Angst voor de tucht van de markt

Afgelopen maandag bezorgde de post een akelig bericht bij de 48-jarige Renate R. te Den Haag...

Yvonne Zonderop

Haar werkgever, een plaatselijk ingenieursbureau, had toestemming van het CWI om haar te ontslaan, evenals 67 andere collega's. Renate, al achttien jaar afdelingssecretaresse, moet het veld ruimen vanwege verplaatsing van werkzaamheden naar Tsjechië en India. Voor het ingenieursbureau is zij ex-werknemer nummer zoveel. Wegens aanhoudende verliezen kromp het bedrijf sinds 2003 van 1100 personeelsleden in tot circa 570.

Het zal niemand verbazen dat Renate R. deze week tegen de Europese Grondwet stemde. Nee-stemmers, zo stelde onderzoeksbureau Trendbox vorige week vast, zien hun eigen toekomst met angst tegemoet. Vierenveertig procent van hen vraagt zich af of ze over drie jaar hun huidige baan nog hebben. 'Dat is beduidend meer dan de gemiddelde bevolking', zegt Trendbox-directeur Goos IJlander. 'Hun angst is welzeker economisch gemotiveerd. Men is geneigd dat te onderschatten. De angst staat veel potentiële verandering in de weg.'

De 38 procent ja-stemmers in Nederland gaat het juist voor de wind. Ze zijn hoger opgeleid en ze verdienen meer dan gemiddeld. Het zijn carrièremakers die, zo blijkt uit het Trendboxonderzoek, een positieve verwachting hebben van de economie. 'Het zijn mensen die gemakkelijk omgaan met verandering. Ze zien vrijheid als iets positiefs. Zij redden zich wel', aldus Goos IJlander.

Al hebben ze het referendum over de Europese Grondwet niet in hun voordeel kunnen beslechten; Nederland telt veel inwoners die profijt trekken van een groot Europa met een vrije markt. Het zijn mensen die hun talenten weten te benutten, die hun eigen werkgelegenheid creëren, die zich thuis voelen in de hedendaagse netwerksamenleving. Hun aanpassingsvermogen is hun kapitaal. Zij hebben direct economisch baat bij open grenzen en internationaal verkeer.

Dat geldt niet alleen voor hen; de Nederlandse economie als geheel profiteert van een sterk en open Europa. De voorstanders van de Europese Grondwet hebben daar terecht op gewezen. Vrije handel heeft ons land veel welvaart gebracht. Er is geen reden om aan te nemen dat dit zal veranderen. De mondialisering van de economie zet in rap tempo door. De opkomst van grootmachten als China en India wekt ontzag - en ook wel een beetje angst. Welke activiteiten gaan ze van ons overnemen en wat betekent dat voor onze welvaart? Maar berekeningen tonen steevast aan dat de Nederlandse economie tot nu toe meer voordeel dan nadeel behaalt uit globalisering. De Rotterdamse haven is een aansprekend voorbeeld. Juist omdat China er zijn miljoenen tonnen aan exportproducten doorvoert kan Rotterdam de grootste haven ter wereld blijven.

Maar de vrije economie kent niet alleen winnaars. Renate R. is bepaald niet de enige inwoner van Nederland die een hoge prijs betaalt voor de globalisering. Schattingen van verlies van werkgelegenheid vanwege de uittocht naar lagelonenlanden belopen enkele tienduizenden per jaar. Dat betreft niet allemaal ontslagen; sommige projecten worden voortaan gewoon in Oost-Europa of Azië opgestart. Zo gaat potentiële werkgelegenheid teloor. Maar toch zullen deze zomer met Renate R. zich talloze andere slachtoffers voegen bij de 150 duizend werklozen van boven de 45 jaar, op zoek naar die zeldzame baan voor mensen van een dagje ouder.

Het is opmerkelijk hoe weinig economische argumenten aan bod zijn geweest in de discussie over de Europese Grondwet, althans in Nederland. In Frankrijk is het verschil tussen winnaars en verliezers van de wereldeconomie breed uitgemeten. Hier werd uiteraard gesproken over de kloof tussen de elite en het volk, tussen politici en kiezers, tussen voorzitters van maatschappelijke organisaties en hun achterban, maar verklaringen waren vooral politiek van aard. Dat de voorlieden 'ja' adviseerden terwijl het volk in groten getale 'nee' koos duidde volgens sommigen op een oplevend Fortuynisme. De politiek zou nog steeds niets hebben geleerd van de revolte uit 2002.

Maar de cijfers van bureau Trendbox wijzen op een andere werkelijkheid; de dagelijkse werkelijkheid van mensen die hun lasten voelen stijgen, de economie voelen krimpen en de zorg ervaren over het behoud van hun baan. Ze vragen zich heel praktisch af hoe hun toekomst eruit ziet. Die vragen zijn van belang voor hun stemgedrag. Natuurlijk is er behoefte aan echte democratie, zoals de SP aanvoerde. Inderdaad hecht Nederland aan een eigen identiteit in een snel groeiend Europa. Het klopt dat veel mensen de Europese Grondwet domweg niet vertrouwen. Maar het bekende citaat van Bill Clinton was eveneens van kracht, niet alleen in Frankrijk maar ook in Nederland ten tijde van het referendum: it's the economy, stupid.

Veel nee-stemmers in Frankrijk zouden het liefst vandaag nog een metershoge dam opwerpen tegen de mondialisering en de gevolgen voor de economie. Maar in Nederland is de globalisering niet meer uit de samenleving weg te denken. Al in de jaren negentig schrapte het Paarse kabinet de ene na de andere beschermende bepaling. De markt werd vrijer gemaakt, de concurrentie aangewakkerd, voormalige staatstaken werden uitbesteed. De overheid trok zich terug.

Het effect was alleszins positief. De werkloosheid daalde snel. De welvaart steeg net zo hard als het aantal tweeverdieners. De beurs floreerde, de huizenprijzen stegen. Trotse Nederlandse bedrijven als Aegon, Ahold en Numico leken de wereld te veroveren. Burgers accepteerden de eigen verantwoordelijkheid die ze van de overheid kregen toegeschoven.

Zes jaar later is de sfeer in het land ingrijpend veranderd. De economie zit al tijden in het slop en komt daar maar niet uit. De werkgelegenheid is vorig jaar daadwerkelijk gekrompen. De werkloosheid is in vier jaar tijd verdubbeld en bedraagt nu bijna 7 procent van de beroepsbevolking.

Alom wordt gesaneerd, gereorganiseerd, bezuinigd en afgestoten. Niet alleen fabrieksarbeiders maar vooral veel gewone witte boorden zitten in de rats. Er dreigen grootscheepse ontslagen bij kantoorpersoneel van Nationale Nederlanden, IBM en KPN. Er moeten nog drieduizend werknemers weg bij het UWV. De rijksoverheid wil ambtenaren kwijt. En dan hebben we het alleen over de ontslagen die in de landelijke pers zijn aangekondigd. Het vertrek van personeel bij het Haagse ingenieursbureau waar Renate R. nu is ontslagen, valt er buiten.

Geen wonder dat veel mensen betwijfelen of ze over drie jaar nog wel hun baan hebben, zoals uit onderzoek van Trendbox blijkt. Ook bedrijven die goed presteren doen tegenwoordig personeel de deur uit. Outsourcing of uitbesteding wordt dat genoemd. Welke organisatie heeft tegenwoordig nog eigen kantinepersoneel in dienst? Cateraars doen al jaren goede zaken, net als beveiligingsbedrijven of administratiekantoren. Ze nemen het oorspronkelijke personeel over en bieden een - vaak tijdelijke - werkgelegenheidsgarantie. De concurrentie op de tarieven is scherp. In de kantine van de Volkskrant maakte de eerste cateraar na twee jaar alweer plaats voor een concurrent met nieuw personeel. Waar de vroegere kantinedames nu hun brood verdienen is niet duidelijk.

Ook in de ict is uitbesteding schering en inslag. Bedrijven doen hun onderhoud en programmeerwerk de deur uit. Personeel stapt mee over naar de dienstverlener. Maar hoe lang die werknemers daar kunnen blijven, en of ze over twee jaar misschien worden gedetacheerd in Vlissingen of in Groningen, wie zal het zeggen? Laat staan dat iemand weet welk werk in Nederland blijft en wat er straks, via de dienstverlener, naar Hongarije of India verhuist.

Dat het kabinet deze onzekerheid bij een groot deel van de bevolking niet goed begrijpt, blijkt uit het tamelijk hardvochtige beleid dat in de sociale zekerheid is gevoerd. In ferme jongens-stoere knapen-taal hielden bewindslieden het volk voor dat men harder en langer moest werken, liefst tot hun 67-ste. Terwijl de instroom in de WAO al spectaculair afnam moest en zou het kabinet extra snoeien. Ouderen werd hardhandig te verstaan gegeven dat de glijbaan richting VUT en prepensioen op slot ging. In plaats daarvan werd de sollicitatieplicht voor 57,5 jarigen in ere hersteld.

Dat beleid kan niet op steun van veel burgers rekenen, al is het de vraag of het kabinet zich dat realiseert. Zorg om behoud van ons sociale stelsel in het grote Europa was een voorname reden voor mensen om tegen de Grondwet te stemmen. Onderzoeken van uiteenlopende organisaties tonen aan dat de burger het snijden in de sociale zekerheid beu is. Econoom Paul de Beer wees er onlangs op dat Nederland vergeleken met twintig jaar geleden nog maar de helft van het budget aan sociale zekerheid uitgeeft. Toen kostte de sociale zekerheid

ons 19 procent van het bruto binnenlands product, nu nog maar 9 procent. We zijn teruggekeerd op het uitgavenniveau van 1966.

Juist sociale zekerheid - met nadruk op het woord zekerheid - helpt mensen zich aan te passen aan een globaliserende economie. Voorstanders van Europese integratie zouden zich om die reden moeten bekommeren om een betrouwbaar sociaal stelsel. Hoe onveiliger mensen zich voelen, des te meer moeite ze hebben met de vrije, interne Europese markt, met de Polen en andere Oost-Europeanen die hier de bouw overspoelen of met de verhuizing van Nederlands productiewerk naar Midden-en Oost Europa. De neiging om verder op de rem te trappen groeit dan vanzelf.

Het is een les die de politiek zich sinds woensdagavond ter harte kan nemen. Burgers maken zich veel meer zorgen dan de politiek beseft. Ze willen dat er naar hen wordt geluisterd en dat hun bezwaren serieus worden genomen. Dan zijn ze bereid tot een oprecht deb at.

Een serieus gesprek over de mondialisering van de economie, de bedreigingen uit het Oosten en ons beste antwoord daarop is hard nodig in Nederland. Het is de taak van de politiek om daarin het voortouw te nemen. Voorbeelden in Europa liggen voor het oprapen. In Duitsland debatteren politici hartstochtelijk over het heil en het onheil van het kapitalisme. Onvermijdelijk is daar de vraag aan bod of en hoe Duitsland zich aanpast aan een nieuwe economische wereldorde. In Frankrijk is het debat over de globalisering nog lang niet geluwd. Domweg de kop in het zand steken is de Franse politieke elite niet goed bekomen.

Ook van Tony Blair kunnen we een duit in het zakje verwachten. Als hij straks namens Groot Brittannië de Europese Unie voorzit, zal hij het verschil tussen de vrije en florerende Britse economie en de stagnerende groei op het continent beslist aan de orde stellen. De vraag of protectie daadwerkelijk de belangen dient van de onderste helft van de arbeidsmarkt is belangwekkend genoeg om in Europees verband te bespreken.

In Nederland wilde de politieke discussie over deze onderwerpen tot nu toe maar niet de grond komen. Een handjevol beleidseconomen en adviseurs knikte elkaar toe met de geruststellende boodschap dat een vrije markt nu eenmaal het meeste heil brengt, dat concurrentie tot creativiteit leidt en dat verplaatsing van werk naar lagelonenlanden niet erg is, omdat we er tot nu toe altijd beter werk voor terugkregen.

Maar voor veel burgers is dat geen uitgemaakte zaak. Het stilzwijgen van de politiek en het gebrek aan compassie met de verliezers van de vrije markt voedt het wantrouwen tegen de elite die zichzelf wel uitstekend weet te redden in de nieuwe economie. De globalisering stopzetten kan niet. Het zou de inwoners van Nederland geen goed doen. Economie is inderdaad geen zero sum game; het feit dat Oost-Europa en China winnen betekent niet dat het Westen verliest. Maar kunnen we de concurrentie aan met de dynamische landen van het nieuwe Europa?

De vraag hoe we ons teweer moeten stellen tegen nieuwe concurrenten moet niet alleen in vergaderkamertjes op Economische Zaken aan de orde komen. De burgers willen weten of ze met hun baanonzekerheid moeten leren leven of niet.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden