Angst voor het F-woord

Het Britse tijdschrift Make jubileert. Twintig jaar lang al spant dit blad zich in om het werk van vrouwelijke kunstenaars voor het voetlicht te brengen....

Gastredacteur en oprichtster van het eerste uur Felicity Allen geeft toe met deze 81ste Make niet de pretentie te hebben alles en iedereen op te sommen. Géén encyclopedisch overzicht wil de redactie bieden, met 'vertrekpunten' en hoogtepunten: de oprichting in 1978 van de Women's Artist Library (waar Make wordt uitgegeven), of de verschijning in 1979 van de invloedrijke feministische kritiek door kunsttheoretica Griselda Pollock. In plaats daarvan biedt Make een fragmentarische blik op wat eens hete feministische hangijzers waren, maar tegenwoordig 'een slapend bestaan' leiden. Aldus Allen.

Dat blijkt inderdaad uit de interviews met vier jonge vrouwelijke kunstenaars, die gevraagd zijn naar wat zij van belang voor de toekomst vinden. De vier hebben moeite met het 'F-woord' (niet van fuck, maar van feminisme), ze ondervinden weinig hardcore discriminatie, werken hard en 'persoonlijk', en voelen zich zo nu en dan betutteld. Dat klinkt een beetje van ach gut, maar niet zo erg. En dus krijgt de jongste garde maar één bladzijde tot haar beschikking, en neemt de oudere garde het roer snel weer over.

Over de nadelige gevolgen van het krijgen van kinderen voor je carrière gaat het dan, of - tenenkrommend - over de 'eindeloze, verbale en lichamelijke samentrekkingen die het hoogtepunt van vrouwelijke lustbeleving vormen'. En passant komen zaken aan de orde als de opkomst van de video- en performance-kunst als nieuw domein voor vrouwelijke kunstenaars, en de invloed van het huiselijk domein in de kunst. Jammer genoeg vormen de teksten hierover door hun subjectieve, puur gevoelsmatige aanpak nauwelijks een handvat voor kritische analyse of interpretatie. En dus schuif je wrevelig op je stoel heen en weer als wordt gesteld dat de bad-as-the-boys-esthetica van kunstenaars als Tracey Emin of Gillian Wearing minder interessant is dan het werk van Stephanie Smith of Annie Sprinkle. Waarom dan?

Het aardigst van dit jubileumnummer is het grote beeldarchief, dat over de pagina's verspreid, een panorama biedt op minstens twintig jaar vrouwenkunst. Jammerlijk gedateerd blijken dan de doos uit 1977 met, letterlijk, kut-en mondchocolaatjes van Kate Walker, de menstruatietekeningen van Judy Clark uit 1973, en, al is de kunstenaar nog zo bij-de-tijds, een omgekeerde vergiet met spijkers van Mona Hatoum uit 1996. Niet-gedateerd en dus de zeden en modes van de tijd trotserend: de monumentale pauwenmachine van Rebecca Horn uit 1982, de efemere Tilda Swinton slapend in een glazen vitrine van Cornelia Parker (in de installatie The Maybe uit 1995), en Georgina Starrs inmiddels beroemde registratie Crying uit 1993.

De kunst wint het in deze gevallen met gemak van de tekst. Make is gewaarschuwd: als ze haar 25-jarig jubileum halen wil, zal ze ernstig aan haar teksten moeten sleutelen.

Lucette ter Borg

Make. Verschijnt vier keer per jaar. Uitgeverij Women's Art Library, Londen. Prijs * 12,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden