Column

Annemarie Oster: 'Ik droome dat ik Parade-recensent was'

Elke donderdag draagt een Volkskrantcolumnist een column voor op de Parade, één voor elke stad die het festival aandoet. De volgende ochtend staat die in de Volkskrant, en op Volkskrant.nl

Annemarie Oster

Vannacht droomde ik dat ik ... op de Parade was. Als recensent. Zoals tweëentwintig jaar geleden - zo lang toert de ludieke karavaan al rond - zomer in, zomer uit voor HP/de Tijd, toen nog een prestigieus opinieblad waarin ik wekelijks mijn prestigieuze opinie over theater ventileerde. Om bijtijds stof op te doen - en modder, want er lagen nog geen schoenvriendelijke plankieren en meestal regende het gestaag - reisde ik, zodra de eerste Paradetenten in Utrecht waren opgeslagen, naar, goed geraden, Utrecht. En als ik niet genoeg had opgesnoven van die weldadig nomadische sfeer, nattehondenlucht en kermisklantenkolder, nog even naar Den Haag, ja zelfs helemaal naar Rotterdam. Want pas in augustus barstte het 'absurde volksfeest' (zoals creatief directeur van het eerste uur Terts Brinkhoff zijn geesteskind noemde) los in het Amsterdamse Martin Luther Kingpark. Nee, niets was me te veel om het Amsterdamse publiek wegwijs te maken in Paradeland.

Zo ook in mijn droom... Ik weet het, niets vervelender dan een droom, niet zozeer voor de verteller als wel voor de toehoorder. Is andermans gedachtengoed al meer dan een mens kan verdragen, op een terugtochtje naar het onderbewuste wil niemand mee. Maar omdat ik vanavond toevallig op diezelfde Parade sta, zullen jullie wel moeten.

Plaats van handeling: zo'n overvolle circustent waarin tot persens toe moet worden 'ingeschikt': want iedere bezoeker, dat wil zeggen, iedere euro is er één. In de piste wordt iets geestigs en gedurfds vertoond. Althans, dat hoor ik aan het gegillach om me heen. 'Ik hou het niet meer uit' heet de voorstelling, met in de hoofdrol de onvolprezen Dick van den Toorn. Aan zijn zijde speelt, zingt en beweegt (onder anderen, want anders voelen de medespelers zich bekocht), een ex-soapactrice, om precies te zijn Lieke van Lexmond, de sterren van de hemel. Althans, dat toetert mijn wederhelft me in mijn oor: 'Wat een lekker ding.' (of woorden van gelijke strekking) Zelf kan ik niks verstaan, want ik heb mijn gehoorapparaat thuis laten liggen. Mijn toneelkijker ook. En had ik hem wel bij me gehad, dan had ik nog niks gezien: op de rij voor me verheft zich een rij Amy Winehouses met torenhoge kapsels.

En straks moet die recensie in de krant staan! Hoe maak ik bijtijds mijn opwachting bij De levende jukebox met Paradepaard Marielle Tromp? Vaak overlappen Parade-optredens elkaar en ben je te laat om nog een zit-, ja sta-plaats te verwerven. Ach nee, die jukebox is er deze avond niet. Wel Het perron met die schat van een Leny Breederveldt en haar tien dochters. Maar waar staat die tent? En die van George en Raymonde? Hoe laat zijn mijn favoriete vedetten Sandifort en Vrijdag aan de beurt? Pas op 20 augustus! Deze droom begint verdacht veel op een nachtmerrie te lijken. Het duizelt me. En ik ben niet eens in de zweefmolen geweest.

Op dat moment gaat mijn gsm. Omdat ik niet weet hoe ik hem moet afzetten, neem ik hem op. Moeiteloos herken ik het krachtige stemgeluid van Elsje Scherjon: 'Waarom zit jij niet bij ons in de tent bij De kale zangeres? We zijn allang begonnen. Vandaag is het de 16de, weet je nog?! Dat noemt zich recensent!'

Opeens ben ik klaarwakker. Sorry, maar ik moet een tentje verder.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden