Angst voor Nadem

Een familie van Irakese oorsprong verschanste zich vorig jaar zomer met flessen diesel en benzine in een Purmerends politiebureau. De Koerd Nadem H....

Op het behang van de krappe flat in Purmerend is een datum gekrast. Blauwe cijfers van een slechte ballpoint: 26-5-2000. Ernaast de tijd. 19.30 uur. De dag dat het afgelopen was. De dag dat Ayse wegliep en haar drie kinderen meenam.

Het handschrift is van Nadem, de vader. Hij heeft de cijfers met ziedende halen neergepend. Kan niet verkroppen dat zijn ex-vrouw in het niets is opgelost, en hem zijn mannelijke waardigheid heeft afgenomen. 26-5-2000. Hij is radeloos. Twaalf dagen stormt het in de kleine kale flat, waar het behang van de muren kruipt en een tweedehands bankstel doorzakt onder het gewicht van de vijf achtergebleven kinderen, die urenlang staren naar de tekenfilms op Fox Kids.

'Dit wordt plankjeswerk', waarschuwt advocaat H. Kant een politieagent die de familie langer kent en de situatie donker inziet. 'Daar bedoelde ik mee', zegt Kant, 'dat er doden gingen vallen.'

Kant staat niet alleen. De politie, de hulpverlening, de school, de buurt, het consultatiebureau, iedereen weet dat het misgaat. Maar niemand doet iets of kan iets doen. Daarvoor is het te ingewikkeld, te onbegrijpelijk of te gevaarlijk.

Hoe laat ze komen, kan Fatma zich niet herinneren. Twee, drie, vier uur 's middags. Ze komen te voet en met de auto. Ze bellen aan bij de flat in Purmerend. Allemaal familie. Ze brengen diesel mee in flessen en jerrycans benzine die ze op de galerij zullen mengen. De flat is vol, zegt Fatma. Er wordt niet veel gesproken. Dan komt Nadem. Hij zegt: 'We vertrekken.'

Ze gaan over de galerij, stappen in de naar urine stinkende lift, lopen door de stille wijk achter Nadem en opa Musto aan naar het politiebureau. Een vastberaden optocht van achttien in hun eer aangetaste mensen.

Later brengt de televisie live de beelden: politiebureau in Purmerend bezet door groep Irakezen. Binnen ruikt het naar benzine en diesel die over de vloer is gedruppeld, in de plantenbakken, op de vensterbanken, de balie, op Nadem. Er zijn aanstekers. Nadem wil zijn ex-vrouw terug en anders zal hij zichzelf en zijn familie verbranden. 'Er hing zo'n benzinedamp', zegt M. Eijben van de politie Zaandijk, 'dat een vonk al genoeg was om de boel te laten ontploffen.'

Zo zitten ze daar. Nadem (35), zijn eerste vrouw Fatma (30), hun kinderen Nazar (12), Anabil (11), Nurhan (7) en Nermin (6), zijn schoonvader Musto (57), zijn zwager Hadji (35), diens vrouw Horbat (33) en hun zeven kinderen van wie de oudste 14 jaar is en de jongste zes maanden.

Het is geen gijzeling; agenten lopen in en uit, alleen de wachtruimte is bezet. De familie zit op lichtgrijze houten stoeltjes, op de grond ligt speelgoed. 7 juli 2000, 18.30 uur.

Het is niet de eerste keer dat Nadem in woede een politiebureau bezoekt. Eerder was hij in Zaandam. 'Er komen wel vaker rare badgasten binnen', zegt Eijben, 'maar van deze meneer schrokken we. Die was serieus. Toch konden we hem niet in hechtenis nemen. Eerst moet het misgaan, dan pas weet je zeker dat het geen loos alarm is.'

Brandweer en ambulances worden inderhaast opgeroepen, achter de roodwitte linten verzamelen zich tientallen journalisten en cameraploegen. Nadem is afwisselend rustig en witheet, maar wankelt niet. Stelt eisen. Stelt een ultimatum: voor elf uur zijn vrouw terug en anders is het klik, klik - de aansteker.

Drie onderhandelaars proberen Nadem van zijn wanhoopsplan af te praten. Er zit geen schot in. Er komt een politieman uit Utrecht, een Koerd, vriend van de familie die helpen wil, maar dat lukt hem niet. Nadem wil Ayse terug en anders niet. Maar Ayse zit in een blijf-van-mijn-lijf-huis en geeft geen sjoege.

Ayse is zijn tweede vrouw. Ze waren getrouwd in Irak, maar moesten scheiden in Nederland omdat een man daar maar één vrouw kan trouwen. Het was een scheiding op papier, nodig voor de naturalisatie. Ayse (27) gaat wonen in Zaandam, met haar drie kinderen: Meryem (7), Nadimah (4) en Noor (2). Ze wordt geslagen door Nadem en kiest het hazenpad.

Met Ayse verdwijnt de trots van Nadem, en die van zijn familie. Voor Nederlanders is dat niet gemakkelijk te begrijpen, zegt cultureel antropologe C. van Eck, maar in Koerdische ogen is het weglopen van een vrouw een van de vreselijkste dingen die je kan gebeuren. 'De mannelijke trots, de seref is van groot belang voor je sociale status. Deze man moest alles in het werk stellen om in elk geval zijn kinderen terug te krijgen, want een andere manier om je trots te repareren is er niet. De hele familie voelt zich verantwoordelijk en zal hem helpen.'

Een politieagent die de familie al langer kent, probeert Ayse te overreden in elk geval door de telefoon met haar ex-man te spreken - vergeefs. Binnen vraagt Fatma: 'Nadem, ga je dit echt doen?' 'Natuurlijk niet Fatma', zegt Nadem. 'Als een moslim iemand verbrandt, zal hij zelf eeuwig branden. De politie gaat mij helpen, dadelijk keert Ayse terug.'

Maar dat gebeurt niet. Even voor elf uur grijpt een arrestatieteam in, overmeestert Nadem in een secure operatie die twintig seconden duurt.

Zes dagen later heeft Fatma haar kinderen mooi aangekleed. Zelf draagt ze een dieprode zijden jurk met witte en gouden stiksels. Een tas met cadeaus gaat mee. Op weg naar de gevangenis in Haarlem, waar Nadem is opgesloten. Nausad, de halfdove zoon met een groeistoornis, heeft trots een grote koptelefoon over zijn oren met Koerdische muziek zodat hij nog harder moet schreeuwen om zichzelf te horen.

'MAMA! GAAN WE NAAR PAPA!'

'Ja Nausad', zegt Fatma, 'we gaan naar papa.'

'MAMA! PAPA IN GEVANGENIS, PAPA BOEF?'

'Nee', zegt Fatma. 'Papa niet boef.'

Nadem vlucht in 1992 uit Noord-Irak via Ankara naar Nederland. Hij heeft dienst geweigerd, zegt Fatma, is jaren eerder gewond geraakt in de Iraanse oorlog en krijgt als Koerd politieke problemen. Zijn twee vrouwen blijven zwanger achter. Nadem vraagt en krijgt asiel, kan eerst Fatma naar Nederland halen en later ook Ayse. Zij komt samen met Nadems broer Glanni. Iedereen krijgt de Nederlandse nationaliteit.

Zo is de hele familie bij elkaar, verspreid over Noord-Holland. Het gaat ze niet voor de wind. Nadem is ziek en werkloos. De flat is klein. 'In Irak woonden we in één groot huis', zegt Fatma, 'alle familie bij elkaar. Nu was dat niet zo. Alles was anders. Nadem kreeg hoofdpijn van de zorgen. Mijn zoon werd ziek. Niemand kwam ons helpen.'

Nadem pendelt heen en weer tussen zijn vrouwen; Ayse in Zaandam, Fatma in Purmerend. Dat gaat niet goed. De politie wordt regelmatig gebeld over relatieproblemen, mishandeling en bedreiging. Wijkagent A. Deen uit Zaandam beschrijft hoe Ayse op het bureau bij haar om de hoek komt klagen over problemen thuis. Ze is bang dat Nadem de kinderen mee naar Irak neemt en durft geen aangifte te doen. 'De politie voelde zich machteloos', zegt Deen.

De buurt weet wat zich afspeelt in het huis van Ayse. Ze wordt mishandeld, zegt een overbuurmeisje dat soms op de kinderen past. Haar moeder raakt bevriend met de vrouw. 'Nadem trok Ayse aan haar haren', zegt ze. 'Hij sloeg en schopte haar ook, ik heb de blauwe plekken op haar benen gezien', zegt de dochter.

Ze vertellen hoe Nadem het leven van Ayse controleert. Hij heeft haar bankpas en geeft wekelijks geld voor boodschappen. Te weinig, zeggen de overburen. 'Ze kon geen kleren voor zichzelf en de kinderen kopen.' Nadem beschikt over haar bijstandsuitkering, ook al waren ze gescheiden. 'Hij controleerde alles', zegt advocaat Kant, die Ayse vertegenwoordigt. Intussen wordt ze ook mishandeld door een broer van Nadem, Glanni. Hij is daar inmiddels voor veroordeeld.

De buren, de politie, de school, het buurtnetwerk, het consultatiebureau, velen wisten van de problemen. Tot ingrijpen kwam het niet. Hoe de hulpverlening werkte? 'Die werkte dus niet', zegt iemand uit de buurt die het gezin goed kent, maar uit angst voor represailles van de familie onbekend wil blijven. Hij benadrukt dat Ayse zelf de boot afhield uit angst voor Nadem. Ze durfde niet om hulp te vragen. 'Mevrouw heeft geen signalen afgegeven,' zegt Kant. 'Sommige mensen gaan pas spartelen als ze echt in doodsnood zijn.'

Op zondag 9 april moet Ayse iets van die doodsnood gevoeld hebben. Nadem komt bij haar thuis en eist dat ze met de kinderen bij hem in Purmerend komt wonen. Ayse weigert. Nadem mishandelt haar en neemt de kinderen mee. Acht dagen later doet ze aangifte bij de politie. Brigadier M. Tulleken tekent uit haar mond op: 'Met gebalde vuisten sloeg hij mij meerdere keren op mijn bovenbeen, tegen mijn borst en schouder en tegen mijn hoofd. Ook trok hij heel hard aan mijn haren. Het deed mij erg veel pijn. Ik had zelfs de volgende dag nog hoofdpijn. Hij schreeuwde tegen mij dat hij mijn kinderen zou afpakken als ik niet naar Purmerend zou gaan.'

Ayse blijft wonen in Zaandam en bezoekt haar kinderen bij Nadem thuis. In de weken die volgen raakt ze steeds dieper in de put, huilt veel en valt kilo's af. Via de politie komt ze in contact met advocaat Kant, die haar bijstaat in het gevecht om het gezag over de kinderen. En ziet hoe het misloopt.

Dan wordt een list bedacht.

Ayse moet weg, vindt de jeugd- en zedenpolitie, die haar helpt bij de vlucht. Het scenario ligt klaar: Ayse knijpt er tussenuit met haar kinderen op het moment dat Nadem even naar de Aldi is. In een blijf-van-mijn-lijf-huis is al een plek voor haar geregeld. De operatie verloopt vlekkeloos. 'Het kon niet langer, er dreigde oorlog', zegt wijkagent Deen. Dat was op 26-5-2000. Om 19.30 uur.

Twaalf dagen later wordt het toch nog oorlog. 'Als jullie mijn vrouw en kinderen niet terugbrengen, steek ik mijzelf in brand', roept Nadem, geciteerd in de tenlastelegging van justitie. 'Ik heb al mijn familieleden meegenomen en zij gaan allemaal dood als de politie niet aan onze eisen voldoet.'

Vandaag staat hij voor de rechter, net als zwager Hadji.

Sinds hij vrij kwam, maanden geleden, woont Nadem weer in de flat bij Fatma en de vijf kinderen, die inmiddels onder toezicht van een gezinsvoogd staan. 'Er komt een keer in de week iemand van de gezinszorg met de kinderen spelen', zegt Fatma. 'Soms word ik gek.'

Nadem wil niks zeggen. 'Het is lang geleden gebeurd. Politie en justitie weten alles. Ik heb hoofdpijn, ben ziek. Ik heb altijd hoofdpijn.'

Waar Ayse is gebleven, blijft geheim. De zeggenschap over haar kinderen is inzet van juridische strijd.

'De toekomst is ongunstig', zegt advocaat Kant. 'Ik blijf bang voor de plankjes.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden