Angst voor hormonen bij de overgang

Weinig Nederlandse vrouwen in de menopauze slikken hormonen om aandoeningen te voorkomen. Toch zijn deze medicijnen aan te bevelen, vooral voor risicogroepen....

SUZANNE BAART

DE HUIDIGE generatie vijftigers heeft een aversie tegen het slikken van hormonen tijdens en na de menopauze. Dat is begrijpelijk, zegt dr. R. Barentsen, gynaecoloog-onderzoeker in het Academisch Ziekenhuis van de Vrije Universiteit Amsterdam. 'Deze vrouwen vormden de eerste generatie die aan de anticonceptiepil ging, en zij voelen zich nu opnieuw proefkonijn. Toch heeft hormoonaanvulling voor vrouwen met een hoog risico op osteoporose en hart- en vaatziekten wel degelijk zin.'

De afgelopen drie dagen kwamen gynaecologen en menopauze-deskundigen in Amsterdam bijeen voor het eerste Amsterdamse Menopauze Symposium. Onderwerp was het langetermijneffect van hormonen op osteoporose (botverlies), hart- en vaatziekten en mogelijk vroege Alzheimer en darmkanker.

De effecten op osteoporose en hart- en vaatziekten staan inmiddels vast. En al is het ultieme bewijs niet geleverd, alle neuzen staan dezelfde kant op, zegt Barentsen.

'Maar onderzoek naar vertragende effecten van hormonen op Alzheimer en darmkanker staat nog in de kinderschoenen. Dat de huid dikker en elastischer wordt van die hormonen is mooi meegenomen, maar geen indicatie. Dat oestrogenen ook zouden helpen bij overgangsdepressies en gunstig inwerken op het libido, de zin in vrijen, staat allerminst vast. De wetenschappelijke bewijskracht daarvoor is flinterdun.'

Hormonen worden vooral voorgeschreven voor de kortetermijnklachten: de opvliegers. In Nederland slikt 12 procent van de vrouwen tussen de 45 en 60 jaar hormonen. Ze doen dat gemiddeld maar zeven maanden. Dat is veel minder en korter dan vrouwen in omliggende landen en de Verenigde Staten. Belangrijke reden om niet te slikken of te stoppen is de angst voor borstkanker of de bloedingen waarvan meer dan de helft van de sliksters blijvend last heeft.

Oestrogenen leken in de jaren zestig overal goed voor en voor niemand slecht. Feminine forever, heette de bestseller uit 1966 van de Amerikaanse gynaecoloog R. Wilson. Je bleef er jong bij. Maar het aantal vrouwen met baarmoederkanker vloog omhoog en Wilson werd verguisd. 'Hij had de vinger op de juiste plek gelegd, maar was te ver doorgeschoten', zegt Barentsen. 'Hormoonsuppletie is niet altijd en voor elke vrouw een goed idee.'

Oestrogenen worden al zestig jaar geslikt, al ging het in de beginjaren om een kleine groep, en de vrouwen die ze gebruiken, worden goed gevolgd. In Nederland lopen veel huisartsen er nog steeds niet warm voor, merkt Barentsen, en veel vrouwen vinden dat de natuur haar gang moet gaan. Welbevinden, waarvoor hormonen in eerste instantie werden voorgeschreven, is een discutabel gevoel. Opvliegers en nachtelijke zweetbuien zijn voor de ene vrouw onoverkomelijk en voor de ander iets wat er nu eenmaal bijhoort.

De aandacht van Barentsen, die al vijftien jaar onderzoek doet naar hormonen, gaat vooral uit naar vrouwen uit de risicogroepen. En deze slikken ten onrechte geen hormonen, vindt hij. Hormoonaanvulling gedurende lange tijd vermindert de kans op fracturen als gevolg van osteoporose met de helft en de kans op hart- en vaatziekten met 40 procent.

Barentsen: 'Voor vrouwen bij wie die kans gering is, heeft hormoonsuppletie weinig effect, maar voor vrouwen met een hoog risico is dat heel veel. Daar is, voor gemiddeld 160 gulden per jaar per vrouw, veel winst te behalen. Maar langetermijnslikkers in de risicogroepen zijn dun gezaaid.'

Hormoonaanvulling past slecht in het Nederlands beleid, denkt Barentsen. 'Het ligt op het snijvlak van curatieve en preventieve gezondheidszorg. En preventie is in ons land niet uitbundig ontwikkeld. Huisartsen zijn ook in algemeen terughoudender dan de specialist. Een huisarts ziet meestal gezonde vrouwen, een specialist in een ziekenhuis ziet vrouwen met problemen. Osteoporose kan leiden tot ingezakte wervels, gebroken heupen en invaliditeit.'

Een beleid voor de hele bevolking (het vrouwelijke deel) is er niet. Bevolkinsgonderzoek onder alle vrouwen tussen de 45 en 60 jaar, bij wie de botmassa wordt gemeten en de kans op osteoporose wordt ingeschat, is geen optie. De Gezondheidsraad noemt dat in zijn rapport van half februari niet raadzaam, evenmin als algemene oestrogenensuppletie tegen osteoporose bij vrouwen na de overgang.

In het advies aan minister Borst van Volksgezondheid wijst de raad erop dat heupfracturen vooral voorkomen bij vrouwen boven de tachtig jaar. Behalve leeftijd en geslacht speelt ook erfelijkheid een rol. De raad denkt dat goede voeding en lichaamsbeweging al veel kunnen doen. Daarnaast moeten mensen met een verhoogd risico eruit gepikt worden. Dit speurwerk kan worden verbeterd, schrijft de commissie.

Barentsen vindt het laatste rapport - het vorige van 1991 was nog terughoudender - geen slecht stuk. 'Er heeft een onafhankelijke groep in een evenwichtige samenstelling aan gewerkt. En er wordt voor het eerst een lans gebroken voor het opsporen van risicogroepen.'

'Maar', zegt Barentsen, 'het werken met risicoprofielen is niet effectief. Iemand met een laag gewicht die geen melk drinkt en een moeder met osteoporose heeft, hoeft zelf nog geen osteoporose te krijgen. Het risico is alleen vast te stellen met het bepalen van de botmassa.'

Barentsen zoekt het vooralsnog liever in gemotiveerde vrouwen die zelf om een botmeting vragen en die bij een slechte uitslag dan ook hormonen willen slikken en dat de rest van hun leven blijven doen.

Oestrogenen worden tegenwoordig altijd samen met progesteron aangeboden om baarmoederkanker te voorkomen. Dat is ook geen probleem meer, zegt Barentsen. 'Naast oestrogenen zijn er de bisfosfonaten, een totaal andere categorie stoffen die alleen op de botten werken en niet tegen opvliegers. Raloxifene, de derde groep die naar verwachting eind dit jaar wordt geregistreerd, is nieuw, veelbelovend en eveneens bedoeld tegen osteoporose.'

Blijft over de verhoogde kans op borstkanker door het slikken van hormonen, voor veel vrouwen wel degelijk een punt. Barentsen: 'De afgelopen vijftien jaar zijn er zeventig onderzoeken gepubliceerd over de verhoogde kans op borstkanker. Ze waren niet eenduidig in hun conclusies. De resultaten varieerden van een gigantische toename tot: het stelt niets voor.'

Een groep Amerikaanse wetenschappers deed deze onderzoeken nog eens dunnetjes over. Ze maakte niet, zoals gebruikelijk is, een meta-analyse: alle onderzoeken bij elkaar vegen en daar dan één rode draad in vinden. Ze benaderde alle onderzoekers en vroeg alle gegevens van de vrouwen op om de onderzoeken nog een keer te kunnen analyseren.

Daaruit bleek op de lange termijn een verhoogd risico op borstkanker. In de groep vrouwen die vijftien jaar hormonen slikte - tussen de 50 en 65 jaar - zijn er op 75-jarige leeftijd 12 extra gevallen van borstkanker. In de niet-slikkende groep werden per duizend vrouwen 77 gevallen van borstkanker gezien en in de groep die vijftien jaar hormonen had geslikt, waren dat er 89 per duizend.

Helemaal duidelijk is deze grote re-analyse, die in oktober 1997 in het Britse gezaghebbende tijdschrift The Lancet werd gepubliceerd, ook niet, vindt Barentsen. 'We weten bijvoorbeeld niet of de slikkende groep wellicht vaker borstonderzoek doet en dus eerder borstkanker ontdekt. Maar in mijn informatie aan patiënten geef ik dat cijfer van de extra twaalf gevallen wel. Vrouwen moeten op basis van alle goede informatie zelf kunnen beslissen.'

Suzanne Baart

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden