zoiets niet doen. Ik vind het leuk om in de wereld te staan. Om mijn boodschappen te doen bij Albert Heijn, groente te kopen bij de groenteboer. Maar ik hou ook van glamour. Ik vind het prachtig om een mooie avondjurk aan te hebben en ik kan ver gaan om het bijbehorende tasje te bemachtigen. Ik blijf een meisje, ja.’

Haar jongste zoon wandelt de woonkamer van het grote huis in Amsterdam-Zuid binnen. Rode wangen: Ajax heeft net met 4-1 gewonnen. ‘Ha, schatje. Geef eens een handje.’

Het gaat prima met hem, zegt ze later. ‘Hij doet het goed op school, hij is gek op Frans, we hebben een heel fijn leven.’

Onaangedaan vertelt ze over het ernstige auto-ongeluk dat ze kreeg, toen ze net terug was in Nederland en werkte als directeur voor de Telegraaf Tijdschriften Groep. Haar neus was deels weggeslagen, haar rug gebroken. Na drie weken was ze alweer thuis. Elke keer als ze voor onderzoek naar het ziekenhuis moest, kwamen er twee broeders die haar met veel bombarie op een brancard legden. Dat was de enige manier waarop ze volgens de artsen vervoerd mocht worden. ‘Maar tussendoor was ik gewoon aan het werk bij De Telegraaf.’

Was je wel helemaal goed bij je hoofd? ‘Ik had een korset aan, hoor – daar ging ik heel serieus mee om. Ik ken mijn eigen grenzen.’

Is er eigenlijk iets wat je niet aan zou kunnen? Wat jij met je man hebt meegemaakt, lijkt me een van de ergste dingen die je kunnen overkomen.

‘Ja, maar uiteindelijk moet je accepteren dat het zo is. Het is een feit. Je kunt er niets aan veranderen.’

Jouw motto: altijd optimistisch blijven. ‘Ik kan verdriet hebben, maar dat staat mijn geluk niet in de weg.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden