Angèle Manteau, Dulle Griet in Letterland

'Ja, dat gesodemieter rondom de uitgeverij Manteau', schreef Jeroen Brouwers eind mei 1986 aan Corine Spoor. Waarom, ging hij verder, 'vinden alle partijen dat ik nog steeds met dat bedrijf ben verweven?'..

Paul Depondt

Het houdt niet op. Het houdt nooit op. In zijn memoires, die Brouwers publiceert in het lentenummer van het driemaandelijks literair tijdschrift De Brakke Hond (Verdussenstraat 13, 2018 Antwerpen; euro 10), heeft hij het weer over zijn dolle jaren als 'factotum' bij de Brusselse uitgeversfirma Manteau, waar hij, bijna 24 jaar oud, op 1 februari 1964 in dienst trad.

'Ik zou de geschiedenis van Manteau wel hebben willen schrijven', vertelde hij in een interview aan Gwennie Debergh in Brouwers in Brussel, dat in 2000 verscheen 'ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van Jeroen Brouwers'. In zekere zin had hij dat al gedaan, in 1968, in het uitgaafje Jaar in jaar uit. Maar 'het was mooi geweest' en 'het werd tijd dat ik zelf ook weer eens iets ging schrijven'. Dat had hij al te lang niet meer gedaan, 'vanwege de tijdgeest', een verleppend huwelijk, de kroeg De Dolle Mol, het gedoe bij Manteau, 'en tussen dit alles door ook nog een verdrietige geheime affaire'. Eind 1975 nam Brouwers ontslag. Zijn twaalf Brusselse jaren, tussen 1964 en 1976, schrijft hij (ook nu weer) in De Brakke Hond, 'waren de leerzaamste, rijkste en vrolijkste van mijn eerste levensperiode' en 'hebben mij volwassen gemaakt en mij mijn definitieve karakter bezorgd'.

De uitgeversfirma Manteau was een uitermate neerdrukkende werklocatie toen Brouwers halfweg de jaren zestig in dienst trad. Het bewind werd er gevoerd door de oprichtster van het bedrijf, Angèle Manteau, 'toen een verschijning van in de vijftig, die er feodale opvattingen op nahield'. Zij is, kun je nalezen in Brouwers' brievenboeken Kroniek van een karakter, 'een zichzelf vergrotend raadsel', vooringenomen en barstend van opportunisme, 'Dulle Griet in Letterland'.

'Waar zij verscheen stak poolwind op', parafraseert Brouwers een uitspraak van Hugo Claus: 'Waar Angèle haar voetstap zet, wil geen gras meer groeien.' Mevrouw Manteau was 'een kille, wantrouwige persoonlijkheid, grillig, dikwijls humeurig', en 'oefende haar gezag uit volgens het machiavellistische divide et imperia' [sic], en 'ze is dom' en 'ze heeft geen karakter' en 'ze heeft haar hele leven lang uitsluitend aan zichzelf gedacht'.

Brouwers brengt in zijn memoires de personeelsleden van de uitgeversfirma in herinnering: meneer Neys, 'evenals de directrice geboren in 1911', die de voordeur opende en daartoe als enige de sleutel van de straatdeur bezat; mevrouw Sas, 'tegen de veertig', de boekhoudster die ook de telefoon aannam; mevrouw Neys, 'een wat vormeloos opgetrokken, vriendelijke volksvrouw' en 'echtgenote van meneer Neys', die het stof afnam in Brouwers kantoor, de vloer boende en de erkerramen kwam lappen; mevrouw Mesker, typedame die over de wondere gave beschikte 'te kunnen typen, foutloos, en tegelijkertijd nonstop aan het woord te zijn'; meneer Oegema, de thuiswerkende lector van het uitgeversbedrijf.

Voorts Jos Vandeloo, schrijver en adjunct-directeur; professor Closset, echtgenoot van Angèle Manteau, die van de dokter geen druppel alcohol meer tot zich mocht nemen en in een geheime bergplaats 'de fles spirituoos vocht verstopte'; en ten slotte mevrouw Closset, Brouwers' uit- en werkgeefster Angèle Manteau, een 'Belgische mevrouw van zekere allure met een kapsel als van gelakt hout', stijf en ontoegankelijk, altijd op haar hoede, 'het midden houdend tussen Bianca Castafiore van Hergé en Madam Pheip van Marc Sleen'.

In het immense uitgevershuis trof je overal correspondentie aan, brieven van en aan Louis Paul Boon of Hugo Claus, van Thomas Mann of Bertrand Russell. Brouwers put voor zijn memoires uit die opgestapelde en gemutileerde 'papierbendes' die hij bij Manteau 'voor latere bestudering en geschiedschrijving' toen wilde gaan archiveren. Op zijn beleefd gestamel, 'dat het bewaren belangrijk kon zijn', antwoordde een ijzige mevrouw Angèle Manteau echter: 'Ik verkoop boeken. Het is hier geen museum.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden