Anglicaanse Kerk worstelt met erfenis van Hendrik VIII

De Anglicaanse Kerk verkeert in crisis. Premier Blair kiest binnenkort een nieuwe primaat. Aartsbisschop Rowan Williams staat als eerste op de voordracht....

Van onze correspondent Peter de Waard

De kolossale kathedraal van Canterbury is op deze zomerse zondag goed gevuld. Meer dan zevenhonderd mensen wonen de dienst bij. Velen van hen zijn pelgrims die de historische wandelroute door Kent hebben gelopen naar de plek waar Augustinus in 597 de moederkerk van de anglicaanse geloofsgemeenschap stichtte en waar in 1170 Thomas à Becket werd vermoord in opdracht van Hendrik II.

Pelgrimages zijn populair. Niet alleen uit historische nieuwsgierigheid of geïnspireerd door Chaucers Canterbury Tales, maar ook uit een toenemende behoefte aan bezinning. De spirituele honger in de Britse welvaartssamenleving is groot. Velen koesteren de wens een pelgrimstocht te doen.

De populariteit van de tocht naar Canterbury staat echter in schril contrast met de situatie in de Church of England zelf, de nationele kerk. Niet ver van de kathedraal, in het kerkje van St. Martin's, gaat de 48-jarige canon Noelle Hall voor in de dienst met nog geen twintig gelovigen, bijna allemaal bejaarden. Haar parochie in Canterbury is achtduizend huizen en twee kerken groot. Behalve van St. Martin's is zij ook de vaste geestelijke van St. Paul. Haar collega in Canterbury, dominee Paul Filmer, heeft vier kerken. Sommige predikanten hebben zelfs zes of zeven parochies onder hun hoede.

Hall is er echter van overtuigd dat ook de nieuwe generatie ooit in de moederschoot van de traditionele kerk zal terugkeren. 'De New Age-generatie die zich van de gevestigde religies heeft afgekeerd, mediteert nu om zelf een evenwichtiger en prettiger leven te kunnen leiden. Maar als ze ouder worden zullen ze niet alleen de vragen willen stellen, maar daarop ook een antwoord willen krijgen', zo voorspelt ze.

Ze onderkent echter het probleem van de ontkerkelijking. Nog nooit hebben zoveel Engelsen zich van hun kerk afgekeerd. Van alle Engelsen voelt 40 procent zich formeel nog verbonden met de Church of England en 20 procent met een andere christelijke kerkgemeenschap. Maar nog geen 10 procent draagt zijn geloof uit.

Met name bij de Anglicaanse Kerk is de geloofsdiscipline gering. Volgens het onderzoeksbureau Christian Research bezoeken minder dan een miljoen anglicanen op zondag een kerk. 'In 8 procent van de anglicaanse kerken in Engeland wordt de kerkdienst op zondag bijgewoond door minder dan tien gelovigen', zegt Peter Riley van Christian Research.

Ter vergelijking: de zondagse mis in de veel kleinere Rooms-Katholieke Kerk in Engeland wordt wekelijks door 1,3 miljoen gelovigen gevolgd. Als van de twee miljoen moslims in Engeland de helft een keer per week naar de moskee zou gaan, is dat al meer dan het aantal dat wekelijks een van de zestienduizend kerken van de nationale Church of England bezoekt.

Christoper Harper-Bill, hoogleraar Geschiedenis van de Anglicaanse Kerk aan de Universiteit van East Anglia, denkt dat de desastreuze ontkerkelijking deels aan de structuur van deze kerk zelf te wijten is. 'De Church of England is een paraplukerk, een allegaartje van opvattingen. In de ene kerk lijkt de dienst op een katholieke mis, in de andere krijg je een puur protestantse dienst voorgeschoteld. De Church of England heeft daardoor als voordeel de nauwe band met de nationale identiteit, maar een groot nadeel is dat er weinig cohesie is.'

De jeugd verlaat op steeds jongere leeftijd de kerk. Het tekort aan koorknapen - toch een symbool van britishness - begint alarmerende vormen aan te nemen.

Ontkerkelijking is geen exclusief Brits probleem en ook niet nieuw. Sinds de dagen van Elizabeth I, toen op het overslaan van de wekelijkse kerkdienst nog gevangenisstraf stond, is de Engelse staatskerk al tanende. In de negentiende eeuw traden grote groepen sociaal achtergestelde Britten uit de kerk van het establishment en werden baptist of methodist. Na 1834 - toen het rooms-katholicisme weer was toegestaan - keerden veel gelovigen terug naar het oude Roomse nest.

De onmacht bij de anglicanen is echter nog nooit zo groot geweest als nu. De aartsbisschop van Canterbury, de in 1991 benoemde George Carey, had het herstel van het na de jaren zestig ingezakte kerkbezoek tot speerpunt van zijn beleid gemaakt. Carey is als aartsbisschop van Canterbury primaat van alle anglicanen. Onder zijn bewind moderniseerde de Church of England. Drie jaar na zijn aantreden werden de eerste vrouwelijke geestelijken gewijd, onder wie Noelle Hall. Ook begon hij een groot evangelisatie-offensief.

Maar juist onder Carey heeft de ontkerkelijking sneller om zich heen gegrepen dan ooit tevoren. Als het in dit tempo doorgaat, is de kerk over veertig jaar dood, zijn de kerkgebouwen verlaten en is de Engelse staatskerk teruggebracht tot een kleine sekte, zo hebben zwartkijkers al berekend. 'Het heeft eeuwen gekost om ons te bekeren tot christenen en we maken het in veertig jaar weer ongedaan', stelde een wanhopige Britse geestelijke onlangs .

Zelfs niet-gelovige Engelsen slaat bij het vooruitzicht van het post-christelijke tijdperk de schrik om het hart. Vooral op het platteland zal de kerk als spil van het dorpsleven worden gemist. Eerste communies zijn ook nu nog belangrijke gebeurtenissen. Dopen, trouwen en begraven zouden zonder kerk aan plechtigheid inboeten. En de predikanten - de befaamde vicars - blijven onmisbaar. 'Misschien niet om het hart bij uit te kunnen storten - daarvoor hebben we nu een psycholoog - maar zeker als lachobject in televisie-comedy's zoals Father Ted en de Vicar of Dibley', schertst een kerkganger in Canterbury.

Van de ruim negenduizend predikanten zijn er meer dan duizend van het vrouwelijk geslacht. Maar ondanks deze nieuwe toevloed is het totale aantal geestelijken in de afgelopen tien jaar gedaald. De toelating van vrouwen leidde deels ook tot een uittocht van conservatieve kerkvoorgangers. Enkele honderden anglicaanse vicars besloten samen met bekende Conservatieve parlementsleden als John Gummer en Ann Widdecombe uit protest de Anglicaanse Kerk de rug toe te keren en naar de Rooms-Katholieke Kerk over te stappen. 'In veel parochies wordt de vrouw nog altijd niet als voorganger geaccepteerd en moet het bisdom ''vliegende bisschoppen'' inzetten', zegt professor Harper-Bill.

Een andere oorzaak is het feit dat het beroep van vicar slecht wordt betaald: naast gratis huisvesting - meestal een oude pastorie - krijgen de predikanten amper 17 duizend pond per jaar. 'Ik zal niet klagen over mijn inkomen, maar het kost inspanning om de touwtjes aan elkaar te knopen', zegt Noelle Hall.

Het dilemma voor de kerk is groot. Tegenover de wens verder te moderniseren - het doorknippen van de traditionele band met de staat, de benoeming van homoseksuele priesters en vrouwelijke bisschoppen - staan de vrees voor nieuwe onderlinge conflicten en het gevaar van een schisma.

Velen vinden het bijvoorbeeld nu het juiste moment om een einde te maken aan de positie van de Britse soeverein als hoofd van de Church of Engeland. Sinds 1533, toen Hendrik VIII een schisma veroorzaakte met Rome omdat hij geen toestemming kreeg om te scheiden van zijn eerste vrouw, is de Britse vorst de zogenoemde gouverneur van de Church of England. Hierdoor heeft het staatshoofd - en tegenwoordig in feite de premier als politiek verantwoordelijke - onder meer het prerogatief om uit een voordracht van twee kandidaten de aartsbisschop van Canterbury te kiezen: de primaat van de nationale Church of England en van de wereldwijde Anglicaanse Kerk. De meerderheid van de in totaal zeventig miljoen gelovigen in de Anglicaanse Kerk bevindt zich allang niet meer in Engeland, maar in de voormalige koloniën in Azië, Afrika en Oceanië.

Maar ieder voorstel voor verandering in de band met de staat stuit op weerstand van een groot deel van de gelovigen. Op de laatste synode, begin deze maand in York, werd een voorstel hiertoe nog met grote meerderheid verworpen.

Na een hoopgevend begin is onder Carey de Anglicaanse Kerk verder in de versukkeling geraakt. De huidige aartsbisschop van Canterbury heeft zelden een gevoelige snaar bij de gelovigen kunnen raken. Hij is daarvoor te weinig charismatisch en te ongeïnspireerd. In vergelijking tot vroegere kerkleiders als kardinaal Basil Hume en zijn eigen voorganger Robert Runcie vermijdt hij gepeperde politieke uitspraken, waardoor hij nauwelijks aandacht trekt.

Rowan Williams, de 52-jarige aartsbisschop van Wales die als eerste op de voordracht staat voor zijn opvolging, zal alleen qua uiterlijk al een opvallendere verschijning dan Carey zijn. Met zijn bijna druïde-achtige witte baard, wilde haarbos en geleerde bril ziet hij er volgens Britse kranten al bijna uit als een heilige. Iedere morgen voor half zeven is hij biddend in de kerk te vinden.

Maar Williams staat ook bekend als een sociaal voorvechter die oog heeft voor de problemen van armen en minder bedeelden. Begin dit jaar bekritiseerde hij de westerse aanval op Afghanistan als 'schaamteloos'.

Op theologisch gebied geldt hij als dogmatisch, maar op veel andere gebieden is hij vooruitstrevend. Hij is voor een kerk die onafhankelijk van de staat opereert. Ook heeft hij laten weten zich niet te zullen verzetten tegen een kerkelijk huwelijk van kroonprins Charles met zijn geliefde Camilla Parker-Bowles, een gebeurtenis die door Carey vijf jaar geleden nog als een tijdbom onder de kerk werd gezien.

Williams heeft ook een lijntje uitgeworpen naar homoseksuelen. Volgens hem verbiedt de bijbel niet expliciet homoseksuele relaties. 'Er staat juist veel in de bijbel dat ons afbrengt van het idee dat seks er alleen voor de voortplanting is.' Maar acceptatie van homoseksuele relaties - en zeker de benoeming van homoseksuele geestelijken - kan tot een aanvaring leiden met conservatieve anglicanen in Afrika en Azië.

Maar ook in de Derde Wereld zijn er geestelijken die gecharmeerd zijn van Williams. Desmond Tutu, de aartsbisschop van Kaapstad, zei dat Williams 'met kop en schouders boven de andere kandidaten uitsteekt'.

Of hij het tij in Engeland kan keren, is echter de vraag. Williams is niet in de laatste plaats ook een intellectueel die graag schermt met boekenwijsheden en moeite heeft de taal van de gewone man te spreken. Maar misschien helpt zijn wollig taalgebruik juist in de slalom die hij zal moeten verrichten om de kerk te vernieuwen zonder tegen te veel zere benen aan te schoppen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden