Angst voor het bestaan

In de 19de eeuw maakte de kunst een grote stap voorwaarts, richting het moderne leven. Maar op schilderijen uit de Hollandse Romantiek is daar weinig van te merken. Toch zijn ze de laatste tijd weer in trek.

In de 19de eeuw maakte de kunst een grote stap voorwaarts, richting het moderne leven. Maar op schilderijen uit de Hollandse Romantiek is daar weinig van te merken. Toch zijn ze de laatste tijd weer in trek.

Ach, die fantastische 19de eeuw! Bakermat van revolutionaire ontwikkelingen en technische vernieuwingen. Van stoommachines en treinen, elektriciteit en mechanisatie, industrialisatie en beter sanitair. De periode tussen 1800 en 1900, heeft die niet een onuitwisbare nalatenschap opgeleverd waar we nog steeds van profiteren? Ook in de kunst. Door de fotografie, het impressionisme, het realisme, een opkomend maatschappelijk bewustzijn en engagement onder de kunstenaars. Door de Salons, de nieuwe musea die werden gebouwd, de academies, het ontstaan van de kunstkritiek.

Het was de tijd dat de kunst een grote stap voorwaarts deed, richting het moderne leven, vol dynamiek. Een opvatting die nog steeds leeft, en die in grote mate bepaalt wat we tegenwoordig onder kunst verstaan. Dat kunstenaars revolutionairen zijn, eigengereide, onaangepaste Einzelgängers, tegendraads en compromisloos, maar met een uitgesproken visie. Die werk maken dat even tegendraads, compromisloos en visionair is als de kunstenaars zelf. Het heeft de 19de eeuw gemaakt tot de eeuw van de grote sprong voorwaarts, als voorbode van de avant garde van de 20ste eeuw.

En toch is dat maar de helft van het verhaal. De 19de eeuw mag dan een fantastische eeuw zijn geweest, het was ook een buitengewoon dubbelhartige. Wie de tentoonstellingen Een romantische kijk. Nederlandse en Belgische meesters uit de Rademakers Collectie (in het Gemeentemuseum Den Haag) en Betoverende landschappen. Hollandse meesters uit de 19de eeuw (Museum Jan Cunen in Oss) bezoekt, zal denken: hoezo revolutionair? Wat nou vernieuwend? Dit is toch allemaal ouwe meuk. Pittoreske melancholie van het type Anton Pieck. Gezwijmel van de bovenste plank. Op geen enkel schilderij is de Dawn of Civilization te herkennen, de dageraad van een nieuwe maatschappij.

En toch staat het genre de laatste tijd weer aardig in de belangstelling. De romantische 19de eeuw is de laatste jaren duidelijk aan een revival bezig. Je vraagt je af waarom.

In Den Haag en Oss is in ieder geval weinig van vooruitgang te merken. Je moet met een vergrootglas zoeken naar een teken daarvan. Op slechts een havengezicht, dat van de Vlaming Désiré Donny, is een stoomboot te zien, en dan nog in de duisternis van een vallende avond. Voor de rest wordt de zee enkel bevaren door kotters en driemasters. In de landschappen rijdt nergens een trein.

Weidevelden worden begraasd door koeien, geiten en schapen. Een boer staat tegen een hekje geleund en rookt een pijp. Kinderen laten hun hond uit op het ijs. Op een besneeuwd pad sjokt een paard. Een dorp is nog altijd een dorp zoals in de tijd van kunstschilder Pieter Breughel.

Overal doemen molens op, tegen een donkere of lichte lucht, als karakteristieke profielen van het oude, vertrouwde bestaan. Stedenbouw beperkt zich tot een smalle strook, ver weg aan de horizon. Elke aanwijzing die op een geürbaniseerde toekomst zou kunnen wijzen, is categorisch buiten beeld gehouden, als een fotograaf die er zijn lens niet op wil richten. Wat ook zo is geweest. Schilders maakten hun schetsen in de openlucht, maar componeerden hun werk thuis in het atelier. Daar werden de verschillende impressies samengevoegd tot een 'bevallige leugen', zoals B.C. Koekkoek het eens verwoordde.

Een jachtpartij in het Rijnland van Johannes Tavenraat, het gezicht op Kleef van Koekkoek of een Normandisch landschap van Andreas Schelfhout (alle in Oss) - afgaande op de verschillende taferelen, weet je eigenlijk niet in welke eeuw het is geschilderd. De landschappen zien eruit alsof God zijn hand er net van teruggetrokken heeft. Overal heerst een arcadische rust. Onwaarachtig, geïdealiseerd, zweverig. Subliem, zogezegd. Badend in een oudtestamentair licht van een opkomende of ondergaande zon. Een verheerlijking van de grootsheid van de natuur, zoals die in origine was geschapen en altijd moet blijven bestaan - van elke specifieke tijd en plaats verheven.

Wat nog eens wordt bevestigd door het streeploze verfgebruik. Je vraagt je af of er überhaupt wel verf is gebruikt. Alle rimpelingen in het materiaal zijn met een hete strijkbout gladgestreken. Elke herkenbaarheid van de hand van de schilder is weggepoetst. Het zou een leuke prijsvraag zijn om te achterhalen wie wat heeft gemaakt, zo inwisselbaar zijn deze schilderijen.

Neemt niet weg dat met name de tentoonstelling van privéverzamelaar Jef Rademakers (bekend en rijk geworden als tv-producent van jaren-tachtigprogramma's als De PinUp Club en Klasgenoten) er een is om trots op te zijn. Zelden zo'n collectie gezien die zo strak en vanuit een visie is opgebouwd als deze. Waarin zozeer één hand herkenbaar is. Alle landschappen, stadsgezichten en marinestukken zijn van vergelijkbare weemoedigheid. En wie de mateloze kitsch van de verschillende maanlichtlandschappen - 'nocturnes' in vakjargon - uit zijn collectie bekijkt, raakt toch onder de indruk. In het Gemeentemuseum hangen er zes naast elkaar. Hier is duidelijk sprake van een kleine obsessie. Van enkele schilders, zoals Petrus van Schendel, Jacob Abels, Cornelis Lieste, J.V. Genisson, Schelfhout en Koekkoek heeft Rademakers groots ingekocht.

Rademakers verzamelde uit een 'ongehoorde angst voor het bestaan', en 'de toekomst', vertelt hij uitbundig op een filmreportage in Den Haag (die ook laat zien dat hij een nieuwbouwvilla bewoont, met een interieur gemodelleerd naar de 17de eeuw). Het moet een verklaring zijn waarom hij zijn eigen ziel herkende in die van de romantici, twee eeuwen geleden.

Want die angst voor het bestaan moet onder veel 19de-eeuwers ook sterk hebben geleefd, dankzij de oprukkende industrialisatie. Het resulteerde destijds in een weerzin voor het nieuwe, een ressentiment tegenover het onbekende. En daardoor een onversneden heimwee naar het oude en bekende. Want juist dat laatste is op de schilderijen goed te zien, zowel in Den Haag als in Oss. De Hollandse 19de-eeuwse romantische schilderkunst zocht nadrukkelijk zijn heil bij de schilderkunst van de Gouden Eeuw.

Op het eerste gezicht is dat begrijpelijk. Gedreven door opborrelende nationalistische gevoelens - Nederland had zich in 1813 bevrijd van de Franse overheersing - nam de belangstelling voor de vaderlandse geschiedenis toe. Vooral voor de 17de eeuw, het trotse verleden van de jonge natie, en de kunst uit die tijd, die zovele meesters had opgeleverd. Het gold voor hun landschappen, en ook voor de talloze kerkinterieurs, stadsgezichten, interieurstukken, groepsportretten en stillevens. In alles wat in de 19de eeuw bijeen werd geschilderd, herken je de genres zoals die door Jacob van Ruisdael, Gerrit Dou, Jan Steen, Nicolaes Berchem, Paulus Potter en Karel Dujardin al waren uitgebeeld.

Op het tweede gezicht blijkt pas hoe vreemd dat was. De 17de eeuw was helemaal niet gericht op de verheerlijking van het verleden. En had helemaal geen 'angst voor het bestaan', laat staan 'de toekomst'. In tegendeel. De Gouden Eeuw was er een van ongekende bloei en hang naar vernieuwing en expansie. De geroemde VOC-mentaliteit om nieuwe gebieden te exploiteren, oorlogsschepen die de verre zeeën bevochten, het entrepeneurschap, de opkomst van een nieuwe burgerij, het ontstaan van grotere steden, aanleg van polders, dijken en nieuwe waterwegen.

In de kunst staken schilders, beeldhouwers en goudsmeden elkaar de loef af. Er was competitie en naijver. Wie de mooiste asperge, tulp of manchetknoop kon schilderen, het ruimste kerkinterieur of de zachtste zijden jurk. Kunstenaars zweepten elkaar op. Experimenteerden met nieuwe vormen van schilderen en bronsgieten, andere opvattingen over perspectief, lichtweergave en kleurgebruik.

Velen in de eerste helft van de 19de eeuw blikten daar op terug, maar vergaten de vernieuwingsdrift van de 17de-eeuwse kunstenaars. In plaats daarvan idealiseerden ze de burgerlijke gezelligheid die zij in het werk van hun voorlopers meenden te herkennen. En maakten dat tot een pastiche, een cliché van ongekende omvang. De Romantiek wordt doorgaans geassocieerd met heftige emoties en geëxalteerde gevoelens. Maar in het werk van menig Nederlands schilder overheerst het anekdotische, het kleine gebaar, het pitoreske detail. Er is veel oog voor truttige huiselijkheid, een kale boom bij een vriendelijk kabbelend riviertje, herderinnetjes op blote voeten.

Artisitiek gezien is dat wellicht weinig interessant, cultuurhistorisch des te meer. De twee tentoonstellingen bieden een unieke blik, recht in de hart van de Hollandse bevolking in de periode 1800-1860. Iets dat we omwille van onze eigen vernieuwingsdrift, graag willen vergeten. Dat Nederland veel kleinburgerlijker, reactionairder en sentimenteler was dan we graag geloven. Het doel van de schilder, schreef Koekkoek in 1841, is 'op het gevoel van den beschouwer' te willen werken. Hij wilde de kijker bereiken, via de onderbuik.

Al die romantici hebben niet anders gedaan. Vanuit het idee dat vroeger alles beter was. Lange tijd werd daar behoorlijk denigrerend over gedaan. Hierdoor ontstond het beeld dat de 19de eeuw enkel op vernieuwing was gericht. Niet op het verlangen naar oude tijden. Maar het gekke is, dat wie de krant leest, dat soort ideeën tegenwoordig onder brede bevolkingslagen weer zal herkennen - de angst voor het bestaan.

Hermitage

Voordat ze naar het Gemeentemuseum in Den Haag reisden, waren de schilderijen uit de Collectie Rademakers te zien in de Hermitage in St.-Petersburg, verdeeld over vijf zalen in het Winterpaleis. Het is niet eerder gebeurd dat werken uit een Nederlandse privécollectie in de Hermitage worden tentoongesteld, volgens Rademakers.

Een romantische kijk. Nederlandse en Belgische meesters uit de Rademakers Collectie. Gemeentemuseum Den Haag.Tot en met 5 juni. gemeentemuseum.nl. Betoverende landschappen. Hollandse meesters uit de 19de eeuw. Museum Jan Cunen, Oss. Tot en met 19 juni. museumjancunen.nl

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden