ANGELSAKSISCHE BRUGFANTASIEEN

OPVALLEND in het 'herijkingsdebat' omtrent het buitenlands beleid is hoe sterk Nederland zich nog los ziet staan van het continent; dit ondanks het feit dat het maritieme tijdperk definitief is vervlogen....

JACOBUS DELWAIDE

Nederland, zo benadrukte Christoph Bertram in Forum van 19 april, hoort thuis in het sterke centrum van de Frans-Duitse as, 'omdat er zonder Nederland geen kern-Europa komt'.

Toch blijft het moeilijk voor Nederland deze inherent continentale uitdaging te aanvaarden. Slechts moeizaam dringt het door tot de Nederlandse ziel dat Nederland nu een klein continentaal land is, misschien ietsjes gewichtiger dan België, maar niet veel meer.

De oostwaartse uitbreiding van de Europese Unie, met haar machts- en positieverlies voor vooral de kleine landen in klein-Europa, vormt dan ook een weinig aanlokkelijk vooruitzicht.

Tegen de achtergrond van die uitbreiding pleit D66-politicus Bob van den Bos voor een 'Europa van het flexibele argument'. In Forum van 31 maart schetste Van den Bos een besluitvorming à la carte waarin wisselende kopgroepen kwesties zouden aanpakken die voor hen van belang zijn: 'Waarom zou Malta of Slovenië moeten meepraten over problemen in de Baltische staten; waarom zou Letland zich moeten bemoeien met een ruzie tussen Spanje en Canada?'

Van den Bos noemt alleen voorbeelden van kleine landen die nog niet tot de Unie behoren; die wil hij blijkbaar op hun plaats houden. Effectieve Europese actie op het wereldtoneel moet volgens Van den Bos het werk zijn van 'weinig landen die er toe doen'. De 'harde kern' zou worden gevormd door 'Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk'. Het Verenigd Koninkrijk is hier essentieel: 'het zou een machtspolitieke vergissing zijn de as Bonn-Parijs niet naar Londen door te trekken.'

Groot-Brittannië is namelijk 'in staat en bereid een relatief grote verantwoordelijkheid op zich te nemen, zoals in de Golfoorlog en ex-Joegoslavië is gebleken. Een Frans-Britse toenadering ligt bovendien in de rede als tegenwicht voor een mogelijke Duitse dominantie.'

Van den Bos veronderstelt dat 'de grote drie ontvankelijker zijn voor de inbreng van hun kleine buren dan van verre partners. Onze invloed zou disproportioneel kunnen worden als de hoofdrolspelers onderling verdeeld zijn.' Vooral voor Nederland zou hier een speciale rol zijn weggelegd: 'Met onze Atlantische bindingen en de heroriëntatie op het continent zouden wij een brugfunctie moeten kunnen vervullen tussen Londen en het vasteland.'

Nederland als brug naar Engeland, en Engeland als brug naar Amerika. 'De Duitse blik is vooral op het Oosten gericht, de Franse op het Zuiden en de Britse op het Westen', zo redeneert Van den Bos. Maar hoeveel draagkracht heeft de Britse blik nog? De speciale verhouding met de Verenigde Staten is aan slijtage onderhevig. Niet alleen omdat er een nieuwe generatie is aangetreden, omdat Reagan en Thatcher van het toneel zijn verdwenen. Maar vooral omdat het Verenigd Koninkrijk steeds minder heeft te betekenen.

De Verenigde Staten weten dat de koningsbrug naar Europa in Duitsland aankomt. Ook lijkt het twijfelachtig of Duitsland Den Haag echt nodig heeft om, zoals Anet Bleich dapper suggereerde in Forum van 20 mei, 'z'n bruggen' met Londen en Washington 'in stand te houden en uit te bouwen'.

De Angelsaksische brugfantasieën die in Nederland zo'n taai leven leiden, drukken het verlangen uit om met één been los te staan van het continent. De neiging tot anti-continentalisme in het buitenlands beleid kwam vooral op na de Gouden Eeuw, toen Nederland een goede verstandhouding met Engeland nodig had om zijn enorm koloniaal rijk te kunnen handhaven.

Anti-continentalisme zit dus niet in de Nederlandse genen gebakken, noch ligt het ten eeuwigen dage in het Nederlands belang. Vandaag is anti-continentalisme op zijn zachtst gezegd geantiqueerd. Ook Duitsland kent brugfantasieën, het verlangen om met één been los te staan van het Westen, om een brug te vormen tussen Oost en West. Die fantasie is niet alleen geantiqueerd, de geschiedenis heeft ook bewezen dat ze bijzonder gevaarlijk is.

Sinds Adenauer heeft de Duitse buitenlandse politiek er dan ook alles voor gedaan om Duitsland zo stevig en zo ondubbelzinnig mogelijk te verankeren in het Westen. De Frans-Duitse as en Duitslands geaccentueerde Europa-politiek sinds zijn hereniging liggen in het verlengde van deze door Adenauer ingeluide Westpolitik. Het wordt tijd deze politiek naar waarde te schatten, ze in de mate van het mogelijke te steunen, en de eigen brugfantasieën te laten waar ze thuis horen: in de archieven en in de musea.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden