'Anna en Francesca kwelden me'

In haar vaderland is niet iedereen even blij met de Bolognese schrijfster Silvia Avallone (27), omdat ze in haar bestseller Staal, die heel Europa verovert, de ruwe kant van de Italiaanse maatschappij laat zien.

Foto Getty


H et moest erin hakken. Daarom gaf Silvia Avallone (1984) haar enerverende roman over twee meisjes van 13 jaar in het Italiaanse industriestadje Piombino de titel Acciaio, ofwel Staal. Het leven kan hard en kil zijn in het kustplaatsje waar de zon om drie uur 's middags zwaar als staal weegt, met aan de overzijde van de zee, vier kilometer verder, de lonkende stranden van het toeristenparadijs Elba. Zo dichtbij, maar onbereikbaar ver voor de meeste inwoners van Piombino, die gekluisterd zitten aan hun baan in de kolossale staalfabriek Lucchino. Als ze al een baan hébben.


De mannen zijn agressief of zorgeloos, de vrouwen vroegoud en opgesloten in een huwelijk, de jongeren vervelen zich. Dat maakt het zelfs moeilijk om te dromen - al blijft de toon van Staal, niettegenstaande alle verdrietigheden, goedgemutst.


Silvia Avallone, die het bezoek ontvangt in haar woning even buiten het centrum van Bologna, knikt. 'Daar heb ik voor moeten vechten, om die harde titel op het boek te krijgen. Mijn uitgever Rizzoli vond 'm aanvankelijk te genadeloos. Ik wilde het, niet alleen omdat de staalfabriek zo'n belangrijke rol speelt, maar ook omdat het om opgroeiende personages gaat, die moeten leren zich te harden.


'Niet in alle landen waar Staal in vertaling is verschenen, blijft dat ene woord als titel gehandhaafd. In Duitsland bijvoorbeeld heet het Ein Sommer aus Stahl; daar moest die zomer erbij, om het een beetje af te zwakken. Staal is als begrip in Duitsland zó zeer verbonden met de Eerste en Tweede Wereldoorlog, en met de rol van de staalfabrieken toentertijd, dat koudweg Stahl als romantitel afschrikwekkend zou zijn. Zo gevoelig ligt dat.'


De jonge schrijfster is geboren in het noordelijke Biella, en kwam naar Bologna om filosofie te studeren. Vier jaar geleden debuteerde ze met een dichtbundel, Il libro dei vent'anni. Avallone: 'Tussendoor ontstaan. In plaats van op zaterdagavond uit te gaan, zat ik aan die gedichten te werken. Oneerbiedig gezegd is daar niet veel tijd voor nodig. Je kunt een gedicht in één dag schrijven. Dat lag anders bij de roman. Daar was moed voor nodig. Een jaar lang heb ik mij opgesloten om Staal te schrijven, en daarna nam ik nog een jaar om de tekst te bewerken, het ritme op peil te houden, te kiezen uit varianten. Hulp heb ik niet gehad, ik geloof niet in schrijversvakscholen. Je moet je eigen toon vinden.


'De enige wie ik om commentaar vroeg was mijn moeder, die wiskundelerares is maar ook graag leest. Die liet mij na elk proefhoofdstuk weten welke personages en scènes ze saai vond worden. Zij doceerde mij hoe je personages voor zichzelf kunt laten spreken, zonder dat de auteur er met explicaties tussen hoeft te komen. Je moet een moeder zijn voor je personages, leerde mijn eigen moeder mij.'


Het industriestadje Piombino kent Avallone goed, omdat haar vader er woont, en ze daar vanaf haar jonge jaren vaak vakanties heeft doorgebracht. Zo leerde ze ook veel tieners kennen, die van school gingen om in de fabriek te gaan werken. Waarom zag ze hier het decor voor een roman in? Avallone: 'In de media hier lees je al tien jaar niets over de grote werkloosheid, of over het gevaarlijke en slecht betaalde werk in fabrieken. Politici moffelen de problemen weg. Mijn vrienden werkten daar. Ik zag hun zorgen, en hoorde over soms dodelijke ongelukken. En omdat ik er nooit iets over las, kreeg ik de energie om dáár over te schrijven.


'Mijn opgave was een boeiend verhaal te schrijven over werk dat dodelijk saai is, in die ovens en walserijen, waar werknemers onderdeel worden van een machinerie. Toen dacht ik terug aan mijn jeugd in Piombino, waarin ik zag hoe die bestofte jongens moe uit de fabriek kwamen, hun kleren uittrokken en de zee in doken, terwijl ze werden aanbeden door de jonge meisjes daar. Om die reden vertel ik Staal aan de hand van twee van die meisjes, Anna en Francesca, die dromen van een liefde en van een ander leven dan hun moeders leiden. Op die manier kon ik mijn observaties in een verhaal onderbrengen.'


Anna wil studeren, roem, misschien later vakbondsleidster worden die een staking op de fabriek zal uitroepen. Francesca is somberder, en kan met betrekking tot de fabriek alleen bedenken dat als haar vader daar zou omkomen, zij om de dood van deze chagrijnige potentaat een zucht van verlichting zou slaken. Is de hoop op een leefbare toekomst voor hen opportuun? Avallone: 'Dat hoop ik. Vijftig procent van de vrouwen in Italië werkt niet, dus die zijn economisch afhankelijk van hun mannen. Geen best voorbeeld voor de meisjes. En de vaders zijn dikwijls onverantwoordelijk.


'Dat beeld wordt ook nog eens versterkt door de televisie, en het gedrag van politici hier dat niet bepaald voorbeeldig is. Als je succes in het leven wilt hebben, vertellen de Italiaanse media aan jonge meisjes, dan heb je niets aan een diploma, maar dan moet je mooi zijn, jong, je lichaam laten zien en een machtige man strikken.'


Aan het slot laat de schrijfster de twee meisjes samen een dagje uit naar Elba gaan. Dat lijkt een vingerwijzing dat het goed gaat komen met die twee. Ze pasten perfect, is de slotzin. Avallone: 'Francesca's vader is invalide geworden, Anna is haar broer verloren bij een vreselijk ongeluk op de fabriek, maar toch kun je daar denken dat ze hebben geleerd van hun ervaringen.


Wat er met hen gaat gebeuren als ze achttien of twintig jaar zijn, weet ik zelf niet. Het positieve van het slot is het feit dat de vriendinnen elkaar na een periode van verwijdering weer hebben gevonden. Ze hebben het dan ook weer over 'wij' en niet meer over 'ik'. Hoe hun toekomst er uit ziet, hangt af van de lezer: die kan daar over fantaseren.


'Wat dat slot betreft: ik was aanvankelijk geëindigd met dat ongeluk op de fabriek. Mijn idee was om de lezer achter te laten met opstandige gedachten over het zware bestaan als staalfabrieksarbeider. Maar twee weken nadat ik het boek had voltooid, kwamen Anna en Francesca bij mij spoken. Ze kwelden mij. 'Wij zijn de hoofdpersonen, waarom laat je ons alleen? Waarom laat je de fabriek van de mensen winnen?' Hun protesten heb ik gehonoreerd.'


In Staal is een klein rolletje weggelegd voor de Italiaanse minister-president, wanneer er uit de krant wordt voorgelezen dat Berlusconi in de Senaat heeft geciteerd uit Alice in Wonderland. Weliswaar met de boodschap dat Italië géén Wonderland is en hij geen Alice, maar toch: een belezen politicus, kom daar eens om. Daar denkt Avallone anders over. 'Dat zou wel het minste van alle problemen zijn, dat politici over het algemeen geen wereldliteratuur lezen! Sinds Berlusconi is de werkende klasse het geloof in de linkse politiek kwijt geraakt. Arbeiders streven niet meer naar rechtvaardigheid, maar naar een mooie auto en een vrouw. En dat beeld krijgen ze ook aangereikt op de televisie, die ook voor een groot deel in handen is van Berlusconi.


'Het is die mentaliteitsverandering, die in mijn boek tot de dood leidt. Staal speelt in 2001, maar veel lezers herkennen de problemen, die dus sinds het aantreden van Berlusconi tien jaar geleden helemaal niet verdwenen zijn. Zijn macht is nu tanende. In februari van dit jaar is er een groot landelijk protest geweest, tot in de kleinste steden, tegen de vrouwonwaardige houding die onder en door Berlusconi wordt gepropageerd: een miljoen mensen nam daar aan deel. Als een van de eersten heb ik een protestpetitie getekend, en ik ben hier in Bologna de straat op gegaan.'


Voor haar roman kreeg Avallone vorig jaar de Premio Campiello Opera Prima, nadat ze ook al voor de prestigieuze Premio Strega was genomineerd. Niet iedereen zal even blij geweest zijn met haar roman, gezien de geëngageerde inhoud. Avallone: 'Linkse politici en vakbondsmensen hebben wel uit Staal geciteerd, om er op te wijzen dat de problemen van jonge arbeiders zelden aan de orde worden gesteld. Maar ik heb ook kritiek gekregen over de manier waarop ik jonge meisjes en moeders beschrijf, namelijk niet als de zelfstandige en mooie en machtige vrouwen zoals je ze op de Italiaanse televisie ziet.


'Ook in Piombino is Staal druk gelezen. In bars en op straat is gevochten, zo hoog liepen de gemoederen op tijdens discussies of mijn boek gunstig was of ongunstig voor de stad en de fabriek. Maar omdat het boek een bestseller werd, en er deze zomer aanstalten worden gemaakt om het te verfilmen op de plaats waar het verhaal speelt, staan dezelfde mensen die eerst zo woest waren over het boek nu in de rij: om zich aan te melden als figurant.


En de meest verontwaardigde moeders hebben hun dochters opgegeven, in de hoop dat die de rollen van Anna en Francesca krijgen.'


Silvia Avallone: Staal.


Door


1984


Geboren in Biella, op 11 april


2007


Studeert af in de filosofie aan de universiteit van Bologna.


2007


Poëziebundel Il libro dei vent'anni


2010


Roman Acciaio


2010


2011


2011


Winnares Prix des Lecteurs de L'Express voor Acier (Staal)


CV

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden