Angst in de nieuwe wereld

De terreuraanslagen in de VS zijn een 'oorlog bij volmacht'. De vijand voert zelf niet het gevecht, maar dirigeert zijn cellen op afstand....

door Annieke Kranenberg

'DE NIEUWE wereld bestaat al vijftig jaar. Dat hebben we ons alleen niet gerealiseerd', zegt de Israëlische militair-historicus Martin van Creveld. Oorlogsdreiging komt allang niet meer alleen van staten. Van Creveld, hoogleraar aan de Hebrew University in Jeruzalem, waarschuwde al voor het nieuwe oorlogsbeeld in zijn boek The Transformation of War (1991). Oorlogen die van binnenuit worden gevoerd, waarop ook hightech-staatslegers met een vernietigend wapenarsenaal zich niet kunnen voorbereiden.

Prof. Victor T. Levine van de Washington University in St. Louis noemt de terreuraanslagen in de Verenigde Staten een 'oorlog bij volmacht'. 'Degenen die de oorlog verklaren, voeren niet het gevecht. Ver, op afstand, dirigeren ze hun kleine cellen, die vaak niet eens uit landgenoten bestaan, en vaak niet eens hun medestrijders kennen', zegt Le Vine die is gespecialiseerd in terrorisme, politiek geweld en het Midden-Oosten.

Lang domineerden de ideeën van Von Clausewitz - niet mensen, maar staten voeren oorlog - ons denken. In de visie van Von Clausewitz zouden volksopstanden als die van de Palestijnen tegen Israël geen oorlog zijn, laat staan een aanslag van een gepolariseerde islamitische terreurgroepering. Als Hezbollah namens de staat Libanon oorlog met Israël zou voeren, zou Israël die in 24 uur beslechten, zegt Van Creveld. Maar wat te doen tegen gijzelingen en zelfmoordaanslagen.

Onder oud-president Bush sr. werd geleidelijk afscheid genomen van Von Clausewitz' raamwerk. Bill Clinton ging nog een stap verder; de essentie van zijn boodschap was dat 'Tom Clancy ons meer had te leren dan Von Clausewitz', schreef prof. Roy Godson, president van het National Strategy Information Centre in Washington. Clancy is de auteur van tal van spionagethrillers.

Het ongrijpbare gevaar zou zich volgens de regering-Clinton vooral aandienen in de vorm van biologische en chemische wapens. Bij de bomaanslag op het World Trade Centre in 1993 kwamen zes mensen om het leven. Wat zou er gebeurd zijn wanneer het gebouw met gifgas was bestookt, zoals de metrostations in Tokio? Vijf van de zeven landen - Syrië, Iran, Irak, Libië, Soedan, Noord-Korea en Cuba - die de VS als 'terror-supporting' beschouwt, zouden zulke verwoestende wapens ontwikkelen. En de geheime diensten van de VS wisten dat terroristische groeperingen die wapens wilden bemachtigen.

Onder het Nunn-Lugar-Domenic-programma - genoemd naar Amerikaanse senatoren - werden uit angst voor die wapens in de VS lokale politie- en brandweerafdelingen voorbereid op een aanval, evenals ziekenhuizen in grote steden. Vaccins en antibiotica werden opgeslagen om slachtoffers van een aanslag te behandelen en het risico van bijvoorbeeld een pokken-epidemie in te dammen. Federale teams, ook in het leger, werden gecreëerd om snel te kunnen reageren op een aanslag, daarnaast werd een onderzoeks-, coördinatie- en trainingscentrum ingesteld.

De huidige regering wil flink snoeien in deze maatregelen. Onder Bush jr. staat het antirakettenschild, zij het bescheidener dan in de plannen van geestelijk vader Ronald Reagan, weer volop op de agenda. Bush wil zo'n afweerschild om het land tegen aanslagen van schurkenstaten te verdedigen.

Zonder kruisraketten, gifgassen of nucleaire kofferbommen echter deden terroristen hun aanvallen op het symbolische hart van de Amerikaanse economie, maar met, zoals het ernaar uitziet, simpele messen en een strakke organisatie. Het meest destructieve wapen blijkt de menselijke wil, zegt Le Vine. 'De allesoverheersende haat tegen de Amerikaanse hegemonie.'

Paul Bremer III, hoofd van de Amerikaanse National Commission on Terrorism, zei in juni 2000 al dat geheime diensten als de FBI en de CIA 'beter werk moeten verrichten om erachter te komen wie terroristen zijn en wat ze plannen'. 'Eersteklas informatie over terroristen is letterlijk een zaak van leven en dood.' Met name de CIA zouden te veel beperkingen zijn opgelegd. Niet dat die carte blanche zou moeten krijgen om naar eigen inzicht te moorden, maar agenten zouden vrij moeten zijn terroristen als informant te gebruiken zonder dat ze daarvoor talloze procedures moeten doorlopen.

Een groot aantal deskundigen wijt de terreuraanslagen in de VS aan het falen van inlichtingendiensten als de CIA en de FBI. Die conclusie gaat Le Vine te ver. Het kader waarbinnen de diensten kunnen opereren, is immers vastgelegd door de beleidsmakers. De Amerikaanse regering en het Congres hebben bepaald dat elektronische spionage belangrijker is dan humint (human intelligence), zoals het gebruik van informanten en infiltratieoperaties.

Die ommekeer kwam volgens Le Vine nadat de ontvoerde kolonel Higgins, die in Zuid-Libanon voor de Verenigde Naties werkte, in 1989 door Hezbollah werd gelyncht omdat hij spion zou zijn. 'Een videoband met beelden van de gruwelijke executie maakte diepe indruk op het Congres. De risico's van menselijke spionage werden te groot gevonden. Het is de no-bodybags-doctrine.'

Dat is begrijpelijk, maar het is ook een nogal verwende opstelling in tijden van oorlog, meent Le Vine. 'Het Congres stelt te veel vertrouwen in informatietechnologie. De diensten kampen met een onoverzienbare stroom gegevens en dat maakt het lastig relevante data eruit te pikken.' Dat was ook het geval bij de bomaanslag in 1993 op het World Trade Centre. Later bleek dat informatie over enkele daders voorhanden was, maar over het hoofd was gezien, zegt Le Vine.

Zowel Van Creveld als Le Vine gelooft niet dat verhoging van het defensiebudget volstaat om terreuraanslagen te voorkomen. Europa en de VS moeten de handen ineenslaan. Le Vine bepleit een herwaardering van humint. Volgens Van Creveld kan de bestrijding in de vorm van een terrorisme-organisatie, het spiegelbeeld van de vijand. Hoogwaardige transport- en communicatietechnologie, gecombineerd met snel opererende commando's.

Le Vine vindt het juist nu belangrijk de eenheid van het Amerikaanse volk te bewaren, omdat een regering zich niet op eigen houtje tegen terreur kan wapenen. Er is ook een rol weggelegd voor de civil society, burgerorganisaties. Zo vindt hij het onbegrijpelijk dat voorheen nauwelijks gebruik is gemaakt van moslims die zich bereid toonden inlichtingen te verschaffen over extremisme binnen moskeeën. De overheid was daar huiverig voor omdat daarmee de principiële scheiding tussen kerk en staat zou worden aangetast.

In de nieuwe wereld speelt de staat een ondergeschikte rol, zegt Van Creveld. Een wereld waarin veiligheid misschien belangrijker wordt gevonden dan de vrijheid van het individu. Een wereld waarin Amerikanen maar ook Europeanen moeten leren leven met angst, zoals de Israëli's al jaren gewend zijn. Een wereld van particuliere veiligheidsdiensten, waarin zakenkoffertjes bij de ingang van het kantoor worden gecontroleerd en knipmesjes niet langer aan boord van een vliegtuig mogen.

Van Creveld: 'Ik weet niet of de nieuwe wereld beter of slechter is.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden