Angst voor getto's is voorbarig

Volgens Adri Duivesteijn verkwanselen woningcorporaties te gemakkelijk hun sociale doelstellingen. Onzin, meent Christoffel Klap, het PvdA-kamerlid haalt oude overheidspretenties weer uit de motteballen....

CHRISTOFFEL KLAP

'GETTO'S kunnen over vijftien jaar werkelijkheid zijn', kopte de Volkskrant op 21 november boven een interview met onderzoeker P. Tesser van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Hij schetst een somber toekomstbeeld van de oude wijken in de grote steden. In zijn somberheid wordt hij gesterkt door de nieuwe rol van woningcorporaties, die zich in zijn ogen steeds meer door de markt laten leiden en daardoor geen oog meer hebben voor mensen met een krappe beurs.

Dat was koren op de molen van PvdA-kamerlid Adri Duivesteijn, die er een paar dagen later nog een stevig schepje bovenop deed: 'Volkshuisvesting is de motor van de tweedeling'. Wel ja, het lijkt wel of de oude woningcorporaties in een paar jaar het speeltje zijn geworden van de Nederlandse rijken.

Het kan verkeren. Nog maar een paar maanden geleden schreef hetzelfde Sociaal en Cultureel Planbureau in de Sociale en Culturele Verkenningen 1995 dat woningcorporaties 'niet in eerste instantie uit zijn op maximalisatie van de huuropbrengst. Er is een lange traditie van maatschappelijke betrokkenheid bij de sociale verhuurders in Nederland.' In dit rapport worden ter compensatie van de zich terugtrekkende overheid juist de woningcorporaties opgevoerd als bewaker van de sociale kwaliteit van de samenleving.

En zo is het. De recente verzelfstandiging van de corporatiesector betekent niet, zoals Duivesteijn steeds luider van zijn Haagse kansel roept, dat de corporaties het maatschappelijk rendement van hun activiteiten van het ene op het andere moment uit het oog hebben verloren. Integendeel, de corporaties zijn zich juist zeer bust van hun verantwoordelijkheid.

Zo heeft het Woningbedrijf Amsterdam vorige week bekend gemaakt de komende tien jaar twee miljard gulden vrij te maken, waardoor bestaande nieuwbouwplannen kunnen worden voortgezet, afgeschreven woningen kunnen worden vervangen door nieuwe en maar liefst twaalfduizend woningen (van de veertigduizend) van het huidige bezit van het Woningbedrijf zullen worden aangepast om blijvend waarde te houden voor de volkshuisvesting.

Veel grootstedelijke corporaties hebben dit soort plannen. Daarbij worden ook de reserves van de corporaties aangesproken. Dat gebeurt, in tegenstelling tot wat Duivesteijn beweert, juist om de sociale doelstelling waar te maken.

De corporaties blijven de voornaamste leverancier van woningen die betaalbaar zijn voor de laagste inkomensgroepen. Dat verandert niet door de hoge huurverhogingen van de laatste jaren. Wel is het zo dat een deel van de huurverhogingen gevraagd moet worden om de bovengenoemde investeringen te kunnen betalen. Maar dat laat onverlet dat de meeste woningen van de corporaties bestemd blijven voor lage inkomensgroepen. Mochten er desondanks problemen ontstaan, dan is het uitdrukkelijk de taak van de overheid om bij te springen met huursubsidie. Inkomenspolitiek is immers niet des corporaties.

Corporaties zijn inderdaad begonnen met winstgevende activiteiten als het bouwen van koopwoningen en het aanbieden van diensten aan anderen. Maar de kritiek dat corporaties zich daardoor niet meer zouden bekommeren om hun doelgroep, raakt kant noch wal. In die redenering wordt een bedrijfsmatiger aanpak geheel verward met louter commercieel werken. Dat laatste kan de corporaties niet worden verweten. Zij houden de risico's over het algemeen nauwlettend in het oog. De huurder heeft alleen maar baat bij slagvaardiger corporaties die effectiever met de financiële middelen omspringen.

Bovendien vormen efficiency en slagvaardigheid van de corporaties ook de beste garantie voor het tegengaan van segregatie in de steden. SCP-onderzoeker Tesser is daar pessimistisch over. Hij verwacht weinig heil van het bouwen van meer dure woningen in goedkope wijken om de segregatie tegen te gaan. 'De mensen die ze kunnen betalen verhuizen naar betere wijken. (. . .) In die wijken blijven alleen mensen achter die geen keuze hebben.'

Dat is een populaire, maar veel te gemakkelijke redenering die niet strookt met de feiten. Zij gaat in ieder geval niet op voor Amsterdam. In alle wijken worden momenteel koopwoningen gebouwd die zonder problemen worden verkocht, vaak aan mensen die elders in die wijk woonden. Dus moeten we juist op dit spoor doorgaan, ook in wijken die als gevolg van de stadsvernieuwingsoperatie 'af' zijn.

Uit onderzoek blijkt dat, ook in de oude wijken, door zo'n 30 procent van de huurders zogenaamd 'scheef' wordt gewoond. Dat wil zeggen dat zij gezien hun inkomen een te lage huur betalen. Bekend is dat deze huurders voor een belangrijk deel in de oude buurten willen blijven wonen als de woning aan hun wensen kan worden aangepast. Een groot deel van deze huurders wil dat soort verbeterde woningen ook graag kopen. En waarom zou een woningcorporatie daar niet aan meewerken? Het is van groot belang voor het economisch draagvlak van buurten dat deze groep wordt vastgehouden.

Steeds meer corporaties rekenen het creëren van werkgelegenheid in buurten met een grote werkloosheid inmiddels mede tot hun taak. Het Woningbedrijf Amsterdam is bijvoorbeeld een van de initiatiefnemers van de oprichting van een buurtbeheerbedrijf. Dit bedrijf zal eenvoudige onderhoudswerkzaamheden uitvoeren waardoor tien langdurig werklozen op basis van de Melkert-regeling aan werk worden geholpen.

En zo gebeurt er veel meer: buurt- en complexbeheerprojecten, aanbieden van goedkope bedrijfsruimtes aan startende ondernemers, al dan niet in de vorm van een bedrijfsverzamelgebouw, afspraken met aannemers over het betrekken van personeel uit de oude buurten, et cetera.

Huurders worden daarbij steeds serieuzer genomen. Zij kunnen beheertaken van corporaties overnemen in ruil waarvoor ze financiële middelen krijgen overgedragen of een financiële tegemoetkoming kan worden verstrekt. Corporaties zijn zich er steeds meer van bewust dat zij initiatieven van huurders op dit terrein actief moeten ondersteunen. Alleen door een grotere betrokkenheid van bewoners bij buurt en woning kunnen problemen in de oude buurten worden opgelost.

Overigens is dat niet alleen een kwestie van sociaal gevoel en nobele intenties bij corporaties. Corporaties hebben gewoon baat bij goed leefbare buurten. De waarde van hun bezit is een afgeleide van de kwaliteit van die buurten. Corporaties bouwen voor de buurt, om er te blijven. Natuurlijk gaat er nog veel mis of gebeurt er nog te weinig, maar voor corporaties is boven elke twijfel verheven dat er blijvend en op verschillende manieren moet worden geëvesteerd in de oude buurten.

Gezien de maatschappelijke doelstelling van de corporatiesector moet dit in alle openheid gebeuren en op een controleerbare wijze. Duivesteijn heeft zo zijn twijfels en daarom roept hij, en hij niet alleen, dat problemen alleen kunnen worden aangepakt als de corporaties hun zelfstandigheid wordt ontnomen. Dat slaat natuurlijk nergens op, dat is het oude idee dat de overheid het beter zou doen.

TE veel energie richt zich momenteel op beschuldigen en onschuld aantonen. Het is een onzinnige wedloop in wie het sociaalste is: Duivesteijn en de zijnen versus de Nationale Woningraad, die voor dat doel onlangs zelfs een hele advertentiepagina in de krant kocht om Duivesteijn van repliek te dienen. Dat is zonde van het geld en van de energie.

Er is een grote behoefte aan een wervende visie, zeker waar het gaat om het verlevendigen van buurten en wijken in de steden. Wat dat betreft is er een belangrijke taak voor de overheid weggelegd. Regisseren, initiëren en stimuleren zijn de kernactiviteiten van nu. Samenwerking en afstemming zijn noodzaak om problemen daadwerkelijk aan te kunnen pakken.

Dit alles om te vermijden dat Tesser, Duivesteijn en de andere getto-doemdenkers over vijftien jaar inderdaad gelijk krijgen.

Christoffel Klap is hoofd van de vestiging binnenstad van het Woningbedrijf Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden