Anne Frank herontdekt: geen detail blijft onbelicht

Het is goed dat de persoon Otto Frank meer reliëf krijgt in de biografie van Carol Anne Lee, vindt Hans Westra van de Anne Frank Stichting, maar niet dat de verraders namen en rugnummers krijgen....

Voor Anne Frank was er vooral leven na de dood. En dat leven staat al een jaar of vijftig in het teken van medemenselijkheid en andere universele deugden. Anne is, met andere woorden, een icoon. Een symbool voor het goede. En daar blijf je van af.

Voormalig nazi-jager Simon Wiesenthal toonde zich dan ook niet ingenomen met de onthutsende bevindingen van Carol Ann Lee, de biografe van Otto Frank. Zij stelde vast dat de vader van Anne gedurende de bezetting handel heeft gedreven met de Duitse Wehrmacht en dubieuze contacten onderhield met de NSB'er Tonny Ahlers. Wiesenthal was deze week niet tot een reactie op deze feiten te verleiden. Voor hem zijn Anne en haar familie heilig. En in onthullingen die daar twijfel over zaaien, stelt hij geen enkel belang.

Volgens David Barnouw van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) kenmerkt deze reflex de achterdocht tegen retoucheringen in het beeld van de familie Frank. 'Dat het mensen waren die konden falen, gaat er bij velen nog steeds niet in. Men is vaak meer gehecht aan de symboolfunctie van Anne dan in de ontnuchterende werkelijkheid.'

De verdienste van Lee's boek is volgens Hans Westra, directeur van de Anne Frank Stichting, dat Otto Frank er eindelijk enig profiel door krijgt. 'Tot dusverre figureerde hij als een soort Messias in het collectief bewustzijn. Al wat menselijk was, leek hem vreemd. Daarom hadden mensen uit zijn omgeving soms een hekel aan hem.' In de biografie worden zijn angst en vertwijfeling zichtbaar, en blijkt Otto Frank kwetsbaar en chantabel.

Van de onthullingen over het verraad in het Achterhuis is Westra beduidend minder onder de indruk. 'We zullen nooit zeker weten wie de verblijfplaats van de familie Frank aan de SD heeft doorgegeven. En laten we ons daar gelukkig mee prijzen. Want het verhaal mag nooit af zijn. Het moet ons, het nageslacht, tot nadenken aansporen. Het gaat ons niets meer aan zodra daders met naam en rugnummer bekend zijn.'

In 1947, toen het dagboek van Anne Frank in boekvorm verscheen, was zijn weerklank nog niet hoorbaar. Otto had verbazing en wrevel gewekt met zijn beslissing de ontboezemingen van zijn dochter aan de openbaarheid prijs te geven. 'Wie moet dat lezen?', vroeg de vader van rabbijn David Soetendorp zich af. En riekt dit niet naar lijkenpikkerij, opperde Annie Romein-Verschoor - die de eerste editie overigens wel van een welwillend voorwoord voorzag.

Uitgeverij Contact had het manuscript evenmin als een potentiele bestseller aangemerkt. Directeur De Neve had er eigenhandig passages - samen goed voor 25 pagina's - uit verwijderd die als aanstootgevend zouden kunnen worden ervaren. Vooral verwijzingen naar de seksuele rijping van Anne, en de snieren naar haar moeder vonden geen genade bij de toenmalige zedenmeesters.

Het resultaat was een boek dat zich lange tijd vooral in de behoeften van opgroeiende meisjes kon verheugen, en dat niet op grond van zijn literaire of historische kwaliteiten werd gewaardeerd. Dat verklaart wellicht waarom oud-premier Gerbrandy het aan hem toegezonden presentexemplaar ongelezen liet liggen, en zijn bedankbriefje routineus adresseerde aan de auteur van het boek. Aan 'mejuffrouw Frank' dus.

Begin jaren vijftig taande de belangstelling voor het dagboek van Anne Frank zodanig dat herdrukken uitbleven - smeekbedes van Otto ten spijt. Dat althans, was toen regel in Europa. Elders groeide Anne uit tot een cultfiguur. In Japan wordt de periode die volgde op de eerste druk van haar dagboek aangeduid als 'de Anne Frank jaren'. En in de Verenigde Staten was zij - grondig ontjoodsd om haar universele betekenis zichtbaar te maken - de hoofdfiguur van een toneelstuk dat meer aan haar beeldvorming bijdroeg dan de brontekst zelf.

Dat Anne Frank juist de Amerikanen aansprak, hangt volgens Barnouw samen met het feit dat haar laatste dagboekfragmenten uit 1 augustus 1944 dateren, drie dagen voor de inval in het Achterhuis. De gruwelen die erop volgden, onttrokken zich aan de waarneming van de lezer, en Anne behield haar sereniteit. Bovendien konden de Amerikanen zich een onbevangener omgang met het oorlogsverleden veroorloven dan de Europeanen, en zijn ze niet zo bezig met het onderscheid tussen high culture en low culture.

De bezoekers van het Anne Frank Huis waren, herinnert Westra zich, tot aan de jaren tachtig overwegend afkomstig uit de VS. En toen zij de tanende belangstelling van de Europeanen niet langer konden compenseren, was niemand daardoor verrast, zegt Westra. 'De magie van Anne was na 35 jaar uitgewerkt, meende men. Onze stichting liet zich in haar taakopvatting door die taxatie leiden: het Achterhuis bleef open ten behoeve van de Amerikanen, binnenslands gingen wij de strijd aan met extreem rechts en andere ongrechtigheden.'

Onder invloed van de hernieuwde belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog is Anne Frank hier echter herontdekt, en vormen de hiaten in haar levensverhaal voer voor een nieuwe generatie historici.

Haar droevig einde - ooit een no go area voor de onderzoeker - is al gereconstrueerd. En over het verraad wordt druk gespeculeerd. Nu richt de belangstelling zich even op de these van Carol Ann Lee. Binnenkort zullen we, denkt Barnouw, nieuwe onthullingen kunnen verwachten. Want het tweede leven van Anne Frank is pas net begonnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden